Contact met uw bond
033-4962722


Maar de positieve ervaringen en gevoelens blijven de overhand houden

“De voorbereiding op de missie naar Joegoslavië was niet goed”, kijkt veteraan Bertus Bruil (58) terug op zijn eerste uitzending 22 jaar geleden. Zijn 32 jaar jongere collega Richard, die (evenals Bertus) ‘Mali’ achter de kiezen heeft, steekt het dat Defensie niet beter omgaat met het thuisfront.

Beide veteranen zijn lid van de ACOM en maken deel uit van de omvangrijke groep bondsleden die de ingrijpende en vormende ervaringen van (vredes)missies op hun conto mogen schrijven. Zowel Bertus als Richard waren bereid als opmaat naar de Nederlandse Veteranendag van 29 juni a.s., hun missie-ervaringen te delen met ACOM Journaal.

Door ernstig ongeluk baan bij infanterie gemistWebsize Dubbelinterview Bertusbruil

Naam: Bertus Bruil
Leeftijd: 58
Missies: Joegoslavië (1997), Afghanistan (2011), Mali (2014)
Dienstjaren: 40 jaar.

Hoe ziet uw loopbaan bij Defensie eruit?

“40 jaar geleden kwam ik op als dienstplichtige op de School Reserve Officieren Kader Infanterie te Ermelo. Na de dienstplicht vervuld te hebben ben ik weer de burgermaatschappij in gegaan om na 3 dagen spijt te krijgen en terug te keren. Eenmaal terug bij Defensie meldde ik me aan bij de infanterie.

Een paar weken nadat ik terug was bij Defensie sloeg het noodlot toe en liep ik tijdens een auto ongeluk ernstig letsel op. Hierdoor kon ik niet meer bij de infanterie dienen maar nog wel binnen Defensie. In de jaren hierna ben ik rijinstructeur alle klassen (YA 328, YA126 en YA4442) geworden op de Militaire Rijschool.

In 1997 ben ik voor de eerste keer uitgezonden naar Joegoslavië met het Korps Rijdende Artillerie, in 2011 naar Afghanistan deel uitmakend van het Redeployment Detachement en de laatste keer in 2014 naar Mali als coördinator werkzaamheden personeel. Vandaag de dag werk ik in een logistieke functie aan de Nijmeegse Vierdaagse. Dit zal ook mijn laatste Vierdaagse zijn want in december hoop ik na 40 jaar bij dit mooie bedrijf met Functioneel Leeftijdsontslag te gaan.”

Websize Dubbelinterview DutchbatSrebrenicaWelke momenten van uw uitzendingen zijn u het meest bij gebleven?

In 1997 ben ik met de Mortier Opsporings Radar Batterij naar Joegoslavië uitgezonden. We waren de eerste groep die na het Verdrag van ‘Dayton’
[1] uitgezonden is. De Bosniërs en de Serven in het gebied waren elkaar vanaf de binnenplaats van een kasteel aan het bestoken met mortieren. De radar op ons voertuig kon vanaf 10 minuten nadat een mortier afgeschoten was deze al onderkennen, hierna informeerden we gelijk de Engelse troepen in het gebied. Deze reden er in hun voertuigen naar toe om de situatie onder controle te krijgen.

Ondanks ons snelle optreden had ongeveer ieder dorp in de omgeving een eigen munitieopslag met onder andere mortieren. Zodoende konden we niet alle mortieren bijtijds onderkennen en ging het soms ook gruwelijk mis. Zo vonden we tijdens een patrouille een paar kinderschoentjes, helemaal onder het bloed. Dit doet wat met je als mens, eenmaal thuis merkte mijn omgeving dit vooral, ik was een stuk alerter dan voordat ik uitgezonden was. Met de tijd is dit weer goed gekomen, het is een stuk minder dan toen ik net terug kwam maar de alertheid zal altijd blijven.

