Contact met uw bond
033-4962722


Srebrenica een onuitwisbare vlek op de harde schijf van Wim SandersIntv. Wim Sanders 2

Wim Sanders (55), adjudant-onderofficier in actieve dienst bij het Commando Landstrijdkrachten en lid van de ACOM, heeft PTSS. Dat is hem niet aan te zien. Een ogenschijnlijk goedgemutste man, diep uit de Achterhoek bij de Duitse grens, stoer ogend maar dagelijks in gevecht met “een vlek op (zijn) harde schijf”. Een niet te wissen compartiment “dat Srebrenica heet”.

Opgeruimd is Sanders, naar eigen zeggen, altijd geweest maar zijn blijmoedige aard kreeg door zijn wederwaardigheden in Bosnië een lelijke knauw.
Om de uiterlijke ‘manifestaties’ van zijn trauma heen heeft hij gaandeweg een beschermwal gebouwd. “Een soortement van dekmantel waar ik profijt van heb. Na jaren van therapie weet ik nu hoe met bepaalde zaken om te gaan en die dekmantel te gebruiken.”

‘Srebrenica-vlek’ op de harde schijf
Wilhelmus Jacobus Sanders wordt elke dag weer, vaak onverhoeds, ongecontroleerd, geconfronteerd met zijn ‘Srebrenica-verleden’. Telkens weer, willoos, terug gezogen naar die helse periode van de belegering en val van die omineuze, onfortuinlijke enclave in Bosnië.

Broodnodige rust vindt hij in een overvloed aan schutterijverenigingsactiviteiten en in zijn werk als terreinbeheerder van de oefenterreinen en schietbaan van Defensie in de regio Arnhem. “Zonder het werk en al die activiteiten gaat het mis”, bekent Sanders. “Dan gebeurt er iets in mijn hoofd, in mijn lijf, dan gaat het malen. Dan word ik, om het zo te zeggen, terug geslingerd naar 1995.”
Door zich onder te dompelen in het (vrijwilligers)werk kan hij de dagelijkse flashbacks naar die indringende situaties van die ‘Srebrenica-vlek’ op zijn harde schijf, enigszins onder controle houden. “Van die flashbacks kom ik nooit meer af, - dat weet ik inmiddels ook wel maar door de vele therapieën weet ik hoe daarmee om te gaan. Dat is erg prettig, - weliswaar lukt het de ene keer beter dan de andere. Dan moet ik bijvoorbeeld proberen mij los te rukken uit een bepaalde situatie om mezelf het gevoel te geven dat ik heel ergens anders ben. Er gebeurt iets in je lichaam dat je niet kunt regelen. Het schrikeffect en de reactie die je daarna krijgt die blijf je houden. Om je heen kijken, dingen vastpakken waardoor je als het ware terugkeert naar het heden. Door het vastpakken kom je tot het besef waar je op dat moment werkelijk bent.”

Intv. Wim Sanders Dutchbat SrebrenicaSrebrenica onuitwisbaar op de harde schijf
Adjudant-onderofficier Sanders maakte van januari 1995 tot en met juli van dat jaar, deel uit van Dutchbat III als opc (opvolgend pelotonscommandant) van het bevoorradingsdienstenpeloton. In 2012-’13, zo’n 6 jaar na terugkeer uit het missiegebied, werd bij hem PTSS vastgesteld.

In gesprek met ACOM Journaal schetst hij in schrille tonen een aangrijpend beeld van de aanloop naar en de val van de moslimenclave en safe haven in het Servische deel van Bosnië-Herzegovina. Een beeld van “een andere wereld”, van diep menselijk leed, ontmenselijking grenzend aan verdierlijking. “Die hele periode, het moment waarop de val van de enclave echt is ingezet tot het moment dat wij terugkeerden naar Zagreb, is als een vlek geëtst op mijn harde schijf. Onuitwisbaar. En telkens als de leeskop van de schijf erover heen wil gaan begint het storen. Dan komen allerlei beelden en geluiden terug maar ook geur, - reuk is heel belangrijk in deze.”

De geur van de ondraaglijke stank in de grote autofabriekshal op de compound waar Dutchbat III met onbegonnen en onmogelijk kunst- en vliegwerk, zo’n 6.000 Bosnische moslim-vluchtelingen moest opvangen, voeden, verzorgen en beschermen. Voor het eten werden op een gegeven moment ook de gevechtsrantsoenen aangesproken. Daar werd soep van gekookt om de mensen nog wat te eten te kunnen geven. Een grote massa die door afwezigheid van sanitair, een volstrekt ontoereikend aantal dixi’s[1], overal in de opvanghal haar behoefte deed. “Er hing een doordringende, misselijkmakende stank die je nooit meer vergeet en steeds weer ruikt. Ook het zwaar zoemende geluid van duizenden opeengepakte mensen dat je buiten de hal tot in onze afgeschermde slaapplaatsen bleef horen. Dat blijft je achtervolgen, om het zo te zeggen.”

