Contact met uw bond
033-4953020


Het heeft lang geduurd, maar in 2014 is het ministerie van Defensie dan eindelijk begonnen met het afwikkelen van de zaken voor veteranen met letselschade. We zijn nu ruim drie jaar verder. De eerste zaken zijn afgewikkeld. In deze bijdrage in ACOM Journaal wordt beschreven hoe de afwikkeling verloopt.

Websize Martens Gehandicapte militair bedwingt klimmuurDe veteraan heeft letsel opgelopen met dienstverband. In de meeste zaken gaat het om PTSS-klachten. Het kan ook gaan om een veteraan die in de periode van opwerken naar een uitzending een ongeluk heeft gehad en daardoor invalide geworden is.

Er moet sprake zijn van invaliditeit. Dat moet door een deskundige zijn vastgesteld. Dat is vaak een psychiater. De zaak kan pas worden afgewikkeld als er sprake is van een stabiele medische eindtoestand. Eerder niet, omdat het dan nog onzeker is of de invaliditeit blijvend is.

Er zijn twee categorieën
De ‘Regeling volledige schadevergoeding voor oorlogs- en dienstslachtoffers’ (RVS) is van toepassing op veteranen die op of na 1 juli 2007 zijn ontslagen. Het kan ook gaan om veteranen die vóór 1 juli 2007 zijn ontslagen, maar op of na 1 juni 2012 een militair invaliditeitspensioen (MIP) hebben aangevraagd. Ook voor nabestaanden bestaat een regeling.

De tweede categorie wordt gevormd door groepen van veteranen die als gevolg van de Kamerbrief van oud- minister van Defensie Hennis-Plasschaert aanspraak kunnen maken op schadevergoeding. Het gaat om Joegoslavië-veteranen en Libanon-veteranen.
(
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/08/24/kamerbrief-met-stand-van-zaken-schadeclaims-veteranen)

Ook veteranen die een Ereschulduitkering hebben gehad, maar méér schade lijden, kunnen onder voorwaarden in aanmerkingWebsize Martens Paars gevuld Alle krijgsmachtdelen komen voor een vergoeding van hun restschade. De ereschulduitkering wordt wel in mindering gebracht op de schadevergoeding.

Aansprakelijkheid is geen discussie meer
Het gaat om letselschadezaken. In letselschadezaken moet eerst de vraag worden beantwoord wie aansprakelijk is voor de schade. In de schadevergoedingszaken van veteranen is dat geen discussie meer. Het ministerie van Defensie neemt zijn verantwoordelijkheid. Veel veteranen voeren al jaren een juridische strijd met Defensie; over het gebrek aan zorg, over vergoedingen of over andere onderwerpen. Met de genoemde regelingen moet de strijdbijl worden begraven. Er hoeft niet meer gediscussieerd te worden over de aansprakelijkheid. De zaak wordt afgewikkeld. Er wordt een schadevergoeding betaald. Het ministerie moet alle geleden schade betalen.

De zaak eindigt met een vaststellingsovereenkomst (VSO) tussen de veteraan en het ministerie van Defensie. De veteraan krijgt de schade netto op zijn bankrekening gestort. Het ministerie betaalt de verschuldigde belasting, of geeft een garantie voor eventuele toekomstige belastingclaims. Na ondertekening van de VSO en betaling van het geld zijn partijen van elkaar af. Zij kunnen in de toekomst niet meer op de overeenkomst terugkomen.
De hier beschreven gang van zaken is de standaard, maar soms worden andere voorzieningen getroffen. Het voert te ver om in deze bijdrage daarop in te gaan.

Wat is restschade?
Het gaat om letselschade. Het woord zegt het al: schade die het gevolg is van letsel. In het hiernavolgende wordt de PTSS als voorbeeld genomen.
Bij het bepalen van de schadevergoeding wordt een vergelijking gemaakt tussen de situatie met PTSS en zonder PTSS. Anders gezegd, hoe zou het leven zijn verlopen zonder PTSS? Dat is best lastig. Sommige veteranen zijn nog jong. In die gevallen moet beoordeeld worden hoe de toekomst eruit ziet. Dat is kijken in een glazen bol. De toekomst met PTSS moet worden vergeleken met een toekomst zonder PTSS. Bij oudere veteranen wordt vooral naar het verleden gekeken. Het verleden is makkelijker in kaart te brengen. Daarbij is weer lastiger om te beoordelen hoe het leven zou zijn geweest zonder PTSS. Waar zou hij nu hebben gestaan?

