Contact met uw bond
033-4953020


Hectisch, maar normaal voor deze tijd van het jaar. Normaal gesproken is er altijd wel veel hectiek als het regeringsreces zich aandient. Velen willen dan nog even voor het reces dingen geregeld hebben en dat komt niet altijd de kwaliteit ten goede.

De druk om nog iets geregeld te krijgen komt dan vooral van de hogere bazen van Defensie die menen dat ze maar alles kunnen doen zonder de medezeggenschap en de bonden daarbij te betrekken.

Laat ik helder zijn. Wij houden niets op of tegen! Wij gaan op een zorgvuldige manier om met voorstellen waarbij wij de rechtspositie van het Defensiepersoneel nimmer uit het oog verliezen. Maar dit jaar was het wel heel bijzonder.

Eerst uiteraard aandacht voor de Veteranendag op een stralende zonovergoten 30ste juni. Wederom was er veel respect en waardering van het publiek. Vooral de oudere veteranen en de delegatie van Dutchbat III mochten speciale waardering en respect ontvangen.

Daarna op 2 juli, uitreiking van dapperheidsonderscheidingen aan 14 militairen. Zonder iemand tekort te willen doen heb ik toch speciale waardering voor de dapperheidsonderscheiding aan een KMar militair. Vooral omdat hij en zijn collega ongewapend hun leven op het spel zetten om anderen te redden.

Dan verder met de hectiek. Zoals u weet moest er vóór 1 juli een onderhandelingsresultaat liggen met daarin een gewijzigd pensioenstelsel en uiteraard een loonparagraaf. Op 7 juni werd er pas gestart met het overleg. De tijd was dus krap bemeten!

Meerdere malen heb ik aan de minister en de staatssecretaris aangegeven dat de manier waarop én de stappen in de onderhandelingen, niet zouden leiden tot een akkoord.
Ik heb dan ook de staatssecretaris opgeroepen om de regie te nemen en zelf de onderhandelingen te voeren met de bonden. Doordat zij op het allerlaatste moment inderdaad zelf de onderhandelingen ging voeren kon er op vrijdag 13 juli (hoe symbolisch) om 03.30 uur uiteindelijk een principeakkoord worden bereikt. De laatste dag voor het reces dus, maar ik ben er blij mee.

Lees meer: Voorwoord AJ#07-08-18

Eindelijk, maar veel te laat, kan er gestart worden met de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen.

Al eerder heb ik geschreven dat bij het sluiten van het onderhandelingsresultaat (in oktober 2017) door de toenmalige minister van Defensie Dijkhoff en bij de ondertekening van het arbeidsvoorwaardenakkoord door de huidige staatssecretaris (in december 2017) is benadrukt dat er doorgepakt moest worden en direct begonnen moest worden met de onderhandelingen voor een nieuw akkoord ingaande 1 oktober 2018.

Daarna bleef het oorverdovend stil van de zijde van Defensie. Wat bleek? Er was geen mandaat om de onderhandelingen te starten. In april 2018 werd in een vergadering van het Sector Overleg Defensie (SOD) door de minister aangegeven dat er mandaat was.

Maar al gauw bleek dat er alleen mandaat was voor een nieuw pensioenstelsel. Terwijl alle bonden eerder strijk en zet hadden bepleit dat er een mandaat moest zijn voor een volledig arbeidsvoorwaardenpakket met daarin als onderdeel een nieuw pensioenstelsel.

Dus wederom geen start van de onderhandelingen, er werd vervolgens door de bonden een ultimatum gesteld dat de minister alle tijd werd gegeven zo snel mogelijk een volledig mandaat te krijgen.

Op 22 mei werd er weer een SOD-vergadering belegd en werd door de minister aangegeven dat er een volledig mandaat was.

Bij doorvragen werd echter al snel duidelijk dat dit nog bekrachtigd moest worden in de ministerraad van 25 mei. Voor ons was dit onvoldoende om te starten met de onderhandelingen en werd het SOD geschorst in afwachting van de accordering. Op 25 mei kregen wij een berichtje dat de ministerraad akkoord was met het mandaat.

Lees meer: Voorwoord AJ#06-18

GEEN WOORDEN MAAR DADEN. Dat is een bekend gezegde en (voetbal) lied (vooral in Rotterdam). De minister en staatssecretaris van Defensie kennen vast deze uitdrukking wel en doen daar dan ook volop aan mee.

