Contact met uw bond
033-4962722


‘Veel mogelijkheden voor geestelijke verzorging en zorg bij ‘behandeling’ moral injury’
Pieter Vos Websize Pieter Vos bijz hoogleraar PGV
“De schuld- en schaamtegevoelens van Nederlandse militairen betreffen vooral het gevoel tekort te zijn geschoten in het voorkomen van geweld tegen en leed onder kwetsbare burgers en vluchtelingen in het conflictgebied. Het gaat dus voor een groot deel om situaties waarin niets kón worden gedaan om het leed te voorkomen. Toch voelen deze veteranen zich er schuldig over en schamen ze zich ervoor.” Professor dr. Pieter Vos
[1] in zijn oratie waarmee hij op 8 oktober jl. het ambt aanvaardde van bijzonder hoogleraar ‘Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht’ aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU).

De (ook) prettig leesbare rede, is in feite een doorwrocht paper met als thema “het gedeelde verhaal van een beschadigde moraal”[2].
Moral injury, morele kwetsuur, verwonding van je diepste waarden en normen doordat je (in opdracht, afgedwongen acties hebt ondernomen, handelingen hebt verricht of nagelaten, die frontaal botsen tegen wat je als moreel goed en kwaad ervaart. Een gemoedsconditie die ptss ‘overlapt’ c.q. daarmee hand in hand gaat, maar die tot nog toe (veel) minder aandacht krijgt.

Schuld, schaamte en boosheid
De kersverse bijzonder hoogleraar licht toe dat de vaststelling ‘ptss’ onvoldoende recht kan doen aan bepaalde klachten die (sommige) militairen kunnen overhouden aan ingrijpende ervaringen ‘op missie’. “Moral injury, morele kwetsuur, vraagt aandacht voor andere aspecten van de beschadiging die plaatsgevonden heeft, en die moreel van aard zijn. Die te maken hebben met diepe menselijke waarden. Heb je daar dingen moeten doen die eigenlijk tegen je geweten ingaan. Heb je niet kunnen doen wat je had willen doen en voel je je daar schuldig over. Het leed dat je daar hebt gezien. Die gevoelens van schuld en schaamte en ook van boosheid, die duiden op worstelingen die moreel van aard zijn en niet alleen maar psychisch. Moral injury duidt aan dat een belangrijk element ondergesneeuwd dreigt te raken als we het alleen maar over ptss hebben.”

Intv. Wim Sanders DutchbattersinSrebrenicaBij ptss wordt het accent gelegd op het aspect: ‘patiënt’ c.q. hulpbehoevend ‘slachtoffer’. Daartegenover veronderstelt het begrip moral injury meer aandacht voor de ethische vragen waarmee men worstelt. Er zijn grenzen, gebaseerd op diepgewortelde waarden en normen, overschreden waardoor morele wonden zijn geslagen.
Volgens Vos mag dit niet afgedaan worden als een geïsoleerd probleem van een militair. Die militair is namelijk op pad gestuurd, uitgezonden naar een missiegebied, door de overheid, door ons als samenleving. Dat is het “gedeelde verhaal van moral injury”.

“Moral injury”, verduidelijkt Pieter Vos in zijn oratie, “is daarom meer dan een individueel probleem van individuele militairen. Het hangt samen met wat van hogerhand van je gevergd wordt. (-) ‘Wettelijke autoriteit’ moet niet beperkt worden tot militaire leiding, maar omvat ook de politieke gemeenschap die de militairen op missie stuurt, of deze nu nationaal of internationaal van aard is. Moral injury hangt dus samen met verantwoordelijkheid op minstens drie niveaus: van de individuele militair, van de militaire leiding, en van de politieke gemeenschap.”

Continue morele worsteling
Dat moral injury niet direct als zodanig wordt herkend en vastgesteld, is toe te schrijven aan de relatief recente ‘ontstaansgeschiedenis’ van het begrip. Rijst als gevolg daarvan de vraag of de zorg en nazorg voor militairen die in dat opzicht verwond zijn, niet of onvoldoende voorziet in de (speciale) behandeling die de mensen nodig hebben.

Vos is onder de indruk van de hulpverlening die nu beschikbaar is voor militairen. De hulpverleners hebben vaak wel in de gaten dat het bij ptss ook om meer gaat dan alleen heftige angst- en stressreacties op (situaties van vermeende) dreiging. Maar omdat niet iedereen even bekend is met het begrip moral injury krijgen die ‘andere signalen’ niet dat specifieke etiket opgeplakt.
Soms ontdekt de militair bij wie ptss is vastgesteld zelf dat er meer aan de hand is dan alleen ‘psychische problemen’. Maar dat er (ook) sprake is van een continue worsteling met diepe morele vragen. “Dan stuit je toch op oorzaken die verder reiken dan in de psychologie behandeld kunnen worden. Dan gaat het om levensvragen, - over vragen van goed en kwaad. Daar moet meer en gericht aandacht aan gegeven worden.”

