Contact met uw bond
033-4953020


Invictus Stichting trots op Nederland voor koesteren ethos van de Invictus GamesWebversie Hulst Logo Invictus Games Toronto

De laatste (centrale) trainingen zijn achter de rug, - de een na laatste oefening samen met de CDS, generaal Middendorp, die met onder anderen de rolstoelbasketballers meetrainde -, en het Dutch Invictus Games Team (DIGT) is er klaar voor. Tot in de haarvaten gemotiveerd voor de Spelen die van 23 tot 30 september a.s. gehouden worden in Toronto, Ontario, Canada.

Van de dertig oorspronkelijk geselecteerde sporters heeft er één moeten afhaken. Maar om een zeer persoonlijke en verheugende reden, verduidelijkt overste Jeroen Hulst, ook dit jaar de chef de mission ofwel chief of mission van het DIGT. Een van de atletes is namelijk zwanger. En straks komt een “Invictus-baby” ter wereld die volgens zijn/haar moeder direct de trouwste supporter van de Games wordt.

Nu scherpte erin houden
In de plaats van de ‘achterblijfster’, die mee zou doen bij het wielrennen en zwemmen, valt een van de andere collega’s in “die ook heel goed zijn”, verzekert de chef de mission. “We hebben een verjongde en vernieuwde équipe. Dat is ook onze bedoeling om telkens nieuwe deelnemers aan het team toe te voegen naast, zeg maar, de ervaren rotten. Die kunnen de nieuwkomers opvangen en begeleiden zodat zij ook die belangrijke stappen in hun algehele herstel kunnen maken.” Webversie Hulst CDS bij Training Rolstoelbasketballers Invictus Games

Het is nu zaak ervoor te zorgen dat de sporters niet door ‘overtraining’ geblesseerd of oververmoeid raken. In deze periode worden de puntjes op de i gezet. “Om een voorbeeld te geven. We doen ook met een vier keer honderd meter estafetteploeg mee aan de spelen. Het gaat er nu dan niet zozeer om zo hard mogelijk te gaan op die honderd meter maar vooral om het focussen op de start en wisselvak. Ervoor zorgen dat het goed zit met die techniek en dat het vertrouwen in de ploeg blijft en versterkt wordt.”

Dat was ook precies de bedoeling van de laatste centrale training die het team achter de rug heeft. Straks aantreden en strijden als een hecht team, natuurlijk wel uitkomend in uiteenlopende sporttakken maar als een Dutch Invictus Games Team.

Hoewel de derde editie van de Invictus Games op 23 september begint, reist de Nederlandse sportequipe pas op 21 september af naar Canada. Dit betekent dat de ploeg krap anderhalve dag de tijd en ruimte heeft om te acclimatiseren. Of dat wel verstandig is wil ACOM Journaal van de chief of mission weten. “We hebben voldoende tijd om van de vlucht te kunnen herstellen. Verder kunnen we ook even, zeg maar de sfeer van de omgeving opsnuiven en de wedstrijdaccommodaties bekijken. De zenuwen wegnemen en de scherpte erin houden bij de mensen. Dus die anderhalve dag gaan we heel goed gebruiken. En daarna gaan de mannen en vrouwen vlammen!”

Family and friends
Webversie Hulst d170421ek10399De Nederlandse delegatie naar de Invictus Games tel dit keer 29 atleten, 11 kernstafleden (inclusief de beide chefs). Daarnaast voegen zich daarbij ook 72 family and friends die begeleid worden door twee van de kernstafleden. Het meegaan van die family and friends is niet alleen belangrijk voor de sporters maar is ook een heel bijzondere gebeurtenis voor de familieleden, vrienden en kennissen zelf. “Ze zien en ervaren hoe hun man, vrouw, zoon of dochter die jaren, in die beperking gezeten heeft en die door sport weer toekomstperspectief gekregen heeft, dit allemaal in praktijk brengt in confrontatie met hun sportcollega’s. Wij vinden het belangrijk dat zij deelgenoot zijn van het plezier en de voldoening die hun man, vrouw, dochter of zoon ervaart aan het deelnemen aan de Invictus Games. Dat het ze beter gaat, dat ze stappen vooruit hebben gezet en zetten. Want de family and friends hebben in de voorliggende periode ook lief en leed gedeeld.
De focus is doorgaans gericht op de gewonde militair maar die familie en vrienden zijn in figuurlijke zin ook enigszins gewond geraakt, ze krijgen met iets te maken waar ze nooit op hebben kunnen anticiperen.”

