Contact met uw bond
033-4962722


Defensie en de bonden zijn overeengekomen dat bij militairen in 2019 een voorschot werknemersdeel pensioenpremie wordt ingehouden van 9,28%. Dit premiepercentage is gelijk aan het premiepercentage dat bij militairen in 2018 is ingehouden. Dit geldt tot er tussen Defensie en de bonden een structurele pensioenregeling specifiek voor militairen is vastgesteld.

Defensie en de vakbonden (sociale partners) zijn het niet eens over de pensioenregeling die per 2019 geldt. Daarover loopt een procedure bij de rechter.

Door het ABP wordt een tijdelijke basispensioenregeling voor militairen 2019 uitgevoerd. Voor deze regeling heeft het ABP eind 2018 een premie vastgesteld.

Sociale partners zijn van mening dat deze tijdelijke basisregeling niet in het belang is van militairen.

Toch moet er nu een afspraak worden gemaakt over de verdeling van de pensioenpremie die moet worden betaald.

Uitdrukkelijk wordt hierbij opgemerkt dat het om een ‘voorschot premie-inhouding’ gaat. Zodra Defensie en de bonden een structurele Defensiespecifieke pensioenregeling voor militairen overeengekomen zijn, die de instemming heeft gekregen van de leden van de bonden, wordt door het ABP een pensioenpremie voor deze nieuwe regeling vastgesteld.

Vervolgens maken Defensie en de bonden een afspraak over de verdeling van deze premie tussen werkgever en werknemer. De verdeling van die premie zal dan leiden tot een ‘verrekening’ met de reeds ingehouden ‘voorschot-premie’. Daarbij is afgesproken dat teveel betaalde premie zal worden terugbetaald aan de betrokken militairen, maar dat eventueel te weinig betaalde premie door militairen niet hoeft te worden bijbetaald.

Defensie heeft de bonden uitgenodigd voor een Sector Overleg Defensie (SOD) om te bespreken of de onderhandelingen kunnen worden hervat. De bonden hebben daar in het belang van het Defensiepersoneel positief op gereageerd. Afgesproken is dat er voor eind januari een SOD plaatsvindt.

Voor de brief van de Minister van Defensie van 11 januari 2019 (SOD/1900015).   klikt u hier

Voor de daaraan voorafgaande brief van de Minister van Defensie ( SOD/19.0003) klikt u hier.

Voor het voorstel van de bonden van 3 januari 2019 (SOD/19.0001) klikt u hier

bijeenkomst2

Op 1 februari a.s. organiseren alle vakbonden voor defensiepersoneel, die participeren in het georganiseerd overleg, een bijeenkomst voor alle MC-leden binnen Defensie. Het maakt daarbij niet uit of men in het CMC, een DMC, een GMC, een MC of TRMC (of nog een andere vorm van medezeggenschap) participeert, iedereen is welkom in Stroe!

Op deze dag zullen vertegenwoordigers van de deelnemende vakbonden uitleggen wat de huidige stand van zaken is rond de arbeidsvoorwaarden en in het overleg. Een gastspreker zal u vertellen hoe het normaal gesproken eigenlijk hoort te gaan in het overleg. Vervolgens zal er na de gezamenlijke lunch ruimte zijn voor veel interactie tussen alle MC-leden en de voorzitters en onderhandelaars van deelnemende vakbonden.
Daar is dan ruimte om van gedachten te wisselen over hoe de bonden en de MC’s elkaar in deze tijden kunnen versterken (en kunnen voorkomen dat we tegen elkaar worden uitgespeeld). Uiteraard is er ook ruimte om vanuit de zijde van de deelnemers aan te geven wat er meegenomen zou moeten of kunnen worden in het actietraject en in het proces naar een volgend onderhandelaarsresultaat arbeidsvoorwaarden voor de sector Defensie.

Deze bijeenkomst is in de Filmzaal op de Generaal-Majoor Koot Kazerne in Stroe. Deelnemers zijn welkom vanaf 09:30 uur en het programma vangt aan om 10:00 uur. Uiteraard wordt u ontvangen met koffie en wordt er voor een lunch gezorgd. Wij verwachten deze bijeenkomst rond 14.00 uur af te sluiten.

MC-leden die deel willen nemen kunnen zich hier aanmelden.

SAMEN STERK VOOR DEFENSIE EN HAAR PERSONEEL!

De rechter in kort geding in Den Haag heeft in zijn uitspraak van 21 december de vorderingen van de defensiebonden afgewezen. Uit de uitspraak wordt duidelijk dat de kort gedingrechter van oordeel is dat er een afspraak tussen defensie en de bonden zou bestaan, waaruit blijkt dat de pensioenregeling voor militairen sedert 1 januari 2019 gebaseerd is op middelloon.

