Contact met uw bond
033-4953020


Gedragscode krijgsmacht opnieuw indringend onder de aandacht brengen

Websize Misstanden Kamercommissie Defensie 13 11 2017De Tweede Kamer eist een “grootschalig, onafhankelijk onderzoek” naar “de structurele mishandelingen” (seksueel misbruik en andere vernederingen) die binnen de krijgsmacht schering en inslag lijken”, schrijft De Telegraaf (10-11-17). De Kamercommissie Defensie heeft intussen een vertrouwelijk gesprek gehad met slachtoffers van seksueel ongewenst gedrag en andere misstanden bij de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen. Volgens de krant “zijn de Kamerleden zich daar rot geschrokken”. Men spreekt van “een ‘structurele doofpot’ en een ‘zieke organisatie’ die ‘de ernst van de zaak niet inziet’.”

De zaak kwam aan het rollen door een artikel in de Volkskrant van 2 november jl. waarin drie militairen onthullen te zijn misbruikt tijdens hun ontgroening in Schaarsbergen.
De slachtoffers hebben in 2014, noodgedwongen wegens “onder meer pesterijen, mishandelingen, aanrandingen en een verkrachting”, hun militaire uitrusting aan de wilgen gehangen. De daders zijn, naar hun zeggen, “sergeanten en korporaals van dezelfde eenheid”. Vier militairen die bij de misdragingen betrokken waren zijn destijds gestraft.

Zwijgcontracten verwerpelijk
Defensie deed in 2013 aangifte nadat een Commissie van Huishoudelijk Onderzoek de klachten had onderzocht. Het Openbaar Ministerie liet de zaak verder rusten omdat geen van de slachtoffers zelf aangifte wilde doen of een verklaring afleggen. Maar inmiddels heeft een van de militairen die slachtoffer was van de ergste misdragingen alsnog aangifte gedaan bij de marechaussee.

Indertijd zou Defensie de slachtoffers verboden hebben over de zaak met derden te spreken. Kamerlid Bruins Slot eist dat dit “tot de bodem wordt uitgezocht. Zwijgcontracten zijn verwerpelijk en uit den boze.”
Ploumen vindt dat ontgroening “geen enkel doel dient” maar slechts “een vals groepsgevoel” oproept. Als het aan haar ligt gaat het Openbaar Ministerie meer uit eigen initiatief onderzoek doen naar dit soort zaken.

Lees meer...

‘Op orde brengen basisgereedheid krijgsmacht eerste prioriteit’

Websize Rutte 3 Bordesscène met koning video image EO Blauw Bloed
Na ruim zeven maanden onderhandelen en formeren stonden ze in de late ochtenduren van donderdag 26 oktober jl. dan eindelijk op het bordes met de koning: De leden van het kabinet Rutte III onder wie de nieuwe minister van Defensie, Ank Bijleveld-Schouten. “Ik heb er gewoon veel zin in”, vertrouwde ze het verzamelde journaille toe, luttele momenten nadat ze door formateur Rutte op 23 oktober jl. was bevraagd over onder meer haar antecedenten.

Websize Nwe Pol Lei Overdracht bestuur departement“Het is een zware verantwoordelijkheid”, begreep ze, “zeker als je kijkt naar wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Het belangrijkste is om het vertrouwen in Defensie terug te winnen, zowel bij het personeel maar ook in het land.”
Bijleveld gaat in ieder geval direct werk maken van het “op orde brengen van de basisgereedheid” van de krijgsmacht.

‘Tricks & tips’
Maar de opvolgster van Jeanine Hennis-Plasschaert spreekt haar vader regelmatig, - en die is oud-beroepsmilitair. Van hem heeft ze al een stevige ransel aan praktische “tricks & tips” meegekregen. Afwachten dus hoe die aanwijzingen en directieven gaan uitpakken bij het (weer) op orde brengen van een departement dat onder meer het kleverige imago van chaotisch en falend management steunend en kreunend met zich meezeult.

