Contact met uw bond
033-4953020


Defensie wringt zich in bochten om waarnemingstoelages niet te hoeven betalen

Er is geen instrument dat zo lange tijd op zo’n grote schaal zo oneigenlijk is ingezet als de functiewaarneming. Oorspronkelijk was dit instrument bedoeld om de aan een functie verbonden taakvervulling te waarborgen. En dan nog bij wijze van hoge uitzondering voor een periode van maximaal één jaar. Immers, de hoofdregel was dat een functie formeel aan een militair zou worden toegewezen. In de praktijk evenwel werd de functiewaarneming een instrument om binnen een onderbezette krijgsmacht ongelimiteerd gaten mee te vullen. Dit had een volstrekte wildgroei van volledige en gedeeltelijke functiewaarnemingen tot gevolg.

Websize Functiewaarneming 10 beleidondersteuning‘Voor een dubbeltje op de eerste rang’
Tot op de dag van vandaag staat die praktijk haaks op de regelgeving: artikel 22 van het AMAR koppelt functiewaarneming – of dat nu volledige of gedeeltelijke waarneming is – expliciet aan een maximale periode van één jaar. Ook een waarnemingstoelage kan dus formeel nooit langer dan één jaar worden uitbetaald. Voor gedeeltelijke functiewaarneming hoefde conform de regelgeving zelfs helemaal niet te worden betaald. Gegevenheden die Defensie in barre financiële tijden buitengewoon goed uitkwamen. Langdurige functiewaarneming – liefst de gedeeltelijke variant – was dus tot voor kort schering en inslag in een tijd dat onze ‘houtje-touwtje krijgsmacht’ toch krampachtig haar partijtje mee probeerde te blazen in internationaal verband.

Dit ‘voor een dubbeltje op de eerste rang zitten’ is de afgelopen jaren echter aanzienlijk bemoeilijkt door een aantal rechterlijke uitspraken. In de eerste plaats heeft de bestuursrechter recentelijk bepaald dat een waarnemingstoelage ook bij gedeeltelijk waarnemen op zijn plaats is en in de tweede plaats kan de waarnemingstoelage bij langdurige volledige functiewaarneming niet meer worden beperkt tot één jaar.

Tom Poes! Verzin een list!
Aan het schier onbeperkt toepassen van dit instrument is voor Defensie dus een prijskaartje komen te hangen. In de praktijk heeft dit er toe geleid dat er binnen Defensie bij voortduring hardnekkig geprobeerd wordt om zo veel mogelijk onder deze betaalplicht uit te komen. Daarbij worden ingenieuze sluipwegen niet geschuwd.

Want ook schrale kruideniers blijken in de praktijk verrassend creatief. Dit bleek recentelijk weer eens uit een geval waarin aan loonstrookjes door Defensie ineens wel een erg zware lading werd toegekend. Dat ging aldus. Een van onze leden was het feit dat hij bij voortduring werd belast met niet bij zijn eigen functie behorende taken helemaal zat en wilde daar in het licht van al het vorenstaande financieel wel eens wat tegenover gezet zien. Want loyaliteit kent ook zijn grenzen, een gegeven dat door de voor de krijgsmacht verantwoordelijken in Den Haag nog steeds onvoldoende wordt onderkend – getuige ook de huidige impasse aan het cao-front. Men leert het wat dat betreft nooit…


In het kader van zijn verzoek om financiële compensatie van zijn waarnemingsactiviteiten werd door die militair ook verwezen naar artikel 115 van het AMAR, een bepaling op grond waarvan door Defensie schadeloosstellingen naar billijkheid kunnen worden toegekend. Uiteraard werd zijn verzoek in eerste instantie afgewezen. Bij de behandeling van het daartegen door de ACOM ingediende bezwaar bleek, dat men bij Defensie weer eens een list had verzonnen om financieel malheur af te wenden.


Eureka! Het loonstrookje!
Men voerde namelijk de maandelijkse loonstrookjes ten tonele via de interessante stelling dat als daar niet binnen zes weken na ontvangst bezwaar tegen is aangetekend – quasi ruim een maand na ontvangst van de maandelijkse betaling dus – de desbetreffende betaling ‘in rechte vast is komen te staan’. De belanghebbende vist dan wat betreft een eventuele compensatie voor in de betreffende periode onbezoldigd verrichte waarnemingswerkzaamheden in de visie van Defensie achter het net. Hij heeft daar in ‘berust’ en de betaling is ‘in rechte vast komen te staan’. Want ook het bestuursorgaan (de werkgever Defensie dus) heeft aanspraak op rechtszekerheid (vindt Defensie).

Dat een loonstrook in de praktijk alleen wordt verstrekt als in de betreffende betalingsperiode iets wijzigt alsook dat een loonstrook er niet Websize Functiewaarneming loonstrook salarisstrookecht als een beschikking uitziet – géén clausule waarin op de mogelijkheid van bezwaar wordt geattendeerd bijvoorbeeld – is in het kader van de ‘rechtszekerheid’ waar Defensie met zo veel aplomb voor zich zelf aanspraak op maakt kennelijk minder van belang. De desbetreffende beroepsprocedure loopt overigens nog. Hoe die afloopt moeten we dus afwachten.

Waar het ons in dit stadium echter om gaat betreft het feit, dat Defensie er niet voor terugdeinst keer op keer juridische loopgravengevechten te ontketenen om onder de gevolgen van wanbeleid uit te komen: de financiële gevolgen van de volstrekte waarnemingschaos die men heeft ontketend. Onbetaalde roofbouw op het personeel dus waarbij thans ijzerenheinig geprobeerd wordt via potsierlijke juridische spitsvondigheden onder de financiële gevolgen van deze malaise uit te komen. Daar word je moedeloos van. Een absolute dijenkletser als het niet zo treurig was. Dit is géén goed werkgeverschap!