Contact met uw bond
033-4962722


‘Werkgever en bonden zijn er ondanks verschillen ultimo voor het personeel’Websize Interview HDP SBN Peter Reesink

“Als Defensieorganisatie hebben we een tijd lang relatief stil gestaan vanwege alle bezuinigingen van de afgelopen jaren, we komen nu in een iets ander tijdsgewricht waar er geld bij komt en we kunnen groeien als organisatie. In de arbeidsmarkt van nu zouden we een aantrekkelijke werkgever moeten kunnen zijn”, zegt schout-bij-nacht (SBN) Peter Reesink, Hoofddirecteur Personeel Defensie (HDP).

Na jaren van bezuinigingen lijkt het tij voor Defensie eindelijk te keren. In het arbeidsvoorwaardenakkoord dat op 30 juli jl. getekend is komt er geld bij voor Defensie.
Aan de onderhandelingen voorafgaand aan een akkoord nemen diverse partijen deel onder wie de HDP. Sinds twee jaar is dat SBN Peter Reesink. Dit houdt in dat hij namens de staatssecretaris en de minister als werkgever van Defensie optreedt.

Hoofddirecteur Personeel en de bonden
Tijdens de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden kunnen de HDP en de bonden tegenover elkaar staan omdat ze, bezien vanuit hun achterban, verschillende belangen vertegenwoordigen. Maar de HDP vindt de rol van de bonden zeer belangrijk.
SBN Reesink: “De bonden zijn uiteindelijk de exponent van het personeel, in deze tijden is er veel discussie over de positie van bonden. Dit zie je maatschappelijk ook, werknemers kiezen er soms voor om via een andere weg zich met de werkgever te verhouden. Daar geloof ik zelf niet zo in, ik denk nog steeds dat de weg via de bonden de meest handige en logische wijze is om met de werkgever in gesprek te gaan. Dit zou voor een deel ook via de Medezeggenschapsraad kunnen maar dan zul je alsnog de bonden houden die een formele rol hebben. Ik ben voor bonden in deze rol.
Websize Interview Reesink 11 Lumbl Dec 7 Falcon Preydrive
Er wordt veelvuldig gesproken over arbeidsvoorwaardenregelingen in plaats van een CAO. Een andere manier van afspreken hoe je met arbeid omgaat. Ik ben meer voor een CAO omdat ik tot op zekere hoogte geloof in de collectiviteit van de bonden. Vanuit de werkgever is het ook prettig om met een paar centrales te praten over wat goed is voor het personeel en wat we beleidsmatig en arbeidsvoorwaardelijk met het personeel moeten doen. Hierbij doel ik wel op de situatie waarbij de bonden ook draagvlak hebben bij het personeel. In de huidige situatie is dit voldoende, het gros van het defensiepersoneel is aangesloten bij een vakbond. Dit legitimeert in alle opzichten de verhoudingen zoals ze nu zijn.

Soms lijkt het alsof de bonden en wij mijlenver uit elkaar staan, maar ultimo zijn we allebei vóór het personeel. Dat is wat ons samenbindt, soms verschilt dit per bond of in de persoonlijke verhoudingen. Maar zelfs dat mag niet ten koste gaan van dat je er samen bent voor je personeel. Als werkgever vind ik dat ik voor mijn personeel moet staan, net zoals een bond dat ook voor haar achterban doet.

Dit zorgt soms voor een spanningsveld, natuurlijk kan je anders kijken naar stukken die over arbeidsvoorwaarden gaan, dat mag ook, hiervoor ben je als bond vertegenwoordiger van een groep personeel. Zolang dit maar is vanuit het vertrekpunt dat je er bent voor het personeel.

Mijn perspectief is soms iets anders. Als vertegenwoordiger van de minister en de staatssecretaris krijg ik guidelines mee vanuit het kabinet of vanuit de ministeries van Financiën en Binnenlandse Zaken. Deze kijken er allemaal met een andere bril naar. Hier moet ik wat mee als HDP als ik met de bonden om tafel zit. Bonden hebben allemaal een eigen achterban met hun eigen signatuur, dus deze praten vanuit die achterban. Als HDP zal ik moeten waken over al het Defensiepersoneel, ik zal hier dus de gemiddelde weg in moeten vinden. Om dit te bereiken moet ik soms tussen de schotsen van eigen standpunten en posities varen. Maar als dit samen komt spreken we ook een CAO af voor iedereen. Daarom vind ik het van waarde om te wisselen van standpunten wat we willen en wat we moeten”, aldus de HDP.