De verwachtingen zijn hoog gespannen?

“Het gaat niet om de getallen aan behaald edelmetaal, zeg ik altijd. In Londen waren het 12 en in Orlando vorig jaar 18 medailles. Het gaat om het aantal deelnemende mannen en vrouwen die op 23 september in Toronto de arena betreden en die eigenlijk al een medaille verdienen door daar te staan. Het beste uit zichzelf halen en dat laten zien is al een gouden medaille waard. Daar gaat het in wezen om: de prestatie en de blijvende herinnering.”

Maar de lat wordt wel steeds hoger gelegd ook bij de Invictus Games als het gaat om prestaties en winnen?

“Het is wel jammer dat het bij een aantal landen louter om de medaillespiegel gaat, - Amerika is daar een voorbeeld van. Maar wij gaan daar niet in mee omdat dat niet het ethos is van de Invictus Games. Dat is niet zoals de bedenker, de Engelse prins Harry, het ooit bedoeld heeft. Die bevestiging kregen we ook van de Invictus Games Foundation die bij ons op bezoek is geweest tijdens een van de trainingen. Ze zijn trots op de manier waarop wij met de Invictus Games gedachte omgaan. En daar houden we aan vast. Wij hebben ons eigen doelstelling en die gaan we halen.”

“We komen op 2 oktober terug. Met allemaal breed glimlachende, trotse mensen. Hetzelfde geldt voor het vertrek de 21e september Wie daarbij aanwezig wil zijn is van harte welkom op Schiphol. Van kwart voor negen tot half tien is er gelegenheid om de mensen uit te zwaaien.”

‘In hun inzet tot in de dood zijn zij solidair geweest met allen die na hen kwamen …’Webversie Roermond DSC4791

“Het is belangrijk, ook nu bijna zeventig jaar later, te praten over wat er in Nederlands-Indië is gebeurd. Voor uw kinderen en kleinkinderen”, zei staatssecretaris Martin van Rijn bij de jaarlijkse herdenking bij het Nationaal Indië-monument in Roermond.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verwees in zijn toespraak onder meer naar het vier jaar durende (vervolg)onderzoek dat de regering laat uitvoeren “naar de gebeurtenissen in Indië tussen 1945 en 1950”. Hierbij is “een belangrijke rol voor ooggetuigen weggelegd”.
In die bloedige dekolonisatieperiode kwamen ruim 6200 Nederlandse militairen om het leven. Onder de Indonesische strijders en de burgerbevolking vielen tienduizenden doden.

Van Rijn zei heel wel te beseffen dat het Indië-onderzoek “de pijn van oude wonden (kan) doen herleven. Maar ook het begrip vergroten van de moeilijke omstandigheden waaronder vele militairen moesten opereren. Daarom willen we nu het nog kan luisteren naar uw verhalen. Voor onze kinderen en kleinkinderen is het van groot belang om te weten hoe wij in het verleden zijn omgegaan met vrede en vrijheid.”

Webversie Roermond DSC4929Verhalen vertellen van wezenlijk belang
De staatsecretaris vertelde in kort bestek het verhaal van Ad van der Gouw, een van de meer dan 200.000 Nederlandse militairen die tussen 1945 en 1962 hebben gevochten in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Van der Gouw was destijds een 23 jarige dienstplichtige, die leed aan de gevolgen van een ernstige ptss-aandoening. “Hij wil terug naar huis. De gruwelijkheden die hij heeft gezien vreten aan hem.”

