Contact met uw bond
033-4962722


De sociale veiligheid binnen Defensie is niet op orde. Tot die conclusie komt de Commissie Sociaal Veilige Werkomgeving Defensie (Commissie Giebels) die onderzoekWebsize Ministerie van Defensie deed naar de wijze waarop de Defensieorganisatie “invulling geeft aan een sociaal veilige werkomgeving”.[1]

Als belangrijkste oorzaak voor het ontbreken van een goede sociaal veilige werkomgeving ziet de Commissie Giebels de “defensiecultuur”. Defensiemedewerkers maken deel uit van “een groepscultuur met hechte banden” en kennen een sterke loyaliteit. Men heeft hierdoor de neiging om ook in gevallen van grensoverschrijdend gedrag de eigen groep in bescherming te nemen. Collega’s die zaken die de groep kunnen schaden naar buiten brengen worden beschouwd als verraders.

‘Enkel nadelen’
Ook het functieroulatiesysteem bij Defensie is, stelt de Commissie Giebels vast, fnuikend voor een sociaal veilige werkomgeving. Het systeem kent voor wat betreft sociale veiligheid “enkel nadelen”. De onderzoekers kregen van hoog tot laag in de organisatie te horen dat “het roulatiesysteem op de schop kan en moet”.

Dit geldt eveneens voor de inrichting van het huidige meldingssysteem bij Defensie. De onderzoekers constateren een veelheid aan “regels, richtlijnen, documenten en instanties”, waardoor (eventuele) melders door de bomen het bos niet meer zien. Bovendien worden melders vaak geconfronteerd met “(te) lange behandeltermijnen”, vage richtlijnen voor onderzoek en “een gebrek aan objectiviteit en onafhankelijkheid van onderzoekscommissieleden”.
Telkens weer, zo lijkt het, wordt weer een nieuwe regeling bedacht zonder dat de bestaande regelingen worden herzien of vervangen.

Websize Cie Giebels Militairen op mars‘Stroperig, ondoorzichtig, escalatiegevoelig’
De manier waarop nu ongewenst gedrag-incidenten moeten worden aangemeld deugt niet volgens de Commissie Giebels die ook als een “opvallende uitkomst” van haar onderzoek aanmerkt: “de onvolledige en onjuiste registratie van en rondom meldingen”.

Bij de behandeling van meldingen als bijvoorbeeld pestgedrag is “bagatelliseren” een opvallende reflex bij de behandelaars: “Het was maar een geintje” of “een formeel-juridische benadering”. Er is bovenal sprake van een “stroperige, ondoorzichtige en escalatiegevoelige wijze waarop meldingen worden behandeld”.
Dit alles, gevoegd bij een (als daar al sprake van is) gebrekkige begeleiding en nazorg aan melders, leidt tot “een lage meldingsbereidheid”.

De Commissie Sociaal Veilige Werkomgeving Defensie dringt er dan ook bij Defensie op aan een onafhankelijk meldpunt (intern of extern) in te stellen en (verdere) professionalisering en, in het bijzonder, vereenvoudiging van het meldsysteem door te voeren.

Werken aan transparantie en openheid
Defensie moet werken aan een cultuur van “transparantie en openheid” waarin men elkaar durft tegenspreken en meldingen niet als “verraad” worden beschouwd. De Commissie ziet in dit opzicht een cruciale rol weggelegd voor leidinggevenden bij “het (h)erkennen van sociale veiligheid (-) en omdat zij een voorbeeldfunctie vervullen.

Binnen de organisatie zou een “cold case team” met een frisse blik moeten kijken naar “slepende zaken of heikele kwesties” en zich daarbij richten op “een oplossing inWebsize Cie Giebels Patriotmissie Turkije afdakjes voor de launchers plaats van op gelijk krijgen”.

Bovendien geeft de Commissie Giebels Defensie in dit verband ook mee nog eens kritisch te kijken naar een aantal individuele zaken. “We merken dit ook op omdat we bij iedereen een enorme verbondenheid met Defensie waarnamen – of het nu om werk, missies of collega’s ging. Defensie is inderdaad een bijzondere organisatie die het verdient om sociaal veilig te zijn.”

Eén onafhankelijk centraal meldpunt
Defensie krijgt “één onafhankelijk centraal meldpunt buiten de commandantenlijn”, kondigde staatssecretaris van Defensie Visser aan in een eerste reactie op het eindrapport van de Commissie Giebels. “We gebruiken daarvoor de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID), die volgens de commissie over noodzakelijke deskundigheid beschikt. Daar kunnen alle medewerkers vertrouwen in hebben. We gaan bovendien de capaciteit versterken en we verruimen de bevoegdheden. Zo gaat de COID ook zorgen dat bij interne onderzoeken de kwaliteit en onafhankelijkheid beter worden gewaarborgd. Daarnaast komt er een beter registratiesysteem voor meldingen, waarin de privacy beter is geborgd.”

