Contact met uw bond
033-4962722


Niet ver van het Vormingscentrum Beukbergen, op loopafstand zelfs, ligt het Nationaal Militair Museum. Wanneer een groep van de initiële opleidingen komt confereren, is het fijn om middels een wandeling en bezoek aan het museum het nuttige met het aangename te verenigen. Wandelen doet een mens goed, zet aan tot reflecteren. De museumcollectie is een visualisatie van verleden en heden van de krijgsmacht. Merkstenen Nationaal Militair Museum

Tijdens de wandeling er naar toe laat ik onze militairen in opleiding met elkaar reflecteren op het groepsproces. Al wandelend bespreken ze wat er goed gaat in de groep, wat er beter kan en waar kansen liggen. We lopen langs de Amersfoortseweg en buigen af naar het Park Vliegbasis Soesterberg, tegenwoordig eigendom van Het Utrechts Landschap. We steken al keuvelend de brede start- en landingsbanen van asfaltbeton over waar vanaf ooit de Sabre’s, Phantoms en F-15 Eagle’s van het Amerikaanse 32 Tactical Fighter Sqn, "The Wolfhounds" of “The Queens Own” opereerden.

Ik geef in het museum een simpele opdracht mee. Ik vraag u dit ook, wanneer u dit leest en binnenkort eens het museum bezoekt. Loop eerst eens gedachteloos rond, zonder doel. Bij welk museumstuk blijf je extra stilstaan, welk valt je op? Is het een positieve of negatieve indruk die je hiervan krijgt. Waarom? Maak er desnoods een foto van.

Het museum gaat over militairen en ik ben er zelf erg van gecharmeerd hoe onze man en vrouw in het veld een plaats hebben gekregen in de collectie. Ik vraag hoe jij zelf later onderdeel zou willen zijn van de collectie, hoe jouw militair-zijn museabel zou kunnen zijn.
Als laatste vraag ik om op zoek te gaan naar het museumstuk dat iets vertelt over jouw keuze om te willen werken bij Defensie. Maak ook hier een foto van en vertel het verhaal erbij waarom jij militair wil worden.

Bij andere groepen stel ik ook wel de vraag welk beeld het museum schetst van de Nederlandse Defensieorganisatie, oftewel van de Krijgsmacht.

Merkstenen M16 helmTeruggekomen op het Vormingscentrum komen de verhalen los. Het is opmerkelijk hoe achter voorwerpen een wereld van verhalen ontdekt wordt. De persoonlijke verhalen van militairen maken indruk en strekken tot voorbeeld. Natuurlijk ontkom ik zelf er ook niet aan om mijn ervaringen in het museum te delen. Ik ben telkens ontdaan van de uitrustingen waarmee onze militairen door de tijden heen naar het front werden gestuurd. Hoe het materiaal steeds net niet voldeed, net te weinig, net niet sterk of krachtig genoeg en soms ronduit achterhaald. Ik verbaas mij hardop over de afwezigheid van aandacht voor het grootste militaire succes van onze krijgsmacht sinds de 10-daagse veldtocht van augustus 1831. Het was een succes waaraan mijn beide grootvaders als militair hebben bijgedragen. De een als dienstplichtige en de ander als vrijwilliger in de Landstorm, als reservist. Ik tover van de eerste diens helm tevoorschijn. Ik bewaar deze eerste Nederlandse helm M16, model 1916, zorgvuldig in mijn eigen kleine traditiehoekje. Hij is uit een stalen plaat geperst, echter niet van kwaliteitsstaal. Het was er door schaarste gewoon niet. De Nederlandse helmen voldeden niet in alle opzichten aan de schiet -en slagproeven en de eisen die de legerleiding had opgesteld. Soit.

Lees meer: M16

‘Gij zult de naam van de HERE uw God niet ijdel gebruiken!’

