Contact met uw bond
033-4962722


Arbeidsvoorwaardenoverleg hervat na gewenste stappen van Defensie

In de vorige editie van ACOM Journaal hebben we u geïnformeerd over de stand van zaken aangaande de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen op dat moment. Met name Websize SOD Lumbl Para oefening Red Devils 26 02 14ook over de conclusie van de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel (SCO) dat er geen basis was voor verder overleg.

Die conclusie, bekendgemaakt tijdens het Sectoroverleg Defensie van 23 april j., was het gevolg van twee zaken:
1. De tot dan toe gevoerde onderhandelingen in de Werkgroep arbeidsvoorwaarden die op 16 april waren beëindigd.
2. De eerste inzet van de werkgever Defensie.

De werkgever gaf te kennen op basis van die eerste inzet verder te willen onderhandelen maar de SCO vonden het bod veel te mager en zagen daarin geen perspectief voor vruchtbaar overleg.

Opzeggen vertrouwen
Defensie gaf tijdens het SOD aan dat er extra ruimte was maar wilde daar op dat moment geen duidelijkheid over verschaffen. Indien de werkgever zijn inzet openbaar maakte en duidelijkheid gaf over de extra ruimte, wilden de SCO wel bij het personeel te sonderen of het bod echt een basis biedt voor verder overleg zoals Defensie beweert. Of dat men zich achter de centrales zou scharen in de visie dat de eerste inzet onvoldoende perspectief biedt om verder te praten.
Ondanks herhaaldelijk aandringen gaf de staatssecretaris tijdens het SOD van 23 april aan het bod niet openbaar te willen maken. Doordat de gewenste transparantie uitbleef bleef de SCO op dat moment niet meer over dan het opzeggen van het vertrouwen in de werkgever Defensie en het opschorten van al het overleg met uitzondering van de IO REO’s en de BCO’s.

Websize SOD Marinier schiet op oefenbootjeIn de vorige editie van ACOM Journaal (mei ’19) hebben wij toen aangegeven dat als wij van de werkgever openheid, transparantie en openbaarmaking van de inzet vragen wij ook de daad bij het woord dienen te voegen. De ACOM heeft toen als eerste partij in het overleg zijn inzet openbaar gemaakt.
Vanaf dat moment zijn er meerdere ballen gaan rollen. Op 9 mei werd een gezamenlijke inzetbrief openbaar gemaakt van de overige drie centrales in het overleg. Uiteindelijk toonde ook Defensie de zo gewenste transparantie en openheid en is op 14 mei naar buiten gekomen met een inzetbrief gericht aan het personeel. Dit waren voor de ACOM de eerste stappen die nodig waren op weg richting het hervatten van het overleg.

 Voor de ACOM waren er drie punten essentieel alvorens wij weer met Defensie aan tafel konden gaan:

  1. Meer transparantie;
  2. Meer financiële en beleidsmatige ruimte;
  3. Herstel van vertrouwen.

Door het openbaar maken van zijn inzet heeft de werkgever Defensie meer transparantie getoond. Ook bleek dat er meer financiële en beleidsmatige ruimte aanwezig is dan er op 16 en 23 april op tafel lag. Door deze acties heeft Defensie stappen gezet om het vertrouwen te herstellen en toonde de minister in onze ogen aan dat ook zij graag weer aan de onderhandelingstafel wilde aanschuiven. Of dit alles genoeg is om tot een resultaat te kunnen komen kan alleen maar blijken aan die onderhandelingstafel.

Na deze stappen moesten, zoveel was duidelijk, de onderhandelingen zo snel mogelijk hervat worden. Het is in het belang van het Defensiepersoneel en onze leden in het bijzonder, dat bij voorkeur nog voor het zomerverlof een arbeidsvoorwaardenresultaat kan worden bereikt.
Wij hebben dan ook per brief op 16 mei, wederom als eerste partij, aangegeven bereid te zijn om de onderhandelingen te hervatten. De overige 3 centrales hadden daar wat meer tijd voor nodig. Maar uiteindelijk heeft de minister op 24 mei partijen uitgenodigd om op 27 mei voor een SOD bijeen te komen om te peilen of de onderhandelingen hervat zouden kunnen worden.

Tijdens dit SOD op 27 mei bleek dat, ondanks het nog broze vertrouwen , de Werkgroep arbeidsvoorwaarden bij elkaar geroepen kon worden om hernieuwd te onderhandelen en te pogen een arbeidsvoorwaardenresultaat te bereiken.

Zoals bekend is het proces van onderhandelingen arbeidsvoorwaarden vertrouwelijk. Het enige dat op dit moment van schrijven gedeeld kan worden is dat we nog steeds in gesprek zijn met de werkgever Defensie. De verschillende inzetbrieven vormen de basis van de gesprekken. Over een mogelijk uitkomst van de onderhandelingen kunnen dus op dit moment helaas geen nadere mededelingen worden gedaan. Het belangrijkste is dat we nog steeds in gesprek zijn en er hopelijk snel een arbeidsvoorwaardenresultaat gepresenteerd kan worden.

Principeakkoord pensioen
Vorige week is er een principeakkoord over het pensioen bereikt tussen werknemers- en werkgeversorganisaties en het kabinet. Dit principeakkoord ligt momenteel ter Websize SOD Oefening 13 GemechBrig Oirschotbeoordeling voor aan de leden van onder andere het CNV en de FNV. Dat dit akkoord, mocht het definitief worden, ook gevolgen heeft voor (het (ex-)personeel van) Defensie is inmiddels wel duidelijk. Wat de gevolgen exact zullen zijn is in eerste instantie ervan afhankelijk of het een definitief akkoord wordt.

