Contact met uw bond
033-4953020


Eindbod Defensie is schoffering bonden en personeelWebsize Rode Kaart

Gezien de complexiteit en grootte van alle aan dit onderwerp gerelateerde stukken verwijzen wij u op voorhand op het dossier “Arbeidsvoorwaarden 2014-2017” op de website van de ACOM (onder de pull down sectoroverleg).

Zoals u vermoedelijk weet is na het opschorten van het overleg tussen Defensie en de bonden van Defensiepersoneel op 26 januari jl., door de minister tijdens een verkiezingsbijeenkomst uitgesproken dat de bonden een uitnodiging zouden krijgen voor een vergadering van het Sectoroverleg Defensie (SOD) waar een verbeterd voorstel zou worden gedaan.

Vreemd en ongebruikelijk om dat via de pers of via de daar aanwezigen te moeten vernemen, maar er volgde wel daadwerkelijk een uitnodiging. Aangezien door de gezamenlijke bonden duidelijk was aangegeven waar de ondergrenzen en wensen lagen, hadden wij nog een klein beetje hoop dat Defensie hieraan tegemoet zou komen.

Unieke SOD-vergadering
Deze vergadering van het SOD werd gehouden op 27 maart. Een unieke vergadering, zowel qua proces als qua inhoud. In die vergadering werd een toelichting voorgelezen namens de minister betreffende een stuk dat de bonden in het geheel nog niet kenden. Normaliter is er een staande afspraak dat stukken voor een vergadering 10 werkdagen voor een vergadering worden aangeboden. In dit geval kregen we de stukken NA het schorsen van de vergadering aangeboden in een gesloten enveloppe!

Na deze toelichting bleek dat Defensie niet alleen veranderingen had aangebracht in de drie grote onderwerpen waarvoor de ondergrenzen waren bepaald, maar dat er ook op andere onderwerpen, waarvan we eerder hadden vastgesteld dat we het daar op hoofdlijnen over eens waren, wijzigingen had aangebracht.

In de toelichting werd immers aangegeven dat de pensioenregeling van de militairen zou moeten worden aangepast in “een aangepast tijdpad”. Eerder was de visie van zowel Defensie als de bonden dat het pensioenstelsel en het loongebouw tegelijkertijd zouden moeten worden aangepast. Er is immers een grote samenhang tussen deze twee dossiers. Het één heeft invloed op het ander, het gaat immers om het huidige én het toekomstige inkomen. Defensie voegde hier echter in de toelichting een extra dimensie aan toe:

over een pensioenregeling wordt in samenhang met het loongebouw besloten. Deze samenhang houdt in de aanpassingen van het pensioenstelsel en loongebouw tezamen budgettair neutraal zullen plaatsvinden. Dus dat deze tezamen niet leiden tot een hogere uitgaven.”

Hoewel daar geen woord Chinees in staat, maken we dat toch graag nog wat duidelijker: als blijkt dat het pensioenstelsel leidt tot meerkosten voor Defensie zal dat in één van deze twee stelsel moeten worden gecompenseerd. Alle kosten zijn dus per definitie voor de werknemers. Dat kan door lonen te verlagen of door de pensioenen (nog meer) te versoberen! 

Websize Kroniek Infobijeenkomst SCODef DoornVreemd gang van zaken
Defensie liet blijken ook haast te willen maken en stelde ons voor de vergadering te schorsen en de enveloppen uit te reiken, waarna de bonden de stukken (die we dus nog steeds niet hadden gezien) een paar dagen konden gaan bestuderen om dan weer bijeen te komen om aan te geven of ze dit onbekende stuk om wilden zetten in een eindbod. Of als ze dat niet wilden doen het dan wel voor wilden leggen aan hun achterban. Op zich ook weer heel vreemd aangezien we het stuk niet kenden en dus ook niet wisten hoeveel tijd wij daarvoor nodig zouden hebben. Ook gaf Defensie aan dat het voorstel dan openbaar gemaakt zou worden. Dat is nog vreemder, eigenlijk zelfs belachelijk, want dat bepaalt Defensie niet alleen. Alle stukken zijn, zoals al vaker aangegeven, vertrouwelijk totdat de sociale partners gezamenlijk aangeven dat dit (voor bepaalde stukken) niet meer het geval is.

Voor een nadere duiding kunt u de stukken inzien op de website, www.acom.nl, in het dossier ‘Arbeidsvoorwaarden 2014-2017’.

