Contact met uw bond
033-4962722


‘Onschuldig tot het tegendeel is bewezen’
Websize Kroon MWO 2
Marco Kroon werd in 2009 als eerste militair in de 21ste eeuw benoemd tot Ridder in de Militaire Willemsorde. De oudste en hoogste ridderorde die Nederland kent. De orde wordt verleend voor daden die getuigen van moed, beleid en trouw, - de kernwaarden van de Militaire Willemsorde.

Maar de medaille heeft een keerzijde. Sinds 2010 wordt Kroon verdacht van een aantal strafbare feiten, waaronder, het meest recent: Het uitdelen van een kopstoot aan een agent tijdens carnaval in Den Bosch.
Alhoewel hij inhoudelijk niet kan ingaan op de lopende rechtszaak doet Kroon aan de keukentafel in zijn woonplaats Schijndel zijn verhaal aan ACOM Journaal.

Loopbaan
Marinus Johannes (Marco) Kroon begon zijn militaire carrière bij het Korps Mariniers, hier wordt hij onder andere naar Irak en Cambodja uitgezonden. Na 5 jaar bij het Korps Mariniers gediend te hebben maakt hij de overstap naar de Landmacht. Als groepscommandant bij het 17de Pantserinfanteriebataljon wordt hij 6 maanden naar Bosnië en Herzegovina uitgezonden. In 1998 begint hij bij het Korps Commando Troepen waarmee hij weer naar Bosnië en Herzegovina uitgezonden wordt. Na deze uitzending begint hij zijn opleiding tot officier aan de KMA in Breda. Als officier keert hij terug naar het 17de Pantserinfanteriebataljon als pelotonscommandant.

In 2004 keert Kroon weer terug bij het Korps Commando Troepen en wordt hij direct uitgezonden naar Irak en Afghanistan (2005, 2006, 2007). Voor zijn daden tijdens de uitzending in 2006, zes acties, wordt hij onderscheiden met de Militaire Willemsorde MWO). Onder andere tijdens een vuurgevecht weet Kroon samen met zijn Forward Air controller en met gevaar voor eigen leven luchtsteun aan te vragen en loodst daarbij de Amerikaanse gevechtsvliegtuigen naar hun doel. Later weet hij vanuit een quala[1] diverse nachtelijke aanvallen van Talibanstrijders af te slaan. De daaropvolgende dag ziet Kroon erop toe dat de gewonde Talibanstrijders verzorgd worden en de gedode strijders toegedekt worden. Toenmalig koningin Beatrix zei bij de ridderslag van Kroon onder meer: “Hij krijgt deze onderscheiding niet voor één enkele actie, maar voor zijn optreden als leider, als militair en als mens tijdens de hele missie.”

Webszie Kroon Commando Kroon achter 127 mm mitrailleur tijdens actie Uruzgan 2006‘From hero to zero’
Na zijn terugkeer naar Nederland in 2008 opent Kroon een kroeg in Den Bosch onder de naam ‘Vinny’s’. Vinny’s wordt later het middelpunt in een groot onderzoek van het Openbaar Ministerie naar drugs- en wapenhandel. De majoor wordt inzake drugs op alle fronten vrijgesproken.

In 2017 rapporteert Kroon vertrouwelijk aan Defensie dat hij in Afghanistan ontvoerd is en verkracht. Na zijn ontsnapping spoorde hij zijn ontvoerder/verkrachter op en schoot de man dood. In 2018 komt hij door een lek op hoger niveau noodgedwongen zelf naar buiten met het verhaal.

Marco Kroon: “Op dat moment is het oorlog en oorlog win je niet met koorknaapjes. In 2017 is Defensie helaas zelf al met het verhaal van de ontvoering naar het OM gegaan hoewel ik vond en vind dat het OM hier niets mee te maken heeft. Ik was en ben nog steeds overtuigd dat het een militaire operatie was, een militaire keuze van een commandant in het veld. Ik had het overigens anders op willen lossen, ik had de ontvoerder niet neer willen schieten maar ik had hem willen aanhouden en overdragen om een groter netwerk bloot te leggen. Helaas verliep het anders. Mijn keuze was toen om te zwijgen en het later ooit te melden. Mijn keuze blijkt nu de juiste te zijn geweest. De missie heeft nog een lange tijd kunnen draaien. Ik ben er zeker niet trots op dat ik iemand op deze wijze neer heb moeten schieten, ik zie het nog dagelijks voor me, maar het was oorlog. Mensen veroordelen me omdat ik in 2007 iemand heb neergeschoten. Vreemd. Het jaar daarvoor, in 2006, ontvingen we er de Willemsorde voor.”

