Contact met uw bond
033-4962722


Bonden slepen Defensie en pensioenfonds ABP voor de kortgedingrechter

De afgelopen periode heeft voornamelijk in het teken gestaan van de kortgedingprocedures van de ACOM, AFMP, MARVER, VBM tegen het ministerie van Defensie enSOD Logo De Rechtspraak pensioenfonds ABP.
Op maandag 10 december jl. diende het kort geding tegen het ministerie van Defensie. De rechtszaak tegen Defensie is aangespannen door een zestal partijen, waarvan twee centrales (AC en ACOP). Als eerste oordeelde de rechter over de ontvankelijkheid. Een vooral formeel punt. Omdat individuele bonden (ACOM, VBM, AFMP, MARVER) niet zijn toegelaten tot het sectoroverleg Defensie werden sommige eisers door de rechter niet-ontvankelijk verklaard.

KG-rechter Den Haag stelt Defensie in gelijk
Volgens de rechter is de kernvraag of is overeengekomen dat er voor militairen vanaf 1 januari 2019 een middelloonregeling zal gelden. Bij de beantwoording van die vraag sluit de rechter zich aan bij de opvatting van de staatssecretaris van Defensie. He ministerie is van mening dat voor militairen met ingang van 1 januari 2019 een middelloonregeling van kracht is.

De rechter kent vervolgens veel waarde toe aan de afspraken die in het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 staan. Daarin staat volgens de magistraat duidelijk dat de eindloonregeling zal worden verlaten, zonder dat daarbij een voorbehoud is opgenomen. Naar zijn mening wordt er gesproken over een overgangsregeling. En dat houdt in de redenering van de rechter in dat er na 2018 een andere pensioenregeling zal gelden. Maar welke regeling is dat dan? In genoemd arbeidsvoorwaardenakkoord staat:
“Deze nieuwe pensioenregeling die per 1 januari 2019 zal gaan gelden, zal nog worden uitgewerkt, waarbij het vetrekpunt van denken een middelloonregeling is”.

De rechter is van oordeel dat als de middelloonregeling het vertrekpunt van denken is, er vanaf 2019 dan niet meer wordt gesproken over een eindloonregeling. Maar alleen nog over een nadere invulling van die middelloonregeling. De rechtbank vindt de uitleg van ACOP en AC dat een andere eindloonregeling nog tot de mogelijkheden behoort daarom niet logisch. De verschillende stukken die na het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 gemaakt zijn, veranderen daar volgens de magistraat niets aan. Dat geldt ook voor het ontbreken van overeenstemming over de exacte inhoud van die nieuwe regeling.

SOD Rechtbank Den HaagSpoedappel ingesteld
Wij zijn over deze uitspraak teleurgesteld. Natuurlijk over de inhoud, maar meer nog over het feit dat de rechter de essentie van ons pleidooi op geen enkele wijze in de beoordeling heeft betrokken. Die essentie was dat er in de nacht van 11 op 12 oktober 2017 verschillende afspraken zijn gemaakt. Sommige hard en onvoorwaardelijk, andere zacht en voorwaardelijk.

Het in die nacht bereikte onderhandelaarsresultaat was voorwaardelijk. Immers afhankelijk van de goedkeuring van de leden en omdat het intenties waren. De pensioenafspraken vastgelegd in een brief van de Werkgroep post-actieven zijn wel hard en onvoorwaardelijk. De rechter kijkt echter uitsluitend naar het onderhandelaarsresultaat arbeidsvoorwaarden en niet naar de (samenhang met de) pensioenafspraken in de brief en hoe dat tot stand is gekomen.

De Centrales van Overheidspersoneel bij Defensie hebben die uitspraak goed bestudeerd en ook naast die van de kortgedingrechter in Amsterdam gelegd. Wij zijn nog steeds van mening dat een dergelijke afspraak niet is gemaakt. Dat was voldoende reden om ons niet neer te leggen bij de uitspraak. We voelen ons daarin geruggesteund door de rechter in Amsterdam die, in een overigens veel beter onderbouwde uitspraak, het bestaan van een duidelijke middelloonafspraak ook niet ziet.

We hebben derhalve besloten om spoedappel in te stellen. De deurwaarder heeft de hoger beroepsdagvaarding op 7 januari jl. betekend. Met het overhandigen van de appeldagvaarding aan “de Staat der Nederlanden” is het hoger beroep aangevangen. Wij hebben de verwachting dat de behandeling in beroep meer tijd in beslag zal nemen dan de kort gedingrechter in Den Haag nodig had.