Websize Martens KNGF Geleidehond en militairSchadeposten
Als een veteraan door zijn dienstverbandaandoening niet meer kan werken, of geen carrière kan maken, spreken we van het ‘verlies aan verdienvermogen’. Die schade lijdt hij elke maand, werkt door in zijn pensioen en heeft ook fiscale consequenties. Het kan gaan om grote bedragen.
Er zijn ook andere schadeposten. De schadepost ‘verlies aan zelfredzaamheid’ betreft de extra kosten voor de huishouding. Hierbij gaat het om hulp in de huishouding of hulp bij de verzorging van de kinderen. Het ‘verlies aan zelfwerkzaamheid’ staat voor de schade die moet worden vergoed omdat er externe hulp moet worden ingeschakeld voor het onderhoud aan het huis. Ook de kosten voor de zorgverzekering kunnen een schadepost vormen. Een militair hoeft zich niet particulier te verzekeren, een ontslagen veteraan wel.

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) speelt een belangrijke rol in deze zaken. Een veteraan met een MIP komt meestal in aanmerking voor voorzieningen en verstrekkingen van het ABP. Het ABP keert de MIP uit. Een veteraan kan aan het ABP ook een vergoeding voor het eigen risico op de zorgverzekering vragen. Het moet dan wel gaan om medische kosten die zijn gemaakt in het kader van de dienstverbandaandoening. Er kan een hobbyvoorziening worden gevraagd, een vergoeding voor verhuizing of uitgaven van huishoudelijke hulp. Zo zijn er nog meer categorieën. De website van het ABP (
www.abp.nl) geeft de nodige informatie.
Hij (het kan natuurlijk ook om een vrouwelijke veteraan gaan) krijgt bij het ABP een zorgcoördinator die hem begeleidt bij het vinden van de juiste hulpverlening, bij het aanvragen van een uitkering of voorziening. Ook biedt de zorgcoördinator hulp bij het vinden van ander werk. Om een zorgcoördinator te krijgen moet de veteraan zich aanmelden bij het Veteranenloket van het ABP (088-3340000).
In het kader van de afwikkeling van schadevergoedingen kan de veteraan geen vergoeding krijgen voor schadeposten die hij bij het ABP kan claimen. Zo kunnen de reiskosten die een veteraan (die een MIP heeft) moet maken in verband met bezoek aan artsen of therapeuten worden vergoed door het ABP. Zij zullen dan niet meer worden betaald door het ministerie van Defensie.

Smartengeld is een vergoeding voor de pijn en ellende, de derving van de levensvreugde. De mate waarin iemand lijdt is per persoon verschillend. Een veteraan met een MIP krijgt in veel gevallen ook een ‘bijzondere invaliditeitsverhoging’, ook wel BIV genoemd. Deze BIV is het smartengeld. Volgens de rechtspraak kan iemand met een BIV geen verdere vergoeding voor smartengeld krijgen. De BIV is het smartengeld. De BIV wordt levenslang uitgekeerd. Voor veteranen zonder BIV moet een bedrag voor smartengeld worden vastgesteld. Daarbij wordt gekeken naar de mate van invaliditeit, de leeftijd en de ernst van de dienstverbandaandoening. Er wordt ook wel vergeleken met een veteraan die in een soortgelijke situatie zit, maar wel een BIV krijgt.

Met deze opsomming zijn de meest voorkomende schadeposten wel genoemd. De kosten van inschakeling van een belangenbehartiger, te weten een advocaat of letselschadebureau, worden door het ministerie van Defensie via het ABP vergoed voor zover die kosten redelijk zijn en in een redelijke verhouding staan tot de uit te keren schadevergoeding. Er is ook een regeling voor vergoeding in verband met het inschakelen van deskundigen.