Joegoslavië heeft in die zin het meeste indruk gemaakt, Afghanistan en Mali waren totaal andere uitzendingen. Zo was ik in Afghanistan Hoofd Expeditie van het Redeployment Detachement op Kandahar Airfield. Dit betekende dat mijn team en ik ervoor moesten zorgen dat alle goederen, die tijdens de missie gebruikt waren, met het vliegtuig weer terug kwamen in Nederland. Omdat er tijdens deze uitzending bezuinigingen door werden gevoerd moesten we eerder naar huis. En omdat we vroegtijdig terug gingen was er geen adaptatieprogramma voor ons geregeld. We vlogen vanuit Afghanistan naar Dubai, hier was tijd voor een kop koffie en een boterham. Een paar uur later stonden we weer op het vliegveld in Nederland.

Dit was natuurlijk een hele omschakeling, ook voor het thuisfront. Na mijn laatste missie in Mali was de omschakeling van missie naar thuis ook groot. In 2014 ben ik uitgezonden naar Mali als Coördinator Werkzaamheden, om alles in goede banen te leiden wat betreft de opbouw van het kamp in Gao. Na 6 weken in het gebied geweest te zijn werd ik eerst naar het ‘Holland House’ in Bamako gestuurd om te adapteren. Vanuit complete armoede naar luxe waar je als het ware op handen gedragen werd.

Toch kijk ik positief terug op alle drie uitzendingen, het waren ervaringen waar ik veel van heb geleerd. Een aantal Britse collega’s is in 2001 zelfs nog op onze bruiloft geweest. Toevallig heb ik zojuist nog een collega-chauffeur van de missie in Afghanistan gesproken. Het maakt niet uit hoeveel jaar je terug bent, als je samen uitgezonden bent geweest bouw je een speciale band met elkaar op.”

Hoe vindt u dat Defensie omgaat met het uitzenden van personeel?

“Mijn ervaring met Defensie tijdens uitzendingen is niet zo goed. Voor Joegoslavië waren we niet erg goed voorbereid. In het gebied zelf kwamen we er eigenlijk achter hoe het daar reilde en zeilde en wat onze taak daar was. Het is natuurlijk altijd zo dat het in de praktijk anders is dan in theorie maar dit was extreem
.

Leidinggevenden die alleen doen wat van boven opgedragen wordt en niet kijken naar het feit dat hun personeel ook gewoon mensen zijn met een thuisfront. Dat was wel uniform bij alle drie mijn uitzendingen. Hier ben ik gedurende mijn diensttijd tegenin gegaan. Ik heb geprobeerd om de leidinggevenden weer het menselijk aspect in leidinggeven te laten zien. Een voorbeeld hiervan is dat er na de missie naar Afghanistan een nagesprek is met een psychiater. Tijdens dit gesprek werd duidelijk dat deze nog nooit in Afghanistan was geweest en geen idee had van wat er daar speelde. Persoonlijk vindt ik dat je niet zo met personeel om kan gaan.


‘Mali: Een compleet andere wereld’


Websze Dubbelinterview RichardMali
Naam: Richard
Leeftijd: 26
Missie: Mali (2018)
Dienstjaren: 5 jaar.


Hoe ziet uw loopbaan bij Defensie eruit?

“Na 3 jaar in de bouw & infra gewerkt te hebben besloot ik mijn jongensdroom achterna te gaan en te gaan solliciteren bij Defensie. Mijn eerste keuze voor een functie lag bij de Luchtmobiele Brigade. Door de toenmalige schaarste aan vacatures werd het een functie bij de Cavalerie als Verkenner. 8 december 2014 ben ik opgekomen om de Manoeuvre Functie Opleiding (MFO) te volgen. Na 4 jaar op functie kwam begin 2018 de opdracht om op uitzending te gaan naar Mali. Terug uit Mali ben ik bevorderd tot Korporaal en het ligt in mijn toekomstplannen om een MBO-4 opleiding te gaan volgen en uiteindelijk naar de Koninklijke Militaire School te gaan om onderofficier te worden.