In Nederland zijn er maar weinigen die geïnteresseerd zijn in verhalen over wat er in Indië is gebeurd. Maar ook de (getraumatiseerde) repatrianten zijn beschroomd of niet in staat om hun vaak gruwelijke ervaringen te vertellen. Zo snel mogelijk die ellende vergeten en terug naar de Nederlandse orde van de dag is het parool. De handen ferm uit de mouwen, een baan vinden en meehelpen aan de wederopbouw. Maar die diep inkervende herinneringen lieten zich niet ver wegstoppen en bleven spoken.
Daarom is het van wezenlijk belang dat de verhalen worden verteld, worden gedeeld, als was het alleen maar om de helende werking die daarvan uitgaat.

Daarom moeten we blijven vertellen en blijven luisteren naar de verhalen van de Indië- en Nieuw-Guinea-veteranen. “Lange jaren hebben zij zich niet begrepen gevoeld door de vele Nederlanders die ver weg in het vaderland niet beseften, wat zij in den vreemde hadden meegemaakt”, constateerde Jo Kneepkens, waarnemend voorzitter van de stichting Nationaal Indië-monument 1945.

Onthulling Korea Plaquette
De dertigste herdenkingsbijeenkomst in het Nationaal Herdenkingspark Roermond (voorheen Stadspark Hattem) is elk jaar weer een indrukwekkende gebeurtenis. Ook dit jaar zijn talloos veel (Indië-)veteranen, nabestaanden en familieleden vanuit het hele land naar Limburg gereisd. Allen met een missie: de herdenking van de Nederlandse militairen die sneuvelden tussen 1945 en 1962 in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Opvallend is ook het grote aantal jonge mensen dat zich voor de herdenking heeft gemeld.

Kransen werden gelegd door onder anderen staatssecretaris Van Rijn die het kabinet vertegenwoordigde, de voorzitters van de Staten Generaal Khadija Arib (Tweede Kamer), Ankie Broekers (Eerste Kamer) en de Commandant der Strijdkrachten namens de krijgsmacht.
Bij de herdenking was ook aanwezig de chef van het Militaire Huis, generaal-majoor Hans van der Louw als afgezant van Zijn Majesteit de Koning.
Na de gebruikelijke minuut stilte voerden vier F-16 jachtvliegtuigen een ceremoniële fly-by uit in Missing Man formatie.

Webversie Indië Roermond DSC4699Voor het begin van de officiële herdenking werd een ‘Korea’ plaquette onthuld bij het Monument voor Vredesoperaties door een gezelschap bestaande uit de voorzitter van de Vereniging Oud-Korea Strijders, de commandant van het Regiment van Heutsz en de ambassadeur van de Republiek Korea Yun Young Lee.

Ook dit jaar viel Liduina van de Broek de eer te beurt de herdenkingsplechtigheid bij het Nationaal Indië Monument Roermond te open met een overdenking en een gebed. Hieronder de tekst:


Het is met dankbaarheid dat ik vandaag opnieuw deze herdenking mag openen met een overdenking en een gebed.

Als geestelijk verzorger voor veteranen maak ik veel herdenkingen mee. Steeds vormen zij een plechtig en waardig eerbetoon aan onze gestorven dienstmakkers en geliefde familieleden. Zo ook vandaag, nu wij, als inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden, zijn verzameld rond de namen en gedenktekens van onze Indiëveteranen.Websize Foto Aal Liduina vd Broek

Dat wij dit doen, elk jaar opnieuw, toont niet alleen ons respect voor wie ‘vielen voor het vaderland’. Het maakt ook zichtbaar dat we onze doden blijven meedragen. Meer nog, elke keer als wij hen gedenken, gaan wij als het ware naast hen staan. We erkennen dat zij zijn gevallen in onze plaats. Voor veel veteranen die uit de strijd zijn teruggekeerd, is dit vaak letterlijk waar: verbijsterd stellen zij vast dat zij mochten blijven leven, terwijl hun kameraden op het slagveld zijn achtergebleven. “Het is alsof er in hun plaats een keuze is gemaakt, zonder dat zij hier zelf enige inbreng in hadden”, zo verwoorden ze het vaak, met pijn in het hart.