Of ze, in navolging van Hennis, ook onder een parachute zou gaan hangen, wilde men weten. “Nee” was het stellige antwoord, “dat ga ik niet doen omdat ik niet zo van grote hoogtes houd.” Een Defensieminister die last heeft van hoogtevrees…

Anna Theodora Bernardina (Ank) Bijleveld-Schouten (55), is geen onbekende noch een onbeschreven blad op het Haagse Binnenhof. Ze wasWebsize Nwe Pol Lei drs. a.th.b. bijleveld schouten 5112 liggend gedurende twee perioden (1989-2001; 2010-2011) lid van de Tweede Kamer. In het kabinet Balkenende IV (CDA, PvdA en ChristenUnie) fungeerde ze als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met in haar portefeuille onder meer (het lastige dossier) Koninkrijksrelaties. Ook in de provinciale en gemeentelijke politiek heeft Bijleveld haar sporen verdiend onder meer als eerste burgemeester van fusiegemeente Hof van Twente en als Commissaris van de Koning in Overijssel.

‘Kleine generaal’
De bestuurskundige, die binnen het CDA op de linkerflank verkeert, wordt geprezen als een geestdriftige, hardwerkende bestuurder met “bindend vermogen, benaderbaar en bereikbaar”. Een “warme innemende persoonlijkheid”. Maar hoe aimabel en meegaand ze ook mag ogen, de nieuwe minister van Defensie is met name ook “dwingend en dominant”. Ze laat er geen misverstand over bestaan wie “de baas” is. De gelouterde politica wordt dan ook de “kleine generaal” genoemd vanwege haar lichaamslengte en manier van besturen. Daar kunnen ze ook op de voormalige Nederlandse Antillen van meepraten.

Als staatssecretaris verantwoordelijk voor Koninkrijksrelaties moest Bijleveld onder meer de bestuurlijke vernieuwing van de Antilliaanse eilanden op de rails zetten en op koers houden. De eilanden Curaçao en Sint Maarten werden een apart land binnen het Koninkrijk terwijl Bonaire, Sint Eustatius en Saba de status kregen van Openbaar Lichaam (bijzondere gemeente). Het was een taaie klus waarbij het er vaak (ook verbaal) niet zachtzinnig aan toe ging. Maar Bijleveld wist het schip behendig de veilige haven van de ‘magische’ uitvoeringsdatum 10-10-10 binnen te loodsen.

Lees meer...

Pleitbezorger sociale rechtszekerheid reservepersoneel Defensie

Websize Johan Pols en collegas AFMP en VBMEen nazomer namiddag en op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninck kazerne in Oirschot is een informatie- en wervingsbijeenkomst georganiseerd voor reservisten (in opleiding). Een trio vakbondsvertegenwoordigers, onder wie Johan Pols van de ACOM, staat intussen gereed, voorzien van flyers, hand-outs en wat niet al, om de eigen bond aan de man (en de enkele vrouw) te brengen.

In kort tijdsbestek leidt Johan Pols de goed opgekomen reserve militairen bekwaam en rap door het soms ingewikkelde gangenstelsel van het sociale rechtszekerheidsgebouw bij Defensie. Dit alles met behulp van een PowerPoint presentatie die klinkt als een klok en staat als een huis

Belangstelling wekken voor onze bond
De ACOM Journaal-ist treft Pols in Echos Home ‘de Vrijheid’ (‘niets moet en alles mag’), gevestigd pal tegenover de kazerne. Daar bereidt hij zich voor op de bijeenkomst door nog even een snelle blik te werpen op zijn stukken en haastig een boterham weg te kauwen.

Doorgaans gaat dat ‘warmdraaien’ in een veel rustiger tempo. “Ja, want dan ben ik een uur voor zo’n bijeenkomst begint aanwezig maar ik had nu hiervoor nog een andere activiteit.”
En op de keper beschouwd is ‘warmdraaien’ niet noodzakelijk maar de perfectionist laat, als het om dit soort optredens gaat, niets aan het toeval over. “Het gaat er niet alleen om de sfeer te proeven op de locatie maar ook om eventueel al aanwezige reservisten te spreken en ze al een beetje warm te maken en hun belangstelling te wekken voor onze bond”, licht Pols toe.

