Contact met uw bond
033-4962722


‘Bij ingewikkelde situaties is er verlegenheid bij Defensie om de goede stappen te zetten’

Intv Van Zutphen websize Veteranenombudsman Van Zutphen Foto Nationale Ombudsman Arenda OomenVeteranen die overhoop liggen met hun (oud-)werkgever Defensie of kampen met problemen (fysiek, geestelijk of anderszins), melden zich in toenemende aantallen bij de Veteranenombudsman. Zo’n drie jaar geleden, toen de klachtenbemiddelaar (nog zonder formele ministeriële ‘afzegening’) met zijn kritische bemiddelingswerk begon, waren het amper enige tientallen.

Maar de activiteiten van de Veteranenombudsman kregen naast een enthousiast onthaal ook een gestaag ruimer bereik bij de doelgroep. En dit jaar vinden naar verwachting zo’n 200
(oud-)militairen met klachten en grieven jegens Defensie de inmiddels bekende weg naar de “hoogste klachteninstantie”.

Naamsbekendheid
Veteranenombudsman Reinier van Zutphen timmert sinds zijn aantreden in 2015 nijver aan de weg. Met woord en daad, - waar nodig een krachtige klaroenstoot -, onverbloemd maar altijd helder, verruimde hij de naamsbekendheid van de vertrouwenspersoon voor (oud-)militairen. Een aansprekend voorbeeld is zijn bemoeienis met het klachtensysteem bij Defensie dat, blijkens onderzoek, niet voldoende adequaat functioneerde.
Wat ook fors bijdroeg aan de bekendheid van de Veteranenombudsman is diens zichtbare aanwezigheid op locaties en evenementen die druk bezocht worden door veteranen. “De ontmoetingen in de inloophuizen zijn heel erg belangrijk voor onze contacten met de veteranen. Mijn medewerkers zijn iedere maand wel in een inloophuis. In zo’n ongedwongen omgeving van kameraden onder elkaar, durven de mensen makkelijker met ons te praten over wat hun dwars zit”, is Van Zutphen overtuigd.

Hoe laagdrempelig de toegang tot het klachtenloket van de Veteranenombudsman is, blijkt uit de spontane bezoeken van veteranen. Maar vaker nog gaan de medewerkers van de ombudsman bij de mensen aan huis. “Dan gaan we op huisbezoek, om het zo te zeggen, omdat het vaak beter is de mensen in hun eigen omgeving te spreken.”
Daarnaast is er uiteraard ook het contact met de organisaties van veteranen die geregeld de ombudsman omstandig informeren over de hobbels, de voetangels en Intv Van Zutphen websize 2016 Foto veteraan hand op voorhoofdklemmen die ze op hun pad treffen.

De ombudsman kan beschikken over vier medewerkers die zich specifiek richten op het werk en de taken ten behoeve van veteranen. Zelf is de klachtenbehandelaar zo’n drie keer in het jaar te gast bij een inloophuis. Zo houdt hij hoogstpersoonlijk de vinger aan de pols van ‘veteranenland’. “Mijn mensen weten heel goed wat er speelt bij de veteranen, - nog beter dan ik. Maar ik moet daar zelf ook van op de hoogte zijn en dat gebeurt met name door die contacten.”

Re-integratie
Van Zutphen constateert dat de problemen waarmee veteranen bij hun ombudsman aankloppen “steeds serieuzer worden”. Het betreft doorgaans kersverse, jonge veteranen, het merendeel recent gerepatrieerd van een missie, die hulp zoeken. Ze zijn gewond geraakt, lijden aan de uitwerkingen van een ptss-aandoening of kampen met andere problemen ten gevolge van de (intussen afgeronde) missie(s).

Het vizier is dan afgesteld op de (na)zorg van Defensie en het verloop van re-integratietrajecten waarbij artsen en (her)keuringen de maat en het ritme bepalen. Dat de weg terug in het arbeidsproces bij Defensie (vaak) moeizaam begaanbaar is blijkt uit de vele signalen die de ombudsman bereiken.
Alle reden voor Van Zutphen om dit jaar een omvattend onderzoek te doen naar de stand van zaken met betrekking tot de re-integratie. “Als we bij klachten en signalen aanvoelen dat er meer aan de hand is, dan is dat genoeg reden om zelf onderzoek te doen”, licht de ‘steunbeer’ van veteranen met klachten en problemen toe.

Het ‘re-integratieonderzoek’ spitst zich onder mee toe op de toepassing van de regelgeving waarbij de leidende vraag is of e.e.a. wel de gewenste vruchten afwerpt. “We gaan vanuit het perspectief van de veteraan kijken of die goed geholpen wordt door de organisatie. Dat doen we vooral omdat van een missie terugkomende veteranen vaak nog in werkelijke dienst zijn en dat heel graag willen blijven. Dat kan alleen maar, in geval er sprake is van re-integratie, als dat proces goed loopt en goed begeleid wordt. Het onderzoek richt zich met name ook op het leidinggevende kader met als vraag of die wel voldoende aandacht hebben voor die re-integratie. Daar gaan we een rapport over maken waarmee we kort na de zomer mee naar buiten komen.”