Lees meer...

Aftrap onderhandelingen over nieuw loongebouw Defensie

Begin september zijn de centrales en de hoofdirecteur personeel Defensie (HDP) in overleg gegaan om de vergaderagenda voor het restant van 2019 aan te passen. Dit was noodzakelijk gegeven de afspraken die gemaakt zijn in het arbeidsvoorwaardenakkoord.

Er is onder andere afgesproken om op dinsdag 22 oktober een extra vergadering voor de werkgroep algemeen personeelsbeleid uit te schrijven om op deze dag de algemene maatregelen van bestuur te bespreken. In deze algemene maatregelen van bestuur staan de wijzigingen beschreven die naar aanleiding van het arbeidsvoorwaardenakkoord in de diverse regelgevingen dienen te worden doorgevoerd of te worden aangepast.
Websize SOD DMO logo
Reorganisatieprocessen DMO
Zoals vermeld in de vorige editie van ACOM-journaal (AJ#09-19, p. 6-7) is met het bereiken van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2018-2020 besloten om het opgeschorte overleg te hervatten. Vanaf 9 september zijn de diverse werkgroepen weer bij elkaar gekomen om een grote diversiteit aan onderwerpen die gedurende het opschorten van de onderhandelingen en het arbeidsvoorwaardenoverleg waren blijven liggen te bespreken.

Op dinsdag 10 september stond, om te beginnen, de Werkgroep Reorganisaties (WG REO) op de agenda. De laatste vergadering van deze werkgroep dateerde van 19 december 2017. WG REO was dus ruim anderhalf jaar niet in vergadering bijeengekomen.

Zoals eerder vermeld hadden de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel Defensie (SCO-Def) het overleg met de Defensie Materieel Organisatie (DMO) opgeschort. Dit vanwege het niet juist doorlopen van reorganisatieprocessen bij DMO en met name de personele implementatie van het reorganisatieproces. De SCO-Def hadden een en ander ter agendering aangeboden aan de WG REO. Tijdens de vergadering werd door de directeur P&O DMO duidelijk aangegeven dat de directie P&O van de DMO het reorganisatieproces het afgelopen jaar niet optimaal heeft begeleid en dat ze (de directie P&O van de DMO) de regie op de reorganisatieprocessen moet terugpakken. Er werd duidelijk aangeven dat aan de afgesproken processen en de daarbij overeengekomen regels strak de hand gehouden zal worden.
Daarbuiten is de directie P&O van de DMO op volle kracht aan het werk met het realiseren van een verbeterprogramma. Voor de SCO-Def waren er gerust op het voornoemde reorganisatieoverleg te hervatten door de toezegging om periodiek te overleggen over de voortgang van de genomen maatregelen. Maar ook de toezegging dat de verschillende directies erop gewezen zullen worden de P&O-processen te volgen, gaf vertrouwen.

Lees meer...

Viering met jubileumsymposium ‘Vredeseducatie en militair handelen’
Websize Prof dr Fred van Iersel Foto Universitair Centrum voor Geestelijke Verzorging
“Een kwart eeuw is een heel lange tijd voor een bijzondere leerstoel”, beaamt de betrokken hoogleraar, prof. dr. Fred van Iersel. In de meeste gevallen loopt namelijk de ‘houdbaarheid’ van zo’n professoraat na een periode van 5 of 10 jaar ten einde. Maar in het geval van de leerstoel Vraagstukken Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht aan de Theologische Faculteit van Tilburg University, is er wellicht sprake van een unieke uitzondering.

Met de instelling van een bijzondere leerstoel beoogt men het in gang zetten en houden van innoverende ontwikkelingen op een bepaald vakgebied. Als dat doel is bereikt houdt de leerstoel doorgaans op te bestaan. Maar in het geval van de leerstoel ‘Vraagstukken Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht’, ligt dit anders omdat “de krijgsmacht en ook de geestelijke verzorging voortdurend in verandering zijn. De leerstoel blijft dus haar relevantie behouden”, legt Van Iersel uit.