Hoe het zij, een half uur voor de geplande begintijd van de bijeenkomst meldt Pols zich bij de vergaderzaal (Centraal Lesgebouw, School Zuid) waar intussen ook de collega’s van AFMP en VBM zijn gearriveerd. Dan blijkt dat de bijeenkomst, om onduidelijke redenen, ruim een half uur later zal beginnen. Maar de gemoedelijke en collegiale sfeer onder de vakbondsvertegenwoordigers is die vooravond niet kapot te krijgen.

Sociale rechtszekerheid als vakgebiedWebsize Johan Pols presentatie Reservisten 1
Johan Pols begint zijn sessie met zich voor te stellen als “eerste en enige beleidsmedewerker Sociale Rechtszekerheid en Reservistenaangelegenheden” in het veld van de vakbonden bij Defensie. Hij weidt vervolgens uit over zijn rapport ‘Reserve-personeel en sociale zekerheid’ dat nu alweer zeven jaar geleden aan de toenmalige staatssecretaris Jack de Vries werd aangeboden. Het rapport gaat uitvoerig in op “de huidige rechtspositie en de knel- en zorgpunten” daarvan.

Zelf sinds 1985 reservist in de rang van korporaal bij de Koninklijke Landmacht, weet Pols zowel van de hoed als de rand. Met name de sociale rechtspositie van de reservist en alles wat daarmee samenhangt herbergt voor hem geen geheimen.
“Sociale rechtszekerheid is mijn vakgebied”, verzekert de ACOM-medewerker zijn gehoor. Hij wijst erop dat onze bond “al heel gauw het belang van de reserve (onderkende) en de steeds groter wordende rol die ze in de toekomst krijgen. Zeker in het kader van de Adaptieve Krijgsmacht”.

Lees meer...

Het heeft lang geduurd, maar in 2014 is het ministerie van Defensie dan eindelijk begonnen met het afwikkelen van de zaken voor veteranen met letselschade. We zijn nu ruim drie jaar verder. De eerste zaken zijn afgewikkeld. In deze bijdrage in ACOM Journaal wordt beschreven hoe de afwikkeling verloopt.

Websize Martens Gehandicapte militair bedwingt klimmuurDe veteraan heeft letsel opgelopen met dienstverband. In de meeste zaken gaat het om PTSS-klachten. Het kan ook gaan om een veteraan die in de periode van opwerken naar een uitzending een ongeluk heeft gehad en daardoor invalide geworden is.

Er moet sprake zijn van invaliditeit. Dat moet door een deskundige zijn vastgesteld. Dat is vaak een psychiater. De zaak kan pas worden afgewikkeld als er sprake is van een stabiele medische eindtoestand. Eerder niet, omdat het dan nog onzeker is of de invaliditeit blijvend is.

Er zijn twee categorieën
De ‘Regeling volledige schadevergoeding voor oorlogs- en dienstslachtoffers’ (RVS) is van toepassing op veteranen die op of na 1 juli 2007 zijn ontslagen. Het kan ook gaan om veteranen die vóór 1 juli 2007 zijn ontslagen, maar op of na 1 juni 2012 een militair invaliditeitspensioen (MIP) hebben aangevraagd. Ook voor nabestaanden bestaat een regeling.

De tweede categorie wordt gevormd door groepen van veteranen die als gevolg van de Kamerbrief van oud- minister van Defensie Hennis-Plasschaert aanspraak kunnen maken op schadevergoeding. Het gaat om Joegoslavië-veteranen en Libanon-veteranen.
(
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/08/24/kamerbrief-met-stand-van-zaken-schadeclaims-veteranen)

Ook veteranen die een Ereschulduitkering hebben gehad, maar méér schade lijden, kunnen onder voorwaarden in aanmerkingWebsize Martens Paars gevuld Alle krijgsmachtdelen komen voor een vergoeding van hun restschade. De ereschulduitkering wordt wel in mindering gebracht op de schadevergoeding.