Is religie de moeder van alle oorlog en geweld? Ja, zeiden veel militairen die ik als geestelijk verzorger sprak tijdens missies in Merkstenen Koerdische strijdersAfghanistan. Meermalen merkte men op: “Doom, als er geen godsdienst bestond, zaten wij hier niet in deze zandbak”.

Het was een goedmoedige plaagstoot in mijn richting, die ik ook zo kon ontvangen. Maar evengoed was en ben ik me ervan bewust, dat de ondertoon wel degelijk serieus is. Wapengeweld en oorlogshandelingen gaan in alle tijden, inclusief de onze, opvallend vaak vergezeld van ‘Godtalk’.

Fighting for Jesus?
Nog niet zo heel lang geleden publiceerde het Nederlands Dagblad een foto, waarop Koerdische strijders van christelijke komaf in militair tenue te zien waren, die trots hun JESUS-tattoos aan de camera toonden. Ze stonden op het punt om hun woonplaats terug te veroveren op de in naam van Allah optredende IS-tegenstander. De foto prikkelde mij tot een kritische commentaar. Spits van mijn betoog was: houd de naam van God (hoe je dat begrip dan ook verder invult) ver buiten het krijgsbedrijf! Er vielen nogal wat lezers over me heen. Of je jezelf dan niet zou mogen verdedigen als je aangevallen werd, verjaagd en vervolgd, verdreven van je geboortegrond. Maar dat was niet wat ik ter discussie stelde. Mijn punt was, dat zodra de anti-IS strijders hun wapens op de tegenstander leegschieten in Jezus’ naam, zij precies hetzelfde doen wat aan de IS-strijders wereldwijd verweten wordt, namelijk de naam van hun God misbruiken voor terreur en geweld.

Merkstenen Dietrich Bonhoeffer CitatenHet dilemma van Bonhoeffer
Het met geweld beëindigen van menselijk leven blijft iets kwalijks. Daar was de jonge Duitse dominee Dietrich Bonhoeffer, toen hij zich inliet met een samenzwering die tot doel had, Adolf Hitler het leven te benemen, diep van doordrongen. Echter, zo redeneerde hij, niets doen, met als gevolg de dood van talloze onschuldigen, zou een grotere zonde tegen God en de humaniteit zijn.

Het is onder meer deze overweging van Bonhoeffer die mij er begin 2000 toe bracht, het vreedzame beroep van predikant te verwisselen voor een loopbaan als geestelijk verzorger bij de Koninklijke Landmacht.
Het was een geleidelijk proces, dat begon met het zien van beelden van de burgeroorlog op de Balkan, begin jaren negentig van de vorige eeuw. Inclusief de beelden van Hollandse jongens en meiden met blauwe helmen. Gewone mensen die vanuit de veilige en verwende Nederlandse samenleving ineens in abnormale omstandigheden werden geacht, doeltreffend en prudent op te treden, aan handen en voeten gebonden door onwerkbare ‘rules of engagement’. Zij waren volstrekt onvoorbereid op de gemeenheid en meedogenloosheid van de strijdende partijen.

Lees meer: Religie, de moeder van alle oorlogen?

Mijn zoon nodigde mij laatst uit om samen naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden te gaan. Er liep een tentoonstelling over de goden van Egypte. Het zou een trip worden langs memory lane. Wij waren daar zo’n 14 jaar geleden voor het laatst (en voor het eerst) samen geweest.

De grote kerel van nu was toen een kleine jongen met een tomeloze interesse in het Oude Egypte. Ik herinnerde hem hieraan en hoe hij toen van deMerkstenenTempel van Taffeh Museum Oudheden Leiden Bron Wikipedia ene vitrine met mummies en beeldjes naar de andere holde en alles in zich opnam. We dronken koffie naast de tempel van Taffeh. Het was het eerste waar hij naar vroeg op de heenweg in de trein. Of de tempel er nog zou staan. Deze was gebouwd in opdracht van Keizer Augustus en gewijd aan de godin Isis. Later heeft hij gediend als christelijke kerk. Het tempeltje zou onder water verdwijnen door de bouw van de Assoeandam in de Nijl. Het is steen voor steen uit elkaar gehaald, getransporteerd en in de entreezaal van het museum weer opgebouwd. Dit maakte voor de kleine jongen toen een onvoorstelbare indruk. Ook de grote kerel die nu naast mij zat keek telkens in verwondering om of het tempeltje er echt stond.