Wij - en dat zijn alle centrales van overheidspersoneel bij defensie - hebben die uitspraak goed bestudeerd en ook naast de uitspraak van de kort gedingrechter in Amsterdam gelegd.

Wij zijn nog steeds van mening dat een dergelijke afspraak niet is gemaakt. Dat alleen al was voldoende aanleiding om ons niet neer te leggen bij de uitspraak. Dat de rechter in Amsterdam, in een overigens veel beter onderbouwd vonnis, het bestaan van een duidelijke middelloonafspraak ook niet ziet, zien we als steun.

We hebben derhalve besloten om spoedappèl in te stellen. De deurwaarder heeft de hoger beroepsdagvaarding gisteren (7 januari 2019) betekend. Met het overhandigen van de appèldagvaarding aan “de Staat der Nederlanden” is het hoger beroep gestart. Wij hebben de verwachting dat de behandeling in beroep meer tijd in beslag zal nemen dan de kort gedingrechter in Den Haag nodig had. Zodra daarover meer informatie beschikbaar is, zullen we dat bekend maken

.

DAR DINERO

Ingehouden premie (VUT-equivalent)

Militairen betaalden van 1995 tot 2015 een premie VUT-equivalent. Dit was een solidariteitsheffing die militairen moesten betalen op basis van een wet.

Defensie en de bonden hebben in 2015 besloten de premie VUT-equivalent te stoppen. Nu is gebleken dat deze inhouding al in 2014 had moeten worden gestopt omdat toen de betaling van de VUT-premie door burgers werd afgeschaft. Dit zal alsnog gebeuren en dat betekent dat militairen, die in 2014 in dienst waren, hun ingehouden premie VUT-equivalent terugkrijgen.

WUL-compensatie

Doordat de premie VUT-equivalent is gestopt, is ook een deel van de WUL-compensatie weggevallen. Dit komt doordat de WUL werd gecompenseerd door de premie VUT-equivalent te verlagen. Defensie gaat dat met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 herstellen. Ook de militairen die inmiddels uit dienst zijn, ontvangen nog een nabetaling voor zover zij enig jaar van 2015 t/m 2018 in dienst waren.

Volgens Defensie zal de nabetaling zo snel mogelijk in 2019 gebeuren. De uit te keren bedragen per militair worden nu precies berekend.

De ACOM is dan ook benieuwd hoe Defensie dit zal gaan berekenen en uitbetalen. Als Defensie e.e.a. bekend maakt zullen wij dit beoordelen en toetsen. Zo is op dit moment volstrekt onduidelijk op welke wijze deze nabetalingen zullen worden gedaan en bijvoorbeeld ook of dit al dan niet pensioengevend zou moeten zijn/worden.

Wij houden u op de hoogte.

De kort gedingrechter in Den Haag heeft de bonden geen gelijk gegeven in hun rechtszaak tegen defensie. De eisen van de bonden zijn allemaal afgewezen. Dat geldt overigens ook voor de eisen die door defensie zijn ingesteld als reactie op de eisen van de bonden. Wij zijn teleurgesteld over de uitspraak zelf, maar nog meer over de onderbouwing door de rechter.

De rechtszaak tegen defensie is opgestart door een zestal partijen, waarvan twee centrales. Als eerste oordeelt de rechter over de ontvankelijkheid. Een vooral formeel punt. Omdat individuele bonden niet zijn toegelaten tot het sectoroverleg Defensie worden sommige eisers door de rechter niet-ontvankelijk verklaard.

Welke regeling is volgens de rechter afgesproken?
Daarna gaat de rechter over tot een inhoudelijk beoordeling. Volgens de rechter is de kernvraag of is overeengekomen dat er voor militairen vanaf 1 januari 2019 een middelloonregeling zal gelden.

Bij de beantwoording van die vraag vertrekt de rechter bij de opvatting van de Staatssecretaris van Defensie. Defensie is van mening dat dit het geval is.

De rechter kent vervolgens heel veel waarde toe aan de afspraken die in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 staan. Daarin staat volgens de rechter duidelijk dat de huidige eindloonregeling zal worden verlaten, zonder dat daarbij een voorbehoud is opgenomen. Volgens de rechter wordt er gesproken over een overgangsregeling. Dat betekend volgens de rechter dat er na 2018 een andere pensioenregeling zal gelden. Maar welke regeling is dat dan?  