Thema’s ter ontplooiing GV
In het programma dat de bijzonder hoogleraar elke 5 jaar dient voor te leggen aan zijn raad van toezicht zijn de afgelopen jaren tal van thema’s aan de orde gekomen die te maken met de verdere ontplooiing van de geestelijke verzorging. Thema’s als leiderschap, militaire ethiek, religie en geweld (naar aanleiding van 9/11) of de relatie tussen geestelijke verzorging (GV) en (kerkelijk) pastoraat. Thema’s die ‘vertaald’ werden in (promotie)onderzoek en in belangrijke mate bijdroegen aan het “relevant houden” van de bijzondere leerstoel sinds zijn instelling in 1994.

Websize Van Iersel Wapen Ordinaat NL KrijgsmachtHet initiatief daartoe werd genomen door de toenmalige bisschop van het Bisdom Rotterdam en militair ordinarius Philippe Bär[1]. De legerbisschop achtte de tijd rijp voor een ‘eigen’ leerstoel voor de GV in de krijgsmacht zeker na de instelling twee jaar ervoor van een bijzondere leerstoel voor de GV in de gezondheidszorg.
De gepromoveerd theoloog Fred van Iersel[2], ferm ‘geworteld’ in de christelijke oecumenische vredesbeweging en het kerkelijk milieu, bleek een geschikte kandidaat.
“Ik ben eigenlijk altijd op de een of andere manier verbonden geweest met de christelijke oecumenische vredesbeweging. Het is een heel interessant domein om je mee te verhouden. Ik geloof namelijk dat de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht het meeste belang heeft bij een stakeholder-benadering. Dat betekent dat je vanuit de geestelijke verzorging zowel met de kerk als met relevante secties van de maatschappij, de politiek maar ook met ngo’s als de vredesbeweging in gesprek moet zijn en blijven over wat je vak inhoudt.”

Meer aandacht voor ethische thema’s
Bij zijn inauguratie benadrukte de kersverse bijzonder hoogleraar de noodzaak voor geestelijk verzorgers om meer aandacht te hebben voor ethische thema’s en dilemma’s waarmee het beroep van militair gepaard gaat. Het is de taak van geestelijk verzorgers om militairen “een levensbeschouwelijk perspectief op zinvragen” te bieden.

Lees meer...

Los van de vele herdenkingen ter gelegenheid van '75 jaar bevrijding' vinden er ook dit jaar de jaarlijkse herdenkingen plaats, die verwijzen naar de slachtoffers van de inzet van de krijgsmacht als gevolg van besluiten van de Nederlandse overheid.

Op zaterdag 7 september werd in het Nationaal Herdenkingspark Roermond, bij Kasteeltje Hattem te Roermond, voor de 32e keer de herdenking bij het Nationaal Indië-monument gehouden. Tijdens deze herdenking worden de Nederlandse militairen herdacht die in de periode 1945-1962 het leven lieten in voormalig Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea.


Daarnaast wordt ook de gemeenschappelijke erkenning, de waardering en het respect voor de inzet van militairen tijdens (vredes)missies na de Tweede Wereldoorlog onderstreept en wordt er stil gestaan bij de daarbij gebrachte offers.
Websize Herdenking Krans Roermond NIM
Veteraan ‘bijzondere burger’
Naast de 'ceremoniële' speeches sprak de heer R. van Zutphen, Nationale ombudsman en Veteranenombudsman. Hij pleitte ervoor veteranen te benoemen als ' bijzondere burgers' naar Canadees model. Daarenboven daagde hij gezagsdragers van onder meer rijk en gemeenten (WMO[1]-uitvoering) uit om als teken van waardering en respect niet de gemakkelijke weg te bewandelen waardoor niet aan hulpvragen van veteranen op grond van regelgeving wordt voldaan. De veteranenombudsman meende dat eerder causaal verband en noodzaak van de steunvraag leidend dienen te zijn, ook al wordt daarvoor inventiviteit gevraagd.