Voor de absolute macht van de dood wijkt onze autonomie, maar niet alleen dan. Voor ieder van ons geldt, dat we gedurende ons leven telkens opnieuw gewaar worden dat we wel keuzes kunnen maken, maar toch heel veel zaken niet in de hand hebben. Talrijk zijn de momenten waarop we herinnerd worden aan onze kwetsbaarheid en onze afhankelijkheid van anderen voor ons leven en geluk.

Zo leveren militairen een deel van hun autonomie in vanaf het moment dat zij in dienst treden. Een militaire organisatie kan immers niet functioneren zonder een uitdrukkelijke hiërarchie en heldere regels. Al deze regels, al die gehoorzaamheid, zijn er mede op gericht de gestelde doelen te halen en hierbij niet meer geweld te gebruiken dan de situatie vraagt.

En toch, onvermijdelijk komt daar het moment, dat er doden vallen. In de eigen rangen, bij de tegenpartij, bij de altijd ook aanwezige burgers. Even staat de tijd stil, het leven houdt de adem in, of schreeuwt het uit, in pure doodsangst. Een plotselinge, gewelddadige dood wordt altijd als de grootste inbreuk op het leven ervaren.

Aan ons, nabestaanden, kameraden en als gehele samenleving, rest geen andere mogelijkheid dan onze doden met zorg en toewijding te gedenken. Hierbij zeggen we steevast het volgende: “zij gaven het hoogste offer, dat van hun leven”. En dit is waar.

Zij hebben de waarheid ervaren van het spreekwoord dat zegt: “Oorlog breekt uit, vrede wordt gesticht”. Onze militairen wilden niet dood, zij kozen voor het leven, net als wij.

Zij kozen er echter ook voor om trouw de taak uit te voeren die hen op de schouders is gelegd. Hun motivatie was niet de oorlog, niet het geweld, maar het gehoorzamen aan hun opdracht, hen gegeven vanuit de politiek. Hun taak was het om te proberen vrede te stichten met militaire middelen. Zij hebben deze vrede niet zelf mogen beleven, maar in hun inzet tot in de dood zijn zij solidair geweest met allen die na hen kwamen. En het is met de namen van hun geliefden op de lippen, dat zij zijn gestorven. Wij danken hen eerbiedig en gedenken hen met liefde.

En ik wil het hoofd buigen en bidden:

God, onze Heer,

Vandaag zijn wij samengekomen om onze doden te herdenken.

Elke keer opnieuw en op velerlei wijzen

breekt de dood in ons leven in.

Wij zijn hierdoor bedroefd,

maar ook geschokt en kwaad,

zeker als het om jonge mensen gaat,

met nog zoveel levensjaren voor hen.

Wij bestormen uw hemel met onze vragen,

want we voelen dat we voor het léven zijn bestemd,

elke keer als we naar het goede verlangen

en liefde vinden.

Zend ons uw Goede Geest, Heer,

Dat wij niet opgeven,

niet buigen voor het kwaad,

niet vertwijfelen in het aangezicht van de dood.

Maar solidair zijn met wie strijden

voor het leven, alle leven, waar ook ter wereld.

Amen.