Welke momenten van uw uitzending zijn u het meest bij gebleven?

“De voorbereidingstijd voor onze uitzending was korter dan normaal, waardoor het voelde alsof je van de ene op andere dag in een compleet andere wereld bent beland. Een wereld waar armoede de baas is en een leven een stuk minder waard is dan dat wij gewend zijn in onze westerse wereld.

Tijdens een patrouille buiten de poort in het midden van de woestijn kwamen we een dorpje tegen. Toen we daar even stil stonden met onze voertuigen kwam er een jongentje van een jaar of 2 naar ons voertuig toe die letterlijk helemaal niets had. Het was bijzonder om te zien hoe blij je hem kon maken met een oud shirt, dat bij hem tot de enkels kwam. Iets wat voor ons weinig betekent maar het geeft wel aan hoe arm de bevolking in Mali is.

Iets wat me ook bij is gebleven van de uitzending waren de momenten dat er tijd was voor ontspanning. Zoals een potje kaarten met mijn collega’s onder het genot van een Webszie Dubbelinterview locatie castor Maliijskoud alcoholvrij biertje. Je zit samen voor langere tijd in het buitenland zonder je familie of vrienden. Samen moet je het er het beste van maken.’’

Hoe vindt u dat Defensie om gaat met het uitzenden van personeel?

“Ik ben van mening dat Defensie beter om kan gaan met het thuisfront. Voordat ik uitgezonden werd was het niet duidelijk wanneer we zouden vertrekken. Dit werd pas 3 weken voor de uiteindelijke vertrekdatum definitief. Drie weken waarvan twee al gevuld waren met oefeningen. Het is lastig om thuis te verkopen dat je nauwelijks één week verlof hebt. Gelukkig kon mijn thuisfront snel schakelen maar ik kan me voorstellen dat dit lastiger is met bijvoorbeeld jonge kinderen.”




 


[1] Het Verdrag van Dayton of de Akkoorden van Dayton (officieel: General Framework Agreement for Peace in Bosnia and Herzegovina) is het vredesverdrag dat een einde maakte aan de Bosnische Burgeroorlog.

Soldatenkerk (initiatief van missie-krijgsmachtpredikanten) wil voorzien in die behoefte

Het idee kwam van de krijgsmachtpredikanten Mark Boersma, Fred Omvlee en hun (inmiddels afgezwaaide) ‘wapenbroeder’ Henk Fonteyn
[1]. De Defensiedominees Websize Ubels Dienst te veldehadden in het veld signalen opgevangen dat met name missie-veteranen eenmaal weer thuis, toch wel een dienst c.q. viering als in het uitzendgebied, of op een schip, node misten.

In de woorden van de initiatiefnemers: “Vanuit het werk als geestelijk verzorger bij Defensie zien we een behoefte bij militairen, thuisfront, oud-militairen, veteranen, om op gezette tijden (zon- en feestdagen) bezinningsbijeenkomsten/kerkdiensten/herdenkingen bij te wonen in een setting waarin men zich herkend en erkend voelt.”

De ‘dooms’ besloten de schouders te zetten onder het organiseren in Nederland van, in wezen, overeenkomstige diensten als in de missiegebieden het geval is. Met hun plan stapten ze naar de hoofdkrijgsmachtpredikant (HKP) Klaas Henk Ubels die daar wel oren naar had. Het betekende de geboorte van ‘Soldatenkerk’!

