Contact met uw bond
033-4962722


Militair-Ambtenaar en Rechtspositie

De Veteranenwet en het daarop gebaseerde Veteranenbesluit dragen de minister van Defensie op om de (medische) zorg voor veteranen op zich te nemen en uit te voeren. Dit artikel zet deze bijzondere zorgplicht voor veteranen in hoofdlijnen uiteen.   MAR VN veteranen

Veteranen zijn alle (ex)-militairen met de Nederlandse nationaliteit die het Koninkrijk der Nederlanden hebben gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel door deelname aan een militaire missie of vredesoperatie (vaak in internationaal verband) ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. We spreken in dit verband over post-actieve veteranen en actieve veteranen, die nog in werkelijke dienst van Defensie zijn.

Wat houdt veteranenzorg in?
Veteranenzorg houdt in dat de beroepsmilitair vanuit Defensie kan rekenen op begeleiding, ondersteuning en medische zorg - voor, tijdens en na een uitzending of missie. De beroepsmilitair en zijn of haar partner worden voorbereid op de daadwerkelijke inzet waarbij tevoren de uitzendgeschiktheid wordt onderzocht.

Tijdens de inzet wordt voorzien in de sociaal-medische begeleiding van de militair en de relatie. Onder relatie wordt verstaan: de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel en bloed- en aanverwanten in de 1-ste of 2-de graad (ouder en kind en grootouder en kleinkind). Overigens is uit de evaluatie van het veteranenbeleid gebleken dat de partners (het ‘thuisfront’) meer informatie over het verloop van de missie wensen te krijgen. De minister van Defensie heeft toegezegd hieraan te zullen gaan werken (zie: De Veteranennota 2017-2018).    

Veteranenzorg houdt ook het zogeheten ‘decoratiebeleid’ in: het toekennen van onderscheidingen als officiële blijk van erkenning en waardering voor de uitzending en inzet van de beroepsmilitair onder buitengewone – of oorlogsomstandigheden.

Bijzondere zorgplicht voor Defensie
De Veteranenwet en het Veteranenbesluit regelen de zogenoemde ‘bijzondere zorgplicht’ voor de minister van Defensie ten behoeve van veteranen die last hebben van uitzending gerelateerde gezondheidsklachten. Deze zorgplicht komt tot uiting in drie onderwerpen:

  1. Materiële zorg;

  1. Immateriële zorg (maatschappelijke ondersteuning en geestelijke gezondheidszorg;

  1. Revalidatie en re-integratie.

MIP EurosMateriële zorg
Veteranen hebben recht op financiële ondersteuning door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het ABP voert in dit kader verschillende wettelijke regelingen uit. Het gaat om:

  1. Militair Invaliditeitspensioen (MIP);
  2. Tijdelijke inkomensvoorziening gedurende de revalidatie, re-integratie en begeleiding;
  3. Zorgcoördinatie en sociale zorg;
  4. Nabestaandenpensioen;
  5. Ereschuldregeling;
  6. Militair arbeidsongeschiktheidspensioen;
  7. Regeling volledige schadevergoeding (RVS).

Het ABP heeft een zorgloket opengesteld, dat uitkeringen en pensioenen verzorgt voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (MOD), waaronder veteranen. Ook wordt (financiële) hulp geboden op andere gebieden zoals geneeskundige verstrekkingen, voorzieningen, re-integratiebegeleiding en schuldhulpverlening.

Immateriële zorg
Immateriële zorg betekent aandacht en zorg op het sociaal psychologisch vlak, voornamelijk het bieden van specifieke zorg aan veteranen die kampen met chronische psychische klachten (PTSS). De ervaring leert helaas dat een bepaald percentage van de uitgezonden beroepsmilitairen door traumatische ervaringen PTSS hebben ontwikkeld.

Defensie heeft het PTSS-protocol ontwikkeld. Met behulp van dit protocol wordt bij chronische psychische klachten de mate van invaliditeit bepaald, die verband houden met het militaire dienstverband. Het PTSS-protocol is onlangs geëvalueerd door de Universiteit Groningen. Hun aanbevelingen hebben geleid tot aanpassingen in het PTSS-protocol die in de loop van 2019 door Defensie worden doorgevoerd.

Defensie geeft Immateriële nazorg middels de zogeheten ‘adaptatieprocedure’: gedurende de eerste 18 maanden na terugkeer van de missie wordt de veteraan proactief begeleid. Deze procedure bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Een gesprek met de psycholoog of bedrijfsmaatschappelijk werk (bijzonder debriefingsgesprek) gericht op het verloop van de missie, de persoonlijke ervaringen en de mentale gesteldheid van de veteraan;

  1. Het verstreken van informatie over de beschikbare zorg na terugkeer;

  1. Het invullen van de nazorgvragenlijst, die tot doel heeft te signaleren of er mogelijk sprake is van psychische klachten. Ongeveer 6 maanden na terugkeer krijgen veteranen en hun gezinnen een nazorgvragenlijst toegezonden. Uit de antwoorden komen eventueel lichamelijke of geestelijke problemen naar voren.