Appreciatie bonden
Uiteindelijk werd het hervatten van de geschorste vergadering van het SOD gepland voor 18 april en de gezamenlijke bonden hebben op dat moment, in lijn met de keuze van Defensie, een gezamenlijke appreciatie uitgesproken. In deze appreciatie werd duidelijk gemaakt dat:

  • er op de drie hoofdpunten onvoldoende gedaan was om te komen tot de aangegeven ondergrenzen terwijl ook al bekend was dat alleen ‘voldoen’ aan die grenzen onvoldoende zou zijn;
  • er nog steeds niet wordt voldaan aan een belangrijke afspraak uit het eerste deelakkoord (doorgroeien employability-aanspraak over de gehele carrière en vrije keuze bij besteding);
  • het loonbod onvoldoende was en er toe zou leiden dat vele militairen nog steeds (netto) minder op het loonstrookje zouden aantreffen dan in december 2016 en nagenoeg iedereen er in koopkracht op achteruit zou gaan;
  • er onvoldoende bewogen is op het gebied van de overgangsmaatregelen. In het voorstel gaat het ophogen te hard en is het aantal geboortejaren waarvoor de stap naar AOW-5 verzacht wordt te beperkt;
  • de voorgestelde ophoging en zeer beperkte nieuwe overgangsmaatregelen de organisatie verder zouden verstoppen en het perspectief (doorstroom en/of bevordering) daardoor ernstig beperkt zou worden;
  • er op de niet specifiek genoemde punten, in tegenstelling tot hetgeen Defensie aangaf, ook geen overeenstemming bereikt was of is. Het is immers een eenzijdig eindbod van Defensie;
  • de eenzijdig voorgestelde aanpassingen in de tekst over pensioenstelsel en loongebouw voor de bonden onacceptabel zijn, en daarbij dan vooral op de volgende punten:
    • nu al een keuze maken voor een middelloonstelsel;
    • het pensioenstelsel en loongebouw aanpassen en implementeren per 1 januari 2018 niet haalbaar en zelfs irreëel is;
    • de door Defensie geëiste budgetneutraliteit tussen deze twee dossiers: Dat dit ten koste gaat van (huidig of toekomstig) inkomen van de medewerkers is helder, maar in welke mate is nog niet eens bekend.
  • er ook nog andere (kleine maar zeer negatief uitvallende) wijzigingen in de tekst waren “geslopen”;
  • er in de toelichting niets over gezegd was maar in de beruchte enveloppe ook in niet mis te verstane woorden een aanpassing van de regeling ‘Huisvesting en Voeding’ werd aangegeven die geaccepteerd zou moeten worden en waar weer een extra deel van de financiering vandaan zou moeten komen.

Dreigende woorden voorzitter
Na deze appreciatie schorste de voorzitter de vergadering voor enkele uren en gaf na die schorsing aan “hoe goed het bod was” en dat daar “perspectief mee geboden werd”. Op een nogal vreemde wijze werd de druk opgevoerd door nogal dreigend aan te geven dat “als de bonden dit niet zouden accepteren er waarschijnlijk helemaal niets meer zou gebeuren in 2017” en dat de bonden “zich dienden te vergewissen van de risico’s”.
Hierop is de voorzitter er ook even subtiel op gewezen dat Defensie dient te beseffen dat het willens en wetens een voorstel heeft gedaan waarmee niet in de verste verte voldaan werd aan de gestelde ondergrenzen. Sterker nog, dat daar een zeer negatieve pensioenparagraaf aan was toegevoegd.


De voorzitter maakte duidelijk dat er, naar aanleiding van de appreciatie van de gezamenlijke bonden, slechts op twee punten een kleine tekstuele wijziging was aangebracht en dat Defensie niet bereid was meer aan te passen. Ondanks alle moete die er gestoken was in een gezamenlijke appreciatie werd er in deze vergadering dus (wederom) niet “open en reëel overlegd” en werd het voorstel, met de kleine tekstuele wijzigingen, omgezet als eindbod! Bovendien werd, gezien de toon van de zijde van Defensie, de druk dusdanig opgevoerd dat het tegendeel duidelijk werd. Een eenzijdig opgelegd eindbod dat de bonden maar moesten slikken, en ander werd het stikken. In plaats van open en reëel overleg ging dit meer in de richting van chantage.Websize Kroniek Mariniers Politie training CARIB

Zwaarwegende negatieve punten
Op de andere gestelde vraag, wat doen de bonden nu met dit eindbod, wordt het een onderhandelaarsresultaat, gaan de bonden het voorleggen aan de achterban of iets anders, was eigenlijk al vrij snel duidelijk geworden dat de eerste optie afviel. Er werd immers niet voldaan aan de gestelde ondergrenzen en er was zelfs een aantal andere, zeer zwaarwegende, negatieve punten aan toegevoegd. De bonden hebben in die vergadering dan ook aangegeven het stuk voor te gaan leggen aan de achterban, om op die wijze een oordeel te vellen. En dat zo spoedig als mogelijk aan Defensie mede te delen. De vaak door Defensie gestelde termijn van 6 weken is daarbij wel besproken maar niet overeengekomen!

Op dat moment restte nog de opmerking van de zijde van Defensie dat men het eindbod openbaar wenste te maken. Uiteindelijk hebben de bonden daarmee ingestemd omdat op die wijze de belanghebbenden de integrale tekst konden lezen en een oordeel konden vellen over het gehele stuk. Dan heeft men immers beeld bij de wijze waarop een en ander beschreven staat en kan men het beoordelen op de samenhang.

