Contact met uw bond
033-4962722


‘Wij zijn de relevante maritieme en veiligheidspartner in het Caribisch gebied’

De Vin D170531DA004 Briggenmarns De Vin 3 voorkeur‘Samen sterk’ en ‘One Team Carib’ zijn de samenbindende slogans annex ‘strijdkreten’ van de Kustwacht Caribisch Gebied (KWCARIB) respectievelijk de Zeemacht in het Caribisch Gebied (ZMCARIB). Brigadegeneraal der mariniers Peter Jan de Vin, de “leider” van beide organisaties, zal in het gesprek met ACOM Journaal meermaals tamboeren op het ineen haken en effectief samenwerken van het militaire segment (KM en KL), het DOSCO-smaldeel en de Kustwacht.

Naast Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (C-ZMCARIB) en directeur Kustwacht Caribisch Gebied (DKWCARIB) is de vlagofficier ook Commander Task Group 4.4 (CTG 44.4) binnen het Joint Interagency Task Force South (JIATFS).

‘Mooiste baan’ met drie petten op
Sinds 28 juni 2017 mag generaal De Vin zich verheugen met “de mooiste baan van de Defensieorganisatie”. In de praktijk van alledag een drieschaar aan (neven)functies waarvan C-ZMCARIB en DKWCARIB hem “het meest indringend bezighouden”.

Vanuit die functies probeert De Vin de verbinding te leggen met regionale organisaties “vooral ook omdat wij nadrukkelijk de relevante maritieme en veiligheidspartner in de regio willen zijn”. Samenwerking met (de) partners in de veiligheidsketen is voor de Kustwacht een vitale bestaansconditie. Als opsporings- en politieorganisatie actief op de grens van land en water, komt bijvoorbeeld samenwerking met de politie- en douanecollega’s aan bod zodra illegale en criminele activiteiten die grens landinwaarts overschrijden.

“Wij zitten op alle fronten in de veiligheidsketen die zo sterk is als de zwakste schakel. De verbinding die we zoeken maakt dat we ook samen sterk kunnen zijn”, is de overtuiging van de Kustwachtdirecteur. Want, zoals de door De Vin vaak gebruikte spreuk luidt, ‘Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden’. En zeker ook bij de Kustwacht zijn er zaken die “kunnen ver-beteren”. In dit verband is de verbinding tussen de Kustwacht en de Defensieorganisatie en de stappen die in de afgelopen tijd daarbij zijn gemaakt illustratief te noemen.

Vereenvoudiging aanvragen militaire bijstand
Indertijd voortgekomen uit de Defensieorganisatie leunt de Kustwacht in een aantal opzichten tegen ‘Defensie’ aan. Zo wordt, als daar tijdelijk behoefte aan is, geput uit het (lokale) personeelsbestand van de Defensieorganisatie die ook, sinds jaar en dag, de materiaalondersteuning van de Kustwacht voor haar rekening neemt. En de banden worden hechter nu de financieringsverantwoordelijkheid voor de Caribische Kustwachtorganisatie sinds kort belegd is bij Defensie. “Als Kustwacht zijn we dus meer tegen de Defensieorganisatie gaan aanschurken zonder evenwel de identiteit van de Kustwacht in gevaar te brengen, - de Kustwacht blijft de Kustwacht en Defensie blijft Defensie.”

Maar de Kustwacht is en blijft ook betrokken bij de executie van (sommige) taken die Defensie te vervullen heeft in de regio. En dat geldt met name ook bij handhaving van de rechtsorde (in het grensgebied van water en land). Kustwacht en Defensie werken zoveel mogelijk nauw samen met de ketenpartners die mede daardoor hun beste beentje kunnen voorzetten voor wat betreft hun rol in dat proces van dag tot dag. Cruciaal is in dit verband de “enorme vereenvoudiging van de mogelijkheden tot het aanvragen van militaire bijstand. Een lokale politiecommissaris kan mij veel makkelijker inlenen als Defensie ter ondersteuning van zijn operaties dan vroeger het geval was.”De Vin JBUZ0163

Een bijstandsaanvraag wordt nu via de minister van Justitie en de minister-president bij de gouverneur ingediend die haar vervolgens neerlegt bij de door de rijksministerraad gemandateerde minister van Defensie. Afhankelijk van de complexiteit van de aanvraag kan er interdepartementale afstemming nodig zijn. Als het verzoek eenmaal door de Nederlandse molen is komt, via de gouverneur, C-ZMCARIB in actie.

