Contact met uw bond
033-4953020


Zouden het kabinet en de Tweede Kamer nu wel in actie komen om de boel bij Defensie draaiende te houden. Wij roepen (schreeuwen eigenlijk) en schrijven al jaren dat Defensie uitgehold is, er vlees noch vet meer op de botten zit, nee, dat zelfs botten al zijn verdwenen.

Iedere keer daarbij aangegeven:
• dat er fors meer geld naar Defensie moet en
• dat de beetjes die de laatste 2 jaar erbij gekomen zijn uiteindelijk alleen als resultaat sorteren dat het ‘minder minder’ is geworden.

Dan komt er een rapport van de Algemene Rekenkamer (ARK). De ARK heeft aangegeven dat Defensie de haar opgelegde taken niet naar behoren kan vervullen! Tjonge jonge wat een nieuws, daar heb je echt geen rapport van de ARK voor nodig, - iedere willekeurige militair had dit al geconcludeerd.

Maar misschien helpt het rapport de politiek nu eens te overtuigen dat het echt zo niet langer gaat. Zoals het politieke spel in elkaar steekt komen er natuurlijk (Kamer)vragen vanuit de vaste commissie voor Defensie aan de minister van Defensie. Vragen voor de bühne zou ik bijna zeggen.

De staat van Defensie is bij deze commissie zeer wel bekend. Niet alleen door de roep van de vakbonden (ik weet zeker dat ze de vakbondsbladen lezen) maar ook door de werkbezoeken die de commissie steeds weer aflegt. Nou zullen ze wel denken dat het hier om ‘vakbondsretoriek’ gaat maar als ze ons niet serieus nemen wijs ik toch even op een trendbreuk waarvan nu sprake is.

Lees meer: Voorwoord AJ#06-16

Het is me weer wat. In de krant van wakker Nederland lees ik ineens dat de Gezamenlijke Officieren Verengingen (GOV) en de AFMP vinden dat de militair zijn/haar uniform weer op straat moet kunnen dragen. Ik heb daar al op gereageerd toen het afgekondigd werd door de opperbaas van de krijgsmacht.

Ik ben en blijf van mening dat mensen zelf wel moeten kunnen bepalen wat zij in hun vrije tijd aantrekken. Natuurlijk moet het dan wel het juiste tenue zijn en je moet er van bewust zijn dat je door je uitdossing ook een bepaalde ‘aantrekkingskracht’ krijgt. Daar kunnen positieve maar helaas ook wel eens negatieve gevolgen mee verbonden zijn. Nogmaals, wat mij betreft: ‘The choice is Yours’.

Verder in diezelfde krant, waarbij ik maar opmerk dat er een nieuwe ‘defensie-verslaggever’ is die nog niet precies weet welke voorzitter bij welke vakbond hoort, een stelling van de dag.

Dit keer de stelling: “Krijgsmacht sterk genoeg”. 90% van de lezers is het daarmee oneens. Bovendien werd ook gevraagd of de militair genoeg respect krijgt uit de samenleving. Hierop geeft 77% van de deelnemers een negatief antwoord. Een duidelijk signaal, lijkt me.

Ook de nieuwe commandant van het landleger doet een ferme uitspraak in het periodiek ‘Landmacht’. Ik citeer: ”We leven in een turbulente tijd. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Daarom is een op haar taak berekende krijgsmacht noodzakelijk. De samenleving wordt zich hier steeds meer van bewust.”

Ook gezien het bovenstaande mag ik er nu toch wel vanuit gaan dat de stem van het volk gehoord wordt door de (politieke) vertegenwoordigers van dat volk. Ik kan me dan ook niet anders voorstellen dan dat, gezien de staat van de krijgsmacht en het continue beroep dat daarop gedaan wordt, er flink veel extra geld bijkomt. En dat zeker niet alleen omdat de rijen vakantiegangers op Schiphol te lang worden door personeelstekort bij de marechaussee, maar meer nog voor de veiligheid van en in onze samenleving.

Verder staat de maand mei uiteraard in het teken van herdenken en vieren. Op 4 mei herdenken we en zijn we dankbaar voor wat andere mensen voor onze vrijheid betekend hebben. En daarvoor zelfs het grootste offer gebracht hebben dat er is: hun leven.