Een schakelaar wordt terug geklapt
“Geluid, geur en de spanning. Nog steeds heb ik veel problemen met grote groepen mensen in een ruimte. Laatst in het winkelcentrum, uit winkelen met mijn vrouw die daar op zijn tijd wel zin in heeft, - ik veel minder, dan komt het binnen, botweg gezegd. Heel hard binnen. Als er veel geluid is, als ik kinderen hoor huilen. Dan lijkt het alsof er een deur wordt ingetrapt, alsof er een schakelaar wordt terug geklapt waardoor je geest je terug ramt naar 1995.”

Is het werk als beheerder van oefenterreinen en schietbanen van Defensie niet vragen om problemen voor iemand met zo’n PTSS-niveau? Dat is in het begin best wel problematisch geweest, geeft Sanders volmondig toe. “Ik heb er enorm veel last van gehad en was ’s ochtends dan ook vrij snel weg als de eerste schutters op de baan kwamen en het doffe dreunen en klappen begon. Maar ik heb me er in getraind om daarmee om te kunnen gaan door simpelweg zo lang als dragelijk was erbij te blijven als de oefeningen begonnen.”

Als terreinbeheerder ressorterend onder het Base Commando van Luchtmobiel, gaat Sanders over oefenterreinen en schietbaan in “de strook”, de regio bij Schaarsbergen, Arnhem. Hij voorziet de eenheden die er willen oefenen van informatie over de ‘do’s & don’ts’ en de nodige ondersteuning en bijstand bij het gebruik van terrein en baan. “En voor het geval civiele partijen schade of wat dan ook oplopen aan hun eigendommen door de oefening, dan zijn wij een soort intermediair bij het compenseren daarvan.”

Dat wil zeggen dat u bij nacht en ontij op pad en in de weer bent?

“In principe zou dat kunnen, maar het valt best mee. In geval van spoedeisende zaken en gegeven het feit dat je toch een soort vraagbaak bent voor de oefenende eenheden, wil het wel eens voorkomen dat je in het weekend of heel vroeg op de dag in de benen moet komen. Telefonisch zijn we in het weekend bereikbaar hoewel we dat niet hoeven te zijn maar toch uit klantgerichtheid naar de mensen, de eenheden die gebruik maken van onze oefenterreinen. Met name de Nationale Reserve oefent heel vaak in de weekenden dus dan houd je je telefoon wel in de gaten.”

Vragen, vragen, vragenIntv. Wim Sanders lm blauwhelm uitrusten
Niemand in het peloton, eigenlijk het ‘vluchtelingenopvang peloton’, van opc Sanders, zag het bloedbad na de val van de enclave aankomen. De Bosnisch-Servische militairen die de compound belegerden en later binnenvielen waren weliswaar zwaar en tot de tanden bewapend maar niet lang daarvoor had men nog vrachtwagens met brood laten aanrukken voor de vluchtelingen. Ze wilden de vluchtelingen elders onderbrengen werd gezegd.
“Wij kregen de opdracht de mensen te vertellen dat ze moesten gaan, maar ze wilden helemaal niet gaan.” De Dutchbatt III veteraan vertelt het nog altijd met een lichte verbazing in zijn stem. “Ze wilden niet in Servische handen vallen en lieten ook massaal hun identiteitsbewijzen in de hal achter, - de vloer lag bezaaid met documenten. Buiten de compound stonden rijen vrachtwagens en bussen gereed. Wij mochten van de Serviërs niet buiten de compound komen dus namen ze bij de poort de mensen van ons over om ze verder te begeleiden. Het scheiden van de mensen en alle andere gruwelijke gebeurtenissen, waar wij later van hoorden, gebeurde buiten ons blikveld. Achteraf heb je er heel wat vragen over. Had ik niet moeten zien dat… Waarom hebben we met z’n alleen niet direct begrepen dat… Maar niemand van ons heeft dat in de gaten gehad.”

Lange mars langs hulpinstellingen
Aleer hij voor zijn gemoedsrust therapeutisch kon onderduiken in zijn werkzaamheden en verenigingsactiviteiten, wachtte Wim Sanders een lange mars langs ziekenhuizen en (geestelijke) hulpinstellingen waarbij hij “binnenste buiten werd gekeerd, doorgelicht en van alles en nog wat moest ondergaan”. Hij geeft hoog op van de begeleiding en opvang die hij van Defensie ontving. Een eerste behandeling in Utrecht bood echter geen soelaas voor zijn complexe vorm van PTSS. Na een lange zoektocht kwam de Srebrenica-veteraan terecht bij Centrum’45 in Oegstgeest[2] waar hij ruim 2 jaar intensief onder behandeling is geweest. “Je werd voor voldongen feiten gesteld waarvoor je een oplossing moest zien te vinden. Ik had op een gegeven wel door wat men mij wilde leren, - ik had ook het gevoel dat het moment was aangebroken om het zelfstandig te gaan proberen in de buitenwereld. In 2015-16 ben ik met een volle rugzak, zoals ik dat noem, uit Centrum’45 gekomen. Daarna ben ik wel doorgegaan met de EMDR behandelingen[3] in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht. Daar ben ik ook heel goed opgevangen. Met die behandelingen, die ik twee jaar heb gehad, werd ik terug gevoerd naar gebeurtenissen in Srebrenica. Dat ging diep, heel diep: Je voelde, je rook, je proefde als het ware dat voorval. Zo intens dat ik riep: Ik wil dit niet, ik wil dit niet meer doormaken.”

