Contact met uw bond
033-4962722


Kleinzoon van Ashanti-prins Kwasi Boachi (‘De zwarte met het witte hart’)Postume onderscheiding Aquasi Pieter Boachi

KNIL-veteraan Aquasi (Kwasi) Pieter Louis Boachi (1924 in Ngarianak, Nederlands-Indië) werd op 27 maart jl. postuum onderscheiden met het Mobilisatie Oorlogskruis en het Ereteken Orde en Vrede.

De oud-KNIL-militair ontving dit verlate eerbetoon voor “zijn inzet voor de Nederlandse vlag tijdens de Japanse bezetting en de onafhankelijkheidsoorlog in de kolonie Nederlands-Indië´. Zijn kinderen Maria en Dominic waren uit Californië overgekomen om in Delft[1] de medailles in ontvangst van burgemeester Marja van Bijsterveldt.

‘De zwarte met het witte hart’
Boachi? Dat klinkt uitheems! Dat kan kloppen. De grootvader van de postuum onderscheiden KNIL-veteraan was de Ashanti-prins Kwasi Boachi. In 1837 werden hij en zijn neef prins Kwame Poku aan koning Willem I “geschonken als onderpand voor de illegale slavenhandel van de Nederlandse regering”.

Hun wederwaardigheden in de Nederlandse samenleving van die tijd, zijn opgetekend door de schrijver Arthur Japin in zijn debuutroman ‘De zwarte met het witte hart’. Japin was speciale gast bij de ceremonie. Hij las een fragment uit de Engelse vertaling van zijn roman.

‘Als Hollanders opgevoed’
In Delft kregen de prinsjes onder meer een “Europese opleiding” en ze werden “als Hollanders” opgevoed. In ruil hiervoor zegden de Ashanti toe Afrikaanse soldaten te zullen leveren voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Terwijl Kwame Poku zich taai en onverzoenlijk bleef verzetten tegen zijn gedwongen verwestersing, paste Kwasi Boachi “zich uit alle macht aan”. Kwasi studeerde in Delft af als “eerste zwarte mijnbouwkundig ingenieur”. In 1850 werd hij als “aspirant-ingenieur ter beschikking van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië”.

Na enkele bewogen jaren (van onder meer vernederingen en pesterijen in de koloniale ambtenarij) trad hij uit overheidsdienst waarna hij, geholpen door het koloniaal gezag, een aantal (thee- en koffie)plantages in beheer krijgt.
Prins Kwasi Boachi stierf op 9 juni 1904 in Buitenzorg (Bogor) als gevolg van een slepende ziekte. “Hij liet verscheidene kinderen na, buiten het huwelijk geboren uit inlandse vrouwen.”

Inzet bij politionele acties
Kleinzoon Pieter Boachi, zoon van Aquasie jr. en Treesje Magdalena Paulus (uit Beilen, Drenthe), was dienstplichtige bij KNIL. In 1942 viel hij als krijgsgevangene in handen van de Japanse bezetter. Na enkele maanden in het krijgsgevangenkamp werd Pieter op transport gezet naar Singapore en vandaaruit naar Thailand, als dwangarbeider aan de beruchte Birmaspoorlijn. Daar raakt hij mede betrokken bij verzetsacties tegen de Japanners.
Voor Boachi en de andere krijgsgevangenen die de strafkampen en ‘de spoorlijn van de dood’ hadden overleefd kwam de bevrijding op 15 augustus 1945. In Bangkok werkte hij enige tijd voor de Militaire Motor Dienst. Eind april 1946, terug in Batavia, werd hij ingedeeld bij de af- en aanvoertroepen van het KNIL en onder meer ingezet bij de politionele acties.
Van Bijsterveldt met kinderen Boachi Foto Fb site Erkenning KNIL veteranen
Voor vorst en vaderland
Na zijn demobilisatie in augustus 1948 vertrok Pieter Boachi, gedwongen door de steeds slechter wordende leefomstandigheden voor Nederlanders in Indonesië, met zijn gezin naar Nederland. In Amsterdam ging hij aan de slag als afdelingschef bij de Amerikaanse aardoliemaatschappij Esso. Problemen met zijn ondergeschikten wegens zijn huidskleur leidden tot zijn detachering als boormeester in Libië. Maar ook daar maakte Boachi geen fortuinlijke periode mee als gevolg van politieke en maatschappelijke onrust door opeenvolgende staatsgrepen. Uiteindelijk vestigden de Boachi’s zich in de Verenigde Staten en wel in Californië.