Verschillende doelgroepen
Op een zonnige lentedag op de Veluwe doet de hoofdkrijgsmachtpredikant ACOM Journaal “het idee achter Soldatenkerk” uit de doeken. Het terughalen en herbeleven als het ware van die bezinningsmomenten op uitzending die een bijzondere lading kregen door de uitzonderlijke omgeving en omstandigheden. Dat element misten de veteranen bij de kerkdiensten thuis. “We zijn het ‘Soldatenkerk’ gaan noemen om het laagdrempelig te houden, hoewel ik besef dat het woord ‘kerk’ weer een drempel kan opwerpen. Maar dat is de naam in de ontwikkelingsfase waarin we nu zitten”, licht Ubels toe.

De vieringen zijn, conform het oorspronkelijke plan van de initiatiefnemers, niet louter en alleen voor veteranen maar met name ook voor het c.q. hun thuisfront. Bovendien hebben de vieringen in het kader van Soldatenkerk ook een voorlichtingsoogmerk. Lokale kerken krijgen zo inzicht voor wat betreft de bezinningsmomenten in het missiegebied.

Lees meer...

Arbeidsvoorwaardenoverleg hervat na gewenste stappen van Defensie

In de vorige editie van ACOM Journaal hebben we u geïnformeerd over de stand van zaken aangaande de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen op dat moment. Met name Websize SOD Lumbl Para oefening Red Devils 26 02 14ook over de conclusie van de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel (SCO) dat er geen basis was voor verder overleg.

Die conclusie, bekendgemaakt tijdens het Sectoroverleg Defensie van 23 april j., was het gevolg van twee zaken:
1. De tot dan toe gevoerde onderhandelingen in de Werkgroep arbeidsvoorwaarden die op 16 april waren beëindigd.
2. De eerste inzet van de werkgever Defensie.

De werkgever gaf te kennen op basis van die eerste inzet verder te willen onderhandelen maar de SCO vonden het bod veel te mager en zagen daarin geen perspectief voor vruchtbaar overleg.

Opzeggen vertrouwen
Defensie gaf tijdens het SOD aan dat er extra ruimte was maar wilde daar op dat moment geen duidelijkheid over verschaffen. Indien de werkgever zijn inzet openbaar maakte en duidelijkheid gaf over de extra ruimte, wilden de SCO wel bij het personeel te sonderen of het bod echt een basis biedt voor verder overleg zoals Defensie beweert. Of dat men zich achter de centrales zou scharen in de visie dat de eerste inzet onvoldoende perspectief biedt om verder te praten.
Ondanks herhaaldelijk aandringen gaf de staatssecretaris tijdens het SOD van 23 april aan het bod niet openbaar te willen maken. Doordat de gewenste transparantie uitbleef bleef de SCO op dat moment niet meer over dan het opzeggen van het vertrouwen in de werkgever Defensie en het opschorten van al het overleg met uitzondering van de IO REO’s en de BCO’s.

Websize SOD Marinier schiet op oefenbootjeIn de vorige editie van ACOM Journaal (mei ’19) hebben wij toen aangegeven dat als wij van de werkgever openheid, transparantie en openbaarmaking van de inzet vragen wij ook de daad bij het woord dienen te voegen. De ACOM heeft toen als eerste partij in het overleg zijn inzet openbaar gemaakt.
Vanaf dat moment zijn er meerdere ballen gaan rollen. Op 9 mei werd een gezamenlijke inzetbrief openbaar gemaakt van de overige drie centrales in het overleg. Uiteindelijk toonde ook Defensie de zo gewenste transparantie en openheid en is op 14 mei naar buiten gekomen met een inzetbrief gericht aan het personeel. Dit waren voor de ACOM de eerste stappen die nodig waren op weg richting het hervatten van het overleg.

 Voor de ACOM waren er drie punten essentieel alvorens wij weer met Defensie aan tafel konden gaan:

  1. Meer transparantie;
  2. Meer financiële en beleidsmatige ruimte;
  3. Herstel van vertrouwen.

Door het openbaar maken van zijn inzet heeft de werkgever Defensie meer transparantie getoond. Ook bleek dat er meer financiële en beleidsmatige ruimte aanwezig is dan er op 16 en 23 april op tafel lag. Door deze acties heeft Defensie stappen gezet om het vertrouwen te herstellen en toonde de minister in onze ogen aan dat ook zij graag weer aan de onderhandelingstafel wilde aanschuiven. Of dit alles genoeg is om tot een resultaat te kunnen komen kan alleen maar blijken aan die onderhandelingstafel.