Intv. Wim Sanders SrebrenicaActiviteiten als therapie
“Als zo’n paniek- en angstreactie komt opzetten dan moet ik proberen mezelf ervan te overtuigen dat ik in het hier en nu en in een veilige omgeving zit en dat het niet datgene is wat je denkt te zien, te ruiken en te voelen. Mijn vrouw en de mensen met wie ik dagelijks omga die weten dat. Wat ik nodig heb is afleiding, afleiding, afleiding! Men roept soms tegen me: ‘Doe nou eens rustig, kom eens zitten!’ Maar ik heb vaak niet de rust om te gaan zitten en niets te doen. Rustig zitten en een bakje koffie doen dat gaat niet, of ik moet continu aan het woord zijn, zoals nu. Anders gaat het heel snel mis. De rare gedachten schieten kriskras door mijn hoofd, het bestuift en bespringt mij van alle kanten en dan gaat het mis, in een spiraal naar beneden toe.
Als ik voor de schuttersvereniging op een groot evenement moet zijn ben ik doorgaans heel vroeg aanwezig als de mensen nog moeten komen. Ik kan dan heel langzaam de druk op zien bouwen. Dat kan ik beter mee omgaan dan in een keer geconfronteerd te worden met zo’n volle zaal. Het verenigingsleven, de bestuursfuncties, het organiseren van evenementen, is voor mij therapie. Ik ben dan bezig, - heb iets omhanden.”

Zwijgen als afweermechanisme
Met zijn ‘Srebrenica en PTSS-verhaal’ gaat Wim Sanders regelmatig het land in. Het delen van zijn traumatische ervaringen, simpelweg het (kunnen) praten hierover, heeft voor hem een therapeutische meerwaarde. “Ik heb dit aangedragen gekregen vanuit Centrum’45 en ik krijg er een stuk verlossing mee. In het begin heb ik voornamelijk gezwegen. Dat zag je bij veel collega’s, uit ‘Libanon’, ‘Afghanistan’, die daar ook in therapie waren. We leden allemaal aan hetzelfde: We wilden er niet over vertellen. Het deed mij terugdenken aan mijn vader. Die heeft in Nederlands-Indië gezeten. Maar over wat hij daar allemaal heeft meegemaakt zweeg hij. Op vragen daarover zei hij altijd: ‘Kijk maar in de kast daar liggen de fotoboeken. Maar we hebben nooit samen die fotoboeken doorgebladerd.”

De nieuwsgierigheid naar wat zijn ouwe heer in Indië had mee- en doorgemaakt nam alleen maar toe door het halsstarrige zwijgen van senior. Toen de oudste dochter van Wim Sanders anderhalf jaar terug te kennen gaf dat ze samen met haar vader naar Indonesië wilde gaan, greep hij de gelegenheid met beide handen aan om te proberen het spoor van zijn vader in voormalig Nederlands-Indië terug te volgen. “We zijn toen aan de hand van de foto’s van mijn vader en in zijn spoor, een rondreis gaan maken door dat grote land, - van eiland naar eiland, diep in de jungle op plekken waar mijn vader en haar opa ook geweest is. En dat gaf een enorme voldoening, merkte ik.”

Het thuisfront
Die reis, die zoektocht, bracht vader en dochter dichter bij elkaar en zorgde voor meer begrip over en weer. “In de periode dat ik er achter kwam dat er iets niet goed zat in mijn brein was ik niet te genieten, heel opstandig thuis. Geen tijd voor de kinderen, geen tijd voor niets, ik was alleen maar met mezelf bezig. Met als gevolg spanningen en ruzies. Totdat ze een keer meegingen naar een familiedag van Centrum’45. Daardoor zijn we uiteindelijk heel nauw tot elkaar gekomen. Onder begeleiding van therapeuten hebben we naar elkaars verhalen geluisterd en dat ging hartstikke goed. Door Centrum’45 zijn er geen spanningen meer op en met het thuisfront. Daar ben ik heel dankbaar voor.”

Het thuisfront, echtgenote en twee volwassen dochters, kreeg het stevig voor de kiezen in de periode voor en nadat er uiteindelijk PTSS bij Wim Sanders werd vastgesteld. “Met name in de ontkenningsfase, de periode waarin ik zoekende was: ‘Wie ben ik nou eigenlijk, wat wil ik, wat is mijn leven nou eigenlijk’. Je leven staat op zijn kop, er is iets dat het tot een rommeltje maakt, dat overal tegenaan trapt en alles overhoop gooit. Er is geen respect meer voor bepaalde zaken. Je hebt geen controle meer over jezelf, je bent agressief, - niet in de zin van slaan, schoppen of zo maar kort aangebonden, gauw aangebrand. Feller in de benadering, feller naar Intv. Wim Sanders DutchbattersinSrebrenicamensen toe. Ik merkte dat heel erg in het verenigingsleven waarin ik probeerde mijn sores en alle gedoe om mij heen te verbergen.”