De postume erkenning voor Pieter Boachi’s inzet voor vorst en vaderland tijdens de Japanse bezetting en later tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, is een initiatief van Marco Huysdens. Sinds 2015 hebben door zijn ijveren KNIL-veteranen (postuum) het eerbetoon gekregen dat ze toekwam voor hun inzet en opofferingen in Nederlands-Indië. Voor meer informatie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Zie ook: Erkenning KNIL Veteranen (Facebook).

(Foto’s: Marco Huysdens)

 


[1] Prins Kwasi werd in 1843 gedoopt in de Nederduitsche Hervormde Kerk van Delft, de stad waar hij later ook ging studeren.

Theatervoorstelling ‘Vuurdoop’ levert bouwstenen voor het noodzakelijke gesprek

Brigadegeneraal Kees de Rijke, Directeur Personeel en Organisatie (D P&O) bij de Koninklijke Landmacht, was direct al ‘verkocht’ bij het zien van de theatervoorstelling Interview Briggen Kees de Rijke links en theatermaker Walter Supèr‘Ons DNA’ gemaakt door Productiehuis Plezant in opdracht van het Openbaar Ministerie. Zowel het thema ‘integriteit’ als de manier waarop het in theatervorm en -taal was gegoten sprak “heel erg aan.”

Reden om te bezien of Defensie met dit thema in theatervorm aan de slag kon gaan. Zeker ook, vanuit het ‘deelperspectief’ van de D P&O, omdat de Landmacht intensief werkt aan “cultuurverandering”. Een theaterproductie op de wijze van ‘Ons DNA’ zou wellicht een “aardige manier zijn om dat te communiceren” en het personeel, van hoog tot laag, in de organisatie, te betrekken bij de gewenste verandering. Verneemt ACOM Journaal in een ‘nazit-gesprek’ in het huistheater van Plezant, met generaal De Rijke en theatermaker-regisseur Walter Supèr van het productiehuis.

Interessante uitdaging
Productiehuis Plezant maakt theatervoorstellingen over maatschappelijke issues die invloed hebben op de samenleving, licht Walter Supèr toe. Vanuit die ‘missie’ bezien was de opdracht van Defensie “als hoeksteen van de samenleving” dan ook een interessante uitdaging. Want hoewel ‘Ons DNA’ mag bogen op een goede ontvangst, is een soortgelijk stuk maken voor de ‘Defensiewereld’ toch gans andere koek. “Bovendien hebben wij geen enkele ervaring met Defensie. Het is een compleet andere wereld voor ons”.

Maar mensen zijn, vanuit de optiek van de theatermaker, “universeel hetzelfde, - of ze nou militair of dokter zijn. Mensen willen in een organisatie het gevoel hebben dat ze er toe doen, dat ze gezien worden en dat ze datgene kunnen delen wat voor hen werkelijk belangrijk is. Als dat niet mogelijk is maak je als organisatie maar ten dele gebruik van hun capaciteiten en creëer je eigenlijk een soort geamputeerde mens in je organisatie. En daar wordt een organisatie niet beter van.”

Brein pikken
Voor de Landmacht, geeft de Directeur P&O vrijmoedig toe, was “een medium als het theaterstuk” tot dan nog niet verkend terrein. Het daaropvolgende wederzijdse creatieve ‘brein pikken’ met als kernthema de behoefte van de Landmacht en de mogelijkheden van het theaterhuis om daaraan te kunnen voldoen, markeerde het begin van theatervoorstelling ‘Vuurdoop’.

Interview De Theaterloods PlezantHet was zeker ook de D P&O niet ontgaan dat er onder het personeel van de Landmacht “heel veel leefde aan ongenoegen” met name door de aanhoudende krimp van de organisatie. Maar ook dat “de mensen weer heel graag trots willen ijn op hun vak als militair, trots op de Landmacht”.

Besloten werd een voorstelling te maken waarin echt moeilijk bespreekbare zaken toch bespreekbaar worden gemaakt. Dat doe je, legt de theatermaker uit, “door ze een veilig referentiekader te geven waardoor mensen zich veel minder geremd voelen om daar het gesprek over aan te gaan.”

De voorstelling moet emoties, ‘triggers’ loswoelen bij de mensen die vanuit de eigen achtergrond het stuk ervaren en beleven. Daar zijn de makers en spelers goed in geslaagd volgens De Rijke die de voorstelling nu 6 keer gezien heeft en “elke keer weer een ander thema (ontdekt) waarover je zou kunnen doorpraten”.