Lees meer: Voorwoord AJ#05-16

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) werd op 4 april 1949 opgericht. In een twitterbericht van onze minister van Defensie lees ik dat de NAVO nog niet met pensioen kan.

Dat ben ik gaarne met haar eens. Maar de NAVO kampt eigenlijk met dezelfde problemen als de pensioenen in Nederland. Er is al jaren niet geïndexeerd en erger nog er is op bezuinigd. De NAVO-norm is 2% van het Bruto Nationaal Product, wij als een van de welvarendste landen binnen de NAVO komen niet verder dan een schandalige 1,14%. Wat dat tot gevolgen heeft laat zich raden.

Bij het afscheid van Mart de Kruif als Commandant van de Landstrijdkrachten werd door hem gewag gemaakt van de armoedige staat van ons landleger. De helft van het voertuigenpark staat stil als gevolg van achterstallig onderhoud en gebrek aan reservedelen. Eerder heb ik, met name ook op deze plaats, al genoemd: het gebrek aan munitie en wapensystemen.

Dan gaan we verder met onze hoogste generaal, de Commandant der Strijdkrachten (CDS). Die tijdens het ‘Elsevier Defensiedebat’ zegt dat de krijgsmacht zucht onder de bezuinigingen en dat haar slagkracht flink omhoog moet.

Maar beste generaal Tom Middendorp dat kan niet zonder geld erbij en dat weet u ook. Tot nu toe is daar weinig van terecht gekomen. Toch eens tijd om te gaan staken in plaats van altijd maar te vertrouwen op de loyaliteit van onze militairen.

Overigens stond in dit verband een aardige beeldspraak van de CDS in het Leidsch Dagblad: “Bij elke tegenslag schudt het Nederlandse leger trots de veren om vervolgens onverstoorbaar verder te gaan”. Waarop de schrijver van het artikel reageerde: “Het is lastig schudden met veren die allang zijn geplukt.” Hulde voor deze scherpzinnige opmerking.

Dan onze nationale luchthaven Schiphol en de vliegmaatschappijen die er hun thuishaven hebben. Ze eisen onder meer dat er meer marechaussees komen om de rijen bij de paspoortcontrole kort(er) te houden. Maar ook hier is sprake van verdeling van schaarse middelen.

De politiek heeft immers besloten dat vanwege verhoogde dreiging van terrorisme de marechaussee een Hoger Risico Beveiligingseenheid (6 pelotons) moest oprichten van in totaal 360 personen. Dit keer werd daar zowaar geld voor beschikbaar gesteld.

Lees meer: Voorwoord AJ#04-16

Het is weer zover. Hebben we eindelijk het grootste deel van de discussie over de F-35, de Joint Strike Fighter, gehad (er worden nog steeds Kamervragen gesteld over dollarkoers en geluidsnormen), komen we bijna vanzelf in de volgende discussie over de vervanging van de onderzeeboten uit de Walrusklasse.

Nou heb ik alleen verstand van rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van het Defensiepersoneel en niet van wapensystemen. Niet van tanks, niet van vliegtuigen, niet van schepen en boten en niet van de bommen en granaten die door al die platforms kunnen worden afgeschoten.

Maar ik ben daar eerlijk in. Als de dames en heren in de Tweede Kamer zich alleen zouden bemoeien met onderwerpen waar zij verstand van hebben hadden ze het veel gemakkelijker en hielden ze zeeën van tijd over.

De vraag moet natuurlijk zijn: ‘Hebben we, gezien de taak van de krijgsmacht, deze wapensystemen nodig. Als die vraag met ‘ja’ beantwoord wordt moeten die, zogenaamde, deskundigen zich er verder niet mee bemoeien anders dan controle uitoefenen op het proces.

Wat precies voor die taak nodig is moet je dan overlaten aan de echte deskundigen en die werken bij Defensie. Dat zijn ook de mensen die met deze wapensystemen de opgedragen taken moeten uitvoeren. Maar de discussie zal wel weer langs ‘de lijn van de boekhouder’ gevoerd worden.