Door vertegenwoordigers van veteranenorganisaties, overheden, burgerlijke- en militaire autoriteiten werden o.a. kransen gelegd bij het Nationaal Indië-monument, bij het Monument voor Vredesoperaties, bij het ‘Verbindend Monument’ en bij het monument voor Burgerslachtoffers. Leerlingen van groep 8 van basisschool ’t Kempke uit Sint Odiliënberg-Herkenbosch waren behulpzaam bij het leggen van enkele kransen. Zo worden de basisschoolleerlingen al op jonge leeftijd betrokken bij deze herdenkingen.

Lees meer...

Groen licht bondsleden voor Arbeidsvoorwaardenakkoord met terugwerkende krachtWebsize SOD Ondertekening AVW akkoord twk oktober 2018

Op 30 juli jl. hebben alle centrales van overheidspersoneel aan de Hoofddirecteur Personeel, schout-bij-nacht Peter Reesink (door afwezigheid van de staatssecretaris van Defensie zat hij het Sector Overleg Defensie voor), laten weten dat een (over)grote meerderheid van de leden van de aangesloten bonden achter het arbeidsvoorwaarden-onderhandelaarsresultaat staan.

Daardoor is er nu, met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2018, een Arbeidsvoorwaardenakkoord voor al het Defensiepersoneel. Dit Arbeidsvoorwaardenakkoord heeft een looptijd tot en met 31 december 2020.

Met het bereiken van een akkoord is het proces van arbeidsvoorwaarden nog niet beëindigd. De in het akkoord gemaakte afspraken dienen nu uitgewerkt te worden en te landen in wet- en regelgeving. De afgelopen weken zijn de eerste uitwerkingen tussen de partijen gedeeld en ook de komende weken zullen de gesprekken hierover doorgaan. Dat laat onverlet dat er aan de gemaakte afspraken nog geen invulling gegeven zou kunnen worden. De afgesproken verhogingen van het salaris, toelagen en éénmalige uitkering zullen of zijn inmiddels aan u uitbetaald.

Een mooi voorbeeld van wat snel geregeld dient te worden is de “vaste aanstelling voor mensen die een Fase 2 aanstelling hebben of krijgen”. Het kan immers voorkomen dat mensen die nu een Fase 2 aanstelling hebben er op basis van een eerder gegeven negatief doorstroombesluit binnenkort uit zouden moeten gaan. Die zouden naar onze mening echter ook recht hebben op een vaste aanstelling, en dan is haast dus geboden!

Websize SOD 411 PantserGenieCie legt stelconplaten in MarnewaardMocht u als lid van de ACOM in deze situatie verkeren neem dan contact op met de ACOM via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. zodat we u tijdig kunnen adviseren en/of bijstaan.

Daarnaast hebben we uiteraard nog de grote dossiers voor ons liggen, in chronologische volgorde:

  • Aanbevelingen levensfasebewust personeelsbeleid;
  • Vervangen van het loongebouw voor militairen;
  • Het vervangen van het flexibel personeelssysteem.

Tevens willen wij u erop wijzen dat wij in het SOD hebben verzocht om mensen die van mening zijn dat zij door gemaakte keuzes in dit akkoord onevenredig benadeeld zijn de mogelijkheid te bieden een verzoek in kunnen dienen om dat kenbaar te maken. Deze verzoeken/rekesten dienen, voordat er een besluit kan worden genomen, van een zwaarwegend advies te worden voorzien van de “BCO AV-akkoord” zoals dat ook bij het vorige akkoord is afgesproken. De Hoofddirecteur Personeel heeft daar namens de Minister mee ingestemd.

Met het bereiken van het arbeidsvoorwaardenakkoord is tevens besloten om na het reces het overleg, dat was opgeschort, weer te hervatten. Door het opschorten van het overleg en de hoge prioriteit die de afgelopen maanden gegeven is aan het tot stand brengen van het arbeidsvoorwaardenakkoord zijn er veel onderwerpen blijven liggen die de komende weken besproken dienen te worden. Defensie dient echter nog wel te komen met een voorstel aangaande de agenda en prioritering.

De aankomende weken staan onder andere de werkgroep reorganisaties, werkgroep postactieven, werkgroep algemene financiële rechtspositie en het SOD op de agenda.