Het ‘eerlijke gesprek’
Een mooie ‘bijvangst’ van de voorstelling ‘Vuurdoop’ is dat ook de buitenwacht, in een uur tijd, kennis kan maken. Geen overbodige luxe overigens, meent de generaal die telkens weer paf staat als hij geconfronteerd wordt met mensen die volstrekt in het duister tasten als het gaat over ‘het leger’. “Het stuk moet je zien als de start, de inspiratiebron voor het gesprek.” Sterker nog, vult Supèr aan, “het is de katalysator, de versneller tot het eerlijke gesprek. We stoppen naast de definieerbare inhoud ook altijd iets ondefinieerbaars in een voorstelling. Dat is de emotie die het stuk moet oproepen, - het kruipt de mensen onder de huid. Ze vinden er wat van, worden er emotioneel van, boos of blij, het roept weerstand op. Dat is prima. Het vervolg is het verhaal van de mensen zelf. Vertel wat je weerstand oproept, wat je beroert. Als ja als organisatie erin slaagt om mensen zo te raken dan is daar de voedingsbodem gevonden om werkelijk tot ontwikkeling, tot verandering te komen.”

Lees meer...

Van Virtual Reality (VR) quad rijden tot 3D printen, het nieuwe technische event van Defensie had het allemaal. Aangelokt door de vraag naar vaktechnisch personeel waren 6.000 bezoekers naar het Nationaal Militair Museum in Soesterberg gekomen om de nieuwste technieken bij Defensie te bewonderen.

Na een spectaculaire opening, inclusief hologram projectie speech van de Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer, kon het verkennen van de technische snufjes beginnen.

Virtual Reality
Onder de favorieten was de hybride quad, de bezoekers van DefLab konden dit staaltje techniek als één van de eersten proberen.DefLab 1

Door middel van een VR-bril konden de bezoekers virtueel een rondje rijden. De quad wordt al een aantal jaren ingezet als operationeel vervoersmiddel bij het Korps Commando Troepen en 11 Luchtmobiele Brigade. De hybride quad is nog volop in ontwikkeling.

Het quad rijden was niet het enige wat de bezoekers konden beleven. Het Simulatie Centrum Landoptreden stond er met een Virtual Battle Station, ontwikkeld door het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum. Virtual Reality maakt het mogelijk om in verschillende omgevingen heel realistisch te trainen.

Drones en exo-skelet
Naast de mini drone (Black Hornet), die afgelopen voorjaar gepresenteerd werd, was er op DefLab ook belangstelling voor de Cargo Drone. Deze megadrone is 4 bij 3 meter, weegt 130 kilo en heeft een hefvermogen tot wel 500 kilo. De eigenlijke bestemming voor deze megadrone is de landbouw. Het toestel kan namelijk worden ingezet om grote lappen grond te bemesten en te besproeien. Bij Defensie zou deze drone in de toekomst het vervoeren van voedsel, brandstof, munitie én personen, als taak krijgen.

DefLab 3Wie dacht dat techniek bij Defensie alleen maar robots waren die het werk van mensen overnemen heeft het mis. De innovaties bij Defensie zijn er ook op gericht om mensen te ondersteunen. Bijvoorbeeld het exo-skelet dat bedoeld is als ondersteuning bij moeilijk en zwaar werk op lastig te bereiken plekken.

In de burgermaatschappij wordt het exo- skelet gebruikt om mensen te ondersteunen die bijvoorbeeld een dwarslaesie hebben. Voor Defensiemedewerkers is het apparaat een ondersteuning bij lichamelijk zware taken.

Het exo-skelet is een van de vele voorbeelden van een civiel ontwikkelde techniek en toepassing die ook geschikt is voor doorontwikkeling en toepassing op militair gebied. De verzameling technische snufjes die getoond werd op DefLab is het bewijs van een innovatieve krijgsmacht.

We blijven deze ontwikkelingen volgen.

Recentelijk heeft de Tweede Kamer zich weer (in drie debatsessies) gebogen over het reservistenbeleid van het ministerie van Defensie. Vele sprekers, zowel vanuit Reservistendebat 1Defensie als daarbuiten, waren als genodigde aanwezig. Uiteraard heeft ook de ACOM zich op de hoogte gesteld van wat er allemaal te berde werd gebracht.

