Contact met uw bond
033-4962722


Dekkingsgraad en rekenrente pensioenen nader beschouwdWebsize Ben Groen Algemene Pensioen Groep APG Vlag

In deze en komende edities van ACOM Journaal zal Ben Groen, ‘onze man’ in het verantwoordingsorgaan van ABP, een aantal zaken die van belang zijn voor uw pensioen, bekijken en bespreken. Hij trapt af met de ‘dekkingsgraad’ waarmee de hoogte van uw pensioenuitkering staat of valt.

Een belangrijk onderdeel bij de discussie over de situatie bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is de hoogte van de dekkingsgraad. Duidelijk is dat er over de berekening van die dekkingsgraad veel (meer) inzicht kan worden verschaft.

In deze bijdrage(n) wil ik een aantal zaken op pensioengebied verduidelijken om te laten zien waardoor er zoveel gezegd kan worden over pensioenen. En ieder heeft zijn eigen waarheid.

De dekkingsgraad
De Nederlandse Bank (DNB) hanteert de volgende breuk om aan te geven wat de dekkingsgraad is:

Het vermogenWebsize Ben Groen Bulle und Bär Frankfurt
----------------------------------------------------
de contante waarde van de verplichtingen

Hier begint ‘t. Helder is dat de verplichtingen een toekomstige waarde hebben die afhankelijk is van het (beleggings)resultaat. Daarvan wordt een inschatting gemaakt. Niet op basis van de behaalde rendementen, maar op basis van de rekenrente. Dit is een schatting van het rendement dat gebaseerd moet zijn op een zo vast mogelijke waarde. Daarvoor is door DNB de term ‘prudente’ rente voorgeschreven op basis van de geldende commerciële marktrente. Die is in elk geval veel lager dan de werkelijk behaalde rendementen.

Hoe lager de rekenrente, hoe lager de dekkingsgraad. Daalt die onder de 100% dan moet er aan een noodrem worden getrokken. De snelste manier is dan korten op de pensioenen. Een andere manier kan zijn het verhogen van de premie. Dat komt voor rekening van de deelnemers en de werkgever(s). In ons geval: het Rijk.

Websize SOD ABPAndere mogelijkheden
Er zijn ook andere mogelijkheden om met de dekkingsgraad om te gaan. In de andere landen van de EU hanteert men hogere rekenrentes met een andere basis. Er wordt meer rekening gehouden met het rendement gebaseerd op de hele beleggingsportefeuille. DNB baseert de dekkingsgraad op het rendement van de AAA-obligaties (ongeveer 1%), dat is ongeveer 15% van de beleggingsportefeuille. En dat terwijl het lange termijn gemiddelde van de hele portefeuille tussen de 6 en 7% is.

Als daarvan de inflatie en de kosten worden afgetrokken blijft er ongeveer 2,5% werkelijk rendement over. Dat is ruim voldoende om aan de toekomstige verplichtingen te voldoen. Dat bovenstaande heeft gewerkt blijkt uit de resultaten van ABP sinds 2008 (het begin van de crisis). Het vermogen was toen bijna 178 miljard en steeg door de crisis heen naar 431 miljard in 2019.

De betaalde premies in deze periode bedroegen ongeveer 90 miljard en de pensioenuitgaven waren ongeveer 100 miljard. Toch steeg het vermogen Websize Ben Groen Grootdoor het rendement van ongeveer 8,6% naar die 431 miljard, waarmee duidelijk wordt bewezen dat de rente op de AAA-staatsobligaties niet zoveel zegt over een langdurig rendement van een pensioenfonds.

Natuurlijk is het zo dat rendementen uit het verleden geen……, toch is kijken naar het verleden de enige manier om een schatting voor de toekomst te kunnen maken bij gebrek aan een glazen bol.

Bij de effectenbeurs van New York bedroeg het gemiddelde rendement over de laatste honderd jaar tenminste 5%.
Waarom dan die pessimistische (prudente) blik naar de toekomst? Daarover zal mijn volgende bijdrage gaan.

Ben Groen
lid verantwoordingsorgaan ABP,
CCOOP (namens de ACOM)