(Foto's NIM: Pim Ermers, Melick)



Websize Rode Kaart‘We vechten terecht en met passie voor een respectvol arbeidsvoorwaardenakkoord’

Het zijn vroege en lange dagen voor de mannen van het Landelijk Actiecomité ‘Defensiepersoneel in actie’ (LAC DIA). Onder de met jeugdig elan omkranste leus ‘Defensiebonden komen naar je toe!’ zijn ACOM,AFMP, MARVER, FNV Overheid, KVMO, NOV, VBM en BBTV druk doende met een ‘informatiemars’ langs kazernes en andere Defensielocaties. Het doel van deze actie is de collega’s op de locatiewerkvloer te informeren over de laatste ontwikkelingen in het cao-conflict met (de demissionaire minister van) Defensie.

Vertegenwoordigers van de samenwerkende vakorganisaties in het actiecomité zijn voor dag en dauw al in touw met pamfletten, spandoeken en ander actiemateriaal, om collega’s die op de kazernes werken te ‘mobiliseren’ voor de informatiebijeenkomst later op de ochtend.

Webversie Alphons de Lange flyert KromhoutkazerneActiebereidheid peilen
Zo ook op de frisse ochtend van 29 augustus voor de poorten van de uitgestrekte Kromhoutkazerne te Utrecht die gekozen is als aftraplocatie van de informatiemars.
Namens de ACOM is Alphons de Lange, al jaren (bestuurlijk) actief in en voor de bond, betrokken bij het actiecomité. Als “vertegenwoordiger van de vakcentrale CCOOP” voert hij in het comité ook de kleuren van vakbond CNV Connectief (voorheen CNV Publieke Zaak) die ook Defensieleden organiseert.

“Samen met de collega’s van de andere drie centrales stem ik binnen het actiecomité de landelijke acties af, tref de voorbereidingen hiervoor etc., die door alle voorzitters gedragen worden”, licht De Lange zijn positie in het LAC toe.

Deze ochtend staat hij al om half zeven schouder aan schouder met collega Louis Schipper van de VBM de in- en uitgangen van de ‘paarse’ Defensielocatie in de gaten te houden. Riant voorzien van flyers en banners ontkomt geen kazernemedewerker aan hun ruimhartige toedeling. Ook niet de enkele collega’s die onverstoord ijzerenheinig proberen door te lopen of rijden. Breed glimlachend krijgen ze een flyer toegestopt. Geen wanklank in de vorm van protest of afwijzing te horen. “Geenszins! Over het algemeen zijn de reacties heel positief”, benadrukt De Lange. Volgens hem is het doel van de bijeenkomst die later in de Waterliniezaal begint “niet alleen het delen van de laatste stand van zaken met de mensen maar met name ook om hun bereidheid te peilen om mee te doen aan de komende acties.”

‘Angst en beduchtheid’
Tijdens de bijeenkomst in de Waterliniezaal, intussen door het actiecomité opgesierd en in gereedheid gebracht, is het voetlicht voor de voorzitters, in dit geval Marc de Natris van KVMO en zijn collega Jean Debie van de VBM.

De KVMO-voorzitter haalt in herinnering de bijeenkomst van 25 april jl., eveneens informatief van karakter, en stelt, een weinig gelaten, vast dat er toen sprake was van een massale opkomst maar dat nu slechts een kleine 60 collega’s voor deze gelegenheid de weg naar de Waterliniezaal hebben gekozen.Webversie Alphons Kromhoutkazerne staanplaatsen Waterliniezaal

Na afloop van de vergadering kan in de wandelgangen de reden achter de wat mindere opkomst worden opgetekend. Angst en beduchtheid zouden de werkvloer in hun greep houden. Men zou er niet openlijk voor durven uitkomen naar een vakbondsbijeenkomst te (willen) gaan. Temeer niet omdat de leiding zo niet afwijzend of zelfs vijandig daarop reageert dan wel op geen enkele manier dit soort acties bewilligt of aanmoedigt.