In het eerste debat werd door de aanwezigen van de hogere legerleiding gewezen op de stroperigheid van de eigen organisatie en dat het nu tijd is voor het ontwikkelen van verandervermogen en dat de mindset moet wijzigen.

Onmogelijke opgave?
Hierna werd vooral gesproken over:
* het flexibiliseren van het personeelsbestand,
* invoeren van adaptief gedrag,
* het instellen van een flexibele schil (de reservist dus),
* minder regeldruk en de ruimte voor het personeel om zaken zelf in te richten. Door de aanwezige HDP werd ook nog genoemd:
* de ontwikkeling van nieuwe contractvormen, doelgroepbenadering en een open personeelssysteem.  

Verder werden ook de navolgende zaken aangehaald:
* invoeren van ‘wisselstroom’ (weggaan en weer terugkeren bij Defensie),
* en dat eventuele nieuwe contractvormen juridisch steeds ingewikkelder worden,
* en uiteraard de nieuwste loot het duaal werkgeverschap (werkgever is Defensie samen met een andere (civiele) werkgever).
Wat men tegenwoordig al niet moet doen om mensen binnen de organisatie te verwelkomen en te houden!

Reservistendebat 1CMI CommandU kunt er gerust van zijn dat al deze voornemens een hele uitdaging voor Defensie vormen, - zo niet een bijna onmogelijke opgave. Uiteraard werden door de aanwezige Tweede Kamerleden vragen gesteld en opmerkingen gemaakt zoals:

  • Waar haal ik mijn informatie vandaan? De website van Defensie is erg onduidelijk, de wetgeving en organisatie is een probleem,
  • De reservist is geen volledig onderdeel van Defensie,
  • Moet er niet eens een checklist gemaakt worden als iemand op uitzending gaat etc., etc.

Gênante vertoning
Voor ons was wel de meest gênante opmerking dat men niet wist welke berekeningsgrondslag geldt voor het toe te kennen pensioen in geval een reservist al dan niet arbeidsongeschikt en/of invalide wordt. Dit is een discussie die nooit en te nimmer gevoerd mag worden. Dit moet kraakheldere materie zijn voor zowel de organisatie als voor de reservist.
Wij vinden dit soort vragen en opmerkingen te gek voor woorden. Je zou toch denken dat men na al die jaren deze zaken wel in de gaten heeft.
Ook bij het tweede debat waren wij aanwezig tezamen met o.a. de hoofden van de reserve-eenheden en het hoofd BReS (Bureau Reservisten en Samenleving. De commandant van de Marechaussee-reserve kon helaas wegens omstandigheden niet aanwezig zijn.
Ook tijdens dit debat werd gesproken over de faciliteiten voor hulp bij ongevallen en de vraag welke instantie hiervoor ook financieel verantwoordelijk is. Welke rechten gelden voor de reservist die in en door de dienst blijven arbeidsongeschikt en/of invalide wordt.

Lees meer...

“What happens in the army, stays in the army”.

Vuurdoop Commando KCT in Afghanistan“Het eerlijke verhaal van militairen en niet-militairen bij de landmacht.” Over “veiligheid en je veilig voelen, over gezien en gezien worden in wat je allemaal doet voor de BV Nederland” en veel meer. Dit alles belooft ‘Vuurdoop’, een “theatervoorstelling over de landmacht”, waarin ongemakkelijke en soms inkervende items en thema’s rauw worden opgediend.

Een theatervoorstelling over de krijgsmacht, in dit geval toegespitst op de Landmacht, waarin geen blad voor de mond wordt genomen. Of, in de woorden van de theatermakers: “Geen bullshit maar het eerlijke verhaal”.

‘Krijgen we die shit weer’
Het stuk is door Productiehuis Plezant, een Gelders muziektheater gezelschap, gemaakt voor en in nauwe samenwerking met de Landmacht. Het wil militairen en burgers “aanzetten tot reflectie op de dagelijkse praktijk en het voeren van een goed gesprek. Over de betekenis van integriteit en sociale veiligheid voor hen persoonlijk.”[1]

Of het voeren van een goed gesprek altijd en overal lukt is de vraag. Maar in de foyer van De Theaterloods Radio Kootwijk (het ‘huistheater’ van Plezant) wordt voorafgaand aan de voorstelling van 6 maart jl. geanimeerd gepalaverd over ‘wat we straks allemaal te zien krijgen’. En hier en daar klinkt het: ‘Nee hè, krijgen we die shit weer!’.Vuurdoop Voorstelling 4

