Contact met uw bond
033-4953020


Eerbetoon aan het afwijkende individu en aan de hospik vooraan in de strijd

Het zal we eind jaren 70 zijn geweest. Op zondagmorgen kwam dominee Jan Smelik in DT onze kerk in Eindhoven binnen. Websize Schootse kerk bijgesnedenHij was gastpredikant die morgen. Ergens in het begin van de dienst verontschuldigde hij zich voor het feit, dat hij zijn legeruniform nog aan had. Maar hij kwam net vanuit een oefening bij Oirschot, waar hij een dienst te velde had geleid. Toen ging voor in de kerk broeder Uiterwijk staan. Hij zei luid en duidelijk: “Dominee, daar hoeft u helemaal geen sorry voor te zeggen, het is een hele goede zaak dat u hier zo verschijnt.”

Dat soort dingen blijft hangen. Dat nette uniform, maar ook dat zo’n man spontaan gaat staan en zich uitspreekt.

Nu ik erover schrijf schiet mij het volgende te binnen. Deze ds. Smelik ging een andere keer voor in die kerk aan de Schootsestraat en hij preekte over psalm 139, een zeer geliefde psalm.

In de liedbundel staat er ook een prachtige melodie onder.

“Heer die mij ziet zoals ik ben,

dieper dan ik mij zelf ooit ken,

kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,

Gij volgt mij waar ik zit of sta,

Wat mij ten diepst houdt bewogen,

’t ligt alles open voor Uw ogen.”

Zo goed kent God een mens. Niet alleen van buiten, maar ook van binnen. Over het algemeen wordt daar moed en troost uit geput. Smelik betoogde echter, dat er ook iets beklemmends in die aandacht van God kan zitten. Sterker nog: In de originele Hebreeuwse tekst worden werkwoorden gebruikt, die aan politieoptreden doen denken.
“U volgt mij, waar ik ook zit of sta, U weet mij te vinden. Nergens kan ik me voor U verstoppen. U spoort mij op en grijpt mij in de kraag.”

Soms wil een mens helemaal geen aandacht van God of bij Hem bekend zijn. Op de vlucht voor de Levende, net als Jona.

Lees meer: Geloof onder vuur: Desmond Doss de geweldloze held van Hacksaw Ridge (AJ#06-17)

Wanneer ik deze column schrijf, loopt voor mij de vastentijd af. Vasten is een periode waarin ik mijzelf allerlei dingen ontzeg, een periode ook van bezinning en voorbereiding op het Paasfeest. Vasten kent een lange traditie en het kent in vrijwel alle bekende religies varianten. Daarom zegt jouw vastenpraktijk iets over jouw religieuze identiteit.

Zoals ik mijzelf op mijn wijze verhoud tot de vastentijd, zo verhoudt een moslim zich op zijn wijze tot de ramadan. Om een tot de verbeelding sprekend voorbeeld te noemen. Maar mensen kunnen en mogen een veelvoud van redenen en argumenten aanvoeren waarom ze wel of niet eten of waarvoor ze ervoor kiezen bepaalde dingen niet te eten.Websize Militairen aan buffet

De keuzes die een mens maakt over wanneer hij of zij eet, wat en met wie, zijn heel persoonlijk. Ze kunnen, zoals gezegd, levensbeschouwelijk of zelfs religieus zijn ingegeven, maar ook het gevolg zijn van lichamelijke ongemakken. We zijn onderhand bekend geraakt aan allerhande, soms levensbedreigende, voedselallergieën.

De uitdaging waar we als mens voor staan, is om de ander met bijzondere dieetwensen welwillend tegemoet te komen. Aan de andere kant stellen dieetwensen van de ander ons soms voor het blok.

Blauwe Hap
In het militaire bedrijf is het van oudsher gebruikelijk dat men eet wat de pot schaft en wat in de veldkeuken werd klaargemaakt. De keuze van de ingrediënten was beperkt, want het moest allemaal logistiek en financieel maar kunnen. Ik verzamel kookboeken en de oudere exemplaren met recepten van de Koninklijke Marine in de Oost maken vaak gewag van orgaanvlees als ingrediënten.

Lees meer: Dieetwensen, vastenpraktijk, religieuze identiteit en krijgsmacht (AJ#05-17)

66ste Internationale Bijeenkomst van Protestantse Militairen in Frankrijk

Charlie Chaplin speelt in The Pilgrim een ontvluchte gedetineerde. Hij steelt de kleren van een dominee als die aan het zwemmen is. Vervolgens vlucht hij met de trein naar Texas, waar mensen denken dat hij een geestelijke is. Hier ontmoet hij mevrouw Brown. Websize Merkstenen Charlie Chaplin

Zo gezien is een pelgrim niet altijd iemand die naar een heilige locatie reist, maar wel iemand die onderweg is. Pelgrim zijn begint met loskomen van het vaste patroon. Dat komt nog vóór de vrome bestemming.