Na de presentatie van de Defensienota wordt deze gelijk omgezet in daden. In de afgelopen periode heb ik alvast 17 materieelprojecten langs zien komen. Verpakt en vervat in ‘A-brieven’ (grote materieelprojecten) aan de Tweede Kamer. Deze brieven gaan over aanschaf van nieuwe wapensystemen, vervanging en midlife updaten van bestaande projecten.

In een van de brieven schrijft de minister dat in de periode 2018-2033 in totaal
€ 43 miljard geïnvesteerd gaat worden. Goed om dit allemaal te vernemen. Onze collegae verdienen het dubbel en dwars om met de beste spullen hun werk te kunnen doen.

Maar nu komt het! Welk personeel moet deze systemen allemaal gaan bedienen? In de personeelsrapportage wordt namelijk aangegeven dat het aantal vacatures steeds groter wordt. Bovendien zie ik ook nog allerlei reorganisaties langskomen met een formatie-uitbreiding. Met andere woorden: Nóg meer vacatures.

Een ander verhaal in De Telegraaf van 7 mei jl. Hierin wordt gewag gemaakt dat de Landmacht “een zieke oude man” is. Dat gaat wat ver maar er schuilt natuurlijk wel een kern van waarheid in als je ziet wat de Landmacht allemaal aan mensen en materieel heeft moeten afstoten om aan de bezuinigingen te kunnen voldoen.

En de baas van de Landmacht, luitenant-generaal Leo Beulen, doet in hetzelfde artikel een uitspraak die er ook toe doet. Hij zegt: “Personeel eerste prioriteit”. Kijk daar hebben we wat aan. Alleen hij moet dit niet tegen een verslaggever zeggen maar tegen zijn baas de minister van Defensie!

In brieven die ik lees en in de Personeelsrapportage wordt die slogan: ‘Personeel eerste prioriteit’ ook telkenmale aangeheven. In het vorige nummer van ACOM Journaal heb ik daar eveneens opmerkingen over gemaakt. De Defensienota gaat ook uit van “investeren in onze mensen” en dat Defensie “een aantrekkelijke en betrouwbare werkgever” wil zijn.

Lees meer: Voorwoord AJ#05-18

In mijn voorwoord van het maartnummer van ACOM Journaal schreef ik al dat eind maart de Defensienota gepresenteerd zou worden. Op 26 maart was het eindelijk zover. Waar ik toen nog dacht dat er een heldere visie over de toekomst van Defensie in zou staan kwam ik toch bedrogen uit.

In de Defensienota wordt ons voor de zoveelste keer verteld dat het personeel een uiterst belangrijke rol speelt in de defensieorganisatie. De nota spreekt van: “Allereerst gaan we investeren in onze mensen” en “We gaan het vertrouwen herstellen”. Mooie woorden toch?!

Verderop komt er dan een opsomming van maatregelen hoe dat allemaal vormgegeven zou moeten worden. Ik blijf herhalen: Zeggen en opschrijven is 1, uitvoeren is 2. Te vaak hebben wij meegemaakt dat men bleef steken bij 1.

Een aantal van de maatregelen staat al in het huidige arbeidsvoorwaardenakkoord. Deze moeten echter nog tot implementatie komen. Laten we daar dan eens mee aan de slag gaan zodat het personeel ook snel resultaten ziet. Andere maatregelen zijn niet op een achternamiddag gerealiseerd en dat proces duurt dus wat langer dan het huidige akkoord.

Een reden temeer om met de hoogste prioriteit te gaan onderhandelen over een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord om deze maatregelen te kunnen concretiseren. Hierover heb ik ook al geschreven in het vorige nummer. De bonden staan sinds oktober 2017 al te trappelen om de onderhandelingen te starten. Maar van de zijde van Defensie geen beweging. Taal noch teken.

Volgens de minister heeft dit alles te maken met het nog niet kunnen geven van mandaat om de onderhandelingen te starten. Om de minister tegemoet te komen hebben de bonden op 8 maart jl. in de vergadering van het Sector Overleg Defensie (SOD) aangegeven dat ze Defensie maximaal de tijd wilden geven om alsnog, zo spoedig mogelijk, dat mandaat te bewerkstelligen.