‘Moeders van Srebrenica’
“Die negatieve berichtgeving in de media over wat er in Srebrenica is gebeurd, wat Dutchbat had moeten doen of laten, heeft, zeker in het begin, heel veel pijn gedaan. Inmiddels is de berichtgeving wel veranderd. Maar de eerste jaren had ik ook zoiets van: ‘Mensen jullie weten echt niet waar je het over hebt’. Toen ik in 2013 echt thuis kwam te zitten met PTSS was de druk een beetje van het vat af. En inmiddels is toch wel het inzicht doorgebroken dat daar heel wat anders gebeurd was dan door de media gemakshalve werd bericht. We hebben echt alles gedaan wat toen in ons vermogen lag om die mensen te redden. We hebben ze te eten gegeven van onze rantsoenen, we hebben ze medisch verzorgd, we hebben ze getroost, we hebben ze begeleid, we hebben echt álles voor die mensen gedaan.”

Maar dan heb je toch nog al die ‘moeders van Srebrenica’ die blijven roepen dat jullie niets gedaan hebben en schuldig zijn aan de dood van hun mannen en zonen.

“Ja, heel apart! Met mijn groepscommandant en drie vrouwen die bij mij in het peloton zaten ben ik onder leiding van PAX en een aantal hulpverleners naar Srebrenica terug gegaan. We hebben toen ook de vrouwen van Srebrenica ontmoet en gesproken op het kamp in Potočari[4]. Een heel goed gesprek. De vrouwen waren heel rustig en kalm. Geen verwijten of zo dat wij ergens de schuld van zouden hebben. Ze zeiden dat ook met zoveel woorden: ‘Jullie hebben geen schuld, jullie konden er niets aan doen’. Een paar weken daarna was er die rechtszaak in Den Haag. Ik werd toen gevraagd door Vredesorganisatie PAX of ik daar bij wilde zijn. Dat heb ik gedaan. Diezelfde vrouwen die wij toen in Potočari hebben gesproken waren er ook bij dit keer belaagd door reporters en cameraploegen. Het heeft mij erg verwonderd dat die vrouwen die wij destijds in Bosnië gesproken hebben en die toen alleen maar geïnteresseerd waren of wij nog foto’s hadden uit die tijd, met schadeclaims en zware verwijten kwamen. Ik dacht, achterin de rechtszaal want het was me veel te druk, dit kan niet waar zijn.”

Hoe gaat het nu met u? Ik zie een vrolijk en opgeruimd mens bezig met tal van activiteiten met name in het verenigingsleven.

“Ik probeer ook mijn oude ‘ik’, om het zo te zeggen, terug te winnen: vrolijk en opgeruimd. Ik moet er wel heel hard voor werken. Het is iets wat binnen in mij zit en wat ik met niemand kan delen. Maar ik weet ook dat ik met mijn leven verder moet gaan en dat ik niet kan blijven hangen in 1995. Kijk, 1995 bepaalt wel voor een heel eind mijn dagelijks leven maar mij is geleerd hoe ik ervoor kan zorgen dat het niet mijn leven compleet domineert.
Ik probeer heel erg positief te zijn, mij te focussen op een goede toekomst. Tot nu toe gaat het redelijk goed maar ik kan niet zeggen dat het ook zo blijft. Het kan best zijn dat ik straks een heel grote terugslag krijg en dat ik weer in zak en as zit. Maar ik heb geleerd dat ik positief moet blijven. Negativisme is funest. Dat is iets wat ik absoluut niet wil. Ik wil positief naar de toekomst kunnen blijven kijken.”

 


[1] Mobiele toiletten (chemische toiletten).

[2] Stichting Centrum ’45 is hèt landelijk behandel- en expertisecentrum voor psychotrauma. Centrum ’45 diagnosticeert en behandelt mensen met complexe psychotraumaklachten die het gevolg zijn van vervolging, oorlog en geweld (-). (Bron: www.centrum45.nl)

[3] EMDR: Eye Movement Desensitization and Reprocessing is een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring, zoals een ongeval, seksueel geweld of een geweldsincident.

Bepaalde gebeurtenissen kunnen diep ingrijpen in het leven van mensen. Een groot deel van de getroffenen ‘verwerkt’ deze ervaringen op eigen kracht. Bij anderen ontwikkelen zich psychische klachten. Vaak gaat het om herinneringen aan de schokkende gebeurtenis die zich blijven opdringen, waaronder angstwekkende beelden (herbelevingen, flashbacks) en nachtmerries. Andere klachten die vaak voorkomen zijn schrik- en vermijdingsreacties. Men spreekt dan meestal van een ‘posttraumatische stress-stoornis’ (PTSS). EMDR is bedoeld voor de behandeling van mensen met PTSS en andere trauma gerelateerde angstklachten. Dit zijn klachten die zijn ontstaan als direct gevolg van een concrete, akelige gebeurtenis, waarbij het denken eraan nog steeds een emotionele reactie oproept. (Bron: Vereniging EMDR Nederland).