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 staat: “Deze nieuwe pensioenregeling die per 1 januari 2019 zal gaan gelden, zal nog worden uitgewerkt, waarbij het vetrekpunt van denken een middelloonregeling is”. De rechter is van oordeel dat als de middelloonregeling het vertrekpunt van denken is er dan niet meer wordt gesproken over een eindloonregeling vanaf 2019. Maar alleen nog over een nadere invulling van die middelloonregeling. De rechter vindt de uitleg van ACOP en AC dat een andere eindloonregeling nog tot de mogelijkheden behoort daarom niet logisch. De verschillende stukken die na het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 gemaakt zijn, veranderen daar volgens de rechter niets aan. Dat geldt ook voor het ontbreken van overeenstemming over de exacte inhoud van die nieuwe regeling.

Wij zijn over deze uitspraak teleurgesteld. Natuurlijk over de inhoud, maar meer nog over het feit dat de rechter de essentie van ons pleidooi op geen enkele wijze in de beoordeling heeft betrokken. Die essentie was dat er in de nacht van 11 op 12 oktober 2017 verschillende afspraken zijn gemaakt. Sommige hard en onvoorwaardelijk, andere zacht en voorwaardelijk. Het in die nacht bereikte arbeidsvoorwaardenresultaat was voorwaardelijk. Immers afhankelijk van de goedkeuring van de leden en zacht omdat het intenties waren. De pensioenafspraken vastgelegd in een brief van de werkgroep post-actieven zijn wel hard en onvoorwaardelijk. De rechter kijkt echter uitsluitend naar het arbeidsvoorwaardenakkoord en niet naar de (samenhang met de) pensioenafspraken in de brief en hoe dat tot stand is gekomen.

In ons eerdere bericht hebben wij u al laten weten dat we ons nog beraden op eventuele verdere (juridische) stappen. Wij houden u op de hoogte.

Voor de uitspraak van de Rechtbank Den Haag klik hier.

De kort gedingrechter in Amsterdam heeft de bonden in het gelijk gesteld in hun rechtszaak tegen het ABP. De belangrijkste eisen van de bonden zijn toegewezen. De eisen die door het ABP zijn ingesteld als reactie daarop  zijn door de rechter afgewezen. Wij zijn blij met de uitspraak zelf, maar meer nog met de onderbouwing van de rechter.

In de rechtszaak tegen het ABP staat de vraag centraal of de communicatie van het ABP onrechtmatig is. Het ABP verteld onze leden al een tijd lang dat per 1 januari 2019 definitief een middelloonregeling zal gelden. De rechter splitste die centrale vraag in de uitspraak op in een aantal deelvragen.

  • Staat vast dat vanaf 1 januari 2019 uitsluitend een middelloonregeling geldt?
  • Kan en mag het ABP zelf beslissen een eventueel door de werkgever en werknemers overeen te komen eindloonregeling niet uit te voeren?
  • Zijn er gronden om het ABP te ontheffen van een eventuele verplichting tot uitvoering van een eindloonregeling.

Geldt vanaf 1 januari 2019 een middelloonregeling?
De rechter laat weten kennis te hebben genomen van de uitspraak van de rechter in Den Haag in het kort geding van de bonden tegen defensie. Hij stelt echter ook vast dat het onbekend is wat de inhoud van een per 1 januari 2019 geldende (definitieve) pensioenregeling is. Het ABP weet dit. Deels omdat zij bij het proces betrokken zijn geweest. Maar ook omdat uit de woorden die op papier zijn gekomen niet vaststaat dat een nieuwe regeling per se een middelloonkarakter zal hebben.

De rechter oordeelt dat het onrechtmatig van het ABP is om te communiceren dat er vanaf 1 januari 2019 al een regeling met een middelloonkarakter is.

Mag ABP zelf besluiten een eindloonregeling niet uit te voeren?
De rechter stelt vast dat sociale partners gaan over de inhoud van de pensioenregeling en dat dit door het ABP niet bestreden wordt. De rechter erkent dat een pensioenuitvoerder zelfstandig dient te toetsen of de pensioenregeling die wordt overeengekomen op een beheerste en integere wijze kan worden uitgevoerd. Als dat niet het geval is, kan de uitvoerder, dus in dit geval het ABP, weigeren om die regeling uit te voeren. De rechter heeft gekeken of het mogelijk is dat een pensioenregeling voor militairen met een eindloonkarakter, zoals die van 2018, door het ABP goed en verantwoord kan worden uitgevoerd.

In de rechtszaak zijn door zowel het ABP als de bonden adviezen van deskundigen ingebracht. In het advies van het bureau dat ABP heeft ingeschakeld staat te lezen dat de uitvoering van een regeling met een eindloonkarakter niet eenvoudig is en tijd kost, “maar wel uitvoerbaar zal zijn”. In het advies van het door de bonden ingeschakelde bureau staat dat zij geen bepalingen kunnen ontdekken die een passende geautomatiseerde oplossing tegenhouden.

