Contact met uw bond
033-4953020


Toename juridische procedures ondanks streven Defensie naar ‘dejuridisering’

Honderdnegentien veteranen hebben zich in 2016 met een klacht gemeld bij de Veteranenombudsman. Vergeleken met 2015 toen de bemiddelaar nog 137 klachten van veteranen kreeg voorgelegd, is er sprake van een lichte daling. Zo blijkt uit het jaarverslag 2016 van de Veteranenombudsman. Websize Veteranenombudsman Van Zutphen Foto Nat Ombudsman

Maar het aantal veteranen dat (in)direct een beroep op de Veteranenombudsman deed ligt hoger dan het aantal geregistreerde klachten doet vermoeden. In 2016 had de ombudsman namelijk drie “bulkdossiers” ter behandeling op zijn klachtenbureau liggen. Het betreft dossiers die een klacht behelzen die door één gemachtigde namens een groep veteranen is ingediend. Bij deze ‘representatieve acties’ gaat het om klachten van bijvoorbeeld Veterans MC, een begeleidingsgroep van uitbehandelde veteranen e.a.

Defensie vaak laks
Militaire oorlogs- en dienstslachtoffers weten de ombudsman steeds vaker te vinden. Ook hun klachten, in 2016 zo’n 20 in totaal, worden doorgaans in behandeling genomen ook al bezitten ze niet de veteranenstatus.

De Veteranenombudsman kon in 34 van de 119 gevallen, de klacht afwikkelen, door middel van een interventie bij de betrokken (overheids)instantie. “In één klachtdossier heeft de Veteranen-ombudsman een bemiddelingstraject opgestart tussen twee veteranen en het Ministerie van Defensie. Herstel van vertrouwen tussen de betrokken veteraan en de (overheid)instantie staat centraal in deze gesprekken.”

Maar niet in alle gevallen gaat de afhandeling van klachten van een leien dakje. Defensie springt, constateerde de ombudsman, in veel gevallen nogal laks om met klachten van veteranen. Reacties op klachten bleven (te) lang uit maar, erger nog, klachten werden vaak niet als zodanig herkend. Ook bleek de registratie van klachten niet helemaal op orde.


Overigens krijgen niet alle klachten die het bureau van de Veteranenombudsman bereiken de volledige ‘trajectbehandeling’ van de bemiddelaar. Vorig jaar zijn in 41 dossiers grieven van veteranen, na inhoudelijke beoordeling, ‘doorgeleid’ naar een overheidsinstantie of “een instantie die een taak heeft ten aanzien van veteranen zoals het Veteraneninstituut”. Op 1 januari 2017 waren er nog 28 klachtendossiers uit 2016 in behandeling.

Nieuwe klachtenregeling
Vergeleken met vorig jaar bleef het aantal klachten dat betrekking heeft op inkomensvoorzieningen, 44 in totaal, ruim 31%, gelijk. Het ministerie van Defensie heeft de kritiek van de Veteranenombudsman voor wat betreft de (te) lange behandeltermijn van klachten, ter harte genomen. Het aantal klachten hierover is namelijk gedaald. Dat wil zeggen dat overschrijdingen van de behandeltermijn niet in alle gevallen tot een klacht bij de bemiddelaar leidden. De ombudsman ontving immers meer dossiers “waarin uitingen van ongenoegen ten onrecht niet als klacht werden opgepakt of waarin de behandeltermijn werd overschreden”. - Zaken die niet uitdrukkelijk als klacht werden aangemeld. Maar dat Defensie zich in dit opzicht inderdaad beter bij de les houdt, mag worden afgeleid uit de introductie van een nieuwe klachtenregeling die ambtelijk makkelijker bruikbaar is.

Websize Veteranen en actieve militairenStijging klachten Irak-veteranen
De meeste veteranen die de weg vonden naar de Veteranenombudsman hebben in Libanon en in voormalig Joegoslavië gediend. Maar het jaarverslag maakt melding van een “opvallend stijgend” aantal klachten van veteranen die Irak als missiegebied hadden. “Ook het aantal klachten dat betrekking heeft op de Tweede Wereldoorlog is toegenomen. Deze klachten zijn van nabestaanden die van mening zijn dat de acties van hun ouders niet voldoende erkend zijn.”