[4] Potočari is een plaats in de gemeente Srebrenica, in de Servische Republiek. Het ligt in het oosten van Bosnië en Herzegovina, 6 kilometer ten noordwesten van Srebrenica.

Tijdens de Bosnische Oorlog was het dorp in de enclave van Srebrenica. Op de site van een oude autofabriek bevond zich het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat, onderdeel van UNPROFOR. Het had de opdracht om toe te zien op het 'bestand' tussen de Moslims en Serviërs, het beschikte hiervoor over 7600 militairen en licht geschut. Het is een groot misverstand dat Dutchbat de opdracht had om de enclave te verdedigen. Als het zijn missie succesvol had mogen uitvoeren en deze enclaves had moeten beveiligen zouden er 34.000 militairen en zwaar afweergeschut voor nodig zijn geweest. (Bron: Wikipedia)

Militair-Ambtenaar en Rechtspositie

De Veteranenwet en het daarop gebaseerde Veteranenbesluit dragen de minister van Defensie op om de (medische) zorg voor veteranen op zich te nemen en uit te voeren. Dit artikel zet deze bijzondere zorgplicht voor veteranen in hoofdlijnen uiteen.   MAR VN veteranen

Veteranen zijn alle (ex)-militairen met de Nederlandse nationaliteit die het Koninkrijk der Nederlanden hebben gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel door deelname aan een militaire missie of vredesoperatie (vaak in internationaal verband) ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. We spreken in dit verband over post-actieve veteranen en actieve veteranen, die nog in werkelijke dienst van Defensie zijn.

Wat houdt veteranenzorg in?
Veteranenzorg houdt in dat de beroepsmilitair vanuit Defensie kan rekenen op begeleiding, ondersteuning en medische zorg - voor, tijdens en na een uitzending of missie. De beroepsmilitair en zijn of haar partner worden voorbereid op de daadwerkelijke inzet waarbij tevoren de uitzendgeschiktheid wordt onderzocht.

Tijdens de inzet wordt voorzien in de sociaal-medische begeleiding van de militair en de relatie. Onder relatie wordt verstaan: de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel en bloed- en aanverwanten in de 1-ste of 2-de graad (ouder en kind en grootouder en kleinkind). Overigens is uit de evaluatie van het veteranenbeleid gebleken dat de partners (het ‘thuisfront’) meer informatie over het verloop van de missie wensen te krijgen. De minister van Defensie heeft toegezegd hieraan te zullen gaan werken (zie: De Veteranennota 2017-2018).    

Veteranenzorg houdt ook het zogeheten ‘decoratiebeleid’ in: het toekennen van onderscheidingen als officiële blijk van erkenning en waardering voor de uitzending en inzet van de beroepsmilitair onder buitengewone – of oorlogsomstandigheden.

Bijzondere zorgplicht voor Defensie
De Veteranenwet en het Veteranenbesluit regelen de zogenoemde ‘bijzondere zorgplicht’ voor de minister van Defensie ten behoeve van veteranen die last hebben van uitzending gerelateerde gezondheidsklachten. Deze zorgplicht komt tot uiting in drie onderwerpen:

  1. Materiële zorg;

  1. Immateriële zorg (maatschappelijke ondersteuning en geestelijke gezondheidszorg;

  1. Revalidatie en re-integratie.

MIP EurosMateriële zorg
Veteranen hebben recht op financiële ondersteuning door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het ABP voert in dit kader verschillende wettelijke regelingen uit. Het gaat om:

  1. Militair Invaliditeitspensioen (MIP);
  2. Tijdelijke inkomensvoorziening gedurende de revalidatie, re-integratie en begeleiding;
  3. Zorgcoördinatie en sociale zorg;
  4. Nabestaandenpensioen;
  5. Ereschuldregeling;
  6. Militair arbeidsongeschiktheidspensioen;
  7. Regeling volledige schadevergoeding (RVS).

Het ABP heeft een zorgloket opengesteld, dat uitkeringen en pensioenen verzorgt voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (MOD), waaronder veteranen. Ook wordt (financiële) hulp geboden op andere gebieden zoals geneeskundige verstrekkingen, voorzieningen, re-integratiebegeleiding en schuldhulpverlening.

Lees meer...

Dit voorjaar eigen onderzoek ombudsman naar ‘brede MIP-problematiek’
MIP ombudsman086
Veteranenombudsman, Reinier van Zutphen, heeft de minister van Defensie “met klem” gevraagd om een spoedige oplossing voor “de onaanvaardbaar lange wachttijden bij de uitvoering van het militair invaliditeitspensioen (MIP)”.

“Burgers die een beroep doen op een wettelijke inkomensvoorziening dienen binnen een redelijke termijn uitsluitsel te krijgen of hun aanvraag gehonoreerd wordt”, aldus de Veteranenombudsman. Hij beklemtoont onder meer dat veteranen die een MIP aanvragen “meestal te maken hebben met ernstige problematiek (zoals PTSS klachten). Juist voor deze groep is het dan ook van groot belang dat hun aanvraag met voortvarendheid wordt behandeld.”[1]

Tweede ‘zorgenbrief’ ombudsman
Van Zutphen uit zijn zorgen in zijn “tweede zorgenbrief” aan minister Bijleveld. Op een eerdere zorgenbrief reageerde de Defensieminister door onder meer te wijzen op een tekort aan keuringsartsen. Maar volgens de Veteranenombudsman is het artsentekort onderdeel van “een breder en structureler probleem”. Hij schetst “de ernst van de problematiek” aan de hand van twee voorbeelden.