Daarnaast dient het technisch werkverband levensfasebewust personeelsbeleid uiterlijk 1 oktober met een aanbeveling te komen richting de werkgroep algemeen personeelsbeleid zodat dat daar de eerste maatregelen met betrekking tot levensfasebewust personeelsbeleid kunnen worden besproken.

Opschorten overleg IO REO DMO
In de afgelopen periode zijn de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel Defensie (SCO-Def) bij de uitvoering van reorganisatieplannen bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO) en de daaruit voortvloeiende processen in de Begeleidingscommissie Personele Implementatie (BCO PI) meerdere malen tegen situaties aangelopen waarbij processen, gemaakte afspraken en gedane toezeggingen niet, of niet geheel, worden nagekomen of worden uitgevoerd.Webversie SOD DMO

De SCO-Def hebben naar aanleiding hiervan meerdere malen gesprekken gevoerd met de directeur P&O van de DMO. Dit met als doel om verbetering te bewerkstelligen zodat de processen alsnog conform de gestelde regelgeving en gemaakte afspraken uitgevoerd zouden worden. Tijdens deze gesprekken is meermaals door de directeur P&O DMO aangegeven dat als gevolg van onder andere de groeiende defensieorganisatie de werkdruk te hoog is waardoor de P&O-organisatie van de DMO procesmatig niet te allen tijde “in control” is. Daarnaast hebben de SCO-Def meerdere malen aangegeven signalen te ontvangen waaruit blijkt dat binnen de verschillende directies van de DMO een cultuur bestaat om zowel de SCO-Def als de P&O-organisatie van zowel de DMO als van de verschillende OPCO’s niet juist te informeren en niet op de hoogte te houden van lopende of nieuwe ontwikkelingen en processen binnen de lopende reorganisatieplannen of de BCO PI.

Kort voor de BCO 3 PI van de Directie Inkoop van de DMO op donderdag 18 juli jl. werden de SCO-Def benaderd door leden met de mededeling dat men verbaasd was dat er een BCO 3 zou gaan plaatsvinden terwijl de uitkomst van de BCO 2 nog niet middels formele wel/niet plaatsingsbrieven aan het betreffende personeel waren uitgereikt. Tevens hebben de centrales signalen ontvangen waaruit bleek dat over deze omissie bij de Directie Inkoop is gesproken waarbij ook een mogelijke reactie hierop van de bonden aan de orde is geweest. Toch is er voor gekozen de BCO 3 PI Directie Inkoop door te laten gaan en de SCO-Def niet voorafgaand aan de BCO 3 Directie Inkoop hierover te informeren. Bij navraag bij de directeur P&O DMO werd duidelijk dat dit ook bij de P&O-organisatie van de DMO niet bekend was. Er is voor de SCO-Def om onbegrijpelijke reden geen contact gezocht met de SCO-Def om deze situatie vooraf te bespreken en in samenspraak te komen tot een oplossing. Dit was voor de SCO-Def de beroemde druppel en reden het overleg IO REO DMO en BCO processen bij de DMO tot nader order op te schorten en een formele brief te sturen aan de Werkgroep Reorganisaties met als doel om tijdens de eerstvolgende vergadering van deze werkgroep, welke gehouden gaat worden op 10 september, de huidige situatie te bespreken en te komen tot een oplossing.

Websize SOD HondengeleiderHondengeleiders
Tijdens diverse werkbezoeken van de voorzitter en de algemeen secretaris heeft de ACOM geconstateerd dat er steeds vaker (militaire) hondengeleiders werkzaam zijn binnen Defensie. Op zich een logische en goede ontwikkeling. Wij hebben tijdens deze werkbezoeken, maar ook door verschillende signalen die wij van onze leden hebben ontvangen moeten constateren dat er met betrekking tot de financiële en materiele voorzieningen waar hondengeleiders bij Defensie aanspraak op kunnen maken er geen eenduidige regelgeving bestaat. Er blijken verschillende aanwijzingen of operationele instructies te zijn waarin op verschillende wijze uitvoering en of invulling wordt gegeven aan financiële en materiele voorzieningen voor de hondengeleiders. Vooral met betrekking tot de vergoeding voor de permanente verzorging en de verantwoordelijkheid voor de diensthond blijken er verschillen te zijn in zowel de financiële vergoeding alsmede in het toekennen van arbeidsduur voor de directe verzorging van de diensthond. Dit was voor ons reden om middels een brief dit onderwerp te laten agenderen voor het eerstvolgende overleg van de werkgroep algemene financiële rechtspositie.