Loongebouw
In het arbeidsvoorwaardenresultaat 2018-2020 is er afgesproken dat er per juli 2020 een nieuw loongebouw moet staan. “In het akkoord van 30 juli is de eerste stap gezet die we met het loongebouw willen zetten. Dit is een tussentijdse stap tot het nieuwe loongebouw wordt gemaakt. We zullen het defensiepersoneel straks mee gaan nemen in hoe het loongebouw er uit gaat zien. Het kan in deze tijd niet meer zo zijn dat we allerlei plannen maken zonder hier onze mensen over in te lichten.
Webszie Interview Reesink 13 Lichte Brigade gaat aan boord heli
Een les die ik uit de onderhandelingen van voorgaande jaren heb getrokken is dat je met grote processen vanaf het begin een communicatieplan moet hebben. Dan zal in de discussie met de vakcentrales en de defensieonderdelen deze communicatie meer helderheid brengen over wat nodig is en wat het personeel belangrijk vindt.”

Communicatie
Na de onderhandelingen is de HDP zelf, net als de bonden, het land ingegaan nadat 2 juli jl. het arbeidsvoorwaardenonderhandelingsresultaat was bereikt. Hij heeft op meerdere plaatsen in het land voorlichting gegeven.
“Dan proef je hoe het resultaat uit wordt gelegd en wat het personeel ervan vindt. Een veel gehoorde terugkoppeling was dat het personeel zich meer betrokken voelde bij dit resultaat dan bij voorgaande resultaten. Een voorbeeld hiervan is het pensioen. Pensioen is een lastig onderwerp maar ik merkte dat dit bij het resultaat van 2 juli toch meer leefde omdat we hier de afgelopen maanden een aantal keren over gecommuniceerd hebben. Begrippen als franchise en opbouwpercentages zijn ingewikkeld, helemaal als je jong bent en het pensioen nog geen prioriteit voor je is. We hebben bij dit resultaat geprobeerd om het zo simpel mogelijk uit te leggen en ik denk dat dit de voornaamste slag is die we behaald hebben, zo min mogelijk techniek en zo veel mogelijk hoofdlijnen communiceren.”

Klankbordgroep
Om een beter beeld te krijgen van wat onder het personeel speelt, gaat SBN Reesink ook in gesprek met ‘de werkvloer’.
“Ik praat elke twee weken met de verschillende directeuren defensieonderdelen en hun hoofden Personeel en Organisatie. Daarbij ga ik ook regelmatig op werkbezoek. Voor een deel is dat in de personele keten maar ook bijvoorbeeld bij eenheden, brigades en schepen.

Sinds mijn aantreden heb ik ook een klankbordgroep in werking gezet. De groep bestaat uit 20 militairen, veelal onderofficieren, uit de operationele commando’s waar ik om de zoveel maanden een dagdeel mee om de tafel ga zitten. Tijdens dit overleg ontstaat er een mooie wisselwerking waarbij de klankbordgroep kan delen wat zich op de werkvloer afspeelt en wat hun behoeften zijn. Anderzijds kan ik vertellen waar we in Den Haag mee bezig zijn.”

Reesink heeft een bewuste keuze gemaakt om veelal onderofficieren aan deze klankbordgroep deel te laten nemen. “Ik denk dat in Den Haag over het algemeen toch het hogere kader werkt en zij weten niet in alle gevallen wat er op de werkvloer leeft. In de klankbordgroep zitten oudere maar ook jongere onderofficieren die, zeg maar, als de ruggengraat van Defensie fungeren. Natuurlijk heb ik er daarnaast ook oog voor wat er met officieren en bijvoorbeeld de soldaten en de mariniers gebeurt. Maar juist die onderofficieren uit verschillende Operationele Commando’s zijn een heel goede thermometer om te meten hoe het er in de organisatie voor staat.”

Perspectief
Het is een feit dat Defensie te maken heeft met personeelstekort. Hele compagnieën worden stilgelegd omdat er simpelweg geen personeel is. In het nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord wordt voortdurend over ‘perspectief voor personeel’ gesproken. Maar hoe wordt dit perspectief nu aan het personeel geboden?

