Contact met uw bond
033-4953020


‘In hun inzet tot in de dood zijn zij solidair geweest met allen die na hen kwamen …’Webversie Roermond DSC4791

“Het is belangrijk, ook nu bijna zeventig jaar later, te praten over wat er in Nederlands-Indië is gebeurd. Voor uw kinderen en kleinkinderen”, zei staatssecretaris Martin van Rijn bij de jaarlijkse herdenking bij het Nationaal Indië-monument in Roermond.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verwees in zijn toespraak onder meer naar het vier jaar durende (vervolg)onderzoek dat de regering laat uitvoeren “naar de gebeurtenissen in Indië tussen 1945 en 1950”. Hierbij is “een belangrijke rol voor ooggetuigen weggelegd”.
In die bloedige dekolonisatieperiode kwamen ruim 6200 Nederlandse militairen om het leven. Onder de Indonesische strijders en de burgerbevolking vielen tienduizenden doden.

Van Rijn zei heel wel te beseffen dat het Indië-onderzoek “de pijn van oude wonden (kan) doen herleven. Maar ook het begrip vergroten van de moeilijke omstandigheden waaronder vele militairen moesten opereren. Daarom willen we nu het nog kan luisteren naar uw verhalen. Voor onze kinderen en kleinkinderen is het van groot belang om te weten hoe wij in het verleden zijn omgegaan met vrede en vrijheid.”

Webversie Roermond DSC4929Verhalen vertellen van wezenlijk belang
De staatsecretaris vertelde in kort bestek het verhaal van Ad van der Gouw, een van de meer dan 200.000 Nederlandse militairen die tussen 1945 en 1962 hebben gevochten in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Van der Gouw was destijds een 23 jarige dienstplichtige, die leed aan de gevolgen van een ernstige ptss-aandoening. “Hij wil terug naar huis. De gruwelijkheden die hij heeft gezien vreten aan hem.”

In Nederland zijn er maar weinigen die geïnteresseerd zijn in verhalen over wat er in Indië is gebeurd. Maar ook de (getraumatiseerde) repatrianten zijn beschroomd of niet in staat om hun vaak gruwelijke ervaringen te vertellen. Zo snel mogelijk die ellende vergeten en terug naar de Nederlandse orde van de dag is het parool. De handen ferm uit de mouwen, een baan vinden en meehelpen aan de wederopbouw. Maar die diep inkervende herinneringen lieten zich niet ver wegstoppen en bleven spoken.
Daarom is het van wezenlijk belang dat de verhalen worden verteld, worden gedeeld, als was het alleen maar om de helende werking die daarvan uitgaat.

Daarom moeten we blijven vertellen en blijven luisteren naar de verhalen van de Indië- en Nieuw-Guinea-veteranen. “Lange jaren hebben zij zich niet begrepen gevoeld door de vele Nederlanders die ver weg in het vaderland niet beseften, wat zij in den vreemde hadden meegemaakt”, constateerde Jo Kneepkens, waarnemend voorzitter van de stichting Nationaal Indië-monument 1945.

Onthulling Korea Plaquette
De dertigste herdenkingsbijeenkomst in het Nationaal Herdenkingspark Roermond (voorheen Stadspark Hattem) is elk jaar weer een indrukwekkende gebeurtenis. Ook dit jaar zijn talloos veel (Indië-)veteranen, nabestaanden en familieleden vanuit het hele land naar Limburg gereisd. Allen met een missie: de herdenking van de Nederlandse militairen die sneuvelden tussen 1945 en 1962 in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Opvallend is ook het grote aantal jonge mensen dat zich voor de herdenking heeft gemeld.

Kransen werden gelegd door onder anderen staatssecretaris Van Rijn die het kabinet vertegenwoordigde, de voorzitters van de Staten Generaal Khadija Arib (Tweede Kamer), Ankie Broekers (Eerste Kamer) en de Commandant der Strijdkrachten namens de krijgsmacht.
Bij de herdenking was ook aanwezig de chef van het Militaire Huis, generaal-majoor Hans van der Louw als afgezant van Zijn Majesteit de Koning.
Na de gebruikelijke minuut stilte voerden vier F-16 jachtvliegtuigen een ceremoniële fly-by uit in Missing Man formatie.

Webversie Indië Roermond DSC4699Voor het begin van de officiële herdenking werd een ‘Korea’ plaquette onthuld bij het Monument voor Vredesoperaties door een gezelschap bestaande uit de voorzitter van de Vereniging Oud-Korea Strijders, de commandant van het Regiment van Heutsz en de ambassadeur van de Republiek Korea Yun Young Lee.