Reizen verzet de zinnen en brengt op andere gedachten. De militair reist gemiddeld veel en wordt daardoor wereldwijs. Nieuwe dingen zien, andere culturen opsnuiven. Het wordt de militair en passant in de schoot geworpen. Soms werkt een militaire missie net zo verrijkend als een religieuze reis…

Ga je doelgericht op reis om te bezinnen of het geloof te versterken dan ben je heel bewust een pelgrim. Denk aan Mekka, Jeruzalem of Lourdes.

Vierdaagse Internationale Bijeenkomst van Protestantse Militairen
Het is geen echte protestantse corebusiness: pelgrimeren. Echte bedevaartsoorden zijn er ook niet, zoals bij voorbeeld Lourdes dat wel is in de Rooms-Katholieke geloofsbeleving. Toch is de locatie van de Rassemblement International Militaire Protestant (afgekort: R.I.M.P.) niet zonder betekenis.

Elk jaar ontmoeten in het laatste weekend van juni enkele honderden protestantse militairen elkaar in Zuid Frankrijk. Ze komen uit heel Europa en van ver daarbuiten. Plaats van handeling: Méjannes le Clap in de Cévennes.

Hugenoten
In verschillende periodes van vervolging trokken Franse protestanten zich terug in het woeste gebied van de Cevennen. Stoere natuur, maar moeilijk begaanbaar. En daarom dus een goede schuilplek. Toen de vervolging aanhield ontstond ook gewapend verzet. Een Franse protestant uit de begintijd, Johannes Calvijn, heeft zijn hoge positie aan de universiteit moeten opgeven en vluchtte naar Straatsburg. Daar deed hij veel voor de vluchtelingen.

Lees meer: Protestantse pelgrims? (AJ#04-17)

Retraite, of zo de Engelsen zeggen to retreat, betekent letterlijk ‘zich terugtrekken’. In militaire zin kan het betekenen, de aftocht blazen, wat we doen wanneer de situatie bedreigend of te moeilijk wordt.

De kerk kent een lange traditie van retraite. Even weg uit de drukte van het dagelijks leven, weg van de hectiek van de dag en stilstaan bij het leven, vaak een spiritueel zelfonderzoek en geestelijke oefening. Ik mag zelf graag enkele keren per jaar op retraite gaan, liefst in een klooster of bij een andere gelovige gemeenschap, waar men leeft op het ritme van de getijden. Websize Merkstenen RK Retraitehuis Uden

Men leeft dan van gebedsuur naar gebedsuur, in een vaste regelmaat. Daartussendoor mediteer ik; vaak wandelend of fietsend, en ik lees geestelijke werken. Ik probeer los te komen van de trivialiteit die mij doorgaans bezighoudt en concentreer mij op de kern van mijn bestaan. Dit vraagt oefening, keer op keer, in de stilte van de natuur of van mijn kamertje in het gastenverblijf, mijn kluis.

Ik mag graag mijn hut aan boord vergelijken met een kluis. Op een vaartuig dat is bedoeld om een zeegevecht aan te gaan, is het nooit stil, er wordt 24/7 gewerkt en rond de klok wachtgelopen. Het ritme van het wachtlopen en de vaste tijden van het scheepsmaal doen mij denken aan het ritme in een klooster. Op een schip heb je soms behoefte om je even terug te trekken, behoefte aan retraite. Daarvoor ontwikkelt iedereen zijn of haar eigen manier. De deur dicht, achter het gordijn, met een televisieserie, koptelefoon op, eigen muziek, een boek. In elk geval iets waardoor je even je zinnen kunt verzetten en je in je eigen cocon los kunt komen van de werkelijkheid om je heen; een schip in bedrijf.

Ook het havenbezoek biedt de mogelijkheid om even los te komen van het schip en de collega’s, al is het maar voor een dag of zelfs een paar uur. Ik zie vaak collega’s hotelovernachtingen boeken en er op uit trekken. Deze mogelijkheid is er voor de mensen die zijn vrijgesteld van de wacht.

Lees meer: Retraite (AJ#03-17)

Ik stond erbij en ik keek ernaar

Een adjudant b.d. vertelde me jaren geleden, dat hij in Rwanda getuige was van een steniging. Onderweg van base naar werkplek reden ze eraan voorbij. Een paar weken ervoor had hij nog niet geweten dat hij op missie zou gaan. Hij was op het laatste moment opgetrommeld.

Zo haastig als hij de missie ingefrommeld was, zo stroperig blijven achteraf dingen aan je plakken. Als herinnering neem je voor altijd dat beeld op je netvlies mee. En ook het feit dat je eraan voorbij ging. Het niets kunnen doen.

Webversie Mark of CainDat soort dingen overkomt militairen. Getuige zijn van grof geweld. En dan niet in de gelegenheid of bevoegdheid zijn om er wat aan te doen.