Na de koffie zochten we samen de vaste collectie nog eens op en vergaapten we ons aan de daarin tentoongestelde mummies. Vooral de mummies van dieren en kleine kinderen trokken onze aandacht opnieuw. Niet altijd ging men met eerbied om met gemummificeerde stoffelijke resten. Vanaf de vijftiende eeuw werden Egyptische mummies per ton naar Europa verscheept en vermalen tot 'medicijn': Mumia vera aegyptiaca werd toegediend als panacee en zou werkzaam zijn tegen tal van kwalen.

Merkstenen Albarello Mumia Bron WikipediaHoewel niet iedereen overtuigd was van de geneeskrachtige werking van gemalen mummie was het poeder zo populair dat er zelfs vraag naar 'verse' mummies ontstond. Mumia werd tot het begin van de 20e eeuw aangeboden als medicijn. Pas in het midden van de 19e eeuw werd gepleit voor een zorgvuldiger behandeling van mummies. Vanaf toen maken ze deel uit van museumcollecties.

Het deed mij denken aan de fascinatie voor relikwieën. In Christendom, Boeddhisme en Islam kunnen relikwieën restanten zijn van personen die een voorbeeld zijn voor de gelovigen. Maar ook voorwerpen waar mensen kracht aan ontlenen, worden soms eeuwenlang bewaard. Nog in december hoorde ik in het radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd vertellen over relikwieverering in de middeleeuwen. Over het stelen van relikwieën, pelgrimages en voorlopers van het massatoerisme.

Mensen bleken bereid te zijn om grote afstanden te reizen om relikwieën te bezoeken. Ja, zelfs was er sprake van dat mensen gerust een vinger van een skelet of een hap uit het heilig kruishout dorsten te bijten om mee te nemen. Relikwieën oefenden zo’n grote aantrekkingskracht op mensen dat het begeerlijke voorwerpen werden. Een relikwie in je stad bracht geld in het laatje, trok pelgrims en vergrootte de prestige van een stad of een kerk.

Bij de mummie van een kind vertelde ik mijn zoon hetgeen ik had gehoord op de radio. Dat de enorme vraag naar relikwieën handelaren ertoe deed overgaan om bijvoorbeeld overleden pasgeborenen te prepareren, zoals mummies, en hen post mortem verwondingen toe te brengen. Deze stoffelijke resten konden dan doorgaan voor slachtoffertjes van de kindermoord in Bethlehem. Christenen herdenken deze gebeurtenis op 28 december.

Lees meer: Omgang

Als ik dit schrijf is het nog november. We hebben zojuist het Militair Requiem gevierd. Ik heb o.a. een anekdote verteld uit de tijd van de Koude Websize KMerkstenen erbil irak 1Oorlog. Het was tijdens de Cubacrisis. Een Russische onderzeeër probeerde de blokkade te doorbreken.

Een Amerikaans schip wierp dieptebommen, niet als aanval, maar als waarschuwing. Door een van de bommen viel echter het hele communicatiesysteem van de onderzeeër uit. Nu waren ze volledig aangewezen op hun eigen noodprotocol. Dat voorzag dat ze bij een aanval hun raketten moesten afschieten.

Wel moest de commandant tezamen met zijn twee hoogste officieren de beslissing nemen. De commandant meende dat de vijandelijkheden waren begonnen en wilde lanceren. De tweede officier weigerde. Wij hebben niets geweten. We leefden rustig verder, onbewust van het feit dat ook ons lot op dat moment in handen lag van één jonge marine officier, ergens diep onder de oppervlakte van de zee; een jonge man die z'n geweten volgde en open was voor de Geest.