KlachtenregelingIntv Van Zutphen websize d170624lm10897
Ook de klachtenregeling bij Defensie is dit jaar opnieuw onderwerp van een kritische schouw door de Veteranenombudsman. Vorig jaar werd bij de minister al “een rapport in de vorm van een brief” besteld waarin pittige noten gekraakt werden over het ontbreken van een formele klachtenregeling bij de krijgsmacht. Vooral de klachtenafhandeling en de eventuele rol van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK)[1] werd tegen het licht gehouden. De IGK ‘neerzetten’ als ‘klachtenafhandelaar’ is, vindt de ombudsman, niet een juiste ‘omkadering’ van een functionaris die in feite bemiddelt en probeert problemen op te lossen. “Klachten behoren behandeld te worden door de klachtencommissie en Defensie hoort signalen, brieven en telefoontjes over misstanden als klacht te herkennen en ze vervolgens ook als zodanig af te handelen.”

Inmiddels beschikt Defensie sinds eind 2016 over een formele klachtenregeling die ook voorziet in de afwikkeling van meldingen en klachten over (seksuele) vernedering, intimidatie, geweld en integriteit in de krijgsmacht. Toch gaf de wat schimmige afhandeling van de misstanden in ‘Schaarsbergen’ waarover laatsleden december uitvoerig door de media werd bericht, aanleiding voor een brief van de ombudsman aan de minister en de staatssecretaris. “We hebben ze gevraagd of de klachtenregeling wel werkt. ‘Doet u deze problemen wel op een goede manier af met behulp van die klachtenregeling?’ Vervolgens is ons bericht hoeveel gevallen er zijn gemeld, hoe ze behandeld worden enz. Maar ook dat aan de melders is gezegd dat ze naar de Veteranenombudsman, de hoogste klachteninstantie, kunnen stappen als ze het niet eens zijn met de behandeling.”
Onderzoek van de ombudsman moet straks uitwijzen of de klachtenregeling goed werkt of dat er toch sprake is van onvolkomenheden.

Hoog College van Staat
De Nationale ombudsman/Veteranenombudsman is in de termen van de wet een ‘Hoog College van Staat’[2], waarmee de wettelijke verankering van zijn onafhankelijke positie is gewaarborgd.

Defensie kan dus niet roepen: ‘Hallo pottenkijker scheer je weg!’

“Nou, misschien denken ze het wel - maar ze mogen het niet hardop zeggen. Als het gaat om een klachtbehandeling moet ik alle stukken krijgen waar ik om vraag. En ik moet iedereen kunnen spreken. Dat geeft dus extra garanties dat we de zaken waar het echt om gaat boven water kunnen halen. Soms zijn het lastige vragen en moeilijke problemen en dan is het voor Defensie niet altijd even makkelijk om in een keer mee te gaan in het vinden van een oplossing maar over het algemeen krijgen we ze wel zo ver.”

In hoeverre is de Veteranenombudsman in zijn onafhankelijke positie jegens Defensie ‘onafhankelijker’ dan de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht tevens Inspecteur der Veteranen die ook een onafhankelijke status claimt. Volgens Defensie staat hij “ naast de formele organisatiestructuur en legt rechtstreeks verantwoording af aan de minister van Defensie. Deze positie garandeert zijn onafhankelijkheid.”[3]

Van Zutphen koestert een afwijkende opvatting. Als actief dienende generaal die deel uitmaakt van de krijgsmacht hiërarchie is de IGK bedeeld met een inspectiefunctie die ook andere departementen kennen. “Een bijzondere functie”, erkent de ombudsman, “maar hij is als zodanig in dienst van het departement, - in dienst van de krijgsmacht.”
In de klachtenregeling die eind 2016 het licht zag wordt de IGK nadrukkelijk niet genoemd als klachteninstantie.

Jongere generatieIntv Van Zutphen websize Thuisfront Bijeenkomst KLu
Tussen de Veteranenombudsman en de IGK (Inspecteur der Veteranen) is het overigens persoonlijk botertje tot de boom. Een paar keer per jaar is er formeel ‘werkoverleg’ waarbij onder meer informatie over lopende zaken wordt uitgewisseld. Ook in internationaal verband trekken de Veteranenombudsman en de IGK waar nodig eendrachtelijk op. Maar voor de mensen moeten de ‘loketten’ duidelijk gescheiden zijn en blijven. “Veteranen moeten altijd bij mij terecht kunnen”, beklemtoont Van Zutphen. “Wie niet tevreden is met een bij de IGK bereikt resultaat mag en kan altijd nog bij mij, als hoogste klachtinstantie, aankloppen. Er zullen immers altijd zaken zijn waarvan we zeggen dat ze echt door iemand van buiten de Defensieorganisatie bekeken moet worden. De Veteranenombudsman heeft namelijk net iets meer positie en gezag als Hoog College van Staat, - met name ook tegenover de minister -, en kan net dat extra meer bieden dat mensen verder kan helpen. Kortom, de samenwerking is goed maar met respect voor elkaars positie en dat betekent dat ik heel erg op mijn onafhankelijkheid let.”