En daar ligt de taak voor de gv’er, de geestelijk verzorger?Websize 2 Tekening Beukbergen

“Ja, onder anderen. Ik zeg niet dat die dat uitsluitend kan maar een gv’er kan het wel bij uitstek! Omdat de gv’er zich vooral op dat soort vragen richt en ze ook op andere manieren aan de orde kan stellen dan bijvoorbeeld in de vorm van een therapie gebeurt. Ik zie daar dan ook veel mogelijkheden juist voor de geestelijke verzorging.”

Levens- of zingevingsvragen
De theoloog, ethicus en filosoof Pieter Hendrik Vos (49 jaar) gaat zich als bijzonder hoogleraar vooral bezighouden met “onderzoek naar het belang van de protestantse geestelijke verzorging voor de krijgsmacht”. Met als stuwende vraag hoe de geestelijke verzorging een wezenlijke bijdrage kan leveren als het gaat om “levensvragen, identiteitsvragen of zingevingsvragen die leven bij militairen”. Het perspectief van moral injury is in dat verband een voorbeeld van hoe Vos in zijn onderzoek te werk wil gaan. Waarbij uiteraard geput zal worden uit wat “de rijke theologische traditie” ook op dit vlak te bieden heeft.

Vanwaar uw belangstelling voor defensie?

“Hoewel ik niet uit een defensiemilieu kom heb ik thuis defensie wel meegekregen vanwege mijn vader die pelotonscommandant bij de Natres was. Daar ben ik mee opgegroeid en daar krijg je op jonge leeftijd dan het nodige van mee. Ik hoefde, als student theologie, niet in dienst. Ik ben toen buitengewoon dienstplichtig geworden. Daarna ben ik niet zo heel veel met defensie bezig geweest totdat ik in mijn rol als ethicus, zo rond 2011, door de Dienst Geestelijke Verzorging gevraagd werd om mee te denken over de moreel vormende taak van de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht. Dat vond ik heel interessant. En ik ging mij met name verdiepen in wat er allemaal speelt voor militairen die op uitzending gaan. Welke rol kan de geestelijke verzorging in dat verband op zich nemen.”

Afstemmen theorie en praktijk
Die hernieuwde band met defensie en de Defensieorganisatie en het zich verdiepen in de geestelijke verzorging voor militairen, is nu uitgemond in de bijzondere leerstoel gericht op de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht vanuit protestants perspectief.

Het is het tweede bijzondere professoraat geestelijke verzorging bij de krijgsmacht. Vijfentwintig jaar geleden werd aan de Theologische Faculteit van de Universiteit van Tilburg (Tilburg University) de bijzondere leerstoel Vraagstukken van Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht ingesteld. Een gezamenlijk initiatief van de toenmalige bisschop van Rotterdam en Legerbisschop Monseigneur Philippe Bär en de Dienst Rooms-katholieke Geestelijke Verzorging (RKGV). En daarnaast is nu, na een kwart eeuw, de protestantse ‘variant’ aangetreden. Maar ‘wee degene die daar kwaad van denkt!’ Het is niet een vanuit rivaliserend denken gevoede drijfveer die na al die tijd geleid heeft tot de instelling van het professoraat Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht.

Nee, hier eisen andere aspecten de rol van aanjager op. Volgens Pieter Vos is van groot belang “de behoefte bij de geestelijke verzorging om haar vakgebied blijvend te laten voeden vanuit de academie. Het gaat dus om de academische doordenking van de geestelijke verzorging. Omgekeerd bestaat vanuit de academie de behoefte om heel goed feeling te hebben met de verschillende werkvelden waarvoor ze opleidt. Theorie en praxis komen dus bij elkaar, er is een mooie verbinding tussen universiteit en de praktijk. Mijn betrokkenheid bij het project morele vorming was daar al een voorbeeld van.”

Samenwerking PGV en PThU
Sinds 2016 is er een convenant tussen de PGV en de PThU over onder meer de opleiding van geestelijk verzorgers, bijscholing voor krijgsmachtpredikanten en stagefaciliteiten voor studenten bij de dienst. Daarnaast geven PGV’ers met enige regelmaat colleges over hun specifieke werkveld aan PThU-studenten. Maar ook voor eventueel (promotie)onderzoek en promotie melden krijgsmachtpredikanten zich bij de PThU. Deze samenwerking die zich in de loop der tijd heeft verbreed en verdiept, is nu dus uitgemond in de instelling van de leerstoel.