Daarover gaat het ten diepste ook met Kerstmis. Christus is gekomen als een Licht in de duisternis van de wereld en van ons eigen hart, schrijft Johannes. Kerstmis is dan ook primair een vraag aan ons allen: aanvaarden we dit Licht, zoals de herders en de wijzen, of wijzen we het af, zoals Herodes.

Webszie KMerkstenen Kath candon church christmas decor 08 5Mensen reageren verschillend, maar kunnen veranderen. Ik las eens het verhaal van een atheïstische Amerikaanse professor, Howard Storm. In z'n colleges spotte hij regelmatig met God en geloof. Een studente besloot voor hem te gaan bidden. Ze hield het jarenlang vol.

Toen werd hij ziek, en zweefde op de rand van de dood. Hij kreeg een 'Bijna dood ervaring'. Hij zag en voelde een grandioos en liefdevol Licht, maar werd steeds dieper getrokken in de duisternis. Paniek overviel hem. Uit zijn kindertijd herinnerde hij zich een gebedje tot Jezus. Hij bad voor het eerst na vele jaren. Ineens stond Jezus naast hem, en trok hem weg voor de poorten van de hel. Daarna werd hij in de geest meegenomen naar andere werelden. Geheimen werden hem geopenbaard. Hij heeft het tot zijn missie gemaakt om de mensheid te doordringen van de realiteit van geestelijke dingen, en noemt de dood een leugen.

Zoals Saulus na zijn aanraking door het Licht op weg naar Damascus, zo werd ook Howard Storm een Paulus. Nu trekt hij de wereld rond om mensen Jezus te leren kennen als hun Redder en Verlosser. Hij is gekomen, zoals de Bijbel zegt, om 'ons te verlossen door de vergeving van onze zonden'. Door zijn menswording, kruis en opstanding, bewerkt Hij niet alleen vergeving, maar neemt ook de consequenties van onze zonden weg door ze zelf te dragen. Dat kan alleen de Zoon van God, de mens geworden liefde, het Kind van Bethlehem.

Daar hebben zelfs de grootste mystici, filosofen en religieuze leiders ons niet veel te bieden. Nu nog staan we in de genade. Eén moment is genoeg Websize Legerbisschop Jos Puntom de hand te grijpen die God ons in Jezus reikt. Wie oprecht het kwaad van zijn leven berouwt en belijdt, en bereid is nieuwe wegen te gaan naar Gods wil, die zal volledige vergeving en verzoening ontvangen. Hij zal gered zijn voor tijd en eeuwigheid. Dat is de belofte die we elk jaar vieren bij de geboorte van onze Verlosser. Moge deze kerst ons allen sterken in de Geest en in de liefde, en ons dichter brengen bij God en bij elkaar. In die zin wens ik u van harte een Zalig Kerstfeest.

Bisschop Jozef Marianus Punt
Legerbisschop


Het is nog naar begin november als ik dit schrijf. Afgezien van de kunstkerstbomen in de bouwmarkt om de hoek herinnert nog weinig aan de komende Kerst. Vreemd om zo lang van tevoren een kerstmeditatie te schrijven. Webszie KMerkstenen burning christmas candles

Aan de andere kant heb ik niets te klagen. Dominees in het voormalige Oost-Duitsland waar ik vaak kwam moesten hun kerstmeditaties al in september af hebben. De staatscensuur moest alles nog kunnen beoordelen. Dan heb ik het over de gewone kerkbladen. Want geestelijk verzorgers in het leger waren daar niet. En er was ook geen onafhankelijke vakbond die voor de belangen van de militairen kon opkomen.

In die kerkbladen kon niet alles geschreven worden. Psalm 18 met het vers “met de hulp van mijn God spring ik over een muur” kon maar beter onbesproken blijven. En ook de oproep aan Abraham “ga uit je land naar het land dat de Heer je zal wijzen” (Genesis 12) was een ingewikkelde tekst in een land dat zijn inwoners belette om in vrijheid te leven en in vrijheid naar andere landen te gaan.