Het eindbod openbaar, en toen?
Vrijdag 21 april om twaalf uur hebben zowel Defensie als de ACOM (en zusterbonden) het eindbod gepubliceerd en daar een eerste toelichting bij gegeven. De bonden zijn vrijwel direct daarna het land in gegaan om gezamenlijk het eindbod nader te duiden en toe te lichten. Al op de eerste dag kwamen zo’n 1000 belanghebbenden naar de eerste drie sessies. Inmiddels hebben al vele duizenden de informatiebijeenkomsten bijgewoond.

Deze bijeenkomsten gaan echter vooral over de inhoud, en zoals al eerder aangegeven zijn de bonden ook zeer ontstemd over het proces. Om die reden is er door de gezamenlijke bonden verzocht om een nieuwe vergadering van het SOD uit te schrijven om te bezien of (en hoe) dit punt kan worden voorgelegd aan de Advies en Arbitragecommissie (AAC). Er is immers meerdere malen door de bonden aangegeven dat er sprake zou zijn van “achteruit onderhandelen” of het niet nakomen van eerder gemaakte afspraken of gedane toezeggingen. Ook in de vergadering van het SOD op 18 april jl. was er overduidelijk geen sprake van open en reëel overleg.

Hoe gaat de ACOM nu verder met dit eindbod?
In de vergadering van het Bondsbestuur van de ACOM op 1 mei 2017 is besloten dat er in het ACOM Journaal een duiding zou komen over het eindbod en dat de onderhandelaar van de ACOM de regio’s zal gaan bezoeken om het uit te leggen en het oordeel en de mening van de daar aanwezige leden te vragen. Dit voorleggen aan de leden zal geschieden met een negatief advies. Vervolgens zal in de volgende vergadering van het Bondsbestuur het uiteindelijk standpunt bepaald worden.

Nadere duiding aangaande het eindbod van Defensie


- Looptijd

De ACOM heeft geen problemen met de in het eindbod vermelde looptijd tot het einde van dit jaar, maar heeft er wel moeite mee dat er niets is gedaan met de periode vóór 1 januari 2017. Er was immers voor het laatst een akkoord in 2013 en alleen al het feit dat er nog steeds geen resultaat ligt en er al die jaren een grote (reorganisatie)druk is geweest zou al een goede reden zijn om de periode hiervoor erbij te betrekken. Een eenmalige uitkering of een grotere terugwerkende kracht was dan ook op zijn plaats geweest. Daarnaast heeft de ACOM meermaals aangegeven te willen kijken of het meenemen van (een deel van) 2018 meer loonruimte zou kunnen opleveren.

-          Loonontwikkeling

Defensie biedt middels dit bod een loonontwikkeling van 2% per 1 januari 2017. Dat is klip en klaar. Dit is onvoldoende om tegemoet te komen aan de eerder door de bonden gestelde ondergrenzen, laat staan aan de echte wensen van de bonden en het personeel. Voor het overgrote deel van de militairen is dit onvoldoende om ervoor te zorgen dat er sprake is van een hoger nettoloon dan in december 2016. Voor het overige militaire personeel en het burgerpersoneel zou dit een kleine netto-vooruitgang opleveren. Als we dan ook nog rekening houden met de stijgende inflatie gaat vrijwel niemand er in koopkracht op vooruit!

Websize Euro coins and banknotesDaarnaast blijkt duidelijk uit de tekst dat deze ruimte gevonden wordt door “sectorspecifieke pakketkeuzes en allocatie van middelen”. Kleine woorden maar een duidelijk verhaal. De toch al te beperkte loonruimte wordt gevonden door verschuivingen. Een voorbeeld hiervan troffen de bonden aan in de beruchte enveloppe, daar werd in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt dat de bonden óók moesten instemmen met wijzigingen op het gebied van huisvesting en voeding, en ook daar wordt het personeel niet beter van!

-          Flexibel personeelssysteem

In deze paragraaf zijn een aantal positieve eerste stappen te herkennen, laat daar geen misverstand over bestaan. Over dit dossier is gedurende alle verkenningen en onderhandelingen dan ook uitvoerig gesproken. Dat laat echter onverlet dat er een aantal negatieve elementen in zitten en elementen die minder positief zijn dan eerder bedoeld of zelfs eerder overeengekomen. Een aantal elementen lijkt echter ook positiever dan ze beschreven staan. Vaak komt dat door verwachtingen maar ook de wijze waarop een en ander wordt uitgelegd speelt daarbij een rol. Een aantal van deze punten zullen we hier onder duiden, maar dat betekent uiteraard niet dat de andere punten niet van belang zijn:

