Contact met uw bond
033-4962722


Rechtelijke toetsing van de functiewaardering bij Defensie

Binnen Defensie komt het proces van functiewaardering - als belangrijk aspect van de ingezette reorganisatie van een defensieonderdeel - regelmatig voor. De uitkomst van het functiewaarderingsproces - bestaande uit de vaststelling van de functiebeschrijving en toekenning van de rang en schaal - kan voor u als defensieambtenaar teleurstellend zijn.

Wat zijn de mogelijkheden om daartegen op te komen als u vindt dat het niet deugt? Dit artikel gaat in op deze vraag.Websize MAR Wmr KMar controleert bankbiljetten

Functiewaarderingsproces
Functiewaardering is een proces waarbij – in de kern – op een systematische wijze de functie opnieuw wordt beschreven en gewaardeerd. Het zogenoemde ‘functiebeeld’ leidt tot een (generiek) functieprofiel dat de basis vormt voor de uiteindelijke functiebeschrijving. Het computerprogramma of handboek FUWADEF 2004 (Functiewaardering Defensie) is hierbij een belangrijk hulpmiddel van Defensie om een functie te beschrijven en te waarderen.

FUWADEF bevat een meetsysteem voor het bepalen van de zwaarte van de functie. Het meetsysteem bestaat uit 14 kenmerken (functie-eigenschappen). Elk afzonderlijk kenmerk krijgt een waarde die loopt van 1 (laag) tot en met 5 (hoog). De zwaarte van de functie komt tot uitdrukking in de totaalscore op de 14 kenmerken. De totaalscore bepaalt de schaalvaststelling en de rang die aan de functie wordt gekoppeld.

A. Opkomen tegen de functiebeschrijving
Als Defensieambtenaar heeft u het recht om op te komen tegen het besluit van Defensie waarin de functiebeschrijving is vastgesteld. U kunt binnen zes weken schriftelijk bezwaar maken tegen het voornoemde besluit. Dit is verstandig als u vindt dat bepaalde, specifieke taken of (zware) werkzaamheden, bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet in de functiebeschrijving zijn opgenomen.

Structureel opgedragen werkzaamheden
Vaak ontstaat er in de bezwaarfase en – daarna – in de beroepsfase bij de rechtbank een discussie over de vraag welke werkzaamheden de dDefensieambtenaar op de werkvoer feitelijk uitvoert of opgedragen heeft gekregen, maar geen weerslag vinden in de functiebeschrijving. Uit de rechtspraak volgt dat het bij de (organieke) functiebeschrijving niet om de beschrijving van de feitelijk uitgevoerde of feitelijk opgedragen werkzaamheden gaat, maar om de door Defensie structureel opgedragen werkzaamheden, in het licht van de inrichting van de organisatie zoals Defensie die voor ogen staat.

Websize MAR clasBeleidsruimte Defensie
Bij het vaststellen van de organieke functiebeschrijving heeft Defensie beleidsruimte (‘beleidsfactor’) en behoort de rechtelijke toetsing ervan terughoudend te zijn. Met andere worden, slechts formeel afgebakende en vastomlijnde taken en werkgebieden genoemd in de geactualiseerde, formele functiebeschrijving zijn van belang.

Andere complexere werkzaamheden verrichten
Het komt in de praktijk voor dat de Defensieambtenaar – als gevolg van een andere inrichting van het defensieonderdeel waardoor functies in elkaars verlengde komen te liggen en taken elkaar deels overlappen – werkzaamheden gaat verrichten die niet tot de eigen, maar tot de hogere functie of functiebeschrijving behoren.

De hoogste ambtenarenrechter (de Centrale Raad van Beroep, ‘de Raad’) heeft in 2017 beslist dat deze werkzaamheden dan een vrijwillig karakter hebben en niet structureel opgedragen zijn. En dus geen aanspraak geven op een extra beloning van Defensie. Ook leidt dit niet automatisch tot toekenning van de hogere functie en rang.

Tip
Onder deze omstandigheden is het verstandig om een nieuwe functiebeschrijving en functieherwaardering schriftelijk bij rekest bij Defensie aan te vragen. In dit kader heeft Defensie overigens geen verplichting om een extern bureau in te schakelen die de functiewaardering kan uitvoeren. Bij een afwijzend besluit is het raadzaam - na de bezwaarfase - de rechter te verzoeken de uitgevoerde herwaardering te toetsen. De rechter zal nagaan of het functiewaarderingsonderzoek wel op zorgvuldige of juiste wijze heeft plaatsgevonden en of Defensie in redelijkheid tot de (nieuwe) functiebeschrijving heeft kunnen komen.    

B. Opkomen tegen de militaire rang verbonden aan de functie
Het is juridisch mogelijk om rechtsmiddelen (bezwaar en beroep) aan te wenden tegen het besluit van Defensie om - op basis van de vastgesteld functiebeschrijving - een bepaalde militaire rang aan de Defensieambtenaar toe te kennen als uitkomst van het functiewaarderingsproces. U hebt de mogelijkheid, in de bezwaarfase) aan Defensie en daarna - bij een afwijzend besluit van Defensie - aan de rechtbank te verzoeken om te oordelen dat de toegekende rang niet juist is en een hogere rang op zijn plaats is.

Rechtelijk toetsingskader
Volgens vaste rechtspraak van de Raad is de rechtelijke toetsing bij functiewaardering terughoudend. De rechter moet slechts beoordelen of de functiewaardering (de somscore op de kenmerken en rangtoekenning) op voldoende gronden berust.