“De mensen zijn echt bang om hier te zijn”, noteert de ACOM Journaal-ist. “Ze missen het commitment bij de leiding. De commandant die duidelijk te kennen geeft dat hij/zij vindt dat de mensen bij zo’n bijeenkomst aanwezig moeten zijn. Als je laat merken dat je actiebereid bent krijg je scheve ogen en word je in de gaten gehouden. Het kan consequenties hebben voor je loopbaan. Heel veel mensen zijn daar bang voor. Dat is toch het overheersende gevoel. Je merkt het op de werkvloer als er iets gebeurt. Men durft daar niet gauw iets van te zeggen. Die assertiviteit is er niet. Vooral anoniem blijven en meehobbelen met de grote massa.”

Lees meer...

Minister van Defensie Jeanine Hennis sluit niet uit dat ze een bemiddelaar te hulp roept om het vastgelopen cao-overleg met de bonden weer op gang te brengen. Met name de Kamerleden Selima Belhaj (D66), Isabelle Diks (GroenLinks) en Sadet Karabulut (SP) pleitten daar indringend voor in het Algemeen Overleg (AO) Personeel van de Vaste commissie voor Defensie op 28 juni jl.

Websize Hennis spreekt reservisten beroeps toeDe minister klonk nogal zuinigjes en afgemeten, - het is dan ook de vraag of die bemiddelaar er überhaupt komt. Bovendien zouden ook de bonden akkoord moeten gaan met de interventie van zo’n tussenpersoon. Een ‘makelaar’ die zou moeten beschikken over een ruim inlevingsvermogen om beide partijen recht te kunnen doen.

Keurige compensatieregeling AOW-gat
CDA-Kamerlid Raymond Knops vroeg bovendien om een deltaplan om de uitstroom van (specialistisch) personeel uit de organisatie te keren. De demissionaire minister hield in dit geval haar kruit droog. Maar ze gaf geen krimp toen eerder genoemde Kamerleden, versterkt door hun PVV-collega Gabriëlle Popken, keer op keer hamerden op een 100% compensatie van de financiële sores als gevolg van het AOW-gat.

Hennis noemde de lopende regeling “keurig” en hield daarbij de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep hierover als een enorm Romeins scutum-schild voor zich. Nee, wat de minister betreft, is dit dossier definitief gesloten en gearchiveerd.
Jawel, 100% klinkt heel mooi, gaf de minister toe, maar ze beschikt niet over een grote zak met geld en haar collega van Financiën evenmin. Het verschil in kosten tussen 90% en 100% compenseren is volgens haar “fors”: 120 miljoen extra tegenover 340 miljoen erbij.
De minister had nog een domper op zak voor de Kamerleden die andermaal een mogelijke oplossing zagen in bezwaar aantekenen tegen de ‘RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding)-boete’. Dat zou Defensie jaarlijks € 175 miljoen schelen. Maar de minister zag daar niets in.

Bladerdeeg-excuus
‘Bewegen’, leek op een gegeven moment het sleutelwoord in het ‘Algemeen Overleg (AO) Personeel’ van de Vaste commissie voor Defensie. En dan bedoelde men niet bewegen om fit, en gezond van lijf, leden en geest te blijven. Nee, het betrof in dit geval een dringend appel aan de minister van Defensie en de bonden van Defensiepersoneel om (naar elkaar toe) te bewegen op het distelveld van de cao-onderhandelingen. In dit verband werd ook, met name door D66 en SP, met grote nadruk gepleit voor het inbrengen van de overredingskracht van een mediator. Bedoeld werd een krachtige bemiddelaar, om het vastgelopen overleg tussen bonden en werkgever, weer vlot te trekken.

‘Slim’, het eigentijdse modewoord, - dat wil zeggen in de betekenis die daar in het modieuze gebruik aan wordt ‘opgehangen’, kwam tot vervelens toe voorbij. Defensie moet meer ‘slim’ samenwerken, ‘slimmer’ met geldstromen c.q. de allocatie daarvan omgaan. Kortom, de organisatie moet ‘slimmer’ worden. Tja, de vraag rijst dan ook of ze op het ministerie de afgelopen decennia zo ‘on-slim’ geweest?