Een paar voorbeeldenWebsize Martens 411 PantserGenie te velde
Een Dutchbat III-veteraan krijgt na zijn uitzending in 1995 PTSS-klachten. Hij houdt het nog even vol, maar valt tenslotte uit in 2000 in de rang van korporaal. Er wordt PTSS vastgesteld. Hij wordt gekeurd en ontslagen uit de dienst. Hij krijgt een militair invaliditeitspensioen (MIP) dat gebaseerd is op de mate van invaliditeit. Dat inkomen is niet voldoende om van rond te komen. Na een periode in de ziektewet wordt hij definitief afgekeurd en krijgt een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA-IVA) van het UWV. Zijn inkomen bestaat vanaf dat moment uit een MIP, een BIV en een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Hij kan geen betaald werk meer doen. De veteraan was (en is) militair in hart en nieren. Zonder PTSS zou hij naar de KMS zijn gegaan om een carrière als onderofficier te volgen. Naar redelijke verwachting zou zijn eindrang adjudant zijn geweest.

Hij heeft heel veel last van prikkels. Hij staat altijd in de stand van vluchten, of van vechten. Thuis kan hij geen grote bijdrage meer leveren aan het huishouden. Vroeger nam hij de helft voor zijn rekening. Nu doet zijn echtgenote vrijwel het volledige huishouding. Zij brengt de kinderen naar school, maakt het huis schoon en doet alle boodschappen. De gebruikelijke onderhoudswerkzaamheden aan het huis kan hij niet meer zelf doen. Daarvoor moeten professionals worden ingehuurd, met alle extra kosten daarvan tot gevolg.

De veteraan kan niet meer met het openbaar vervoer reizen. Hij kan de grote groepen mensen om zich heen niet goed verdragen. Daarom reist hij met de auto en moet altijd iemand vragen om hem te begeleiden. Dat kost extra moeite en geld.

In de afwikkeling van de restschade wordt de carrière mét en de carrière zonder PTSS vergeleken. Zijn schade bestaat uit het verschil tussen de uitkeringen die hij nu ontvangt, afgezet tegen een inkomen van een onderofficier, die elk jaar naar een hogere schaal gaat, elke 8 jaar bevorderd wordt en de gebruikelijke toeslagen ontvangt. Toen de veteraan de dienst uit ging was hij 21 jaar oud. Hij is nu 38. Zonder PTSS zou hij inmiddels onderofficier geweest zijn, met het bijbehorende salaris.

De schadeposten verlies aan zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid kunnen worden afgelezen uit een tabel, die wordt gepubliceerd door de Letselschaderaad (
www.deletselschaderaad.nl). Voor een vrijstaande eigen woning met alle onderhoud wordt een ander bedrag vergoed dan voor een huurappartement.
Een ander voorbeeld: een Libanonveteraan werd op 20-jarige leeftijd uitgezonden als soldaat. In zijn jeugd ging hij naar de LTS/LBO. Na zijn tijd als militair ging hij werken in de burgermaatschappij en kon daar een redelijke carrière opbouwen. Hij werd manager bij een bouwbedrijf en gaf op zeker moment leiding aan 10 mensen. Twee jaar geleden zakte hij opeens in elkaar met veel lichamelijke en psychische klachten. Hij kwam in de ziektewet terecht. Na een traject van diagnose en behandeling bleek dat zich bij hem een PTSS openbaarde, met dienstverband terug tot zijn Libanon-uitzending. Hij is nu 58 jaar oud. Zijn carrière is abrupt ten einde.

Hij heeft geen historische schade. Zijn carrière heeft zich op een normale manier kunnen ontwikkelen. Vanaf 2015 lijdt hij schade voor de toekomst. Dat begint met het verschil tussen zijn ziektewetuitkering en zijn gebruikelijke loon, zijn verlies aan overuren en de bonus die hij niet meer krijgt. Hij wordt ontslagen en vindt een rustig baantje tegen een lager inkomen. Dat is de voor hem passende arbeid. Gelet op zijn leeftijd, zijn verwachte levensduur en de tijd die nog rest tot zijn pensioen, is zijn schade veel lager dan de schade voor de veteraan die al op jonge leeftijd is uitgevallen.
Dit zijn twee typische voorbeelden, maar iedere veteraan en iedere zaak is anders.