  • Militairen die een burgerfunctie ambiëren krijgen een voorkeurspositie t.o.v. externe kandidaten. Dit biedt alleen maar voordelen voor personeel én organisatie;
  • Employability-gesprekken worden niet meer door het OPCO gehouden. Dit zal er voor moeten gaan zorgen dat een ieder (ongeacht kleur pak) dezelfde kansen krijgt;
  • De looptijden in rang worden (deels) verlengd en uitgebreid (luitenantsrang). Op zich geen wenselijke ontwikkeling. Men zou toch eerder moeten kunnen vaststellen of men geschikt is om door te gaan naar FPS3;
  • Er zou een beperking komen om maximale looptijden in verschillende rangen te “stapelen”. Dit zien wij als een goede ontwikkeling omdat het nooit de bedoeling is geweest dat men tot ruim boven de veertig in dienst zou kunnen blijven en er dan alsnog verplicht uit te moeten gaan middels een negatief doorstroombesluit;
  • Het doorstroombesluit wordt in dit voorstel op een eerder moment gegeven (van 2 of 3 jaar voor de maximale verblijfsduur naar respectievelijk 3 of 5 jaar). Dit is een insteek waar wij van begin af aan positief tegenover hebben gestaan. Ook een negatieve duidelijkheid kan een vorm van rust geven en deze verlengde duur geeft voldoende tijd en ruimte om eigen afwegingen te maken, een studie of opleiding te volgen maar ook om tijdig te solliciteren naar een andere baan;
  • Bij doorstroom naar FPS3 krijgen betrokken militairen daadwerkelijk een bevordering naar een rang die behoort bij fase drie. Hierover is de ACOM positief, eindelijk een vorm van “up or out”. Wordt voor Defensie nog een uitdaging om zeker te stellen dat men de mensen ook alleen maar door laat stromen als er daadwerkelijk plek is in de bovenbouw. Groot probleem is echter dat de doorstroommogelijkheden naar FPS3 nog meer beperkt worden dan heden doordat de UGM-leeftijd omhoog gaat. De kans op doorstroom is in dit voorstel dan ook nog kleiner dan momenteel.
  • Ook voor de mensen die al in FPS3 zitten met een rang lager dan sergeant-majoor wordt geconcludeerd dat e.e.a. nogal frustrerend wordt. Daarom staat in dit voorstel dat voor deze mensen een extra inspanning zal worden verricht om te pogen betrokkenen alsnog éénmaal te bevorderen. Lukt dit niet dan krijgt men wel de financiële consequenties. Op zich is de ACOM hier positief over, maar het blijft triest dat dit nodig is;
  • De employabilityaanspraak begint na de initiële opleiding te groeien met € 1500 per jaar. Dit klinkt prima maar de regeling gaat, waar eerder gewoon sprake was van 1 januari, pas in per 1 juli 2017 en bouwt jaarlijks op na ommekomst van een jaar. De aanspraak is dus pas op 1 juli 2018 € 1500. Als men het dan “meeneemt” om een stap naar een tweede carrière makkelijker te maken is het ook nog bruto. Bij studie is het echter (na 1 juli 2018) het dubbele waard. Dit is dus vooral voor de mensen die nog in dienst moeten komen interessant, het is echt bedoeld voor de toekomst. Ook is het mooi dat het een persoonlijke aanspraak is, maar als iedereen die ervoor in aanmerking komt het geld daadwerkelijk in de laatste jaren in dienst wil gaan consumeren in de vorm van opleidingen wordt niet aangegeven hoe men dit gaat faciliteren met de huidige (onder)bezetting!
  • De groei van de employabilityaanspraak stopt op het moment dat men 16 jaar in dienst is. De aanspraak kan gebruikt worden voor opleidingen, scholing en certificering tot 10 jaar na het moment dat men de maximale looptijd in rang bereikt zou hebben. Na een negatief doorstroombesluit kan men het (bruto) inzetten om een stap naar een tweede carrière te vereenvoudigen. In het eerste deelakkoord stond hierover het volgende: “Militairen bouwen, afgestemd . De militair bouwt op deze manier een aanspraak op die groeit over de jaren en door hem naar eigen keuze kan worden

Websize Kroniek 43 MechBrigDe ACOM is van mening dat door dit eindbod geweld wordt gedaan aan eerder gemaakte afspraken. Naar onze mening kan dit alleen maar als betrokken partijen het daar over eens zijn, en daar is bij dit eindbod geen sprake van;

  • Voor de ACOM was het van groot belang dat de aanspraak ook door zou groeien in FPS3 en men het ook gedurende deze fase mee zou kunnen nemen om een tweede carrière te vereenvoudigen. Dat zou immers kunnen gaan fungeren als een soort ventiel en er in de toekomst voor zorgen dat er perspectief blijft op carrière en of doorstroom. Ook zou (een deel van) deze aanspraak gedurende (een deel van) de FPS3 periode gebruikt moeten kunnen worden voor scholing, opleiding en/of certificering;


Overigens bestaan er ook grote zorgen over de mogelijkheden om deze aanspraak ook daadwerkelijk te kunnen consumeren. Men heeft immers, binnen de gestelde mogelijkheden het recht om opleidingen te volgen en dergelijke. Hoe men dat echter denkt te kunnen faciliteren met de huidige ondervulling van Defensie blijkt nergens uit.