Aansprakelijkheid is geen discussie meer
Het gaat om letselschadezaken. In letselschadezaken moet eerst de vraag worden beantwoord wie aansprakelijk is voor de schade. In de schadevergoedingszaken van veteranen is dat geen discussie meer. Het ministerie van Defensie neemt zijn verantwoordelijkheid. Veel veteranen voeren al jaren een juridische strijd met Defensie; over het gebrek aan zorg, over vergoedingen of over andere onderwerpen. Met de genoemde regelingen moet de strijdbijl worden begraven. Er hoeft niet meer gediscussieerd te worden over de aansprakelijkheid. De zaak wordt afgewikkeld. Er wordt een schadevergoeding betaald. Het ministerie moet alle geleden schade betalen.

Lees meer...

Invictus Stichting trots op Nederland voor koesteren ethos van de Invictus GamesWebversie Hulst Logo Invictus Games Toronto

De laatste (centrale) trainingen zijn achter de rug, - de een na laatste oefening samen met de CDS, generaal Middendorp, die met onder anderen de rolstoelbasketballers meetrainde -, en het Dutch Invictus Games Team (DIGT) is er klaar voor. Tot in de haarvaten gemotiveerd voor de Spelen die van 23 tot 30 september a.s. gehouden worden in Toronto, Ontario, Canada.

Van de dertig oorspronkelijk geselecteerde sporters heeft er één moeten afhaken. Maar om een zeer persoonlijke en verheugende reden, verduidelijkt overste Jeroen Hulst, ook dit jaar de chef de mission ofwel chief of mission van het DIGT. Een van de atletes is namelijk zwanger. En straks komt een “Invictus-baby” ter wereld die volgens zijn/haar moeder direct de trouwste supporter van de Games wordt.

Nu scherpte erin houden
In de plaats van de ‘achterblijfster’, die mee zou doen bij het wielrennen en zwemmen, valt een van de andere collega’s in “die ook heel goed zijn”, verzekert de chef de mission. “We hebben een verjongde en vernieuwde équipe. Dat is ook onze bedoeling om telkens nieuwe deelnemers aan het team toe te voegen naast, zeg maar, de ervaren rotten. Die kunnen de nieuwkomers opvangen en begeleiden zodat zij ook die belangrijke stappen in hun algehele herstel kunnen maken.” Webversie Hulst CDS bij Training Rolstoelbasketballers Invictus Games

Het is nu zaak ervoor te zorgen dat de sporters niet door ‘overtraining’ geblesseerd of oververmoeid raken. In deze periode worden de puntjes op de i gezet. “Om een voorbeeld te geven. We doen ook met een vier keer honderd meter estafetteploeg mee aan de spelen. Het gaat er nu dan niet zozeer om zo hard mogelijk te gaan op die honderd meter maar vooral om het focussen op de start en wisselvak. Ervoor zorgen dat het goed zit met die techniek en dat het vertrouwen in de ploeg blijft en versterkt wordt.”

Dat was ook precies de bedoeling van de laatste centrale training die het team achter de rug heeft. Straks aantreden en strijden als een hecht team, natuurlijk wel uitkomend in uiteenlopende sporttakken maar als een Dutch Invictus Games Team.

Hoewel de derde editie van de Invictus Games op 23 september begint, reist de Nederlandse sportequipe pas op 21 september af naar Canada. Dit betekent dat de ploeg krap anderhalve dag de tijd en ruimte heeft om te acclimatiseren. Of dat wel verstandig is wil ACOM Journaal van de chief of mission weten. “We hebben voldoende tijd om van de vlucht te kunnen herstellen. Verder kunnen we ook even, zeg maar de sfeer van de omgeving opsnuiven en de wedstrijdaccommodaties bekijken. De zenuwen wegnemen en de scherpte erin houden bij de mensen. Dus die anderhalve dag gaan we heel goed gebruiken. En daarna gaan de mannen en vrouwen vlammen!”