Zoals al vaker gezegd, taak en middelen moeten in evenwicht zijn en dat is al jaren niet het geval. Dus zogenaamde deskundigen, zorg dat Defensie voldoende middelen heeft om het Defensiepersoneel met de best mogelijke middelen de taken te laten uitvoeren die u ze opgedragen heeft. Het Defensiepersoneel heeft daar recht op, - zeker gezien de gevaarlijke aard van het werk.

En dan heb ik het slechts over de onderzeeboten. Om nog even bij de Marine te blijven, de mijnenjagers hebben allang hun ‘houdbaarheidsdatum’ overschreden. Ze liggen meer stil door het ontbreken van reservedelen en uitval door technische storingen, dan dat ze varen. Zal ook wel weer een hele discussie worden door onze deskundigen in de Tweede Kamer.

Lees meer: Voorwoord AJ #03-16

In de Volkskrant van 5 februari jl., las ik een artikel onder de kop ‘Hoeveel krijgsmacht durft de EU te delen?’ Aanleiding van dit artikel was de ondertekening door de ministers van Defensie van Duitsland en Nederland van een maritiem samenwerkingsverband.

Het Seebataillon van de Duitse marine wordt geïntegreerd in de Koninklijke Marine waarbij heel nadrukkelijk het gezamenlijke gebruik van Zr. Ms. Karel Doorman wordt genoemd. Nu is er niets mis met (militaire) samenwerking, - met Duitsland gebeurt dit vooral met de Koninklijke Landmacht.

Met België hebben we onder andere samenwerkingsverbanden onder de vlag van de Admiraliteit Benelux en afspraken over de bewaking van het Benelux-luchtruim in het kader van Quick Reaction Alert (QRA). Met Engeland werken vooral onze mariniers al jaren gemeenschappelijk samen.

Zo zijn er vele samenwerkingsverbanden te noemen. Daarnaast werkte en werken Nederlandse militairen gezamenlijk met andere krijgsmachten uit de EU, de Verenigde Staten en andere landen in het verband van velerlei uitzendingen en missies waar ook ter wereld.

Waar wil ik heen met deze opsomming? Wij als bond zijn toch niet van de “bommen en granaten” maar vooral voor de rechtspositie van de Defensiemedewerkers? Welnu, dat is precies waar ik heen wil. De arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van het Nederlandse Defensiepersoneel mogen in geen geval discussie worden in welk samenwerkingsverband dan ook.

Ook als Nederlandse eenheden onder bevel staan van een bondgenoot moet het duidelijk zijn dat de Nederlandse rechtspositie van toepassing is. In mijn tijd heette dat OOB “onder operationeel bevel”. Bij mijn gesprekken met de collega’s de afgelopen jaren in de diverse missiegebieden werd menigmaal de discussie gestart dat het bij andere landen allemaal veel beter geregeld en betaald werd.

Lees meer: Voorwoord AJ #02-16

Het nieuwe jaar begint traditiegetrouw met veel vuurwerk. Nederland schoot met oud en nieuw voor € 70 miljoen de lucht in. Niet dat ik tegen vuurwerk ben maar ik zou toch een veel betere bestemming weten voor die 70 miljoen.

Waar ook weinig rekening mee gehouden wordt is dat er mensen zijn die het mooi en leuk vinden vuurwerk af te steken. De overheid tracht dan nog wel tegen te gaan dat dit bij of in de nabijheid van bijvoorbeeld verzorgingstehuizen, ziekenhuizen en andere gevoelige plaatsen gebeurt, maar veel helpt dat niet.

Waar helemaal geen rekening mee gehouden wordt is dat er mensen zijn in Nederland die helemaal niet tegen vuurwerk kunnen door omstandigheden die zij hebben meegemaakt. Ik noem hierbij op de eerste plaats onze veteranen die PTSS hebben en de knallen vergelijken met oorlogsgeluiden.

Een andere groep mensen die een soortgelijk gevoel overhoudt aan dit vuurwerk zijn de asielzoekers uit oorlogsgebieden waar bombardementen en beschietingen aan de orde van de dag waren.

Tweemaal jammer dus: Mensen die er echt last van hebben en onnodige geldsmijterij. Ik besteed er dus ook geen geld aan en ik hoop dat de gelukzalige afschieters voortaan beseffen wat zij doen en rekening houden met de medemens.

Lees meer: Voorwoord AJ #01-16