Die tijd ligt al bijna 30 jaar achter ons. Maar vrijheid en beknotte vrijheid zijn blijvend actuele thema’s. Onze krijgsmacht had ooit vooral als taak om dat Oostblok op afstand te houden. Voorbereid op een eventuele aanval van die kant. Nu worden we als militairen vooral ingezet om de internationale rechtsorde te bevorderen. Om er voor te zorgen dat mensen in de grote conflictgebieden van deze wereld iets veiliger en onbezorgder, iets vrijer en zonder dagelijks dreiging kunnen leven. Om met de paradoxale middelen van geweld en dreigen met geweld bij te kunnen dragen aan duurzame vrede.

Websize Kerstaltaar UbelsMilitairen betalen daar een hoge prijs voor. Soms is dat de prijs van hun leven, soms de prijs van hun fysieke of geestelijke gezondheid. Maar ook waar het uiterlijk allemaal goed lijkt te gaan, is vaak de vraag hoe het werk bij Defensie zich verhoudt tot de waardering die we krijgen. Dat kan de waardering van de samenleving zijn, of de letterlijke waardering in de financiële vergoedingen en regelingen. Ook op dat vlak is er dit jaar veel gebeurd. Het jaar 2018 is het jaar geworden van afnemend vertrouwen, ook in de eigen organisatie. Dat voelt bitter, voor alle betrokkenen.

En dan wordt het Kerst, ook weer in 2018. Welk licht gaat er over ons schijnen? Is dat vooral de verlichting als de meesten van ons even alles uit onze handen kunnen laten vallen? Is dat de lichtheid van het samenzijn met familie en vrienden? Met soms ook juist de extra donkere kant als Kerst voor het eerst moet worden gevierd zonder die ene, die je aan de dood of aan het leven hebt verloren?

‘Ga uit uw land naar het land dat de Heer u wijzen zal.’ De woorden aan Abraham keren terug in de woorden aan de wijzen uit het Oosten. Ga op weg, volg de ster, en aanschouw het nieuwgeboren kind dat de wereld komt verlichten. Hoe wordt dat tegen jou gezegd, in deze dagen? Wat is het land dat je mag verlaten, en wat het land dat je gewezen wordt? Waar was je eigenlijk naar onderweg, en ligt ‘thuis’ misschien nog steeds ergens voor je in plaats van achter je? Kun je gedreven worden door nieuwsgierigheid naar wat komt, in plaats van vasthouden aan wat was? Is er een houding van ontvankelijkheid en vertrouwen mogelijk die je behoedt om wantrouwend of zelfs cynisch in het leven te staan, uiteindelijk ook ten aanzien van de Defensie-organisatie?

Met de hulp van God spring ik over een muur, zegt de Psalm. Een wonderlijk beeld. Kan een gelovig mens dingen die een ander niet kan? En zit dat dan in unieke prestaties? Of heeft ook dat met vertrouwen te maken? Betekent Kerst niet allereerst dat God zelf over de muur springt die wij mensen opbouwen om buiten ons te houden wat ons niet zint, om onze tekortkomingen te verbloemen, om ons in te kapselen in ons eigen gelijk en in ‘ik heb de ander niet nodig’. Jezus van Nazareth, in wie God in onze wereld wordt geboren, in wie Hij onverwacht over onze muur heen springt, heeft ons een andere manier van leven geleerd en voorgeleefd. Hij komt ons daarin zo ánders tegemoet dat mensen die Hem ontmoeten blijken te kunnen veranderen, innerlijke vrede vinden en vredestichten. Dat is het wonder van Kerst. Ik hoop altijd dat het paradoxale werk dat wij als militairen doen uiteindelijk ook daar mee te maken zal hebben: dat er een verband is tussen de innerlijke vrede die God in ons brengt en de grote vrede in al die gebieden waar mensen lijden onder onrecht en geweld, en waar wij iets van verlichting brengen door onze missies.