Family and friends
Webversie Hulst d170421ek10399De Nederlandse delegatie naar de Invictus Games tel dit keer 29 atleten, 11 kernstafleden (inclusief de beide chefs). Daarnaast voegen zich daarbij ook 72 family and friends die begeleid worden door twee van de kernstafleden. Het meegaan van die family and friends is niet alleen belangrijk voor de sporters maar is ook een heel bijzondere gebeurtenis voor de familieleden, vrienden en kennissen zelf. “Ze zien en ervaren hoe hun man, vrouw, zoon of dochter die jaren, in die beperking gezeten heeft en die door sport weer toekomstperspectief gekregen heeft, dit allemaal in praktijk brengt in confrontatie met hun sportcollega’s. Wij vinden het belangrijk dat zij deelgenoot zijn van het plezier en de voldoening die hun man, vrouw, dochter of zoon ervaart aan het deelnemen aan de Invictus Games. Dat het ze beter gaat, dat ze stappen vooruit hebben gezet en zetten. Want de family and friends hebben in de voorliggende periode ook lief en leed gedeeld.
De focus is doorgaans gericht op de gewonde militair maar die familie en vrienden zijn in figuurlijke zin ook enigszins gewond geraakt, ze krijgen met iets te maken waar ze nooit op hebben kunnen anticiperen.”

De verwachtingen zijn hoog gespannen?

“Het gaat niet om de getallen aan behaald edelmetaal, zeg ik altijd. In Londen waren het 12 en in Orlando vorig jaar 18 medailles. Het gaat om het aantal deelnemende mannen en vrouwen die op 23 september in Toronto de arena betreden en die eigenlijk al een medaille verdienen door daar te staan. Het beste uit zichzelf halen en dat laten zien is al een gouden medaille waard. Daar gaat het in wezen om: de prestatie en de blijvende herinnering.”

Maar de lat wordt wel steeds hoger gelegd ook bij de Invictus Games als het gaat om prestaties en winnen?

“Het is wel jammer dat het bij een aantal landen louter om de medaillespiegel gaat, - Amerika is daar een voorbeeld van. Maar wij gaan daar niet in mee omdat dat niet het ethos is van de Invictus Games. Dat is niet zoals de bedenker, de Engelse prins Harry, het ooit bedoeld heeft. Die bevestiging kregen we ook van de Invictus Games Foundation die bij ons op bezoek is geweest tijdens een van de trainingen. Ze zijn trots op de manier waarop wij met de Invictus Games gedachte omgaan. En daar houden we aan vast. Wij hebben ons eigen doelstelling en die gaan we halen.”

“We komen op 2 oktober terug. Met allemaal breed glimlachende, trotse mensen. Hetzelfde geldt voor het vertrek de 21e september Wie daarbij aanwezig wil zijn is van harte welkom op Schiphol. Van kwart voor negen tot half tien is er gelegenheid om de mensen uit te zwaaien.”

‘In hun inzet tot in de dood zijn zij solidair geweest met allen die na hen kwamen …’Webversie Roermond DSC4791

“Het is belangrijk, ook nu bijna zeventig jaar later, te praten over wat er in Nederlands-Indië is gebeurd. Voor uw kinderen en kleinkinderen”, zei staatssecretaris Martin van Rijn bij de jaarlijkse herdenking bij het Nationaal Indië-monument in Roermond.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verwees in zijn toespraak onder meer naar het vier jaar durende (vervolg)onderzoek dat de regering laat uitvoeren “naar de gebeurtenissen in Indië tussen 1945 en 1950”. Hierbij is “een belangrijke rol voor ooggetuigen weggelegd”.
In die bloedige dekolonisatieperiode kwamen ruim 6200 Nederlandse militairen om het leven. Onder de Indonesische strijders en de burgerbevolking vielen tienduizenden doden.

Van Rijn zei heel wel te beseffen dat het Indië-onderzoek “de pijn van oude wonden (kan) doen herleven. Maar ook het begrip vergroten van de moeilijke omstandigheden waaronder vele militairen moesten opereren. Daarom willen we nu het nog kan luisteren naar uw verhalen. Voor onze kinderen en kleinkinderen is het van groot belang om te weten hoe wij in het verleden zijn omgegaan met vrede en vrijheid.”