De gang van zaken bij de afwikkeling
Een veteraan meldt zich bij zijn bond of bij het veteranenloket. Dan gaat het balletje rollen. De staat wordt aansprakelijk gesteld, of de veteraan krijgt een brief waarin staat dat hij recht op de RVS-regeling heeft.
Bij de afwikkeling van de restschade is een jurist van het ministerie van Defensie of een advocaat van het kantoor van de Landsadvocaat betrokken. Er vindt overleg plaats met de belangenbehartiger van de veteraan, meestal een advocaat, over de uitgangspunten van de schadeafwikkeling. De veteraan, zijn advocaat en de jurist van Defensie bespreken alle aspecten van de zaak tijdens een huisbezoek. Dat vindt plaats bij de veteraan thuis, maar het gesprek kan ook op een andere plek gevoerd worden. Er wordt gesproken over het ontstaan van de schade, over de gevolgen voor de veteraan en zijn omgeving, over zijn financiële toestand en over zijn gezondheidssituatie. In dat gesprek wordt duidelijk welke schriftelijke stukken nodig zijn voor een goede beoordeling van de zaak. Als alle stukken verzameld en uitgewisseld zijn, nemen de partijen hun standpunten in.

In de daarop volgende periode discussiëren de advocaat en de vertegenwoordiger van Defensie over die standpunten. Ook wordt er in die periode medisch of arbeidsdeskundig advies ingewonnen. Deze fase kan wel enkele maanden duren, maar gebeurt op een professionele en zakelijke manier. De vertegenwoordigers van Defensie nemen soms stevige standpunten in. Dat geldt ook voor de advocaten. De ervaring leert dat partijen het toch met elkaar eens kunnen worden, zonder dat de verhouding onaangenaam wordt. Er hoeft niet geprocedeerd te worden. Er komt geen rechter aan te pas. Het is tenslotte de bedoeling om de zaak op een correcte manier met de veteraan af te kaarten. Dat gebeurt ook.

Als de uitgangspunten bekend zijn wordt een rekenbureau ingeschakeld. Het gaat om complexe berekeningen. Uit de berekening van het rekenbureau volgt een bedrag. Een eventuele uitkering onder de Ereschuldrekening wordt afgetrokken van de schadevergoeding. Als de veteraan zich in het berekende bedrag kan vinden, wordt een vaststellingsovereenkomst opgemaakt. Na ondertekening daarvan wordt het schadebedrag op de rekening van de veteraan overgeboekt. Dit is een netto bedrag, er hoeft geen inkomensbelasting over betaald te worden. Daarmee wordt het ‘boek’ gesloten. De veteraan en het ministerie van Defensie zijn financieel van elkaar af.

Afsluitend
De afwikkeling van schadezaken voor veteranen gebeurt op een correcte manier. Defensie moet honderden zaken afwikkelen. Er zijn knelpunten. Defensie is erg bevreesd voor precedentwerking. Daardoor kan de onderhandeling onder druk komen te staan of de afwikkeling worden vertraagd. De afwikkeling gaat soms trager dan gewenst. Het afwachten van medisch advies of bericht van de back-office van het ministerie van Defensie duurt soms te lang. Voor alle veteranen is deze procedure belastend. Het wachten valt hen zwaar. Dat zou beter kunnen en moeten.

Gelukkig ondersteunt ook de ACOM de veteranen al tientallen jaren met raad en daad. De bond verleent bijstand in procedures en wijst de weg. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor de veteraan.

Bas Martens

(Auteur: Bas Martens is al 20 jaar advocaat in militaire zaken en behandelt veel schadevergoedingszaken voor veteranen. Zie de website www.militaireadvocaten.nl of www.delissenmartens.nl voor meer informatie.)