Het zijn niet alleen het risico en gevaar voor eigen leven, die het militaire leven maken tot wat het is. Je hebt zelf ook de middelen om ellende aan te richten. En die worden ook daadwerkelijk ingezet. Wat een verantwoordelijkheid. Maar, ten derde, ook het niet inzetten, het niet overhalen van de trekker op het scherp van de snede is bepalend.

Een stevige vent stond tot de tanden gewapend op wacht in Chora. Vlak buiten het hek ramde een volwassen man een klein kind in elkaar met een groot stuk hout. De militair had niet de taak om er wat aan te doen. “Ik sta erbij en ik kijk ernaar”.

Wat een discipline is er vaak in dit soort situaties nodig om niet los te gaan en de dader te verpulveren. Juist als het om kinderen gaat komen militairen de meest bizarre dingen tegen op missie. Hulde aan vele collega’s, voor die talloze momenten van discipline dat ze zich wisten in te houden. En toch kun je je schuldig voelen omdat je morele kompas zegt dat je had moeten ingrijpen.

Waardeloos als dat gevoel aan je blijft kleven. De verleidingen tot machtsmisbruik met een wapen in de hand zijn altijd dichterbij dan je denkt. Een wapen brengt macht met zich mee. Bij Defensie en Politie wordt getraind om daar gereguleerd en professioneel mee om te gaan.

Lees meer: There is a crack in everything (in alles zit een barst)... (AJ#02-17)

Samen de lasten dragen tijdens oefening en uitzending

Wellicht heeft een van mijn collega’s, die al zo lang voor mij deze ‘Merkstenen’ plaatsten, ooit eens uitgelegd waarom dit zo’n uitgelezen naam is voor deze column. Zelf ben ik deze merkstenen voor het eerst tegengekomen als titel van het prachtige en intense dagboek van de voormalige Zweedse secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Dag Hammarskjöld.

Hij werd secretaris-generaal van de V.N. op 31 maart 1953, in een politiek erg bewogen tijd. Internationale conflicten die zijn aandacht vroegen waren er te over, zoals die in Korea, het altijd explosieve Midden-Oosten, Libanon en Cambodja. Overal probeerde hij te bemiddelen en zocht hij naar vreedzame oplossingen. Tijdens de Congo-crisis is het vliegtuig, waarin hij op weg was om te bemiddelen tussen de strijdkrachten van de V.N. en Katanga (een toenmalige Congolese provincie dat zich had gekeerd tegen de landsregering), neergestort in de jungle. Websize Foto Aal Liduina vd Broek

In feite is zijn dood nooit opgehelderd. In zijn flat in New-York vond men het manuscript van zijn dagboek, dat postuum is uitgegeven onder de naam ‘Merkstenen’. De Zweed Hammarskjöld was een fervent bergbeklimmer en deze merkstenen waren de aanwijzingen in steen die hij plaatste of terug herkende tijdens zijn vele klimtochten.

De voornaamste reis die hij heeft ondernomen waren echter niet die klimpartijen in de bergen, maar zijn moeizame zoektocht om de relatie met zichzelf, zijn medemensen en vooral met God in kaart te brengen en vooral van dag tot dag te beleven. Hierin dienden zijn dagboekaantekeningen als evenzovele merkstenen, herkenningspunten op die innerlijke reis.

De vraag die hem op weg zette en gaande hield, is dezelfde als die waar wij nu zo vaak mee worstelen, namelijk de vraag of het leven, of beter, of míjn leven zin heeft. Hammarskjöld verwoordt het zo: “Ik verlang het absurde, dat het leven zin heeft. Ik vecht voor het onmogelijke: dat mijn leven zin krijgt. Ik durf niet, weet niet hoe ik zou kunnen geloven: dat ik niet alleen ben.”[1] Hij was, met al zijn inzet en talenten, een eenzaam man. Hij heeft geprobeerd de oorzaken van zijn eenzaamheid te doorgronden en uiteindelijk begrepen dat het eropaan kwam dat hij niet zozeer zichzelf een levensdoel moest stellen, maar dat hij zijn eenmaal gekozen opdracht, zijn roeping, tot de dood moest volhouden: “Bid dat je eenzaamheid de stimulans wordt om iets te vinden waarvoor je kunt leven, groot genoeg om voor te sterven.”[2]

Wanneer ik deze woorden overdenk, gaan mijn gedachten spontaan uit naar al die veteranen die zijn ingezet in de tijd van Hammarskjöld. Denk maar aan de zo vaak bijna vergeten Korea-oorlog. Maar ook daarna, zoals in Libanon en Cambodja, die dus toen al op de agenda van de internationale politiek stonden. Daarnaast denk ik aan de actief dienende militairen en burgers die zich nu inzetten in onze huidige conflictgebieden, nog altijd even internationaal van aard.

Lees meer: De zin van het eigen leven ontdekken (AJ#01-17)