Meldingsplicht achteraf
In de vereenvoudigde procedure kan de gouverneur, in een aantal gevallen, C-ZMCARIB direct benaderen zonder tussenkomst van ‘doorlichtende’ instanties in Nederland. Dit is mogelijk doordat de commandant gemandateerd is zelfstandig beslissingen te nemen inzake search, tracking, diving en de inzet van statische observatiecapaciteit, inclusief drones, als hem een dergelijk bijstandsverzoek bereikt. Inmiddels zijn ook de procureurs-generaal van de landen Curaçao en Aruba geautoriseerd om verzoeken om assistentie in dit soort gevallen, in direct contact met C-ZMCARIB af te wikkelen. “Dat is een ongelooflijke vereenvoudiging”, stelt generaal De Vin enthousiast vast. “Er is wel een meldingsplicht achteraf en een transparante vastlegging van wat er gedaan is. Maar er is geen consultatie meer vooraf. We hebben afgesproken dat we dit een jaar uitproberen en dan gaan evalueren hoe een en ander in de praktijk uitpakt. Als C-ZMCARIB juich ik deze ontwikkeling enorm toe. Als ik de ontwikkelingen in het afgelopen jaar vanuit mijn hoofdtaken bezie, en dan met name de taak gericht op versterking van de veiligheid in de regio, dan constateer ik dat er 30 keer om militaire bijstand is verzocht. En dan tel ik niet mee de 10 keer dat we met de Curaçaose Militie (CurMil) in actie zijn gekomen in het kader van de campagne Ta Basta Awor (Nu is het genoeg!) .


Op basis van een in 2017 gesloten en inmiddels verlengd doorlopend bijstandsverzoek voor ondersteuning van de politie, worden de miliciens onder meer ingezet bij de inrichting en beveiliging van mobiele voertuigcontrolepunten. Inmiddels doet de CurMil naast de beveiliging, onder aansturing en verantwoordelijkheid van de politie, ook actief mee aan voertuigcontroles. De miliciens zijn nog niet bevoegd ook processen-verbaal te schrijven maar daar komt hoogstwaarschijnlijk dit jaar (2019) verandering in. “Wij willen daarop doorpakken en onderzoeken of de status van buitengewoon agent van politie (bavpol) binnen bereik ligt. Vanuit mijn opleidingsachtergrond gedacht zie ik het volgende traject voor de milicien bij CurMil: 1. instroom bij de organisatie; 2. doorstroom binnen de CurMil tot de rang van onderofficier en vervolgens 3. uitstroom naar de lokale ketenpartner.

De Vin Kustwacht Caribisch GebiedIk juich dan ook elke vorm van samenwerking in de actieve loopbaan als CurMil-er van harte toe. Daarmee wordt namelijk de overstap naar de politie heel erg gemakkelijk. Zeker als je elkaar in al die jaren over en weer hebt leren kennen in het kader van de operaties als Ta Basta Awor. De Arubaaanse Militie (AruMil) is bezig om het gedachtengoed dat wij nu al kennen voor de CurMil over te nemen. Maar dat begint dan pas met een gevulde AruMil want als je veel vacatures hebt heb je ook geen capaciteit. We hebben afgesproken dat halverwege dit jaar zowel CurMil als AruMil nagenoeg gevuld moeten zijn. Daardoor krijgen we voldoende body zodat ook het land Aruba waar nodig een beroep kan doen op de AruMil.”

‘Landskinderen’ vs Defensiepersoneel
In het verleden is er sprake geweest van ongenoegen en wrevel bij ‘landskinderen’ (medewerkers afkomstig van de ‘Cariben’) voor wie de functies in het hogere echelon bij de Kustwacht onbereikbaar (zouden) zijn omdat die voorbehouden zijn aan Defensiepersoneel uit Nederland. De Directeur Kustwacht hoort hier van op maar kan zich wel een voorstelling maken van dit (potentiële) probleemveld dat deel uitmaakt van zijn Kustwacht-erfenis. Maar hij staat liever stil bij de huidige stand van zaken en zijn toekomstvisie op de organisatie. En de tweede man binnen de Kustwacht, plaatsvervangend directeur Eugene H.G. Middelhof, voormalig commandant van het Vrijwilligerskorps Curaçao (VKC) is een landskind. Zijn wervings- en sollicitatieproces is uitermate transparant verlopen.