De afgelopen drie jaar heeft de Veteranenombudsman de populatie veteranen aanzienlijk zien ‘verjongen’. Het contingent ‘ouderen’ die in het begin het beeld aan het klachtenloket bepaalden is van lieverlede geslonken. En bijgevolg ook de klachten betreffende pensioen- en andere oudedagvoorzieningen. De problemen die zich nu aandienen liggen meer in de sfeer van re-integratie, gezondheid en privé (huiselijke) omstandigheden waarbij ook de partner van de veteraan is betrokken. Vorig jaar vroeg de ombudsman in een rapport aandacht voor met name ex-partners van veteranen die de oorzaak van hun stukgelopen relatie toeschreven aan de effecten van de uitzending(en) die hun partner achter de knopen had. “Dit soort klachten is typerend voor de jongere categorie veteranen”, concludeert Van Zutphen.

“Het beleid zou veel meer gericht moeten zijn op snel reageren als het klachten van veteranen betreft. En zeker niet de bureaucratische weg opgaan van formulieren, documenten etc. maar als iemand een signaal afgeeft het zij via de telefoon of in een gesprek met zijn commandant dat er iets aan de hand is, dan zou het beleid moeten zijn om daar direct bovenop te springen. Daarmee voorkom je altijd erger. Men moet, ik blijf dat nadrukkelijk herhalen, meer beseffen dat een brief of een telefoontje echt een klacht kan zijn die moet worden afgehandeld en niet voor kennisgeving worden aangenomen. Dit zou in, noem het maar, het basispakket van elke leidinggevende bij Defensie moeten zitten: Het probleem oplossen zo dicht mogelijk daar waar het is ontstaan en zit.”

Websize Cariben3 1 2Caribisch Nederland
Het werkdomein van de Nationale ombudsman omvat ook Caribisch Nederland (de Openbare Lichamen ofwel bijzondere gemeenten Bonaire, Saba en Sint Eustatius). Vanzelfsprekend zijn ook de diensten van de Veteranenombudsman beschikbaar voor veteranen die hun woonst hebben in de Caribische regio van het Koninkrijk. Met de Bonairiaanse veteranen, heel actief in het sociale leven op het eiland, is al meermaals contact geweest. Maar ook voor missie- en andere veteranen in de Koninkrijkslanden Aruba, Curaçao en Sint Maarten, die formeel buiten zijn gezagsbevoegdheid vallen, wil de Veteranenombudsman toegankelijk en actief zijn. Curaçao met vanouds de marinebasis Parera, de (voormalige mariniers) kazerne Suffisant, naast de presentie van KMar- en CLAS-militairen, heeft in ieder geval al een inloophuis voor veteranen. En ook op Aruba met marinierskazerne Savaneta zijn veteranen bezig met onderlinge (recreatieve) opvang. “Waar Nederlandse militairen zijn wil ik mijn werk als Veteranenombudsman doen. Dus Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES, waar ik echt bevoegd ben, staan op mijn netvlies.”

Schuldenproblematiek
Op het netvlies gebrand staan ook de veteranen die in schulden verkeren en voor wie de noodzakelijke voorzieningen toegankelijk moeten zijn. De ombudsman wordt in zijn werk strijk en zet geconfronteerd met de bikkelharde werkelijkheid van veteranen bij wie de schulden zich opstapelen en die merken dat hun leven uit de rails loopt.
“Het is dan ook extra belangrijk dat wij zicht houden op wat veteranen na hun uitzending overkomt doordat ze bijvoorbeeld arbeidsongeschikt zijn geworden. Of dat ze een bijzondere uitkering moeten krijgen en wat dit betekent voor hun inkomenspositie. Wij moeten er snel bij zijn als dit soort problemen dreigen. Als Veteranenombudsman wil ik er voor zorgen dat als veteranen dan toch in die problemen komen ze er ook weer zo snel mogelijk uit komen. Daar zal ik de komende tijd op tamboeren en aandacht voor blijven vragen.”

 


[1] De Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht is tevens Inspecteur der Veteranen en Inspecteur der Reservisten.

[2] Kenmerk van deze colleges is dat ze een (grond)wettelijk verankerde zelfstandige en onafhankelijke positie hebben. (-) Niemand kan de ombudsman voorschrijven hoe hij zijn taak moet uitvoeren.

[3] Zie: http://bit.ly/2CTTJ09