Contact met uw bond
033-4962722


In de vergadering van het Sector Overleg Defensie (SOD) op 4 oktober is een helder signaal gegeven aan de staatssecretaris van Defensie (StasDef). Alle 4 de centrales hebben in deze vergadering het resultaat van de raadplegingen van hun eigen achterban kenbaar gemaakt.
Alle 4 de centrales hebben aangegeven niet akkoord te kunnen gaan met het onderhandelingsresultaat. In eerdere berichtgevingen hebben we u al aangegeven dat de onderhandelingen niet de schoonheidsprijs verdienen.

Iedereen was in november 2017 ervan overtuigd dat er doorgepakt moest worden. Helaas is er van werkgeverszijde daar geen uitvoering aan gegeven. Pas op 13 juli 2018 werd er een onderhandelingsresultaat bereikt met name omdat de minister pas op een zeer laat moment het financiële mandaat kreeg om te onderhandelen.

Waarom vinden onze leden, maar over het algemeen al het militair personeel, dit resultaat niet genoeg? Dit zal vast te maken hebben met het vertrouwen in de Defensieorganisatie als geheel en in dat verband gewekte verwachtingen in de Defensienota van begin dit jaar. Daarin werd benadrukt dat het personeel van Defensie de belangrijkste factor was. Ik herinner u er even aan dat ik toen al op deze plek geschreven heb dat je wel mooie woorden kunt stoppen in de Defensienota maar dat je ze vervolgens ook moet waarmaken. Daar zit de crux.

Onze mensen op de werkvloer zien geen concrete resultaten van deze mooie woorden. Zij zien de beloofde significante verbeteringen van de arbeidsvoorwaarden niet terug in het onderhandelingsresultaat. Bovendien hebben zij eenmaal, andermaal en opnieuw aangegeven diep teleurgesteld te zijn in de Defensieorganisatie en geen vertrouwen te hebben in de politieke leiding van ons departement maar ook niet in de hogere legerleiding.

Het is dan ook een lastige opgave om dat vertrouwen te herwinnen. Ik besef ook wel dat niet alles in een keer gerepareerd kan worden maar we moeten wel merkbare stappen zetten. Ik roep dan ook de bewindslieden op om de door hen gewekte verwachtingen waar te maken. Het defensiepersoneel verdient respect en waardering maar ook perspectief voor wat betreft de toekomst.

Verder helpt natuurlijk ook niet het sacherijn op de werkvloer. Als je via de leden moet vernemen dat militairen maar zelf uitrustingsstukken moeten kopen om op oefening te gaan, snappen ze het dus nóg niet in de Haagse ‘werkelijkheid’. Natuurlijk komt er dan wel een reactie vanuit de StasDef maar dan is het al te laat en de toon is alweer gezet.

Zo ook de ondeugdelijkheid van helmen en scherfvesten. U kunt zich dus wel voorstellen waarom het Defensiepersoneel geen vertrouwen heeft in zijn eigen organisatie en de politieke leiding daarvan. Tijd dus om het tij te keren. Dat is niet alleen een oproep aan de politieke leiding van Defensie maar ook aan de hogere legerleiding. En zeker niet in de laatste plaats aan de Nederlandse regering die de Defensieorganisatie wel opdrachten geeft maar níet de daarbij behorende middelen.

Schaam u en denk eens aan de mensen die uw opdrachten toch proberen uit te voeren met een tekort aan personeel en middelen. Ik zou bijna hoop krijgen als ik het bericht in Trouw van 4 oktober lees. Daarin zegt de minister dat er veel meer Nederlands geld moet naar de NAVO. Mevrouw de minister zorg er eerst maar eens voor dat er veel meer geld gaat naar de arbeidsvoorwaarden van het Defensiepersoneel.

Tenslotte wens ik de deelnemers aan de Invictus Games in Sydney, Australië, heel veel succes toe maar vooral ook heel veel plezier.