De hoogste actieve Nederlandse militair in het Caribisch gebied legt omstandig uit dat van de 241 voltijdsequivalenten (vte’s) waarover de Kustwacht beschikt, 34 ‘Europees-Nederlands’ zijn ingevuld. Het steunpunt Aruba wordt door louter landskinderen ‘bemand’. Toegegeven, vooral in de staf en op vliegveld Hato zitten (nog) merendeels Europese Nederlanders.

“Met name voor wat betreft Hato, is dat uit te leggen”, is De Vin overtuigd, “omdat we daar militaire specialisten hebben, over wie de Kustwacht zelf niet in ruime mate beschikt. Daar zitten dus relatief veel Nederlandse militairen en de reden is dat we op dit moment niet beschikken over landskinderen die voldoende gekwalificeerd zijn voor die functies omdat het militaire specialistische functies zijn. Dat geldt ook voor de staf maar dat moet je blijven doen voor een deel van het personeel omdat dat praktisch is. Natuurlijk, Eugene Middelhof zou Directeur Kustwacht kunnen zijn indien hij die Defensieachtergrond had. Kijk, Defensie is het beheersministerie. Het is dus slim om heel goed in de gaten te hebben hoe dat ministerie functioneert. Neem bijvoorbeeld het hoofd van mijn materieel afdeling. Die weet exact hoe de Defensie Materieel Organisatie werkt. Er zijn dus bepaalde functies binnen de Kustwacht, en daaronder reken ik zeker ook de financiële controle, die van de functionaris vergen dat die precies weet hoe, oneerbiedig gezegd, het spel gespeeld wordt in Nederland. Als je het klappen van de zweep niet kent zul je daar niet het maximale rendement uit halen en word je op den duur benadeeld, - je moet goed in de smiezen hebben hoe daar de hazen lopen. Wil een landskind zo’n functie goed kunnen vervullen dan is het een vereiste dat hij in Nederland in de Defensie-organisatie heeft gewerkt en ervaring heeft opgedaan.”

Stagnatie formalisering Kustwachtformatie
De leiding van de Kustwacht heeft helder voor ogen hoe en in welke richting de organisatie zou moeten door ontwikkelen. Een lastige hobbel in dat ontwikkelingstraject is evenwel de formalisering van de Kustwachtformatie die op zich laat wachten. Zo hebben de betrokken bonden op Curaçao nog altijd niet ingestemd met de jongste formatiebrief in weerwil van in overlegsessies met de directeur betuigde steun voor diens voorstellen.

De ‘gesanctioneerde’ formatie van de Kustwacht dateert uit 2005 en heeft de formatiebrief uit dat jaar als basis. “Maar in de afgelopen 13 jaar is er noodzakelijkerwijs tóch doorontwikkeld”, benadrukt De Vin. “De Kustwachtorganisatie die er nu staat ziet er in geheel niet meer uit als die we in 2005 op papier hebben gezet. Dat wil zeggen dat er nu tal van mensen functies bekleden die geen ondersteunend Landsbesluit hebben meegekregen omdat de nieuwe meer waarheidsgetrouwe formatie nog steeds niet erkend is.” De Vin Training CIDW ARUMIL CURMIL op AUA

Waar blijft de afwikkeling daarvan steken?

“Ja dat is nu net het punt, - dat heeft nog nooit iemand mij kunnen uitleggen. Ik merk wel dat er bij sommige mensen oud zeer zit uit het verleden. Ik zeg dan altijd dat ik daar niet bij ben geweest en dat ik, zeker in dit opzicht, over een schone lei beschik. Ik wil op een heel transparante manier, samen met de bonden de toekomst tegemoet treden. Ik heb met de bonden ook ‘missievisie-sessies’ belegd en aangegeven welke weg de ontwikkeling van de Kustwacht heeft te gaan. Alles in goed overleg met het presidium dat de organisatie aanstuurt. Die toekomstvisie is vastgelegd in het Langetermijnplan van de Kustwacht dat door het presidium is geaccordeerd. Het Jaarplan 2019 met een doorkijk tot 2024 is ook net vastgesteld, dus in alle formele documenten hebben we heel helder en transparant opgeschreven waar we naar toe willen in onze ontwikkeling. De enige stakeholders die daar nog niet mee hebben ingestemd zijn de bonden op Curaçao. Maar ik ben optimistisch en geloof dat we elkaar, dit jaar nog, ook daarin zullen vinden en dat we de handen op elkaar gaan krijgen voor een formatiebrief die ik dan maar ‘Formatiebrief 2018’ noem. Ik heb toegezegd dat ik daarna ook de hele formatie van de Kustwacht wil doorlichten maar dan moeten we wel een eenduidig vertrekpunt hebben.”