Na deze stappen moesten, zoveel was duidelijk, de onderhandelingen zo snel mogelijk hervat worden. Het is in het belang van het Defensiepersoneel en onze leden in het bijzonder, dat bij voorkeur nog voor het zomerverlof een arbeidsvoorwaardenresultaat kan worden bereikt.
Wij hebben dan ook per brief op 16 mei, wederom als eerste partij, aangegeven bereid te zijn om de onderhandelingen te hervatten. De overige 3 centrales hadden daar wat meer tijd voor nodig. Maar uiteindelijk heeft de minister op 24 mei partijen uitgenodigd om op 27 mei voor een SOD bijeen te komen om te peilen of de onderhandelingen hervat zouden kunnen worden.

Tijdens dit SOD op 27 mei bleek dat, ondanks het nog broze vertrouwen , de Werkgroep arbeidsvoorwaarden bij elkaar geroepen kon worden om hernieuwd te onderhandelen en te pogen een arbeidsvoorwaardenresultaat te bereiken.

Lees meer...

Als het gaat om ongevallen …

Recentelijk werden wij geconfronteerd met een reservist van CLAS die momenteel op basis van een IIR (Individuele inzet reservisten) gedurende langere tijd 4 dagen in de week wordt ingezet. Websize Reserve 13 MechBrig 5

Bij werkzaamheden (verhitting) aan een Bushmaster werd hij vol in de borst geraakt door een niet verschoten losse flodder die tot ontbranding was gekomen. Als de losse flodder iets meer naar links terecht was gekomen had het deze reservist in zijn hart kunnen treffen. Met alle gevolgen van dien. Gelukkig gebeurde dit niet.

Rapport Inspectie SZW
Onze eerste conclusie naar aanleiding van dit ongeval is dat CLAS schromelijk tekort is geschoten bij controlefuncties op ongerechtigheden aan dit voertuig bij binnenkomst. Dit had nooit mogen gebeuren. Er is hier door de Inspectie SZW (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
[1] ook al een rapport over opgesteld. Dit alles zal uiteraard gevolgen hebben voor CLAS.

De reservist is naar het ziekenhuis gebracht en aldaar verzorgd. Momenteel bevindt de betrokkene zich ziek thuis.

Naar aanleiding van dit voorval meldde de reservist zich bij de ACOM. Hierop gewezen door een collega-reservist die al eerder goede berichten over ons had vernomen. Met name over onze (rechtspositie-)kennis en begeleiding van reservisten.

Uiteraard, ook al was hij toen nog geen bij ons, hebben wij kennisgenomen van zijn ongeval en hem bijgestaan in het verdere proces. Zoals helaas wel meer voorkomt bij CLAS waren niet alle processen gelopen zoals ze had moeten lopen. Het grootste probleem is niet alleen dat er te weinig contact was met deze reservist, maar ook dat men hem niet juridisch kon ondersteunen. Kennis van de regelgeving was absoluut onvoldoende. Dit is een probleem dat wij als ACOM constant bemerken bij problematiek met reservisten. In deze tijd waarin volop wordt gesproken over de adaptieve krijgsmacht. Zeker ook in het licht dat overal reservisten worden ingezet bij CLAS om de gaten in de organisatie te dichten. Dit alles is te gek voor woorden!