‘Een euro kun je maar één keer uitgeven’. Met name minister Hennis-Plasschaert leek deze uitspraak in de mond bestorven. Een ‘bladerdeeg-excuus’ dat, tegen beter weten in, als ongemakkelijk vijgenblaadje werd gehanteerd om gemaakte keuzes te rechtvaardigen. Ja, wat u zegt, een procentueel hogere loonsverhoging voor het personeel is helaas niet mogelijk, want je kunt een euro nu eenmaal maar één keer uitgeven.

Het overleg werd, van de kant van de Kamerleden, afgetrapt door het pas aangetreden PVV-Kamerlid Gabriëlle Popken. Ze wilde onder meer dat de AOW-gat-problematiek voor de volle honderd procent door Defensie wordt opgelost. “Dat wil zeggen niet voor 90 maar voor 100% compenseren”, sprak de PVV-er monter. En passant pleitte ze er ook voor de AOW-leeftijd terug te brengen naar 65 jaar.

Lees meer...

‘Een laagdrempelige manier om het over de echte dingen van het leven te hebben’

Websize Elvis Swivel HipsVeertig jaar na zijn dood is Elvis Presley nog altijd een (grote) inspiratiebron voor velen. En het zijn niet alleen de (diehard) fans die geïnspireerd raakten en raken door het leven, - from rags to riches, langs pieken en dalen - , en de muziek van ‘Big El’.

Het rijke oeuvre van Presley, hardcore rock, gospels-spirituals en pop(ballads), leent zich, in combinatie met het leven van ‘The Man from Memphis’, uitstekend voor bezinningsactiviteiten. Van de rauwe gitaarrock hit ‘One Night’ via de lieflijke lovesong ‘Ku’uipo’ naar het smartelijke levenslied ‘Don’t Cry Daddy’. En vanzelfsprekend ook de vele gospels en spirituals als ‘Precious Lord Take My Hand’, ‘Peace In The Valley’ e.a. die op het repertoire van The King staan.

True believer
Steeds meer zielzorgers putten voor hun inspiratie in toenemende mate uit de indrukwekkende erfenis die de (voormalige) rocker qua muziekstijlen en genres naliet.
Misschien wel de meest bekende, in ieder geval in de krijgsmacht en onder zijn peers en gemeenteleden, is krijgsmachtpredikant F.R. (Fred) Omvlee, “dominee te land, ter zee en op internet”. De geestelijk verzorger mag een ‘true believer’ genoemd worden. Natuurlijk, in de eerste plaats, een ware gelovige in de Heer, maar ‘gelovig’ ook in Elvis Aaron Presley. “Ik geloof in God en hou van Elvis”, vertrouwt de predikant ons toe op MijnKerk.nl, “een pioniersplek van de Protestantse Kerk.”[1]

Voor Omvlee is de muziek van Presley “zowel vrolijk en swingend, als ingetogen en verdrietig, een belangrijke factor (-) om tot rust en tot mezelf te komen”. Het leven van de in 1977 overleden rock(abilly)-ster ziet hij vaak als “een betere metafoor dan het leven van Jezus”. (-) “Elvis is voor zijn liefhebbers wereldwijd een bron van spiritualiteit - lees: christelijk geloof”, constateert de vlootpredikant. Een overtuiging die hij kortelings nog in een ‘overweging’ deelde met kerkgangers in de Oude Kerk in Spaarndam.

Van Abba naar Elvis
Vanwaar die fascinatie van een dominee en vlootpredikant met een (in ieder geval in zijn beginperiode) als “controversieel” beschouwde artiest, die, luidens een brief van bezorgde burgers aan FBI-baas John Edgar Hoover, met zijn muziek en stageperformance een regelrecht gevaar vormde voor “de veiligheid van de Verenigde Staten”. Een dominee die voor de (stichtelijke) muziek zijn inspiratie eerder haalt uit het ‘Elvis Songbook’ dan uit bijvoorbeeld de Zangbundel van Johannes de Heer?