Ligt de oorzaak van die vertraging c.q. de onwil misschien mede ook in het complexe karakter dat de Kustwacht sinds 2005 ontwikkeld heeft en dat wellicht niet meer zo gemakkelijk te doorschouwen is?

“Volgens mij zijn wij hartstikke transparant”, reageert de Kustwachtdirecteur gedecideerd. Maar misschien zijn mensen in het verleden meer of minder diep teleurgesteld geraakt omdat ze dachten zelf een bepalende rol te kunnen gaan vervullen bij de Kustwachtorganisatie. Mensen die nu misschien posities in het land bekleden die ze de macht geeft dingen tegen te houden maar dan ga ik nu speculeren en dat is altijd een beetje gevaarlijk. Laat ik het zo zeggen: Ik kan niet goed beoordelen waar de pijn nou zit.

Gevaarlijk is wel dat deze impasse nu de veiligheid van het land Curaçao begint te raken. De Kustwacht moet door ontwikkelen, zo simpel is dat, want de wereld om ons heen staat niet stil. Maar ik kan die noodzakelijke ontwikkeling niet doorzetten als de formatie niet wordt geformaliseerd. Want dan blijven we maar viespeuken, rommelen in de marge, en dat wil ik niet. Ik wil in gezamenlijkheid de toekomst tegemoet treden.”

Als de situatie, ook voor wat de veiligheid van het land, zo ernstig is, dan moet zich dan toch een betrokken ‘breekijzer’ melden om de boel los te wrikken?

“Nou, ik heb nu aan de minister van Justitie gevraagd om te bemiddelen. En bij een van de bonden van Curaçao is recent een nieuwe voorzitter aangetreden, we moeten dat misschien even zijn beloop laten, wellicht levert dat iets op.

Ik hoop in de maand januari helderheid te krijgen of wij die strik om de formatie kunnen leggen en door kunnen gaan met de doorontwikkeling van de Kustwacht. Nogmaals ik ben er in het verleden in de tijd waaruit het oudzeer stamt niet bij geweest, maar ik heb daar wel beeld en geluid bij, om het zo te zeggen. Toch moeten we wel verder, - constructief met elkaar naar de toekomst, - die visiestip aan de horizon.”

Visie als stip aan de horizon
“Ik geloof heel erg in visie. Visie geeft namelijk rust, - je zwalkt minder althans de uitslaande bewegingen worden veel minder doordat je weet waar je naar toe wilt. Maar het is wel zaak dat je je mensen meekrijgt en weet te overtuigen van die visie. Want als ik alleen geloof in die visiestip aan de horizon gaan we net zo hard zwalken als wanneer er geen visie is. Ik probeer in ieder geval goed te luisteren naar mensen. Ik ben wel eigenwijs maar ik wil geen ja-knikkers om me heen hebben. Wel mensen die mij tegengeluid geven want gezamenlijk, met uitwisseling van argumenten, kun je een betere stip aan de horizon zetten.”

“We zijn nu heel erg bezig met IGP: informatie gestuurd politieoptreden. Het DNA van de Kustwacht moet veel meer naar de politieorganisatie toe. De missie van de Kustwacht omvat: ‘Het leveren van maritieme veiligheid (safety & security) in het Caribisch gebied door opsporing, toezicht (handhaving) en dienstverlening’. Welnu, we zijn de afgelopen jaren heel goed geworden in dienst verlenen (search & rescue). Wat we nu binnen de Kustwachtorganisatie proberen te introduceren is kijken door de bril van de opsporing en dat is heel nieuw element.

