Contact met uw bond
033-4953020


Er zijn nauwelijks onderwerpen te bedenken, die de gemoederen de afgelopen jaren zo hebben bezig gehouden als het feit dat met name militairen ten gevolge van het geleidelijk optrekken van de AOW-gerechtigde leeftijd na afloop van hun periode leeftijdsontslag geconfronteerd dreigden te worden met een ‘AOW-loze’ periode, die voor sommigen wel twee jaar zou kunnen bedragen. Websize Compensatie AOW gat

In de tussentijd hebben diverse rechterlijke colleges, zowel civielrechtelijke als bestuursrechtelijke, zich over dit dossier gebogen. De desbetreffende rechterlijke uitspraken waren in ieder geval niet dusdanig eenduidig dat daarmee de politieke besluitvorming die aan het AOW-gat ten grondslag lag kon worden aangetast.

Er werd in die jurisprudentie immers een groot gewicht toegekend aan het aspect ‘algemeen belang’ dat met de betreffende besluitvorming werd beoogd.

Daarnaast heeft recentelijk het College van de Rechten van de Mens (voorheen: Commissie Gelijke Behandeling) zich vanuit een oogpunt van mogelijke (leeftijds)discriminatie over de betreffende materie uitgelaten. Het oordeel van deze instantie vanuit die laatste optiek over de betreffende maatregelen in relatie tot de financiële gevolgen daarvan voor de gedupeerde doelgroep, was tamelijk negatief. Helaas zijn oordelen van het College voor de Rechten voor de Mens juridisch niet bindend zodat een en ander niet als doorslaggevend wapen in de strijd kon worden geworpen.

Lange pijnlijke onzekerheid...

Bijkomend gevolg was helaas wel dat het er voor de niet juridisch onderlegde belanghebbende, die de discussie vanaf de zijlijn gadesloeg, niet overzichtelijker op werd. Daardoor liepen de emoties die de ACOM dienaangaande vanuit de achterban ontving, niet zelden heel hoog op. Een onderschat aspect in deze discussie: het feit dat vele potentiële gedupeerden vanwege het perspectief van maandenlang en soms jarenlang structureel ontbrekende inkomsten vaak slapeloze nachten hebben gehad en ruim twee jaar in grote onzekerheid hebben geleefd. Een aspect dat met terugwerkende kracht niet meer kan worden gecompenseerd en waar best even bij mag worden stilgestaan...

Hoe dat verder ook zij. Door de harde garantie in het dit voorjaar afgesloten deelakkoord met Defensie dat een compensatie uiterlijk in oktober van dit jaar een feit zou zijn, was al op zijn minst gedeeltelijk de angel uit het conflict getrokken maar in de tussentijd bleef het nog steeds wachten op concretisering van deze toezegging.


Concretisering eerdere afspraken

Die is er nu in die zin, dat de regeling, waarin een en ander tot in de komma’s en de punten dient te worden vastgelegd, de komende weken nog nader ‘gefinetuned’ zal moeten worden. Over de hoofdlijnen bestaat echter inmiddels overeenstemming tussen de werkgever Defensie en de vakorganisaties voor Defensiepersoneel.

De beoogde compensatievoorziening heeft betrekking op de (voormalige) medewerkers van Defensie die zijn of worden geconfronteerd met de negatieve gevolgen van het ontbreken van AOW gedurende een bepaalde periode. Meer concreet gaat het om de gewezen militair ambtenaar of de gewezen burgerlijk ambtenaar van Defensie in het genot van een ten laste van Defensie komende uitkering in verband met leeftijdsontslag, arbeidsongeschiktheid of overtolligheid die eindigt op de leeftijd van 65 jaar.

Voor de compenserende voorziening geldt dat deze aansluiting zoekt bij het maandelijks ontbrekende bruto AOW-bedrag waar deze medewerkers individueel aanspraak op zouden hebben kunnen maken alsmede dat een en ander net zolang duurt als het aantal maanden dat de AOW-gerechtigde leeftijd voor betrokkene later ligt dan de leeftijd van 65 jaar. De eerste drie maanden van de AOW periode zijn hierbij inbegrepen. Het gaat voor de goede orde om een bruto voorziening die niet ziet op het compenseren van fiscale consequenties van de AOW-gat compensatie. Het is de bedoeling dat een en ander in werking treedt op 1 oktober 2015 en terugwerkende kracht heeft tot 1 januari 2013.

Al met al ligt er inmiddels genoeg op tafel om alle belanghebbenden met een gerust gemoed de zomer in te laten gaan.