    

             Nieuwe diensteinderegeling

Deze tekst borduurt voort op een belangrijk element uit het eerste deelakkoord. De leeftijd waarop het Functioneel Leeftijd Ontslag ingaat wordt gekoppeld aan de AOW-leeftijd. Het uitgangspunt daarvoor wordt AOW-5 jaar. Om misverstanden te voorkomen, dat is dus niet gelijk aan 62 jaar, de AOW-leeftijd wordt pas vijf jaar van tevoren officieel vastgesteld en dan weet men ook pas wat AOW-5 jaar is. Daarbij wordt dan de mogelijkheid om in te verdienen uitgebreid, alle momenten waarop gedurende minimaal 7 dagen de beschermende werking van de Arbeidstijdenwet is opgeschort zouden in dit voorstel meetellen en voor 50% zorgen voor inverdientijd. Dit zou in moeten gaan per 1 januari 2017 en heeft verder geen terugwerkende kracht. De oude inverdientijd blijft bestaan.

Iedereen die valt onder de huidige overgangsregeling zoals bedoeld in artikel 39a van het AMAR heeft er echt op om terug te gaan naar de oude regeling (met de daarbij behorende voor- en nadelen). Voor mensen die dit doen maar er meer dan 4 jaar bij zouden krijgen staat in dit voorstel een aangepaste regeling. Degenen die hier gebruik van maken doen dat uiteraard onder de bijbehorende rechten en plichten.

De ACOM was van mening dat dit niet rechtvaardig zou zijn voor de mensen die (net) na voornoemde overgangsregelingen geboren waren. Men had dan immers wel de volledige verhoging terwijl men doorgaans “te oud” was om nog veel voordeel te kunnen halen uit de uitgebreide inverdienregeling.

Ook de in het eindbod genoemde uitbreiding biedt daarvoor onvoldoende soelaas. Men valt al buiten de geboden overgangsregeling (grootste groep) als men geboren is in 1968. In dit jaar 49 (ge)worden houdt simpelweg in dat men niet al teveel kan gaan profiteren van de verruimde inverdienregeling, maar wel dat men op AOW-5 jaar moet gaan starten. Ook voor de groepen die wel binnen de geboden verruiming valt loopt de UGM-leeftijd veel te hard op.

Tot slot is in dit deel van het eindbod ook door Defensie aangegeven dat er door militairen na AOW-5 jaar langer kan worden doorgewerkt. Indien men hiervoor kiest zal dit wel geschieden op “specifieke tijdelijke functieplaatsen die vallen buiten de organieke Defensie formatie”. Dit zou kunnen/moeten impliceren dat er hierdoor op geen enkele wijze sprake van verdringing kan zijn. Hoe men dit denkt te gaan formaliseren staat er helaas niet bij.

-        Websize ABP  Pensioenregeling voor militairen

Wellicht het meest schokkende stuk in de laatste (tussentijds geschorste) vergadering van het SOD was de aangepaste tekst rondom de pensioenregeling voor militairen. De tekst is over een aantal uitgangspunten duidelijk en die zullen we hieronder nader duiden;

  • Er wordt in het voorstel geëist dat er wordt overgegaan naar een (min of meer specifieke) middelloonregeling voor militairen; Deze keuze is op dit moment helemaal niet relevant. De discussie over het toekomstige pensioenstelsel dient nog volledig te worden gevoerd waarbij alle voor- en nadelen de revue dienen te passeren;
  • Uiterlijk 1 oktober 2017 zou er overeenstemming moeten zijn bereikt (over de exacte keuzes binnen deze regeling), zodat deze (volstrekt nog niet bediscussieerde) regeling per 1 januari 2018 zou kunnen ingaan. Deze omvorming (die volledig in samenhang met het loongebouw dient te geschieden) is zowel inhoudelijk als procesmatig van dusdanig ingrijpende aard dat dit volstrekt onmogelijk en irreëel is. Als er al een akkoord zou komen heeft dat nog tijd nodig. Ook Defensie heeft al meerder malen aangegeven dat dit “wellicht niet haalbaar is”, maar verwacht blijkbaar wel van de bonden dat ze daarmee in zouden stemmen;
  • In de vergadering van het SOD heeft Defensie het volgende aangegeven over de samenhang tussen de beide stelsel bij het aanpassen: “Deze samenhang houdt in dat de aanpassingen van het pensioenstelsel en loongebouw tezamen budgettair neutraal zullen plaatsvinden. Dus dat deze tezamen niet leiden tot een hogere uitgaven.“.