HDP Peter Reesink:
“Loopbaan is per individu verschillend dus lopen de wensen en ambities binnen het defensiepersoneel dan ook erg uiteen. Daarom is het erg lastig om één standaard loopbaan te schetsen. De meeste mensen die bij Defensie werken of willen komen werken willen een steentje bijdragen aan de samenleving of aan de veiligheid van dit land. Daarnaast is een baan bij Defensie avontuurlijk en gevarieerd werk. Hier proberen wij vanuit personeelsbeleid een loopbaan aan te koppelen waarin je je werk leuk vindt maar je je ook persoonlijk kan ontwikkelen.

Als dit niet binnen de organisatie kan moeten wij als organisatie ook kijken of die stap buiten Defensie gemaakt kan worden waarna je weer terug kan komen. Tot nu toe is Defensie vrij op zichzelf gericht. We zijn voor mensen buiten de organisatie een soort van black box. Het lijkt soms alsof de bedrijfswereld en Defensie totaal verschillende werelden zijn, terwijl we natuurlijk allebei werkgevers zijn. Daarom zijn we nu een slag aan het maken om te kijken of het makkelijker voor Defensiepersoneel kan worden om na een uitstap naar het bedrijfsleven weer terug te komen.

Er komt geld bij en we kunnen groeien als organisatie. Hierdoor kunnen we meer perspectief bieden aan mensen die bij ons willen werken. De afgelopen 15 jaar hebben we behoorlijk wat bezuinigingsperikelen doorgemaakt maar in de arbeidsmarkt van nu zouden we een goede en aantrekkelijke werkgever moeten en kunnen zijn. Dat betekent nog wel dat we hier een heleboel dingen aan moeten doen in veranderingen, maar dit is wel wat ik mensen voor probeer te houden. Er komt geld bij, er zijn allerlei mogelijkheden voor interne opleidingen en een eigen loopbaan.”
Webszie Interview Reesink Marinierskapel
Operationele inzet
De economische, (geo-)politieke en andere (sociaal-maatschappelijke) ontwikkelingen en veranderingen in de wereld vormen een voedingsbodem voor steeds meer conflicten. De meest recente zijn de voortdurende politieke en sociale onrust in Hongkong en handelssancties die de VS Iran heeft opgelegd.
Volgens de laatste nieuwsberichten is de Nederlandse Defensie door de aanhoudende bezuinigingen niet meer in staat om zichzelf te verdedigen als het erop aan komt. Ook de aarzeling om te participeren met een fregat in de Amerikaanse missie in de Straat van Hormuz zou daarvan een gevolg zijn.
SBN Reesink: “Als HDP ga ik niet over de inzet van de schepen of van de eenheden van de Landmacht of de Luchtmacht. Dit valt onder de Directeur Operaties en de Commandant der Strijdkrachten. We proberen wel op personeelsvlak alles zo goed mogelijk voor ze te regelen zodat uitgezonden worden ook nog aantrekkelijk blijft.

De toelagen moeten bijvoorbeeld zoveel mogelijk up-to-date zijn, zodat er ook wat passends tegenover staat als mensen lang op missie zijn. Dit soort dingen bespreken we dan ook met de bonden. Het zijn natuurlijk niet alleen de toelagen, maar ook het waarderen en erkennen evenals andere vormen van compensatie zoals verlof.

Op personeelsvlak hebben we ook sprekende missies nodig om aantrekkelijk te blijven als werkgever. Voor de werving en het recruitmentproces is het goed dat we nog wel missies blijven doen, - dit spreekt de jongere generatie ook aan. Maar niet alleen de jongere generatie, ook de actief dienende militairen die dan ook het werk gaan doen waar ze voor getraind zijn.

Er zitten meerdere kanten aan, je bent een soort politieman in de wereld, die rol wil je het liefst zo min mogelijk uitvoeren want dan is de wereld het meest veilig. Maar dit is nu eenmaal niet de praktijk”, is de overtuiging van HDP schout-bij-nacht Peter Reesink.


Kanttekening ACOM
De opvattingen en uitspraken in dit interview geven niet (zonder meer) de opvattingen, overtuiging en houding van de ACOM de Bond van Defensiepersoneel, weer over de onderwerpen en thema’s die besproken worden.
Wij vinden het echter van belang dat ‘de werkvloer’ (het Defensiepersoneel, ACOM-leden in het bijzonder), kennis neemt van het denken en doen van leidinggevenden, beleidsmakers en -bepalers bij de krijgsmacht.