Dit betekent in de praktijk dat de rechter het functiewaarderingsproces toetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: was sprake van een zorgvuldige Websize MAR 43BVE Curacaovoorbereiding van het besluit en is het besluit wel draagkrachtig door Defensie gemotiveerd? Indien het besluit tot rangtoekenning in het licht van het bovengenoemde ‘onhoudbaar’ is, dan zal de rechter beslissen dat Defensie een andere, hogere rang moet koppelen aan de eerder vastgestelde functiebeschrijving.

Tip
Er is geen sprake van een onhoudbare situatie als een andere waardering ‘op zichzelf verdedigbaar is’, aldus de Raad. Dit betekent dat u als Defensieambtenaar op overtuigende wijze moet stellen dat – gelet op de structureel opgedragen werkzaamheden waarmee u bent belast – een hogere score op de kenmerken van FUWADEF werkelijk op zijn plaats is.

Dat Defensie bij de waardering van functies een ruime mate van vrijheid moet worden gelaten, neemt niet weg dat Defensie de totaalscore op de kenmerken en de uiteindelijke rangtoekenning krachtig dient te motiveren. De Raad heeft in dit kader bepaald dat als de waardering door de Defensieambtenaar met concrete argumenten wordt bestreden, Defensie gehouden is om concreet op die argumenten in te gaan en – zo nodig – de oorspronkelijk gegeven motivering van het besluit moet aanvullen. De waardering dient u dus met concrete argumenten te weerleggen.

Gelijkheidsbeginsel
De Raad heeft in 2016 beslist dat onder bepaalde omstandigheden een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel kan worden gedaan. Indien twee – nagenoeg identieke functies bij verschillende krijgsmachtdelen (OPCO’s) worden uitgeoefend, waarbij de kenmerken in beide functieomschrijvingen (nagenoeg) gelijkluidend zijn, dan volgt uit toepassing van het gelijkheidsbeginsel dat ook de andere functie op een hogere rang moet worden gewaardeerd.

Tip
De functie en rang bij een andere defensieonderdeel mag dus vergeleken worden met de eigen functie en rang. Het heeft dus nut om de rechter attent te maken op inhoudelijk gelijkluidende functies bij verschillende krijgsmachtdelen (OPCO’s) en de vraag voor de leggen of er een rechtvaardiging bestaat voor de verschillende waardering. Onderlinge toetsing aan het gelijkheidsbeginsel is volgens de Raad toegestaan.

Rangtoekenning maar geen bezwaar gemaakt
In de praktijk komt het veelvuldig voor dat de Defensieambtenaar geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit tot rangtoekenning. Pas later - in de loop van de uitvoering van de (zwaardere) werkzaamheden - realiseert de Defensieambtenaar zich dat sprake is van een zekere onderwaardering.

Ook als er geen bezwaar is gemaakt, kan alsnog juridisch tegen de rangtoekenning worden opgekomen. Dit is mogelijk door bij Defensie schriftelijk het verzoek in te dienen om met terugwerkende kracht te worden bevorderd tot een hogere rang. Dit heet ook wel het verzoek om terug te komen van het functietoewijzingsbesluit. Uit de rechtspraak volgt dat een afwijzend besluit van Defensie juridisch wordt beschouwd als een weigering om terug te komen van het in rechte onaantastbaar geworden besluit tot toekenning van de functie en rang.

In dit geval zal de rechter een zogeheten ‘splitsing’ aanbrengen in de verdere behandeling van het geding:

  1. de periode voorafgaande aan het verzoek van de Defensieambtenaar; en
  2. de periode na het verzoek.

Ad.1 De rechter zal zich in deze fase beoordelen of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Zo ja, dan kan de rechter Defensie opdragen de oorspronkelijk toekende rang te herzien. Een strenge toets wordt hierbij door de rechter aan de dag gelegd.

Ad. 2 Voor de periode die ligt na het gedane verzoek, moet Defensie een belangenafweging maken die de rechter minder terughoudend kan toetsen aan de redelijkheid. Als overduidelijk is dat de rang niet als passend kan worden beschouwd, dan draagt de rechter Defensie op de toegekende rang te herzien.

Websize MAR Chauffeursdag Dcie 06 14 2Niet langer vervullen van de functie
Overigens, ook als de functie niet langer binnen Defensie vervult, kan het bovengenoemde verzoek tot bevordering met terugwerkende kracht tot de datum van functietoewijzing, bij het bevoegd gezag worden ingediend die vervolgens een besluit moet nemen.

Toezeggingen
Er kan een beroep op het vertrouwensbeginsel worden gedaan als sprake is van een bepaalde toezegging door de commandant of een andere leidinggevende. Dit beroep kan enkel slagen, aldus de Raad, indien het tot beslissen bevoegde bestuursorgaan uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen heeft gedaan richting de Defensieambtenaar. Dit noemen we ook wel een ‘ongeclausuleerde toezegging’. Een kreet of ongenuanceerde uitspraak in de wandelgang van een (hogere) officier, is onvoldoende.

Indien u vragen hebt over dit onderwerp (of een andere juridische kwestie), neem dan contact op met de Juridische Dienst van de ACOM. Op werkdagen van 08.45 uur tot 11.45 uur te bereiken via 033-4953020. E-mail via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..