Communicatie ABP in het geding
Op 17 december diende het kortgeding tegen het ABP. In de rechtszaak tegen het ABP staat de vraag centraal of de communicatie van het ABP onrechtmatig is. Het ABP verstrekt onze leden al een tijd lang de informatie dat per 1 januari 2019 definitief een middelloonregeling zal gelden.
De rechter splitste die centrale vraag in de uitspraak op in een aantal deelvragen.Websize SOD ABP

  • Staat vast dat vanaf 1 januari 2019 uitsluitend een middelloonregeling geldt
  • Kan en mag het ABP zelf beslissen een eventueel door de werkgever en werknemers overeen te komen eindloonregeling niet uit te voeren
  • Zijn er gronden om het ABP te ontheffen van een eventuele verplichting tot uitvoering van een eindloonregeling.

Middelloonregeling vanaf 1 januari 2019?
De rechter heeft kennisgenomen van de uitspraak van de rechter in Den Haag in het kort geding van de bonden tegen Defensie. Hij stelt echter ook vast dat het onbekend is wat de inhoud van een per 1 januari 2019 geldende (definitieve) pensioenregeling is. Het ABP weet dit, - deels omdat het bij het proces betrokken is geweest. Maar uit de schriftelijke vastlegging is niet af te leiden dat een nieuwe regeling per se een middelloonkarakter zal hebben.
De rechter oordeelt dat het onrechtmatig van het ABP is om te communiceren dat er vanaf 1 januari 2019 al een regeling met een middelloonkarakter is.

Mag ABP zelf besluiten eindloonregeling niet uit te voeren
De rechter stelt vast dat sociale partners gaan over de inhoud van de pensioenregeling en dat dit door het ABP niet bestreden wordt. De rechter erkent dat een pensioenuitvoerder zelfstandig dient te toetsen of de pensioenregeling die wordt overeengekomen op een beheerste en integere wijze kan worden uitgevoerd. Als dat niet het geval is, kan de uitvoerder, dus in dit geval het ABP, weigeren om die regeling uit te voeren. De rechter heeft gekeken of het mogelijk is dat een pensioenregeling voor militairen met een eindloonkarakter, zoals die van 2018, door het ABP goed en verantwoord kan worden uitgevoerd.

In de rechtszaak zijn door zowel het ABP als de bonden adviezen van deskundigen ingebracht. In het advies van het bureau dat ABP heeft ingeschakeld staat te lezen dat de uitvoering van een regeling met een eindloonkarakter niet eenvoudig is en tijd kost, “maar wel uitvoerbaar zal zijn”. In het advies van het door de bonden ingeschakelde bureau staat dat zij geen bepalingen kunnen ontdekken die een passende geautomatiseerde oplossing tegenhouden.
ABP heeft daarom volgens de rechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het onmogelijk of onverantwoordelijk zou zijn om ook over 2019 dezelfde berekeningen uit te voeren als in 2018. Er is daarom, luidens de rechter, onvoldoende reden voor het ABP om, op basis van de wet, uitvoering van een regeling met een eindloonkarakter te weigeren.

Kan uitvoering eindloonregeling redelijkerwijs van ABP worden gevraagd?
Het ABP heeft gezegd dat het ontwikkelen van een geautomatiseerd uitvoeringssysteem of het voortzetten van het bestaande systeem, teveel kost. En dat voor een deelnemersbestand van 5% van het totale ABP-bestand. De rechter maakt daar korte metten mee. Het bestand (gewezen) militairen is dusdanig groot dat zij in de top 25 zouden staan van pensioenfondsen in Nederland, als ze een eigen fonds waren. Al die andere (kleinere) fondsen moeten ook voor een goede uitvoering zorgen en kunnen dat, ondanks hun omvang. Het ABP heeft er zelf voor gekozen om voor de eindloonregeling geen eigen duurzaam systeem op te zetten en dat heeft het op eigen risico gedaan. Ook nadat de toezichthouders aan de bel hadden getrokken heeft het ABP volgens de rechter niet op een juiste wijze gereageerd.