De Theaterloods is tot de nok toe gevuld als het voetlicht aangaat en de eerste filmbeelden worden getoond en het publiek meegezogen wordt in het herkenbare, hier en daar misschien ‘clichématige’ verhaal over het (dagelijkse) reilen en zeilen binnen de krijgsmacht. Het is het verhaal van Renate Borgstroom (sergeant die na 8 jaar weer instroomt), haar broer Lucas (kapitein bij het Korps Commandotroepen), Damien Rusch (militair in opleiding en de geliefde van sergeant Renate) en Maarten Schemerdam (luitenant-kolonel en vader van Damien).[2]

‘What happens in the army…’
Schemerdam was de commandant van sergeant Borgstroom in Uruzgan en niet een warm voorstander van vrouwen in het leger. Ze kunnen het immers fysiek niet aan en zijn op het moment suprême steevast ongesteld of hebben last van andere periodieke aandoeningen. Kortom, een gaaf exemplaar van de ouderwetse houwdegen, - sterk vooringenomen tegen alles wat afwijkt van wat als ‘normaal’ wordt geacht.
Via audio en filmbeelden wordt vervolgens de suggestie gewekt dat er tussen de overste en zijn ondergeschikte het een en ander in, laten we zeggen, de #metoo-sfeer is voorgevallen. De filmbeelden suggereren in ieder geval handtastelijkheden van de overste waar de sergeant niet van is gediend.

Acht jaar na dato volgt een pijnlijk ongemakkelijke confrontatie tussen Renate, nu de relatie van Damien, en Schemerdam, als Damien, zich van geen kwaad bewust, zijn vriendin meeneemt naar huis voor een kennismaking. “What happens in the army, stays in the army”, bijt de overste zijn voormalige ‘Uruzgan-slachtoffer’ herhaaldelijk toe, als hij weer enigszins is bijgekomen van de onverwachte confrontatieschok en zijn ‘normale ik’ heeft hervonden. In de krijgsmacht verlink je elkaar niet (ook als het gaat om leiders die beter moeten weten en toch een scheve schaats rijden?). En als vanaf de werkvloer wel eens een klacht opklinkt zorgt de lemen middenlaag er wel voor dat het uiteindelijk uitgefilterd als ‘goed nieuws’ bij de commandant terechtkomt, - die ‘kicken’ immers op ‘goed nieuws’ uit de organisatie waarmee ze weer goede sier kunnen maken.
Vuurdoop Voorstelling 3
‘Can do’
‘Vuurdoop’ confronteert het publiek, voor het leeuwendeel militairen (jong, hier en daar een wat ‘oudere jongere’), indringend geconfronteerd met de “shit” waarmee ze zelf dagelijks moeten “dealen”. Moed tonen, een “moedig gesprek durven voeren”, “keuzes maken” en over de houding, de door de hogere (leger- en politieke) leiding altijd zo geroemde mentaliteit van ‘dat fixen we wel even’. Over “Can do or not. That’s the question!”

De voorstelling is in heel haar ‘botte directheid’ (als cliché kenmerkend voor de krijgsmacht?!), zoals het heet, ‘slam dunk, in your face’. Het snijdt situationeel lastige dilemma’s aan waarbij het niet louter en alleen gaat om het verschil tussen goed en kwaad; betamelijk en onbetamelijk gedrag, fatsoen en ploerterigheid. Maar ook om het grijze gebied daartussen. Zeg je er wat van of houd je beter je mond of kijk je weg.? Want actie ondernemen is risicovol, - het kan je carrière onwrikbaar in het woestijnzand laten lopen zoals ‘Mondjes’ Schemerkamp op pijnlijk wijze gemerkt heeft. Hij kwam niet verder dan de rang van overste. De Hogere Defensie Vorming, - en het daardoor geplaveide pad naar de rangen van opper- en vlagofficieren -, was voor hem afgesloten. Terwijl hij zelf in Uruzgan lelijk in de fout gaat maar kennelijk niet alles over zijn kant liet gaan en haar op zijn tanden heeft c.q. had. Zozeer zelfs dat het hem de bijnaam ‘Mondjes’ opleverde met als eindresultaat een carrière-eindhalte als luitenant-kolonel.