Websize Reserve Reservisten opgeroepen 09 18 2Gebrek aan kennis rechtspositie
Wat ook nog meespeelt bij deze reservist, en eigenlijk bij nog veel meer reservisten bij CLAS, is dat hij slechts 32 uur per week mag werken (4 daagse werkweek) op grond van zijn IIR. Bij alle andere OPCO’s kan gewoon een volledige week gewerkt worden. Waarom wijkt CLAS hiervan af? Vanuit de cultuur is hierover niets te vinden. Wel wordt vanuit het krijgsmachtdeel gesteld dat de 5e dag moet worden vrijgehouden voor taken/werkzaamheden bij het eigen onderdeel. Laten nu net die taken/werkzaamheden meestal in de avonduren c.q. in het weekend plaatsvinden. In het geval van de betrokken reservist geldt dat hij de werkzaamheden die hij de 5e dag overdag uitvoert per week dient te declareren bij de NATRES via een appellijst: het zgn. formulier DFE 313.

Deze reservist kan helaas niet anders dan op deze dag zijn uren te declareren. Het gevolg is nu dat hij, zoals de werkafspraak in zijn IIR voorschrijft, wel de vierdaagse werkweek totaal 32 uur krijgt uitbetaald als ziektegeld. Maar dat geldt niet voor de 5e dag die hij werkt voor CLAS via appellijsten. Nu zijn er wel degelijk mogelijkheden om die 5e dag toch uitbetaald te krijgen maar die zijn deze reservist niet medegedeeld omdat men ze niet kent. Wederom een duidelijk geval van gebrek aan kennis bij CLAS aangaande de rechtspositie.

Organisatie niet op orde
In het onderhavige hebben wij de betrokkene gelukkig kunnen wijzen op de mogelijkheden die voor hem gunstig kunnen uitpakken. Wij blijven hem ondersteunen en hij is intussen lid geworden van onze bond.

Dit geval leert ons wederom dat de organisatie waarbinnen reservisten moeten werken en verkeren bij CLAS absoluut niet op orde is. Zowel het ondersteuningsaspect als Websize Natres oefeninghet financiële aspect is onvoldoende. Wat is het eindresultaat hiervan als er een nog groter beroep wordt gedaan op reservisten?

Zodra er in Den Haag eindelijk eens wordt gesproken over (rechtspositie) reservisten gaan wij ons uiterste best doen om eindelijk alle onvolkomenheden rondom reservisten te bespreken en te zorgen voor adequate oplossingen.

Heeft u dergelijke onvolkomenheden ondervonden neem contact met de ACOM! E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Wij zijn er voor U!

 


[1] De Inspectie SZW van het Nederlandse Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is op 1 januari 2012 ontstaan door samenvoeging van de Arbeidsinspectie, de Inspectie Werk en Inkomen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst.

Rechtelijke toetsing van de functiewaardering bij Defensie

Binnen Defensie komt het proces van functiewaardering - als belangrijk aspect van de ingezette reorganisatie van een defensieonderdeel - regelmatig voor. De uitkomst van het functiewaarderingsproces - bestaande uit de vaststelling van de functiebeschrijving en toekenning van de rang en schaal - kan voor u als defensieambtenaar teleurstellend zijn.

Wat zijn de mogelijkheden om daartegen op te komen als u vindt dat het niet deugt? Dit artikel gaat in op deze vraag.Websize MAR Wmr KMar controleert bankbiljetten

Functiewaarderingsproces
Functiewaardering is een proces waarbij – in de kern – op een systematische wijze de functie opnieuw wordt beschreven en gewaardeerd. Het zogenoemde ‘functiebeeld’ leidt tot een (generiek) functieprofiel dat de basis vormt voor de uiteindelijke functiebeschrijving. Het computerprogramma of handboek FUWADEF 2004 (Functiewaardering Defensie) is hierbij een belangrijk hulpmiddel van Defensie om een functie te beschrijven en te waarderen.