Betekent dit ook dat u, de PThU, nu regulier krijgsmachtpredikanten gaat opleiden?Pieter Vos Websize locatie groningen

“Ja, en dat deden we al. Wij leiden geestelijk verzorgers in de breedte op maar studenten die zo’n route kiezen kunnen zich ook specialiseren in het krijgsmachtpastoraat. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze hun stage doen in het veld van de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht. Daarnaast worden ze vanuit de PThU begeleid, bij de stage en bijvoorbeeld bij het schrijven van papers of een masterthesis op dat gebied.
Zo geef ik vanaf de maand november een collegeserie krijgsmachtethiek en geestelijke verzorging om studenten ook theoretisch te bepalen bij vraagstukken van oorlog en vrede, van morele vorming. Dat betreft dus met name de ethische kant van het domein.”

Uw collega Fred van Iersel houdt zich met dezelfde discipline bezig. Is er sprake van samenwerking?

“Ja, absoluut! Onze samenwerking gaat terug tot 2011 rond het project morele vorming en daarna hebben we meerdere keren met elkaar samengewerkt in boekpublicaties. Onder meer drie boeken over morele vorming bij de geestelijke verzorging, cursussen en trainingen over de moreel vormende taak van de geestelijke verzorging, aan gv’ers van de verschillende denominaties bij de krijgsmacht.
Bij de viering van het ambtsjubileum van Fred op 30 oktober jl. heb ik ook een lezing mogen houden. Dat toont en bekrachtigt de goede samenwerking van de afgelopen jaren. En daar gaan we gewoon mee door. Zo heb ik laatst nog geopponeerd bij een promotie die onder zijn leiding plaatsvond. Allemaal goede voorbeelden van onze samenwerking.”

U bent benoemd voor 5 jaar. En daarna?

“Daarna? Dan zou het mooi zijn als dit werk weer verder kan worden voortgezet. Ik doe het in deeltijd, naast mijn aanstelling als universitair hoofdocent ethiek aan de PThU. We zullen zien hoe het zich verder ontwikkelt.”

Pieter Vos Webszie Logo PThUNiet in dienst bij Defensie
Voor de financiering van de protestantse bijzondere leerstoel is een andere constructie gevonden dan indertijd voor de Tilburgse ‘tegenhanger’. Voor het (structureel) financieel onderhouden van het professoraat in Tilburg wordt onder meer gebruik gemaakt van de formatieruimte waarover de dienst Rooms-Katholieke Geestelijke Verzorging (RKGV) beschikt bij Defensie. Naast deeltijdhoogleraar aan de Theologische Faculteit van Tilburg University is Fred van Iersel voor de rest van zijn werktijd theologisch adviseur van de RKGV. Van dit alles is bij het professoraat van Pieter Vos geen sprake.
“Nee. Er is een stichting, de Stichting Christelijke Hulpverlening Militairen, die de leerstoel bekostigt”, zegt Vos met nadruk. “Ik ben niet in dienst van Defensie, het is goed om dat scherp te hebben.”

Die afstand moet bewaard blijven?

“Nou niet persé afstand. Wel is het helder waar bij mijn leerstoel de verantwoordelijkheden liggen. Niet in de lijn van Defensie of bij de Defensieorganisatie maar bij een stichting die zich richt op het versterken en ondersteunen van het werk van de geestelijke verzorging en academisch gezien bij de PThU.”

Ziet u misschien in de toekomst een leerstoel ingesteld worden die alle denominaties bij de DGV omvat?

“Het zou kunnen maar dan roept dat direct de vraag op: ‘Waar vestig je die leerstoel?’ Wordt dat de Tilburg School of Catholic Theology van Tilburg University, de Protestantse Theologische Universiteit, de Universiteit voor Humanistiek om drie logische partners te noemen. Ja, waar vestig je dan die algemene leerstoel?
Kijk, de beweging is sterk naar een algemene geestelijke verzorging. Dan vind ik het juist wel mooi dat vanuit de protestantse en katholieke bijzondere leerstoelen ook de ‘eigenheid’ ingebracht wordt zonder dat het uitsluitend wordt of iets dergelijks, - dat is absoluut niet de bedoeling. Maar toch wel de waarde van die eigen traditie in blijven brengen. En daar zie ik wel veel in. Maar ja, het kan op zich ook op een andere manier, natuurlijk.”

 


[1] Vos studeerde theologie aan onder meer de Theologische Universiteit Kampen. In 2002 promoveerde hij cum laude op een proefschrift getiteld ´De troost van het ogenblik: Kierkegaard over God en het lijden´.

[2] Oratie ‘Het gedeelde verhaal van een beschadigde moraal - Moral injury en de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht’. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Protestantse geestelijke verzorging bij de krijgsmacht aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Groningen. Online te vinden: https://www.pthu.nl/Over-PThU/Organisatie/Medewerkers/p.h.vos/inaugurele-oratie-8-oktober-2019/