Grimmig en weerzinwekkend spiegelbeeld
Welbeschouwd is ‘Vuurdoop’, als voorstelling, als grimmig en soms weerzinwekkend spiegelbeeld van een werkelijkheidsbeleving in eerste instantie niet bedoeld voor de werkvloer, op het eerste gezicht in groten getale aanwezig, maar meer nog voor het middenkader en de hogere legerleiding.

Om emotioneel enigszins op adem te komen, stoom af te blazen en om, voor wie de behoefte heeft, de eigen ervaringen en wederwaardigheden te delen, is er voorzien in een nagesprek.
Om eventuele schroom bij de deelnemers aan de groepsgesprekken weg te nemen zijn uniformen en eventueel andere onderscheidingstekens achterwege gelaten. De insteek van het gesprek is immers dat allen open en eerlijk met hun mening voor de draad komen. Vuurdoop Voorstelling 2

Een gemengd gezelschap van medewerkers van de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ), de Geneeskundige Dienst, Onderwijsontwikkeling en anderen.
De gespreksleider wil, om het gesprek op gang te brengen, weten welk moment uit de voorstelling de mensen het meest ius bijgebleven. De hoogste score haalt de scène waarbij sergeant Renate Borgstroom op haar laatste dag bij Defensie langs gaat bij overste Schemerdam. Die windt er geen doekjes om en zegt blij te zijn dat ze vertrekt. Dan vertelt ze hem ongezouten de waarheid. Dat ze zeer zeker meerwaarde gehad heeft voor de compagnie in het missiegebied doordat ze, in tegenstelling tot haar mannelijke collega’s, wel contact kon krijgen met de dorpsoudsten en de vrouwen in Afghanistan.

Het is de cultuur
Conclusie van de gespreksgroep: ‘Deze overste is het product van het oude denken binnen de krijgsmacht en is niet meegegaan met de veranderingen die wel degelijk gaande zijn binnen de organisatie’. Overigens heel herkenbaar gedrag voor de deelnemers aan het gesprek.
Vervolgens wil de gespreksleider weten of men van mening is als enkeling een bijdrage te kunnen leveren om (eventueel) wangedrag binnen de eigen eenheid te veranderen. Een unaniem ‘ja’ is hierop het antwoord. “Waarom gebeurt dat dan niet”, wil de gesprekleider weten. Eigenlijk heeft niemand hierop een concreet antwoord. Verder dan het ‘vage’: “Het is de cultuur”, komen de discussianten niet.
Maar de kiem van het nadenken over dit soort fundamentele zaken is gezaaid. Althans zo lijkt het, afgaande op de reacties van de deelnemers, op die druilerige woensdagmiddag in de Theaterloods op de Veluwe.

(Foto's 'Vuurdoop': Bart Verhoeven)

 


[1] Landmacht 10, woensdag 12 december 2018 naar aanleiding van de première van ‘Vuurdoop’.

[2] Met Chava Voor in ’t Holt (Renate Borgstroom), Pieter van der Sman (Maarten Schemerdam), Abel de Vries (Lucas Borgstroom) en Alexander Wolff (Damier Rusch).

Een lang gekoesterde wens gaat in vervulling

Veteranen (in actieve dienst dan wel postactief) krijgen een eigen begraafplaats naast Ereveld Loenen. Daarmee gaat een lang gekoesterde wens van de Websize Erveld loenen monument vallende man(oud-)militairen in vervulling. Ze ijveren al jaren voor een eigen kerkhof.

Op Ereveld Loenen zelf liggen alleen militairen begraven die omgekomen zijn tijdens oorlogshandelingen of (vredes)missies. Nu krijgen alle veteranen de mogelijkheid om als ze dat willen ook na hun dood met hun maten verenigd te zijn. Dit meldt de Oorlogsgravenstichting (OGS) die de Nederlandse erevelden in binnen- en buitenland beheert.

Aula en informatieruimte
Het nieuwe veteranenkerkhof krijgt een eigen ingang voor de rouwstoeten. Een eveneens nieuw aan te leggen complex voorziet in een aula voor de uitvaartdiensten. Ook komt er een ruimte voor informatie over het Ereveld, de Tweede Wereldoorlog en meer recente conflicten c.q. (vredes)missies die het leven kostten aan Nederlandse militairen.

Op het Ereveld rusten nu ongeveer 4000 gesneuvelde militairen en slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. De begraafplaats en het nieuwe gebouw worden in 2020 in gebruik genomen.

Voor meer informatie: https://nationaleveteranenbegraafplaatsloenen.nl/