Daarnaast is al duidelijk dat een tijdelijke bevriezing van de AOW-leeftijd gevolgen heeft voor onder andere AOW-compensatie. Ook voor de RVU-heffing die Defensie betaalt voor medewerkers in UGM heeft het akkoord consequenties. Bij daadwerkelijke bevriezing van de AOW-leeftijd hoeft Defensie bijvoorbeeld minder aanvulling te betalen omdat de AOW dan eerder wordt uitgekeerd. Ook is duidelijk dat de AOW na tijdelijke bevriezing minder hard zal meestijgen met de stijgende levensverwachting.
Uiteraard zal ook de afschaffing van de doorsneepremiesystematiek gevolgen hebben voor u als deelnemer terwijl de aanpassing van de RVU-strafheffing voor Defensie effecten zal hebben. Al deze, en andere (mogelijke), consequenties worden momenteel in kaart gebracht. Zodra het al dan niet tot een definitief akkoord komt zullen we u verder informeren via de website van de ACOM en ACOM Journaal.

Ziektekosten buitenland/Militair invaliditeitspensioen (MIP)
Op 4 februari jl. heeft de ACOM een brief gestuurd aan de Werkgroep PA over in het buitenland woonachtige oud-militairen die alleen een MIP ontvangen en hun situatie met betrekking ziektekosten.

Bijna iedereen die in Nederland woont en/of werkt is verzekerd voor zorgkosten via de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de Zorgverzekeringswet (ZVW). Bij wonen, werken of studeren in het buitenland bepaalt de persoonlijke situatie of iemand in Nederland verzekerd blijft. De oud-militair die in het buitenland woonachtig is en een bepaalde uitkering ontvangt (AOW, ANW, OBR, UKW, WW, WW+, WIA, WAO of OP), kan zich door middel van ‘formulier 121’ melden bij het Centraal Administratiekantoor (CAK) en betrokkene blijft dan verzekerd via de ZVW.

Een (oud-)militair die in het buitenland woont en een arbeidsongeschiktheidspensioen geniet, (WIA/WAO samen met een MIP) kan ook, via het insturen van een formulier 121, in Nederland voor zijn zorgkosten verzekerd blijven.

Op het moment echter dat een oud-militair alleen een militair invaliditeitspensioen geniet en dus geen recht heeft op één van de hiervoor genoemde uitkeringen, kan betrokkene zich niet met een 121 formulier aanmelden bij het CAK. De reden daarvoor is dat een MIP sec, niet als een wettelijk pensioen wordt gezien en daarmee wordt gelijkgesteld. Dit heeft tot gevolg dat een oud-militair met alleen een MIP en in het buitenland woont een ziektekostenverzekering moet nemen volgens de lokale regelgeving.
Bij de ACOM zijn situaties bekend van oud-militairen die wonen in het buitenland en alleen een MIP ontvangen en maandelijks een ziektekostenpremie verschuldigd zijn van € 600, -., of moeten leven van zo’n lage uitkering dat ze geen ziektekostenverzekering kunnen nemen.

Websize SOD Percentage of bosons picture material 34454Op 11 juni hebben wij van Defensie antwoord ontvangen op onze brief. Defensie stelt in haar reactie dat personen die met een Nederlands pensioen of uitkering wonen in een land van de EU of een ander verdragsland op basis van Europese sociale zekerheidsregelgeving, recht hebben op medische zorg ten laste van Nederland. Zij moeten hiervoor een zorgbijdrage betalen aan het CAK. Men moet zich hiervoor melden bij het CAK via het formulier 121. Wie onder rechthebbenden worden verstaan is nader uitgewerkt in de bijlage XI van de Verordening (EG nr 883/2004).

In haar antwoord stelt Defensie dat wij terecht in onze brief constateren dat de werking van de verordening beperkt is tot de nationale stelsels van sociale zekerheid. Doordat het MIP ontbreekt op deze de lijst van bijlage XI heeft iemand die alleen in aanmerking komt voor een MIP en naar het buitenland is verhuisd geen recht op zorg ten laste van Nederland. Defensie geeft aan dat de kwestie door de Nationale ombudsman is voorgelegd aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Daarnaast heeft Defensie zelf hierover met CAK en VWS gesproken.

Het ministerie van VWS deelt de mening dat het MIP ten onrechte ontbreekt op de lijst van bijlage XI en heeft het proces voor de noodzakelijke actualisatie van de Verordening ingezet. Aan VWS is gevraagd om na te gaan op welke wijze men vooruitlopend op de wijziging van de verordening 883/2004 in aanmerking kan komen op zorg ten laste van Nederland.

De aanpassing van de verordening loopt mee in een Europees wetgevingstraject. Niet alleen over de duur maar tevens over de uitkomst van dit wetgevingstraject kan geen uitspraak gedaan worden. Het is mogelijk dat het voorstel tot wijziging niet wordt aangenomen. Het ministerie van VWS heeft aangegeven dat vooruitlopen op mogelijke aanpassingen van de regeling ongewenst is, omdat dit zal resulteren in rechtsonzekerheid, het niet kunnen innen van de verdragsbijdragen en precedentwerking.

Wij zullen u blijven informeren over het verdere verloop van het proces voor de noodzakelijke actualisatie van de Verordening.