MIP Gehandicapte militair bedwingt klimmuurHet eerste betreft een MIP-verzoek dat op 5 juni 2018 is ingediend. De dag daarop krijgt de afdeling Sociaal Medisch Onderzoek (SMO) van het ABP, opdracht om een verzekeringsgeneeskundige beoordeling uit te voeren. Maar tot en met 16 januari jl., de datum waarop Van Zutphen zijn tweede zorgenbrief op het ministerie laat bestellen, had SMO nog geen actie ondernomen. De aanvrager is al ruim een half jaar in het ongewisse over zijn verzoek. “Nadat de keuring achter de rug is volgt wellicht nog een verdere (medische) beoordeling die ook weer de nodige tijd in beslag zal nemen”, concludeert de ombudsman.

Capaciteitsproblemen ABP/SMO geen excuus
Dezelfde ervaring heeft een andere veteraan die zijn MIP-verzoek op 22 mei 2018 indiende en voor wie op 24 mei het verzekeringsgeneeskundig onderzoek is aangevraagd.

“Capaciteitsproblemen bij het ABP/SMO mogen naar mijn mening geen reden zijn om aanvragen van militairen te laten liggen”, aldus de ombudsman stellig. De minister moet dan ook, herhaalt Van Zutphen, snel een oplossing aandragen “die recht doet aan de zorg die noodzakelijk is.”. De Veteranenombudsman verwacht binnen vier weken een reactie van de bewindsvrouw.

Hij kondigt bovendien aan in het eerste kwartaal van dit jaar een onderzoek in te stellen naar “deze brede MIP-problematiek”.



 


[1] In de Veteranenwet is de bijzondere zorgplicht voor veteranen, die als gevolg van hun uitzending fysiek en/of psychisch gewond zijn geraakt, wettelijk vastgelegd. Toegang tot voorzieningen en rechtszekerheid is daarbij een vereiste.

Bonden slepen Defensie en pensioenfonds ABP voor de kortgedingrechter

De afgelopen periode heeft voornamelijk in het teken gestaan van de kortgedingprocedures van de ACOM, AFMP, MARVER, VBM tegen het ministerie van Defensie enSOD Logo De Rechtspraak pensioenfonds ABP.
Op maandag 10 december jl. diende het kort geding tegen het ministerie van Defensie. De rechtszaak tegen Defensie is aangespannen door een zestal partijen, waarvan twee centrales (AC en ACOP). Als eerste oordeelde de rechter over de ontvankelijkheid. Een vooral formeel punt. Omdat individuele bonden (ACOM, VBM, AFMP, MARVER) niet zijn toegelaten tot het sectoroverleg Defensie werden sommige eisers door de rechter niet-ontvankelijk verklaard.

KG-rechter Den Haag stelt Defensie in gelijk
Volgens de rechter is de kernvraag of is overeengekomen dat er voor militairen vanaf 1 januari 2019 een middelloonregeling zal gelden. Bij de beantwoording van die vraag sluit de rechter zich aan bij de opvatting van de staatssecretaris van Defensie. He ministerie is van mening dat voor militairen met ingang van 1 januari 2019 een middelloonregeling van kracht is.

De rechter kent vervolgens veel waarde toe aan de afspraken die in het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 staan. Daarin staat volgens de magistraat duidelijk dat de eindloonregeling zal worden verlaten, zonder dat daarbij een voorbehoud is opgenomen. Naar zijn mening wordt er gesproken over een overgangsregeling. En dat houdt in de redenering van de rechter in dat er na 2018 een andere pensioenregeling zal gelden. Maar welke regeling is dat dan? In genoemd arbeidsvoorwaardenakkoord staat:
“Deze nieuwe pensioenregeling die per 1 januari 2019 zal gaan gelden, zal nog worden uitgewerkt, waarbij het vetrekpunt van denken een middelloonregeling is”.

De rechter is van oordeel dat als de middelloonregeling het vertrekpunt van denken is, er vanaf 2019 dan niet meer wordt gesproken over een eindloonregeling. Maar alleen nog over een nadere invulling van die middelloonregeling. De rechtbank vindt de uitleg van ACOP en AC dat een andere eindloonregeling nog tot de mogelijkheden behoort daarom niet logisch. De verschillende stukken die na het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 gemaakt zijn, veranderen daar volgens de magistraat niets aan. Dat geldt ook voor het ontbreken van overeenstemming over de exacte inhoud van die nieuwe regeling.