  1. Terugkeerdagen, die zijn gericht op het ontmoeten van mede-veteranen en het praten met aanwezige hulpverleners.

Veteranenloket
Het Veteranenloket (VL) is een onderdeel van het Veteraneninstituut (VI) en is de ‘toegangspoort’ voor post-actieve veteranen tot het verkrijgen van ondersteuning, zorg, uitkering en pensioen voor de veteraan. De veteraan krijgt een zorgcoördinator toegewezen die de hulpvragen van de veteraan inventariseert om vervolgens een ‘op maat gesneden’ zorgplan aan de veteraan aan te bieden. Daarna gaat het zogeheten ‘zorgtraject’ van start.

Indien de veteraan psychische hulp nodig heeft, dan zal de zorgcoördinator een afspraak regelen met de maatschappelijk werker van het Landelijk Zorgsysteem voor veteranen (LZV).

Het zou overigens goed zijn als het VL ook openstaat voor veteranen in werkelijke dienst. Momenteel valt de laatstgenoemde groep enkel onder de reguliere gezondheidszorg voor veteranen van Defensie, verzorgd door Dienstencentrum Re-integratie (DCR) en de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg. MAR Commandos in Mali

Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen
Het VL maakt gebruik van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV). Dit is een samenwerkingsverband tussen civiele en militaire zorginstellingen op het gebied van geestelijke gezondheidszorg. Het LZV bevordert de samenwerking tussen de aangesloten instellingen. Het gaat er uiteindelijk om dat de krachten van de partners worden gebundeld.

Binnen het LZV nemen twaalf instellingen de zogenoemde ‘nuldelijnsondersteuning’ (vrijwilligers die gerichte informatie geven) en 1ste - en 2de lijnsondersteuning voor hun rekening teneinde de bijzondere zorgplicht voor veteranen verder vorm te geven (Zie: Veteranen Platform Jaarplan 2018, www.veteranenplatform.nl).

Toezicht op het veteranenbeleid
Het toezicht op het door Defensie gevoerde veteranenbeleid wordt uitgevoerd door drie instanties:

  1. De Inspecteur-General der Krijgsmacht (IGK) in de rol van Inspecteur der Veteranen. Hij adviseert de minister van Defensie over alle veteranenaangelegenheden. Ook bemiddelt hij in geschillen met Defensie die inmiddels een slepend karakter hebben gekregen en in een impasse zijn geraakt;

  1. De Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek (RZO). De RZO richt zich op het civiel-militaire zorgsysteem voor veteranen en bevordert de samenwerking tussen de partners van de veteranenzorgketen;

  1. De Nationale ombudsman in zijn rol als Veteranenombudsman. De Veteranenombudsman bestaat sinds 2014. De Nationale ombudsman is niet verbonden aan het ministerie van Defensie en dus onafhankelijk. De Veteranenombudsman behandelt klachten van veteranen over Defensie en/of de betrokken niet-overheidszorginstellingen. Daar waar misstanden zijn geconstateerd, worden deze aan de kaak gesteld waarna pogingen in het werk worden gesteld om deze - door middel van bemiddeling, adviezen en aanbevelingen - om te buigen naar een goede samenwerking en een werkbaar proces. De ombudsman is in de praktijk vaak de laatste strohalm (‘last resort’) voor de veteraan.

Aangezien steeds meer een beroep op de Veteranenombudsman wordt gedaan, heeft de minister van Defensie in april 2018 besloten om de subsidie aan de Veteranenombudsman met een fors bedrag structureel te verhogen. Dit geeft aan dat nog veel kan worden ‘gesleuteld’ aan het zorgsysteem voor veteranen.

MAR Vrouwen bij ATF MESpeerpunten van het huidige veteranenbeleid
Defensie heeft in de Veteranenota 2017 – 2018 een aantal beleidsdoelstellingen gesteld:

  1. Dutchbat III-veteranen: Defensie wenst een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de nog steeds aanwezige problemen in het dagelijks leven van Dutchbat III-veteranen. Dit naar aanleiding van een advies van de RZO. Defensie wenst deze problemen effectief aan te pakken;

  1. Reikwijdte: Defensie heeft de wens de dienstverlening en zorg aan veteranen te optimaliseren en meer de grenzen van de specifieke veteranenzorg te definiëren en de goede overgang naar de reguliere zorg beter te organiseren;

  1. Governance: de uitvoering en financiering van het veteranenbeleid (bestuurlijke organisatie) moet eenvoudiger en slagvaardiger gemaakt worden;

  1. Ontwikkelingen van preventieve medische programma’s;

  1. Bestendigen nuldelijnsondersteuning;

  1. ISAF-veteranen: meer psychische ondersteuning voor deze grote groep Afghanistan-veteranen binnen het reguliere nazorgtraject.

Vragen en rechtshulp
Hebt u vragen over dit onderwerp of wenst u rechtshulp van de Juridische Dienst van de ACOM, dan kunt u gedurende kantooruren telefonisch contact met ons opnemen of een e-mail (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) aan ons zenden.