De Vin amfibische oefeningInformatie gestuurd politieoptreden betekent dat je met enige regelmaat uit je boot moet stappen om bijvoorbeeld te overleggen met de havenmeester die vaak belangrijke informatie te delen heeft. Het betekent ook mutaties wegschrijven in een systeem als de patrouille achter de rug is. Informatie gestuurd politieoptreden vergt een geheel andere wijze van kijken naar de wereld om je heen. Dit vereist een DNA-verandering maar ook dat de ketenpartners de Kustwacht meer als een opsporingspartner gaan zien. Daar zijn wij op dit moment mee bezig: Iedereen ervan proberen te doordringen dat de Kustwacht een informatie gedreven politieorganisatie (in wording) is.”

Kustwacht politieorganisatie te water
C-ZMCARIB brigadegeneraal Peter Jan de Vin bezit een opgeruimd, optimistisch karakter. Hij koestert dan ook de illusie in de tijdsspanne van de drie jaar die hem (nog) resten als DKWCARIB, drie dingen voor elkaar te zullen krijgen bij zijn Kustwachtorganisatie:

•        dat iedereen begrijpt wat IGP is;

•        dat de ketenpartners begrijpen dat de Kustwacht ook in dat domein een serieuze speler is;

•        dat het Kustwachtpresidium unaniem volmondig ‘ja’ zegt en begrijpt dat de Kustwacht een informatie gestuurde politieorganisatie is en dat daarop ook qua bezetting geinvesteerd moet worden.

De Kustwacht, benadrukt De Vin strijk en zet, is een politieorganisatie te water en geen verkapte Defensieorganisatie die uitgegroeid is tot Kustwacht. “Ik probeer dat besef bij alle partijen te laten doordringen. Niet alleen in en via het presidium maar ook in gesprekken met de ministers van Justitie wijs ik daar met nadruk op en op de samenwerking tussen de ketenpartners, - we moeten samen sterker worden. Binnen de landen is dat besef aanwezig en met wederzijds respect en op basis van wederzijds vertrouwen moet je dat verder zien uit te bouwen.”

Een prachtige kadushi
De slogans ‘Samen sterk’ en ‘One Team Carib’ zijn inmiddels geworteld in de Kustwacht- respectievelijk de Defensieorganisatie. Op de ‘diversiteitbodem’ van Defensie in de Cariben is een prachtige, bloeiende kadushi uitgebot met samenbindende effecten, die de eenheid van de organisatie symboliseert. Alle diensten die ressorteren onder CZMCARIB vormen één en solide team. Of het nu gaat om personeel van de Koninklijke Marine, medewerkers van DOSCO, de Defensie Materieel Organisatie of militairen van de Koninklijke Landmacht op de kazernes en andere defensieonderkomens in het gebied. “In onze Jaarplannen” beklemtoont de commandant, “staat steevast vermeld: ‘One Team Carib’ en daar horen alle collega’s bij van de Defensieonderdelen die hier mogen werken. Natuurlijk heb ik wel eens een goede discussie met collega’s van de andere organisaties als ik denk dat dingen niet goed gaan. Maar je moet er wel voor zorgen dat je er samen uitkomt want samen ben je sterker, - dat is mijn vaste overtuiging. Wij zijn de relevante maritieme en veiligheidspartner in het Caribisch gebied en daar maken alle collega’s, van Defensie, van de Kustwacht, deel van uit. En de collega’s van de andere Defensieonderdelen zitten hier en werken keihard voor het product dat wij hier met elkaar proberen weg te zetten.De Vin BVW AUA 1

Extra personeel en materieel
Dat Defensie ietsje ruimer in zijn financiële jasje steekt is ook op de Cariben niet onopgemerkt gebleven. “We hebben extra mensen gekregen, - nog lang niet genoeg, zeg ik met nadruk -, nieuw materieel waaronder vrachtwagens, bewapende Anaconda terreinwagens (46 in totaal), botenliften, drones, een nieuwe telefooncentrale etc.

Je merkt dat er nu iets minder een issue gemaakt wordt van geld. Er is wat meer armslag en dan is het zaak dat wij ervoor zorgen dat ook de organisatie in de Cariben de juiste aandacht krijgt en niet onderaan een hoge stapel belandt. Onverkort geldt dat uiteraard ook voor de Kustwacht waarvan mens en materieel dag en nacht worden ingezet en aan forse slijtage onderhevig zijn.