SOD Rechtbank Den HaagSpoedappel ingesteld
Wij zijn over deze uitspraak teleurgesteld. Natuurlijk over de inhoud, maar meer nog over het feit dat de rechter de essentie van ons pleidooi op geen enkele wijze in de beoordeling heeft betrokken. Die essentie was dat er in de nacht van 11 op 12 oktober 2017 verschillende afspraken zijn gemaakt. Sommige hard en onvoorwaardelijk, andere zacht en voorwaardelijk.

Het in die nacht bereikte onderhandelaarsresultaat was voorwaardelijk. Immers afhankelijk van de goedkeuring van de leden en omdat het intenties waren. De pensioenafspraken vastgelegd in een brief van de Werkgroep post-actieven zijn wel hard en onvoorwaardelijk. De rechter kijkt echter uitsluitend naar het onderhandelaarsresultaat arbeidsvoorwaarden en niet naar de (samenhang met de) pensioenafspraken in de brief en hoe dat tot stand is gekomen.

De Centrales van Overheidspersoneel bij Defensie hebben die uitspraak goed bestudeerd en ook naast die van de kortgedingrechter in Amsterdam gelegd. Wij zijn nog steeds van mening dat een dergelijke afspraak niet is gemaakt. Dat was voldoende reden om ons niet neer te leggen bij de uitspraak. We voelen ons daarin geruggesteund door de rechter in Amsterdam die, in een overigens veel beter onderbouwde uitspraak, het bestaan van een duidelijke middelloonafspraak ook niet ziet.

Lees meer...

‘Wij zijn de relevante maritieme en veiligheidspartner in het Caribisch gebied’

De Vin D170531DA004 Briggenmarns De Vin 3 voorkeur‘Samen sterk’ en ‘One Team Carib’ zijn de samenbindende slogans annex ‘strijdkreten’ van de Kustwacht Caribisch Gebied (KWCARIB) respectievelijk de Zeemacht in het Caribisch Gebied (ZMCARIB). Brigadegeneraal der mariniers Peter Jan de Vin, de “leider” van beide organisaties, zal in het gesprek met ACOM Journaal meermaals tamboeren op het ineen haken en effectief samenwerken van het militaire segment (KM en KL), het DOSCO-smaldeel en de Kustwacht.

Naast Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (C-ZMCARIB) en directeur Kustwacht Caribisch Gebied (DKWCARIB) is de vlagofficier ook Commander Task Group 4.4 (CTG 44.4) binnen het Joint Interagency Task Force South (JIATFS).

‘Mooiste baan’ met drie petten op
Sinds 28 juni 2017 mag generaal De Vin zich verheugen met “de mooiste baan van de Defensieorganisatie”. In de praktijk van alledag een drieschaar aan (neven)functies waarvan C-ZMCARIB en DKWCARIB hem “het meest indringend bezighouden”.

Vanuit die functies probeert De Vin de verbinding te leggen met regionale organisaties “vooral ook omdat wij nadrukkelijk de relevante maritieme en veiligheidspartner in de regio willen zijn”. Samenwerking met (de) partners in de veiligheidsketen is voor de Kustwacht een vitale bestaansconditie. Als opsporings- en politieorganisatie actief op de grens van land en water, komt bijvoorbeeld samenwerking met de politie- en douanecollega’s aan bod zodra illegale en criminele activiteiten die grens landinwaarts overschrijden.

“Wij zitten op alle fronten in de veiligheidsketen die zo sterk is als de zwakste schakel. De verbinding die we zoeken maakt dat we ook samen sterk kunnen zijn”, is de overtuiging van de Kustwachtdirecteur. Want, zoals de door De Vin vaak gebruikte spreuk luidt, ‘Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden’. En zeker ook bij de Kustwacht zijn er zaken die “kunnen ver-beteren”. In dit verband is de verbinding tussen de Kustwacht en de Defensieorganisatie en de stappen die in de afgelopen tijd daarbij zijn gemaakt illustratief te noemen.

Vereenvoudiging aanvragen militaire bijstand
Indertijd voortgekomen uit de Defensieorganisatie leunt de Kustwacht in een aantal opzichten tegen ‘Defensie’ aan. Zo wordt, als daar tijdelijk behoefte aan is, geput uit het (lokale) personeelsbestand van de Defensieorganisatie die ook, sinds jaar en dag, de materiaalondersteuning van de Kustwacht voor haar rekening neemt. En de banden worden hechter nu de financieringsverantwoordelijkheid voor de Caribische Kustwachtorganisatie sinds kort belegd is bij Defensie. “Als Kustwacht zijn we dus meer tegen de Defensieorganisatie gaan aanschurken zonder evenwel de identiteit van de Kustwacht in gevaar te brengen, - de Kustwacht blijft de Kustwacht en Defensie blijft Defensie.”