  

Dekkingsgraad en rekenrente pensioenen nader beschouwdWebsize Ben Groen Algemene Pensioen Groep APG Vlag

In deze en komende edities van ACOM Journaal zal Ben Groen, ‘onze man’ in het verantwoordingsorgaan van ABP, een aantal zaken die van belang zijn voor uw pensioen, bekijken en bespreken. Hij trapt af met de ‘dekkingsgraad’ waarmee de hoogte van uw pensioenuitkering staat of valt.

Een belangrijk onderdeel bij de discussie over de situatie bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is de hoogte van de dekkingsgraad. Duidelijk is dat er over de berekening van die dekkingsgraad veel (meer) inzicht kan worden verschaft.

In deze bijdrage(n) wil ik een aantal zaken op pensioengebied verduidelijken om te laten zien waardoor er zoveel gezegd kan worden over pensioenen. En ieder heeft zijn eigen waarheid.

De dekkingsgraad
De Nederlandse Bank (DNB) hanteert de volgende breuk om aan te geven wat de dekkingsgraad is:

Het vermogenWebsize Ben Groen Bulle und Bär Frankfurt
----------------------------------------------------
de contante waarde van de verplichtingen

Hier begint ‘t. Helder is dat de verplichtingen een toekomstige waarde hebben die afhankelijk is van het (beleggings)resultaat. Daarvan wordt een inschatting gemaakt. Niet op basis van de behaalde rendementen, maar op basis van de rekenrente. Dit is een schatting van het rendement dat gebaseerd moet zijn op een zo vast mogelijke waarde. Daarvoor is door DNB de term ‘prudente’ rente voorgeschreven op basis van de geldende commerciële marktrente. Die is in elk geval veel lager dan de werkelijk behaalde rendementen.

Hoe lager de rekenrente, hoe lager de dekkingsgraad. Daalt die onder de 100% dan moet er aan een noodrem worden getrokken. De snelste manier is dan korten op de pensioenen. Een andere manier kan zijn het verhogen van de premie. Dat komt voor rekening van de deelnemers en de werkgever(s). In ons geval: het Rijk.

Websize SOD ABPAndere mogelijkheden
Er zijn ook andere mogelijkheden om met de dekkingsgraad om te gaan. In de andere landen van de EU hanteert men hogere rekenrentes met een andere basis. Er wordt meer rekening gehouden met het rendement gebaseerd op de hele beleggingsportefeuille. DNB baseert de dekkingsgraad op het rendement van de AAA-obligaties (ongeveer 1%), dat is ongeveer 15% van de beleggingsportefeuille. En dat terwijl het lange termijn gemiddelde van de hele portefeuille tussen de 6 en 7% is.

Als daarvan de inflatie en de kosten worden afgetrokken blijft er ongeveer 2,5% werkelijk rendement over. Dat is ruim voldoende om aan de toekomstige verplichtingen te voldoen. Dat bovenstaande heeft gewerkt blijkt uit de resultaten van ABP sinds 2008 (het begin van de crisis). Het vermogen was toen bijna 178 miljard en steeg door de crisis heen naar 431 miljard in 2019.

De betaalde premies in deze periode bedroegen ongeveer 90 miljard en de pensioenuitgaven waren ongeveer 100 miljard. Toch steeg het vermogen Websize Ben Groen Grootdoor het rendement van ongeveer 8,6% naar die 431 miljard, waarmee duidelijk wordt bewezen dat de rente op de AAA-staatsobligaties niet zoveel zegt over een langdurig rendement van een pensioenfonds.

Natuurlijk is het zo dat rendementen uit het verleden geen……, toch is kijken naar het verleden de enige manier om een schatting voor de toekomst te kunnen maken bij gebrek aan een glazen bol.

Bij de effectenbeurs van New York bedroeg het gemiddelde rendement over de laatste honderd jaar tenminste 5%.
Waarom dan die pessimistische (prudente) blik naar de toekomst? Daarover zal mijn volgende bijdrage gaan.

Ben Groen
lid verantwoordingsorgaan ABP,
CCOOP (namens de ACOM)