Ook dit jaar viel Liduina van de Broek de eer te beurt de herdenkingsplechtigheid bij het Nationaal Indië Monument Roermond te open met een overdenking en een gebed. Hieronder de tekst:


Het is met dankbaarheid dat ik vandaag opnieuw deze herdenking mag openen met een overdenking en een gebed.

Als geestelijk verzorger voor veteranen maak ik veel herdenkingen mee. Steeds vormen zij een plechtig en waardig eerbetoon aan onze gestorven dienstmakkers en geliefde familieleden. Zo ook vandaag, nu wij, als inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden, zijn verzameld rond de namen en gedenktekens van onze Indiëveteranen.Websize Foto Aal Liduina vd Broek

Dat wij dit doen, elk jaar opnieuw, toont niet alleen ons respect voor wie ‘vielen voor het vaderland’. Het maakt ook zichtbaar dat we onze doden blijven meedragen. Meer nog, elke keer als wij hen gedenken, gaan wij als het ware naast hen staan. We erkennen dat zij zijn gevallen in onze plaats. Voor veel veteranen die uit de strijd zijn teruggekeerd, is dit vaak letterlijk waar: verbijsterd stellen zij vast dat zij mochten blijven leven, terwijl hun kameraden op het slagveld zijn achtergebleven. “Het is alsof er in hun plaats een keuze is gemaakt, zonder dat zij hier zelf enige inbreng in hadden”, zo verwoorden ze het vaak, met pijn in het hart.

Voor de absolute macht van de dood wijkt onze autonomie, maar niet alleen dan. Voor ieder van ons geldt, dat we gedurende ons leven telkens opnieuw gewaar worden dat we wel keuzes kunnen maken, maar toch heel veel zaken niet in de hand hebben. Talrijk zijn de momenten waarop we herinnerd worden aan onze kwetsbaarheid en onze afhankelijkheid van anderen voor ons leven en geluk.

Zo leveren militairen een deel van hun autonomie in vanaf het moment dat zij in dienst treden. Een militaire organisatie kan immers niet functioneren zonder een uitdrukkelijke hiërarchie en heldere regels. Al deze regels, al die gehoorzaamheid, zijn er mede op gericht de gestelde doelen te halen en hierbij niet meer geweld te gebruiken dan de situatie vraagt.

En toch, onvermijdelijk komt daar het moment, dat er doden vallen. In de eigen rangen, bij de tegenpartij, bij de altijd ook aanwezige burgers. Even staat de tijd stil, het leven houdt de adem in, of schreeuwt het uit, in pure doodsangst. Een plotselinge, gewelddadige dood wordt altijd als de grootste inbreuk op het leven ervaren.

Aan ons, nabestaanden, kameraden en als gehele samenleving, rest geen andere mogelijkheid dan onze doden met zorg en toewijding te gedenken. Hierbij zeggen we steevast het volgende: “zij gaven het hoogste offer, dat van hun leven”. En dit is waar.

Zij hebben de waarheid ervaren van het spreekwoord dat zegt: “Oorlog breekt uit, vrede wordt gesticht”. Onze militairen wilden niet dood, zij kozen voor het leven, net als wij.

Zij kozen er echter ook voor om trouw de taak uit te voeren die hen op de schouders is gelegd. Hun motivatie was niet de oorlog, niet het geweld, maar het gehoorzamen aan hun opdracht, hen gegeven vanuit de politiek. Hun taak was het om te proberen vrede te stichten met militaire middelen. Zij hebben deze vrede niet zelf mogen beleven, maar in hun inzet tot in de dood zijn zij solidair geweest met allen die na hen kwamen. En het is met de namen van hun geliefden op de lippen, dat zij zijn gestorven. Wij danken hen eerbiedig en gedenken hen met liefde.

En ik wil het hoofd buigen en bidden:

God, onze Heer,

Vandaag zijn wij samengekomen om onze doden te herdenken.

Elke keer opnieuw en op velerlei wijzen

breekt de dood in ons leven in.

Wij zijn hierdoor bedroefd,

maar ook geschokt en kwaad,

zeker als het om jonge mensen gaat,

met nog zoveel levensjaren voor hen.

Wij bestormen uw hemel met onze vragen,

want we voelen dat we voor het léven zijn bestemd,

elke keer als we naar het goede verlangen

en liefde vinden.

Zend ons uw Goede Geest, Heer,

Dat wij niet opgeven,

niet buigen voor het kwaad,

niet vertwijfelen in het aangezicht van de dood.

Maar solidair zijn met wie strijden

voor het leven, alle leven, waar ook ter wereld.

Amen.

(Foto's NIM: Pim Ermers, Melick)