Maar de Kustwacht is en blijft ook betrokken bij de executie van (sommige) taken die Defensie te vervullen heeft in de regio. En dat geldt met name ook bij handhaving van de rechtsorde (in het grensgebied van water en land). Kustwacht en Defensie werken zoveel mogelijk nauw samen met de ketenpartners die mede daardoor hun beste beentje kunnen voorzetten voor wat betreft hun rol in dat proces van dag tot dag. Cruciaal is in dit verband de “enorme vereenvoudiging van de mogelijkheden tot het aanvragen van militaire bijstand. Een lokale politiecommissaris kan mij veel makkelijker inlenen als Defensie ter ondersteuning van zijn operaties dan vroeger het geval was.”De Vin JBUZ0163

Een bijstandsaanvraag wordt nu via de minister van Justitie en de minister-president bij de gouverneur ingediend die haar vervolgens neerlegt bij de door de rijksministerraad gemandateerde minister van Defensie. Afhankelijk van de complexiteit van de aanvraag kan er interdepartementale afstemming nodig zijn. Als het verzoek eenmaal door de Nederlandse molen is komt, via de gouverneur, C-ZMCARIB in actie.

Meldingsplicht achteraf
In de vereenvoudigde procedure kan de gouverneur, in een aantal gevallen, C-ZMCARIB direct benaderen zonder tussenkomst van ‘doorlichtende’ instanties in Nederland. Dit is mogelijk doordat de commandant gemandateerd is zelfstandig beslissingen te nemen inzake search, tracking, diving en de inzet van statische observatiecapaciteit, inclusief drones, als hem een dergelijk bijstandsverzoek bereikt. Inmiddels zijn ook de procureurs-generaal van de landen Curaçao en Aruba geautoriseerd om verzoeken om assistentie in dit soort gevallen, in direct contact met C-ZMCARIB af te wikkelen. “Dat is een ongelooflijke vereenvoudiging”, stelt generaal De Vin enthousiast vast. “Er is wel een meldingsplicht achteraf en een transparante vastlegging van wat er gedaan is. Maar er is geen consultatie meer vooraf. We hebben afgesproken dat we dit een jaar uitproberen en dan gaan evalueren hoe een en ander in de praktijk uitpakt. Als C-ZMCARIB juich ik deze ontwikkeling enorm toe. Als ik de ontwikkelingen in het afgelopen jaar vanuit mijn hoofdtaken bezie, en dan met name de taak gericht op versterking van de veiligheid in de regio, dan constateer ik dat er 30 keer om militaire bijstand is verzocht. En dan tel ik niet mee de 10 keer dat we met de Curaçaose Militie (CurMil) in actie zijn gekomen in het kader van de campagne Ta Basta Awor (Nu is het genoeg!) .

Lees meer...

Recentelijk is er weer een MOK-R geweest. MOK-R staat voor MC Overleg Krijgsmachtbreed van en door Reservisten. Een overleg opgestart door de ACOM. De ACOMMOK R Natres te velde constateerde indertijd immers de noodzaak tot samenwerking van de verschillende (MC’s) reserve-eenheden van de OPCO’s. Dit komt uiteraard voort uit het feit dat onze beleidsmedewerker reservisten zelf ook reservist en (langdurig) MC lid is.

De samenstelling is aldus geformeerd: De voorzitters van de respectievelijke MC’s van de reserve-eenheden en aangevuld met een ander lid vanuit de (desbetreffende) MC. Alleen de vertegenwoordigers vanuit de reservisten van de Koninklijke Marechaussee zijn momenteel nog niet vertegenwoordigd in een MC c.q. de DMC.

Uiteraard is het wel de bedoeling dat ook de reservisten van de Koninklijke Marechaussee hun stem kunnen laten horen in een MC c.q. de DMC. De ACOM zal hen hierbij volledig ondersteunen.

Bont gezelschap van niveau
De detail-samenstelling van het MOK-R is momenteel als volgt:
De voorzitter is de beleidsmedewerker reservisten van de ACOM en tevens lid van de MC GLR. De secretaris is de voorzitter van de MC GLR en tevens plv. voorzitter DMC CLSK. De Marine Reserve bestaat uit de voorzitter MC tevens lid van de TRMC MARKAZ en een lid van de MC van de Marine Reserve. De vertegenwoordiging vanuit CLAS betreft de voorzitter MC 10 Natres welke tevens de voorzitter is van het Bronbeekoverleg (Samenwerkende MC’s CLAS Reserve-eenheden) en een lid vanuit 400 GNK tevens DMC lid CLAS.
De vertegenwoordiging vanuit de Koninklijke Marechaussee bestaat uit twee vertegenwoordigers van de werkvloer gekozen wegens hun betrokkenheid met het wel en wee van het reservepersoneel.
Aldus een bont gezelschap en van hoog niveau.

MOK R ReservistenOude en nieuwe agendapunten
Na de aanwezigheid van een afvaardiging van het MOK-R bij een vergadering van de CMC waarin getoond is:

  • wie wij zijn,
  • wat wij doen,
  • en de problematiek/regelgeving/uitvoering regelgeving waar wij tegen aan lopen,

is later besloten door de CMC voor de duur van een jaar, twee CMC leden aan te laten sluiten bij de vergaderingen van het MOK-R. Dit is gedaan zodat de CMC zich een goed beeld kan vormen waar wij ons wij als MOK-R mee bezig houden. De door de CMC afgevaardigde leden waren dus aanwezig bij de laatste vergadering en hebben dus mogen meemaken met welke problematiek wij dagelijks geconfronteerd worden.

Lees meer...