De geconstateerde daling van klachten die betrekking hebben op de diensttijd in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea, wordt toegeschreven aan de totstandkoming van de Uitkeringsregeling Backpay[1]. “Gelet op de leeftijd van veteranen uit de Tweede Wereldoorlog en Nederlands-Indiëveteranen is de verwachting dat het aantal klachten van deze groep veteranen de komende jaren zal afnemen.”

Klacht ex-partners PTSS-veteranen
Veruit de meeste veteranen die een beroep deden op de Veteranen-ombudsman dienen c.q. hebben bij de Koninklijke Landmacht gediend. Dit beeld tekende zich ook in voorgaande jaren af. Niet verwonderlijk gezien de forse bijdrage die de Landmacht levert en leverde in het kader van (langdurige) missies in Libanon, voormalig Joegoslavië en Afghanistan.

Bij de Veteranenombudsman meldden zich in december 2016 ook drie ex-partners van veteranen met PTSS. Hun grief was dat Defensie onvoldoende oog en waardering heeft voor de rol die zij destijds als partners hebben gespeeld. Onder moeilijke omstandigheden hebben zij hun voormalige partner jarenlang ondersteund en daarnaast het gezin draaiende gehouden. Na een financiële compensatie vanuit Defensie voor ontstaan letsel, vroeg hun partner de echtscheiding aan en bleven de voormalige partners achter met schulden. Sommige ex-partners werden zelf ziek als gevolg van de jarenlange spanningen die het leven met een partner met PTSS met zich meebrengt.

Toename juridische procedures
De Nationale ombudsman (als ‘voorloper’ van de Veteranenombudsman) heeft in 2011 hard getrokken en bemiddeld in de totstandkoming van de Regeling Ereschuld. Deze regeling is een bijzondere eenmalige uitkering als erkenning voor veteranen die door inzet tijdens oorlogsomstandigheden en/of crisisbeheersingsoperaties lichamelijk of psychisch gewond zijn geraakt. De algemene verwachting was dat een generieke regeling zoals de ‘Ereschuld’ zou bijdragen aan een effectieve verlaging van het aantal claims.

Maar ondanks die regeling alsook de Uitvoeringsregeling Volledige Schadevergoeding, UVS,[2] is het aantal juridische procedures juist toegenomen. Dit terwijl de minister van Defensie gezegd heeft te streven naar “dejuridisering” van geschillen.
De reguliere (formele) procedure lost de onderliggende conflicten doorgaans niet op. Defensie heeft in 2016 maatregelen genomen om de afwikkeling van zaken te bespoedigen, onder meer door extra capaciteit en geld vrij te maken. Daarnaast zijn belangenbehartigers actief benaderd voor overleg.

Internationale samenwerking
In 2016 waren honderdduizenden militairen betrokken bij 16 vredesmissies onder VN-vlag en missies geleid door de Europese Unie, de NAVO en de Afrikaanse Unie. De toenemende ‘internationalisering’ van missies komt nadrukkelijk ook tot uiting in hun bevelstructuur. Als gevolg daarvan moeten militairen onder diverse, soms tegenstrijdige procedures, hun werk doen. Dit vraagt dan ook om een goede samenwerking tussen ombudsinstanties voor militairen.
In 2016 was de Veteranenombudsman, samen met de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, gastheer van een internationaal congres voor militaire ombudsinstituten: The 8th International Conference of Ombuds Institutions for the Armed Forces.
Doel van dit congres:

  • kennis en ervaringen delen om onbehoorlijk overheidshandelen te voorkomen,
  • de rechten van militairen te beschermen, voor, tijdens en na een internationale vredesmissie.

Een van de conclusies was dat militaire en/of veteranenombudsmannen veelal pas in beeld komen nadat militairen teruggekeerd zijn van missie. Met een aantal landen, waaronder Canada, Duitsland en Noorwegen, is afgesproken om dit te veranderen, zodat ombudsinstanties al tijdens missies actief kunnen zijn. Dit kan in internationaal verband afgestemd en georganiseerd worden.

 


[1] Regeling dd. 16 december 2015 houdende regels met betrekking tot het toekennen van een eenmalige uitkering aan hen die als ambtenaar of militair ten tijde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in dienst waren van het Nederlands-Indisch Gouvernement en aan wie gedurende deze periode geen dan wel onvolledig salaris is uitbetaald (Uitkeringsregeling Backpay) (Bron: www. overheid.nl)

[2] Regeling van de minister van Defensie van 3 november 2014 die terugwerkt tot 1 juli 2007.