Misschien blijft u met Kerst gewoon in ons land, misschien volgt er straks een mooie kerstvakantie elders en volgt u ook in die die zin de roep om er Websize Krijgsmachtpredikant Ids Smedemauit te breken. Ik ben dankbaar voor de vrijheid waarin we daar zelf keuzes in mogen maken. In ieder geval hoop ik dat Kerst 2018 u dichter bij u zelf brengt, en vooral bij datgene in uw zelf wat u moed en vertrouwen geeft om met uw naasten, maar ook met uw collega’s bij Defensie een goed 2019 in te gaan.

In die zin wens ik u een gezegend kerstfeest toe.

Ds. Ids Smedema,
Predikant-secretaris Protestantse Geestelijke Verzorging

Als routinematig werk leidt tot dodelijke vervelingWebsize Burn Out Bore Out cirquedesprit Fotolia.com

Ik ontmoette hen in een themaconferentie op het Vormingscentrum Beukbergen van de krijgsmacht. Het thema was conflicthantering, zoiets als hoe je jezelf blijft in een conflict op het werk of hoe je effectief ‘nee’-zegt. Ik mocht mij daar oriënteren op het onderwerp en sprak daartoe met een aantal deelnemers.

Het duurde even voordat het ijs was gebroken; de ochtend werd gevuld met kennismaken, met elkaar en met het thema waar de deelnemers op hadden ingeschreven. Soms klonk er door de gespannen luchtigheid heen, de werkelijke reden van deelname. Het waren geen geïnteresseerden, zoals ik. Deze mensen worstelden daadwerkelijk met conflicten, thuis of op de werkplek. In de inleiding kwam het ter sprake, dat waar mensen samenwerken meningsverschillen ontstaan, want er zijn soms tegenstrijdige belangen. Collega’s hebben verschillende interesses en blijkbaar is strijd onvermijdelijk waar mensen samenwerken.

Mijn interesse als toehoorder bij deze conferentie was gewekt door mijn pastoraat als vlootaalmoezenier. Het was mij opgevallen dat zelfs gedreven en loyale defensiewerknemers er doorheen konden zitten. Deze collega’s functioneren meestal op een hoog energieniveau en kunnen veel hebben. Ze schoven bij mij aan wanneer veiligheid of zekerheid wegvielen. Geestelijk verzorgers zijn zich ervan bewust dat relatieproblemen, gezondheid of een slechte beoordeling vaak de druppel zijn die de emmer doet overlopen en een mens kunnen breken.

Websize Merkstenen Beukbergen Huis ter HeideIk sprak mensen over reorganisaties en het hoge tempo van veranderingen. Leidinggevenden lopen zelf vaak achter de feiten aan en veroorzaken hiermee onduidelijkheid en richtingloosheid. Bij medewerkers die hiervoor gevoelig zijn, kan dat tot overbelasting en overspannenheid leiden. Door onduidelijkheid en onzekerheid ontstaan spanningen. Ik sprak met militairen over hun zorgen voor de toekomst of dat ze zich niet meer senang voelden in de veranderende situatie.

Op de werkplek speelt constant een dynamiek die ertoe leidt dat individuele mensen onbewust worden opgescheept met leed dat niet van hen is. Dat leed of ongenoegen heeft over het algemeen niets te maken met deze persoon zelf, maar hij of zij krijgt hier wel klachten van. Ik heb geleerd dat mensen het lot van de ander kunnen meedragen en er uiteindelijk onder gebukt kunnen gaan.

Tijdens de conferentie op het vormingscentrum leerden de deelnemers om de confrontaties op het werk te analyseren, wat hun rol was in het conflict. Er werd ingehaakt op de sterke punten van de persoon en waardoor men vaak onnodig geïrriteerd raakte.

Lees meer: 'Bore-out': de nieuwe burn-out