ABP handelt onrechtmatig
De kortgedingrechter komt tot de conclusie dat het ABP in zijn communicatie (naar de (gewezen) militaire deelnemers toe) onrechtmatig handelt. Men heeft het namelijk over een middelloonregeling per 2019 die er in feite niet is. En dat mag niet. Het pensioenfonds moet zich onthouden van mededelingen en/of handelingen waardoor deelnemende (oud-)militairen denken dat de pensioenregeling voor militairen geen eindloonregeling meer is.
Het ABP moet ook het verspreiden van berichten dat de pensioenregeling voor militairen vanaf 2019 een middelloonregeling is staken. Als het ABP zich daar niet aan houdt, moet het een dwangsom betalen.

Heffingskorting
Recentelijk werden wij gewezen op de P&O-flash van vrijdag 21 december 2018.
In deze P&O-flash staat onder meer een alinea aangaande de aanpassingen op Loonbelastinggebied voor personeel van Defensie geplaatst in het buitenland. Meer specifiek wordt er aangegeven “dat Defensie voor medewerkers die in het buitenland wonen, meer loonbelasting moet gaan inhouden door een lagere heffingskorting. Op de individuele loonstrook zal dit dus voor de medewerker ook zichtbaar zijn (er blijft maandelijks een lager bedrag over).”

Naar onze mening is dit niet van toepassing voor personeel dat geplaatst is in het buitenland maar daar wordt in voornoemde P&O-flash niet over gerept.Defensiepersoneel geplaatst in het buitenland valt immers onder artikel 2.2. van de wet inkomstenbelasting en heeft dienaangaande Nederland als fictieve woonplaats (woonplaatsfictie) en heeft derhalve recht op de reguliere heffingskortingen.

Wij hebben inmiddels Defensie als werkgever met klem verzocht om, zoals dat een goed werkgever betaamt, zeker te stellen dat in het buitenland geplaatst personeel niet geconfronteerd wordt met een te lage heffingskorting en daardoor een (veel) lager netto inkomen beurt.
Wij hebben Defensie verzocht om spoedig hierop te reageren en anders dit onderwerp de agenderen voor de eerstvolgende vergadering van de Werkgroep AFR (Algemene en Financiële Rechtspositie).

SOD Hut MS Andante 2Uitvoeringsrichtlijnen huisvesting en voeding
Half november zijn de uitvoeringsrichtlijnen voor de Regeling huisvesting en voeding 2018 (RHVM2018) door Defensie aangeboden en gepubliceerd op het intranet. Er bereiken ons veel vragen en opmerkingen over de kwaliteit van de huisvesting. Op verschillende locaties voldoet de huisvesting niet en worden medewerkers gelegerd op een andere locatie of in een hotel.
Laatste ‘hoogtepunt’ in deze discussie betreft de legering van cadetten/adelborsten van de NLDA (KMA/KIM) op een binnenvaartschip dat is afgemeerd in Den Helder. Het betreffende schip, MS Andante, is een uit 1972 stammend klassiek rivierschip dat ongeveer 10 jaar geleden een laatste “update” heeft gekregen.
Kamers/hutten voldoen totaal niet aan de gestelde eisen met betrekking tot huisvesting aan militairen. Kleine muffe kamers, weinig daglicht, geen bureaus, geen internet en veiligheidseisen zijn de bewoners niet bekend. In het overleg is door de staatssecretaris al aangegeven dat de achterstand met betrekking tot vastgoed niet snel opgelost zal worden. Dit is logisch want nieuwe accommodatie en/of renovatie neemt nu eenmaal tijd in beslag. Tijdens het overleg is aangegeven dat het zeker 10 tot 15 jaar in beslag zal nemen voordat alles op orde is.
De ACOM blijft alle ontwikkelingen met betrekking tot nieuwbouw, renovatie en vooral tijdelijke “oplossingen” met betrekking tot accommodatie, met argusogen volgen.

Ook heeft de ACOM veel vragen ontvangen over het faciliteren en vergoeden van vervoer en reiskosten tussen de plaats van legering en plaats van tewerkstelling. Doordat medewerkers op een andere locatie worden gelegerd dan de plaats van tewerkstelling, zijn er meerdere praktische problemen ontstaan. Zoals het reizen tussen de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling.
De ACOM vindt dat Defensie als goed werkgever er zorg voor dient te dragen dat er voor de medewerkers vervoer beschikbaar is om de afstand tussen de plaats van legering en tewerkstelling te overbruggen. Indien dit om praktische reden niet mogelijk is dient er een adequate financiële compensatie aan de medewerker te worden verstrekt zodat de reis op eigen gelegenheid gemaakt kan worden. MS Andante ligt bijvoorbeeld afgemeerd in de bassin gracht van Den Helder op zo’n 2 km afstand van de NLDA/KIM.