FUWADEF bevat een meetsysteem voor het bepalen van de zwaarte van de functie. Het meetsysteem bestaat uit 14 kenmerken (functie-eigenschappen). Elk afzonderlijk kenmerk krijgt een waarde die loopt van 1 (laag) tot en met 5 (hoog). De zwaarte van de functie komt tot uitdrukking in de totaalscore op de 14 kenmerken. De totaalscore bepaalt de schaalvaststelling en de rang die aan de functie wordt gekoppeld.

A. Opkomen tegen de functiebeschrijving
Als Defensieambtenaar heeft u het recht om op te komen tegen het besluit van Defensie waarin de functiebeschrijving is vastgesteld. U kunt binnen zes weken schriftelijk bezwaar maken tegen het voornoemde besluit. Dit is verstandig als u vindt dat bepaalde, specifieke taken of (zware) werkzaamheden, bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet in de functiebeschrijving zijn opgenomen.

Structureel opgedragen werkzaamheden
Vaak ontstaat er in de bezwaarfase en – daarna – in de beroepsfase bij de rechtbank een discussie over de vraag welke werkzaamheden de dDefensieambtenaar op de werkvoer feitelijk uitvoert of opgedragen heeft gekregen, maar geen weerslag vinden in de functiebeschrijving. Uit de rechtspraak volgt dat het bij de (organieke) functiebeschrijving niet om de beschrijving van de feitelijk uitgevoerde of feitelijk opgedragen werkzaamheden gaat, maar om de door Defensie structureel opgedragen werkzaamheden, in het licht van de inrichting van de organisatie zoals Defensie die voor ogen staat.

Websize MAR clasBeleidsruimte Defensie
Bij het vaststellen van de organieke functiebeschrijving heeft Defensie beleidsruimte (‘beleidsfactor’) en behoort de rechtelijke toetsing ervan terughoudend te zijn. Met andere worden, slechts formeel afgebakende en vastomlijnde taken en werkgebieden genoemd in de geactualiseerde, formele functiebeschrijving zijn van belang.

Andere complexere werkzaamheden verrichten
Het komt in de praktijk voor dat de Defensieambtenaar – als gevolg van een andere inrichting van het defensieonderdeel waardoor functies in elkaars verlengde komen te liggen en taken elkaar deels overlappen – werkzaamheden gaat verrichten die niet tot de eigen, maar tot de hogere functie of functiebeschrijving behoren.

Lees meer...

Arbeidsvoorwaardenonderhandelingen opgeschortSOD defensie plein Resize

De Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel Sector Defensie (SCO) hebben het vertrouwen opgezegd in de minister van Defensie als werkgever. In het sectoroverleg Defensie (SOD) van 23 april is, als gevolg, al het overleg met uitzondering van de informele Werkgroepen reorganisaties (IO REO’s) en de daaruit voortvloeiende personele Begeleidingscommissies (BCO’s) opgeschort.

Het besluit van de SCO om het vertrouwen op te zeggen in de minister is een uitzonderlijk en zwaar middel. Met het opzeggen van het vertrouwen in de werkgever geven de SCO een duidelijk signaal af dat ondanks alle toezeggingen en beloftes er geen vertrouwen is in de werkgever Defensie om tot een totaalpakket aan arbeidsvoorwaarden te komen. Dit besluit is niet lichtzinnig genomen maar is de enig mogelijke stap die de SCO overbleef na een periode van twee en een halve maand van arbeidsvoorwaardenonderhandelingen.

Afspraken verschillend uitgelegd
In het vorige nummer van ACOM Journaal hebben wij uitgebreid de stand van zaken van het arbeidsvoorwaardenoverleg van dat moment belicht. Dat betrof ook het besluit van de CCOOP, waarvan de ACOM in het sectoroverleg Defensie deel uitmaakt, om niet meer fysiek deel te nemen aan de vergaderingen van de Werkgroep arbeidsvoorwaarden.
SOD research agenda Resize
In een goed gesprek tussen vertegenwoordigers van de CCOOP en Defensie zijn de afspraken aangaande communicatie tijdens een onderhandelingstraject arbeidsvoorwaarden uitgebreid besproken. Vast staat dat beide partijen nog steeds achter de gemaakte afspraken staan doch dat deze afspraken op een aantal punten verschillend anders werden uitgelegd. Partijen hebben afgesproken elkaar in de toekomst niet (meer) te verrassen met communicatie-uitingen.