Webversie Roermond DSC4929Verhalen vertellen van wezenlijk belang
De staatsecretaris vertelde in kort bestek het verhaal van Ad van der Gouw, een van de meer dan 200.000 Nederlandse militairen die tussen 1945 en 1962 hebben gevochten in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Van der Gouw was destijds een 23 jarige dienstplichtige, die leed aan de gevolgen van een ernstige ptss-aandoening. “Hij wil terug naar huis. De gruwelijkheden die hij heeft gezien vreten aan hem.”

In Nederland zijn er maar weinigen die geïnteresseerd zijn in verhalen over wat er in Indië is gebeurd. Maar ook de (getraumatiseerde) repatrianten zijn beschroomd of niet in staat om hun vaak gruwelijke ervaringen te vertellen. Zo snel mogelijk die ellende vergeten en terug naar de Nederlandse orde van de dag is het parool. De handen ferm uit de mouwen, een baan vinden en meehelpen aan de wederopbouw. Maar die diep inkervende herinneringen lieten zich niet ver wegstoppen en bleven spoken.
Daarom is het van wezenlijk belang dat de verhalen worden verteld, worden gedeeld, als was het alleen maar om de helende werking die daarvan uitgaat.

Daarom moeten we blijven vertellen en blijven luisteren naar de verhalen van de Indië- en Nieuw-Guinea-veteranen. “Lange jaren hebben zij zich niet begrepen gevoeld door de vele Nederlanders die ver weg in het vaderland niet beseften, wat zij in den vreemde hadden meegemaakt”, constateerde Jo Kneepkens, waarnemend voorzitter van de stichting Nationaal Indië-monument 1945.

Onthulling Korea Plaquette
De dertigste herdenkingsbijeenkomst in het Nationaal Herdenkingspark Roermond (voorheen Stadspark Hattem) is elk jaar weer een indrukwekkende gebeurtenis. Ook dit jaar zijn talloos veel (Indië-)veteranen, nabestaanden en familieleden vanuit het hele land naar Limburg gereisd. Allen met een missie: de herdenking van de Nederlandse militairen die sneuvelden tussen 1945 en 1962 in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Opvallend is ook het grote aantal jonge mensen dat zich voor de herdenking heeft gemeld.

Kransen werden gelegd door onder anderen staatssecretaris Van Rijn die het kabinet vertegenwoordigde, de voorzitters van de Staten Generaal Khadija Arib (Tweede Kamer), Ankie Broekers (Eerste Kamer) en de Commandant der Strijdkrachten namens de krijgsmacht.
Bij de herdenking was ook aanwezig de chef van het Militaire Huis, generaal-majoor Hans van der Louw als afgezant van Zijn Majesteit de Koning.
Na de gebruikelijke minuut stilte voerden vier F-16 jachtvliegtuigen een ceremoniële fly-by uit in Missing Man formatie.

Webversie Indië Roermond DSC4699Voor het begin van de officiële herdenking werd een ‘Korea’ plaquette onthuld bij het Monument voor Vredesoperaties door een gezelschap bestaande uit de voorzitter van de Vereniging Oud-Korea Strijders, de commandant van het Regiment van Heutsz en de ambassadeur van de Republiek Korea Yun Young Lee.

Ook dit jaar viel Liduina van de Broek de eer te beurt de herdenkingsplechtigheid bij het Nationaal Indië Monument Roermond te open met een overdenking en een gebed. Hieronder de tekst:


Het is met dankbaarheid dat ik vandaag opnieuw deze herdenking mag openen met een overdenking en een gebed.