Lees meer: Voorwoord AJ#04-18

Op 24 november 2017 is er, na moeizame en langdurige onderhandelingen, een arbeidsvoorwaardenakkoord gesloten. Vooral aan Defensiezijde was het te wijten dat deze onderhandelingen zo lang duurden.

Een van de hoofdredenen was het ‘terugonderhandelen’ door de onderhandelaar van Defensie en het gemis aan voldoende mandaat vanwege de minister. Er is dan ook vaak door de bonden aangegeven dat zo’n werkwijze niet bevorderlijk is voor het vertrouwen in de onderhandelaar van Defensie. En dat dit ook het vertrouwen aantast in de Hoofd Directeur Personeel en in de minister zelf.

Om nog eens precies na te gaan hoe het onderhandelingsproces is verlopen wordt op dit moment een evaluatie gehouden door de heren Geelkerken en Leijh. In ieder geval dient voorkomen te worden dat de huidige onderhandelingen weer een zeer moeizaam en langdurig karakter zullen krijgen. Dit mag absoluut niet gezien de afspraken in het huidige akkoord.

Daarin is, onder andere, afgesproken dat er op 1 oktober 2018 een nieuw akkoord moet zijn om een specifiek militair pensioenstelsel per 1 januari 2019 in te kunnen laten gaan. Snelheid is dus geboden om tot een onderhandelingsresultaat te komen dat aan de achterban voorgelegd kan worden.

Maar dan zal dit resultaat wel voor het zomerreces bereikt moeten zijn om vervolgens de achterban te kunnen raadplegen. Je zou dus zeggen dat de onderhandelingen met voorrang en spoed in januari al in gang hadden moeten zijn gezet. Groot is dan ook de verbazing dat de onderhandelaar van Defensie tot nu toe nog geen mandaat heeft om de aftrap voor de onderhandelingen te doen. De staatssecretaris moet wel beseffen dat zo de tijd verstrijkt zonder onderhandelingen en dus de datum van 1 oktober 2018 niet haalbaar zal blijken te zijn.

Lees meer: Voorwoord AJ#03-18

Op 19 januari 2018 kwam het eindrapport van de Commissie Van der Veer (oud-Shell topman) ‘Het moet en kan veiliger’ in de openbaarheid. Deze commissie werd ingesteld door de toenmalige minister van Defensie Hennis naar aanleiding van het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) naar het mortierongeval in Mali.

De commissie heeft ook andere incidenten in haar onderzoek betrokken waarbij vragen rond de veiligheid van de taakuitvoering zijn gesteld. Zonder op de inhoud van het rapport in te gaan, - het gehele rapport kunt u zo gewenst opvragen bij het secretariaat van de ACOM (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) -, wil ik wel ingaan op de conclusies en aanbevelingen. De minister heeft al laten weten alle aanbevelingen over te nemen.

De conclusies liegen er niet om.
• De eerste (belangrijkste) conclusie is: “Uit het onderzoek blijkt dat de vier kernelementen (strategie, structuur, systeem en cultuur) bij Defensie onvoldoende ontwikkeld zijn om een veilige taakuitvoering te waarborgen”.
• Tweede conclusie: “Er is geen sprake van een sluitende leercyclus op zowel het niveau van de Bestuursstaf als op het niveau van de defensieonderdelen”.
• Derde conclusie: “Op het gebied van bedrijfsveiligheid is Defensie dus onvoldoende in control”.

Uiteraard komen na de conclusies de aanbevelingen. Het gaat hier te ver om al deze aanbevelingen te noemen. Wat mij echter wel opviel is dat in het lijstje van zeven aanbevelingen pas op de zevende plaats cultuur genoemd wordt. Wat mij betreft zou dat op de eerste plaats moeten zijn. Als veiligheid in de cultuur van de organisatie zit kunnen alle andere aanbevelingen beter tot hun recht komen.

Wat mij verder opviel in het rapport is dat de jarenlange bezuinigingen op het Defensiebudget niet geheel als excuus gezien mogen worden. Maar diegenen die het allemaal hebben meegemaakt weten wel dat als gevolg daarvan door de organisatie bepaalde keuzes zijn gemaakt.

Lees meer: Voorwoord AJ#02-18