Als elfjarig jongetje qua muzikale voorkeur in Abba-sferen werd Fred Omvlee in 1977 toen Elvis stierf als het ware overnacht fan. “Ik hoorde toen voor het eerst nummers als ‘Don’t Be Cruel’, ‘Blue Suede Shoes’ en meer en ik dacht ‘Wow, dit is andere koek, dit is The Real Thing’. Vanaf dat moment is het Elvis wat de klok slaat hoewel ik een brede muzieksmaak heb, maar Elvis komt steeds weer terug.”

Als student theologie ontdekte de aankomende dominee dat (wildvreemde) mensen hem zonder al te veel schroom hun hele levensverhaal vertelden. “Dat is voor mij ook de rode raad in mijn pastorale werk, - toen en nu. Het gaat in de kerk niet direct en altijd om Jezus en dogma’s maar het gaat ook en meestal om levensverhalen. Ik vind niets mooiers dan als mensen de veiligheid voelen om hun levensverhaal te delen en al helemaal in een groep. Dank zij, in dit geval Elvis, lukt dat.”Websize Moment van bezinning luisterend naar Elvis in Dankeskirche

Bad Nauheim en Friedberg
Sinds een jaar of zes tijd belegt de vlootpredikant ‘Elvis themaconferenties’ op Beukbergen het vormingscentrum in Huis ter Heide, uis teHvan de Dienst Geestelijke Verzorging bij Defensie. Het leven en de muziek van de flamboyante artiest dienen daarbij als “model en klankbord”, - waaraan de deelnemers zich kunnen spiegelen. Kerngegeven daarbij is de levensloop van Elvis en die van de deelnemers daartegen afgezet.

Tijdens een van die bezinnings- en reflectiebijeenkomsten ontstond het idee voor een groepsreis naar het Elvis ‘bedevaartsoord’ Bad Nauheim in Duitsland. Presley droeg van 1958 tot 1960 de wapenrok. In het laatste jaar van zijn diensttijd was de wereldberoemde G.I. gelegerd in West-Duitsland. Daar woonde hij met zijn entourage onder meer in Bad Nauheim, een (voorheen) mondain kuuroord in Hessen. Het voormalige woonhuis van de (ex-)rocker, in de Goethestraße op nummer 14, is inmiddels een ware toeristische trekpleister en bedevaartsoord geworden. - Naar verluidt tot groot chagrijn van de huidige bewoner die vermoedelijk geen affiniteit heeft met de legendarische entertainer uit Memphis.

Lees meer...

Websize Invictus teamDertig (oud-)militairen met een lichamelijke en/of geestelijke beperking zijn geselecteerd om in september Nederland te gaan vertegenwoordigen op de Invictus Games in Toronto, Canada. Onder leiding van trainers en begeleiders wordt intussen een paar keer in de maand enthousiast gewerkt om de selectie tot een hecht team te kneden.


Majoor Pieter van der Peet is ook dit jaar de gedreven chef d’équipe die ‘Team Nederland’ met de overige coaches en trainers naar mooie prestaties wil stuwen. Van der Peet is commandant van de regio Zuid van de Lichamelijke Oefening & Sportorganisatie (LO & Sport) bij de Koninklijke Landmacht.

Selectie lastig karwei
In 2014 werd hij gevraagd als chef d’équipe van de Defensie-afvaardiging naar de eerste editie van de Invictus Games die in Londen werd gehouden. Dat deed hij met veel genoegen, vertelde hij vorig jaar aan ACOM Journaal.
Pieter van der Peet vindt namelijk met name sporters met een beperking “heel mooie mensen om mee te werken”. (Ex-)medewerkers van Defensie voor wie de organisatie bovendien een belangrijke nazorgtaak heeft. Niet in de laatste plaats om ze gereed (en weer weerbaar) te maken om zo optimaal mogelijk weer mee te kunnen meekomen in de maatschappij.

Lees meer...