Ook dit is voor de ACOM volstrekt onacceptabel. De uitkomsten van de discussie staan nog niet vast maar als er meerkosten zijn bij het aanpassen van het pensioenstelsel en/of het loongebouw komt de rekening per definitie bij het personeel te liggen. En let wel: De werkgever betaalt 70% van de pensioenpremie en de werknemers 30%. Ook de stijging van de werkgever zal dan dus, linksom of rechtsom, door het personeel moeten worden betaald.

Geen misverstand: Ook de ACOM is van mening is dat het huidige pensioenstelsel voor militairen aangepast dient te worden en dat dit in samenhang met het loongebouw dient te geschieden. Het kostenaspect zal echter deel uit moeten maken van de gehele discussie. Een keuze vastleggen zonder dat de discussie gevoerd is en alle argumenten gewisseld zijn is dan ook niet reëel. We dienen als sociale partners de noodzakelijke tijd te nemen om hier goede en uitlegbare keuzes in te maken. Het is immers een complexe materie en een dossier dat voor de betrokken leden invloed heeft op het inkomen gedurende vele decennia. Dat kan op het huidige loon zijn, maar ook zeker op het toekomstige pensioen.

De effecten van een ander pensioenstelsel zal voor vele groepen van militairen anders uitpakken. Een ander stelsel zal mogelijk een andere franchise kennen (eerste deel van het inkomen waar men geen pensioen over opbouwt en dus ook geen premie over betaald) maar ook een ander opbouwpercentage. Daarnaast dienen er allerlei carrièrepaden beschouwt te worden maar zal ook goed gekeken moeten worden naar de effecten voor de verschillende fases van het FPS. De ACOM is ook zeker niet tegen de overgang naar een Defensie-specifiek middelloonstelsel voor militairen maar wil die keuze niet maken voor de effecten helder zijn. Ook andere stelsels (waaronder zelfs een andere vorm van een eindloonstelsel) wil de ACOM zeker niet op voorhand uitsluiten.

-          Aanpassingen loongebouw

Dat aanpassingen van het loongebouw dienen te geschieden in samenhang met het pensioenstelsel is bij dat hoofdstuk al aangegeven. Dat het loongebouw (al jaren) niet meer van deze tijd is hoeft geen betoog.

Het aanpassen van het loongebouw is op zich al geen sinecure maar is zeker in samenhang met de pensioenregeling een enorme uitdaging waar voldoende tijd voor genomen moet worden. Defensie was het daar, zoals al aangegeven, ook mee eens. Er zouden dan ook meerdere jaren moeten worden uitgetrokken voor deze aanpassingen.

Ook in dit hoofdstuk staan voor- en nadelen, maar met name de budgetneutraliteit waar Defensie in het overleg als donderslag bij heldere hemel over begon, houdt in dat dit voor ons acceptabel is.

Een van de voordelen die in dit hoofdstuk staan is het gegeven dat bij de taakstelling van Defensie een volwassen salaris hoort. Een punt dat door velen (begrijpelijk) als nadeel wordt gezien is de stellingname van Defensie dat de huidige max-max stap niet meer voor mag komen. Juist bij het oplopen van de looptijden, doordat militairen op een hogere leeftijd met FLO gaan, zal ervoor zorgen dat dit voor veel mensen bij een bevordering een pleister op de wonde kan zijn. Het wegnemen van deze max-max stap kost bij een middelloonregeling (zoals in het voorstel geëist wordt) ook veel minder dan in het huidige eindloonstelsel. De noodzaak is dan ook ver te zoeken, zeker als men kijkt welke stappen men dan weg zou kunnen nemen.

Overigens geeft Defensie in het eindbod aan dat er bij de aanpassing van het loongebouw rekening gehouden wordt met deze oplopende looptijden, maar er blijkt op geen enkele wijze wat men daarmee bedoeld. Ook (daar hebben we haar weer) de geëiste budgetneutraliteit tussen pensioenstelsel en loongebouw zullen ervoor zorgen dat er minder geld beschikbaar is, en zeker geen geld voor extra’s.

-          Burgerpersoneel

Over de veranderingen voor het burgerpersoneel kunnen wij kort zijn. In het eindbod staat, naast de aangepaste loonsverhoging, niets nieuws voor het burgerpersoneel. Wel is (nog steeds) duidelijk dat alle nadelen bij de militairen komen te liggen terwijl er voor de burgermedewerkers uitsluitend voordelen en verbeteringen staan in dit voorstel.

Hou daarbij echter wel in het achterhoofd dat ook de burgers (nagenoeg) geen koopkrachtverbeteringen ondervinden en dat de budgetneutraliteit bij het aanpassen van voornoemde dossiers per 1 januari 2018 ook op de burgermedewerkers zullen neerslaan. Het gaat immers om een totaal aan arbeidsvoorwaarden gerelateerde budgetten die maar één keer kunnen worden uitgegeven.