Hiermee waren we er uiteraard nog niet, maar dit gaf de CCOOP wel voldoende comfort om weer fysiek deel te gaan nemen aan het overleg van de werkgroep Arbeidsvoorwaarden.

Tijdens het arbeidsvoorwaardenoverleg van 5 april was de CCOOP dan ook weer aanwezig bij de onderhandelingen in de werkgroep Arbeidsvoorwaarden. Vanaf dat moment hebben de ontwikkelingen elkaar snel opgevolgd. Zoals al eerder gecommuniceerd via de overlegagenda stonden er buiten de vergadering van 5 april nog maar twee vergaderingen (9 en 16 april) gepland van de werkgroep.

Na de vergadering van dinsdag 9 april 2019 is de volgende gezamenlijke communicatietekst met u gedeeld.

In de vergadering van dinsdag 9 april 2019, hebben de onderhandelaars van de vakbonden en Defensie verder gepraat in de Werkgroep arbeidsvoorwaarden. De afgelopen weken is gesproken over diverse onderwerpen, zoals: toelagen, het loongebouw, het personeelssysteem, de arbeidsmarktpositie, de pensioenregeling en de daaraan verbonden compensatieregeling.

Er is een open discussie gevoerd en van beide kanten zijn diverse voorstellen gedaan als het gaat om de eerder genoemde onderwerpen. Deze voorstellen hebben betrekking op zowel het militaire personeel als het burgerpersoneel, maar kunnen ook specifiek zijn voor een van deze groepen. Tijdens de verdiepingssessies zijn berekeningen en beelden uitgewisseld. Op sommige onderwerpen liggen partijen nog ver uit elkaar, maar er zijn ook onderwerpen waar de standpunten dichter bij elkaar liggen.

Op 16 april spreken de onderhandelaars van de vakbonden en Defensie elkaar weer. Dan moet er een gezamenlijk beeld op tafel liggen welke onderwerpen in ieder geval een plek moeten krijgen in een arbeidsvoorwaardenresultaat. Hier horen ook de (financiële) randvoorwaarden en mogelijkheden bij.

Afhankelijk van de uitkomst van dit gesprek wordt met elkaar gekeken of verdere besprekingen kunnen leiden tot een resultaat. Ook wordt dan eventueel een afspraak gemaakt over het vervolg.

Knopen tellenSOD Knopen Bijgesneden
Het was iedereen al vanaf het begin duidelijk dat 16 april 2019 voor de onderhandelingen een zeer belangrijke datum was. Op deze datum diende er namelijk, zoals door de partijen gecommuniceerd, een gezamenlijk beeld op tafel te liggen welke onderwerpen in ieder geval een plek moeten krijgen in een arbeidsvoorwaarderesultaat waaronder ook de (financiële) randvoorwaarden en mogelijkheden. Door de CCOOP is meermaals aangegeven dat we deze dag onze knopen zouden tellen.

Tijdens het overleg van 16 april 2019 werd het de SCO al snel duidelijk dat de inzet van Defensie volstrekt onvoldoende was. De SCO hebben teleurgesteld moeten vaststellen dat op de vier grote onderwerpen:
* loonontwikkeling
* loongebouw
* pensioen en toelages
nauwelijks bewogen is ten opzichte van het afgewezen onderhandelaarsresultaat 2018-2020. De inzet en ruimte die de minister bood was volstrekt onvoldoende en kwam op geen enkele wijze tegemoet aan de wensen van het personeel.

Lees meer...