Als geestelijk verzorger voor veteranen maak ik veel herdenkingen mee. Steeds vormen zij een plechtig en waardig eerbetoon aan onze gestorven dienstmakkers en geliefde familieleden. Zo ook vandaag, nu wij, als inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden, zijn verzameld rond de namen en gedenktekens van onze Indiëveteranen.Websize Foto Aal Liduina vd Broek

Dat wij dit doen, elk jaar opnieuw, toont niet alleen ons respect voor wie ‘vielen voor het vaderland’. Het maakt ook zichtbaar dat we onze doden blijven meedragen. Meer nog, elke keer als wij hen gedenken, gaan wij als het ware naast hen staan. We erkennen dat zij zijn gevallen in onze plaats. Voor veel veteranen die uit de strijd zijn teruggekeerd, is dit vaak letterlijk waar: verbijsterd stellen zij vast dat zij mochten blijven leven, terwijl hun kameraden op het slagveld zijn achtergebleven. “Het is alsof er in hun plaats een keuze is gemaakt, zonder dat zij hier zelf enige inbreng in hadden”, zo verwoorden ze het vaak, met pijn in het hart.

Voor de absolute macht van de dood wijkt onze autonomie, maar niet alleen dan. Voor ieder van ons geldt, dat we gedurende ons leven telkens opnieuw gewaar worden dat we wel keuzes kunnen maken, maar toch heel veel zaken niet in de hand hebben. Talrijk zijn de momenten waarop we herinnerd worden aan onze kwetsbaarheid en onze afhankelijkheid van anderen voor ons leven en geluk.

Zo leveren militairen een deel van hun autonomie in vanaf het moment dat zij in dienst treden. Een militaire organisatie kan immers niet functioneren zonder een uitdrukkelijke hiërarchie en heldere regels. Al deze regels, al die gehoorzaamheid, zijn er mede op gericht de gestelde doelen te halen en hierbij niet meer geweld te gebruiken dan de situatie vraagt.

En toch, onvermijdelijk komt daar het moment, dat er doden vallen. In de eigen rangen, bij de tegenpartij, bij de altijd ook aanwezige burgers. Even staat de tijd stil, het leven houdt de adem in, of schreeuwt het uit, in pure doodsangst. Een plotselinge, gewelddadige dood wordt altijd als de grootste inbreuk op het leven ervaren.

Aan ons, nabestaanden, kameraden en als gehele samenleving, rest geen andere mogelijkheid dan onze doden met zorg en toewijding te gedenken. Hierbij zeggen we steevast het volgende: “zij gaven het hoogste offer, dat van hun leven”. En dit is waar.

Zij hebben de waarheid ervaren van het spreekwoord dat zegt: “Oorlog breekt uit, vrede wordt gesticht”. Onze militairen wilden niet dood, zij kozen voor het leven, net als wij.

Zij kozen er echter ook voor om trouw de taak uit te voeren die hen op de schouders is gelegd. Hun motivatie was niet de oorlog, niet het geweld, maar het gehoorzamen aan hun opdracht, hen gegeven vanuit de politiek. Hun taak was het om te proberen vrede te stichten met militaire middelen. Zij hebben deze vrede niet zelf mogen beleven, maar in hun inzet tot in de dood zijn zij solidair geweest met allen die na hen kwamen. En het is met de namen van hun geliefden op de lippen, dat zij zijn gestorven. Wij danken hen eerbiedig en gedenken hen met liefde.

En ik wil het hoofd buigen en bidden:

God, onze Heer,

Vandaag zijn wij samengekomen om onze doden te herdenken.

Elke keer opnieuw en op velerlei wijzen

breekt de dood in ons leven in.

Wij zijn hierdoor bedroefd,

maar ook geschokt en kwaad,

zeker als het om jonge mensen gaat,

met nog zoveel levensjaren voor hen.

Wij bestormen uw hemel met onze vragen,

want we voelen dat we voor het léven zijn bestemd,

elke keer als we naar het goede verlangen

en liefde vinden.

Zend ons uw Goede Geest, Heer,

Dat wij niet opgeven,

niet buigen voor het kwaad,

niet vertwijfelen in het aangezicht van de dood.

Maar solidair zijn met wie strijden

voor het leven, alle leven, waar ook ter wereld.

Amen.

(Foto's NIM: Pim Ermers, Melick)