-          Levensfasebewust personeelsbeleid

Dit hoofdstuk in het eindbod suggereert (wederom) dat er overeenstemming komt over dit stuk en dat er afspraken gemaakt zijn over een tijdpad. Dat staat wat haaks op de eerdere aanname in het eindbod dat aangeeft dat de belangrijkste dossiers het pensioenstelsel en daaraan gekoppelde loongebouw zijn. Dat geeft wel aan waar de prioriteit van Defensie ligt: bij haar keuzes en geëiste aanpassingen waar u de rekening voor gaat krijgen. De belangen van het personeel, in dit geval dus een levensfasebewust personeelsbeleid, zijn in het voorstel echt van een ondergeschikt belang!

Want laten we wel zijn, mensen worden (gemiddeld genomen) dan wel ouder, maar aan deze gestegen levensverwachting zit niet direct een koppeling met de wijze waarop. Als men na vele jaren operationele inzet (en in dit geval kan dat ook fysieke arbeid van onze, al dan niet geüniformeerde, burgermedewerkers zijn) gebreken krijgt en dan de dienst om die reden moet verlaten hebben we geenszins de bedoeling van het “langer doorwerken” gehaald! Daar zullen dus ook zeker afspraken over gemaakt moeten worden, wat de ACOM betreft zo snel mogelijk maar weloverwogen! Het kan immers nooit de bedoeling zijn dat het langer doorwerken gaat leiden tot meer uitval, op welke wijze dan ook.

-          (Niet) beschikbaar in relatie tot verlenging plaatsingsduur

In dit deel van het eindbod heeft Defensie blijkbaar een aantal dissatisfiers van het personeel en van de organisatie gecombineerd. Defensie was (en is blijkbaar) van mening dat mensen die verlengen op functie ook gedurende de periode van verlenging niet beschikbaar zijn voor een andere functie. De ACOM geeft al jaren aan dat de volgende punten i.h.k.v. (niet) beschikbaarheid van belang zijn:

  • Men dient altijd beschikbaar te zijn gedurende de laatste 12 maanden van een plaatsing, dus ook bij een plaatsingsduur korter dan 36 maanden;
  • Er is onderscheid tussen de OPCO’s aangaande het opschorten van deze niet beschikbaarheid bij een verticale verplaatsing. Dit dient eenduidig te zijn.

Webszie Kroniek Defensie Werving SelectieJuist omdat aan beide zijden van dit dossier stappen worden gezet is de ACOM hier positief over. Dit is een voorstel van hoe het hoort. Argumenten wegen en komen tot teksten waar beide zijden van de tafel zich in herkennen.

-          Stimuleringsinstrument

Feitelijk heeft Defensie hier in het eindbod een element overgenomen uit het Sociaal Beleidskader (SBK). Op zich is de ACOM hier niet op tegen, maar het zou wat ons betreft een aanvulling moeten zijn op de employabilityaanspraak. De komende jaren is de employabilityaanspraak immers niet groot genoeg om echt het verschil te maken en zou via dit instrument het bedrag kunnen worden opgeplust. Groot nadeel van dit voorstel is echter dat men het telkens wil vaststellen voor een jaar en dat betekent dat men alleen op korte termijn gebruik kan maken van deze regeling als men binnen de aan te wijzen groepen valt. Een meer generieke maatregel zou mensen ook de zekerheid bieden dat er over een paar jaar ook nog mogelijkheden zijn zodat men persoonlijke afwegingen kan maken en er een bepaalde mate van duidelijkheid is. In deze tekst staat vooral dat Defensie bepaalt wat goed is voor de mensen en dan vermoedelijk vooral gebaseerd op ‘hoeveel geld men er voor een bepaald jaar wil reserveren’.

-          Inzet, overwerk, beschikbaarheid en bereikbaarheid

Het begin van dit hoofdstuk is uitstekend: “Defensie en Centrales van Overheidspersoneel hebben geconstateerd dat het stelsel met betrekking tot inzet, beschikbaarheid en bereikbaarheid niet meer volledig aansluit bij de eisen die worden gesteld aan de inzet van een moderne Krijgsmacht. De regelingen in relatie tot diensten, (flexibele) inzet en beschikbaarheid en bereikbaarheid zullen worden aangepast zodat deze weer aansluiten bij eisen die worden gesteld aan de inzet van een moderne Krijgsmacht.”

Dit is de ACOM immers al jaren een doorn in het oog. We hebben (als we de minister zien spreken in het nieuws) duizenden militairen op stand-by staan voor als we ergens ingezet moeten worden, maar men weet niet wie of op welke wijze we die mensen dan moeten oproepen en/of inzetten. We hebben permanent middelen en mensen beschikbaar om in te zetten (schip van de wacht bijvoorbeeld) maar men krijgt in voornoemde gevallen geen enkele vergoeding. Wellicht nog storender is het feit dat men regelmatig een beroep doet op medewerkers (burger en militair) om buiten het reguliere rooster plotseling werkzaamheden te verrichten.