ABP heeft daarom volgens de rechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het onmogelijk of onverantwoordelijk zou zijn om ook over 2019 dezelfde berekeningen uit te voeren als in 2018.

De rechter heeft beslist  dat er daarom onvoldoende reden is voor het ABP om op basis van de wet uitvoering van een regeling met een eindloonkarakter te weigeren.

Kan van het ABP uitvoering van een eindloonregeling redelijkerwijs worden gevraagd?
Het ABP heeft gezegd dat het ontwikkelen van een geautomatiseerd uitvoeringssysteem of het voortzetten van het bestaande systeem teveel kost. En dat voor een deelnemersbestand van 5 % van het totale ABP-bestand. De rechter maakt daar snel korte metten mee. Het bestand (gewezen) militairen is dusdanig groot dat zij in de top 25 zouden staan van pensioenfondsen in Nederland, als ze een eigen fonds waren. Al die andere (kleinere) fondsen moeten ook voor een goede uitvoering zorgen en kunnen dat, ondanks hun omvang. Het ABP heeft er zelf voor gekozen om voor de eindloonregeling geen eigen duurzaam systeem op te zetten en dat heeft het ABP op eigen risico gedaan. Ook nadat de toezichthouders duidelijk hadden gemaakt dat er iets moest gebeuren, heeft het ABP volgens de rechter niet op een juiste wijze gereageerd.

ABP handelt onrechtmatig.
De kort geding rechter komt tot de conclusie dat het ABP in haar communicatie onrechtmatig handelt. Zij stellen iets, namelijk het bestaan van een middelloonregeling per 2019, dat er niet is. En dat mag niet.

Het ABP moet zich onthouden van mededelingen en/of handelingen waardoor deelnemende (oud)militairen denken dat de pensioenregeling voor militairen geen eindloonregeling meer is.

Het ABP moet ook het verspreiden van berichten dat de pensioenregeling voor militairen vanaf 2019 een middelloonregeling is staken en gestaakt houden. Als het ABP zich daar niet aan houdt, moet het ABP een dwangsom betalen.

Voor de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam klik hier.

Vandaag hebben zowel de rechter in kort geding in Amsterdam als in Den haag uitspraak gedaan in de procedures, die door de bonden tegen het ABP en defensie waren aangespannen. De uitspraak van de rechter in Amsterdam geeft het ABP een duidelijke tik op de vinger. De uitspraak van de rechter in Den Haag is voor ons teleurstellend.

De rechter in Amsterdam zegt dat het ABP moet stoppen met het verspreiden van het bericht dat er vanaf 2019 voor militairen een middelloonregeling geldt of omgekeerd, het beeld oproepen dat er geen eindloonregeling meer geldt. Wij zijn blij met deze uitspraak. Dat geldt zeker ook voor het feit dat de rechter in zijn overwegingen aangeeft dat het niet aannemelijk is dat het ABP alleen nog een regeling met een middelloonkarakter kan uitvoeren. De rechter is er duidelijk in: ABP had haar ICT kunnen aanpassen op de eindloonregeling. De eigen keuzes van het ABP in combinatie met het niet tijdig aanpassen van de bedrijfsvoering kunnen niet voor rekening van de bonden, defensie of de militairen komen. Oftewel ABP moet op de blaren zitten en de verantwoordelijkheid niet afwentelen.

De uitspraak van de rechter In Den Haag is voor ons teleurstellend, omdat de rechter niet meegaat met het betoog van de bonden dat er ook voor 2019 een regeling met een eindloonkarakter geldt. Teleurstelling is er zeker ook over de onderbouwing van deze opvatting. De rechter kijkt alleen naar het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 en op het argument van de bonden dat dit akkoord niet op zichzelf staat wordt niet echt ingegaan.

In een tweetal aparte artikelen op deze site leest u later een uitgebreidere toelichting op de verschillende uitspraken.

Kijkend naar beide uitspraken blijft het beeld hangen dat een heldere uitspraak over het karakter van de regeling die in 2019 voor militairen geldt ontbreekt. Dat is jammer. Wij zullen het Kerstreces gebruiken om de uitspraken nader te bestuderen en te bepalen of en welke juridische stappen wij verder zullen zetten. Wij sluiten ook niet uit dat andere partijen hetzelfde in die periode zullen doen.

Voor Uitspraak Rechtbank Amsterdam klik hier.

Voor Uitspraak Rechtbank Den Haag klik hier.