Met deze tekst wordt hier een eerste stap van verbetering mee voorgesteld hoewel de uitwerking nog niet duidelijk is.

Slotconclusie
Laten we beginnen met het meest eenvoudige: Defensie suggereert dat er over grote delen van het eindbod overeenstemming bestaat en dat is pertinent niet juist. Het eindbod dat gedaan is komt volledig voor rekening van Defensie. Uiteraard herkennen wij bepaalde delen in de tekst en hadden we over die delen overeenstemming kunnen bereiken. Dat was dan echter wel in de totale samenhang van een heel onderhandelaarsresultaat en daar is, zoals al aangegeven, absoluut geen sprake van.

Ook wordt er veelvuldig gesuggereerd dat de bonden begrip hebben voor het standpunt van Defensie en het daarom voorlegt aan de achterban. Ook dit is pertinent onjuist. De bonden hebben gezamenlijk een nieuwe vergadering van het SOD aangevraagd om te bezien of we met Defensie gezamenlijk een gang naar de Advies en Arbitrage Commissie kunnen maken. Dat doet men doorgaans niet als men overloopt van begrip.

Laat daar geen misverstand over bestaan, de ACOM is van mening dat er geen sprake is geweest van “open en reëel overleg” in het gehele proces in het algemeen en in de laatste periode in het bijzonder. Beste voorbeeld daarvan (en wat u kunt nalezen) is het gegeven dat Defensie aan de hand van een zeer uitgebreide appreciatie van de gezamenlijk bonden in het SOD slechts bereid was tot het doen van twee kleine tekstuele aanpassingen en het voorstel toen heeft omgezet in een eindbod. Open en reëel overleg houdt voor ons in dat men discussieert op basis van inhoud en argumenten en vervolgens voorstellen aanhoort en met tegenvoorstellen komt!

Qua inhoud heeft Defensie ruimschoots onvoldoende gedaan om ons tegemoet te komen op de al eerder bekend gemaakte breekpunten. Op twee van de drie elementen heeft Defensie een stapje in de richting van de ondergrenzen gezet, maar gezien de afstand die men moest overbruggen zet een stapje geen zoden aan de dijk. Alleen hierdoor kon het, met de beste wil van de wereld, niet komen tot een onderhandelaarsresultaat. Daarnaast heeft men een aantal extra breekpunten toegevoegd, de vastgelegde “keuze” voor een “Defensie-specifiek middelloonpensioenstelsel voor militairen”. De samenhang en budgetneutraliteit met het loongebouw en het veel te ambitieuze en niet te realiseren tijdpad dat men daaraan koppelt.

Defensie spreekt altijd over het “goud van de organisatie” als men het over het personeel heeft maar naar onze mening blijkt daar niets van als men dit voorstel leest. Vele zuurtjes en de beperkte zoetjes smaken nu al niet meer (door bijvoorbeeld de inflatie) of blijken volgend jaar een fopsnoepje te zijn. Voor het overgrote deel van het Defensiepersoneel vooral zuur, maar voor sommigen nu even zoet maar op 1 januari 2018 alsnog heel zuur als de effecten van de opgelegde budgetneutraliteit duidelijk wordt.

Voor ons is het simpel, wij hebben alleen maar gevraagd om een heel simpel iets:

Een arbeidsvoorwaardenresultaat waar voldoende respect en waardering uit blijkt voor het Defensiepersoneel. Daarnaast voldoende personele vulling, materiaal, materieel en oefendagen om waar dan ook ter wereld optimaal uitvoering te kunnen geven aan de opdrachten die aan de Krijgsmacht worden gegeven.

Is dat nu echt zoveel gevraagd?
Last but not least willen wij nog benadrukken dat ook in dit eindbod verder niets staat over het SBK. Het (verlengde) SBK was al verlopen en hoewel sociale partners op dit moment uitdragen dat mensen die daardoor benadeeld worden “behandeld worden alsof er voor hen op dat moment een SBK van toepassing was” blijft de situatie vaag. De bedoeling was dat alle belangrijke elementen uit het SBK in staande regelgeving zou worden opgenomen en daarover staat hier nu dus niks. Maar er staat ook niets over het nogmaals verlengen van het SBK!

Dan kunnen wij u alleen vragen om naast dit artikel ook de teksten door te nemen in het dossier “Arbeidsvoorwaarden 2017” en uw eigen oordeel te vormen. De onderhandelaar van de ACOM komt u binnenkort in de regio’s uitleg geven en om uw mening vragen. Hij kan niet anders dan dit doen met een negatief advies. Objectief bekeken zitten er zoveel zuurtjes in en zo weinig zoetjes dat de weegschaal enorm negatief uitslaat. Voor sommige groepen zit er wat meer zoet in dan voor anderen, maar als men die nog eens goed beschouwd blijft ook daar niet veel van over, - en vaak zelfs een zuurtje!