Visser beschouwt het rapport als “een belangrijke stap in het herstel van Defensie”. Er moet nu hard gewerkt worden aan “een beter normbesef, op alle niveaus en in de hele organisatie. We maken veiligheid en mensgericht leiderschap een steeds belangrijker onderdeel van opleidingen, trainingen, en bijvoorbeeld van de nieuwe gedragscode.”

Bijstand van uw bond

Overigens en maar eens ten overvloede, wie, als ACOM-lid, geen vertrouwen heeft in de meldingsmogelijkheden, behandelaars, wie of wat dan ook in dit opzicht bij Defensie, kan te allen tijde met zijn/haar melding/klacht terecht bij de ACOM.

 


[1] Onderzocht werden 92 meldingen die binnenkwamen via ons meldpunt. Men analyseerde een steekproef van 42 dossiers van interne onderzoeken en ging in gesprek met 31 vertegenwoordigers van verschillende groepen stakeholders binnen Defensie. (Rapport ‘Onderzoek naar een sociaal veilige werkomgeving bij Defensie’)

 Bij de re-integratie van (zwaar) gewonde veteranen bij Defensie is meer maatwerk nodig. Maar voor het UWV is het door allerlei wet- en regelgeving niet mogelijk omWebsize Veteranenombudsman Van Zutphen Foto Nat Ombudsman Defensie die specifieke oplossingen te bieden. Tot die conclusie komt de Veteranenombudsman Reinier van Zutphen na onderzoek.

Van Zutphen noemt het “onbegrijpelijk dat zwaargewonde en getraumatiseerde (veteranen) het gelag moeten betalen omdat wetten en regels vanuit twee verschillende ministeries elkaar in de weg zitten”
De Veteranenombudsman dringt er bij Defensie en het UWV op aan samen te onderzoeken welke ruimte de Veteranenwet en de Wet verbetering poortwachter bieden om wél maatwerk te kunnen bieden aan de gedupeerde veteranen.

Defensie ondersteunt zwaargewonde veteranen met intensieve trajecten en opleidingen. Omdat deze re-integratietrajecten doorgaans langer duren dan twee jaar, legt het UWV aan Defensie alsnog een loonsanctie op.

Zowel de Nationale ombudsman als de Veteranenombudsman ontvingen de afgelopen jaren tientallen klachten over het gebrek aan aandacht en begeleiding bij ziekteverzuim. Wanneer deze militairen en veteranen ziek zijn, hebben zij vaak het gevoel aan hun lot overgelaten te worden. Dit heeft grote invloed op hun persoonlijk leven.

Aanleiding voor de Veteranenombudsman om een onderzoek in te stellen naar deze klachten en signalen. Uit het onderzoek blijkt dat gebrek aan kennis, late overdracht en onzorgvuldige registratie de grootste knelpunten zijn in de re-integratieketen bij Defensie.
Maar over het algemeen is de Veteranenombudsman positief over de recent ingezette verbeteringen die Defensie heeft toegezegd.

Bij uiteenlopende gesprekken met leden (en niet-leden) als militair ingedeeld bij de KM komt veelvuldig de kreet “vergeten groep” aan de orde. Op maandag kwamen er vanuit de achterban signalen over een mail van een bestuurder/vertegenwoordiger van een andere vakbond aangaande dit onderwerp. Wij willen dienaangaande dan ook middels deze duiding aangeven wat er daadwerkelijk speelt aangaande deze “vergeten groep”.

Laten we beginnen met de BCO. De afspraak om een BCO in te richten aangaande “individuen die zich door de gemaakte keuzes in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 onevenredig benadeeld voelen” is gemaakt bij het vorige arbeidsvoorwaardenakkoord. Er kunnen immers altijd mensen zijn die zich onevenredig benadeeld voelen en die situaties dienen nauwkeurig beoordeeld en afgehandeld te worden. De taak van die BCO is het adviseren van het bevoegd gezag over de afdoening van een individueel verzoek tot maatwerk indien een medewerker meent onevenredig te worden benadeeld als gevolg van keuzes in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018. In het kort wordt derhalve elk individueel verzoek door deze BCO van een zwaarwegend advies voorzien voor er een besluit wordt genomen door het bevoegd gezag. Deze commissie bestaat uit een voorzitter, een lid en een plaatsvervangend lid namens de centrales en een lid en een plaatsvervangend lid namens Defensie.

De leden zijn inmiddels bekend en namens de Samenwerkende Centrales zijn daarvoor respectievelijk de heren Schilperoort en Kropf benoemd. Ook het lid en het plaatsvervangend lid van de zijde van Defensie zijn benoemd en de voorzitter wordt zeer binnenkort benoemd zodat de BCO daadwerkelijk van start kan gaan.

“De vergeten groep”

Er bleken groepen militairen (met name onderofficieren) bij de KM te zijn die niet onder artikel 39a van het AMAR vielen en die geboren waren in de jaren 1970 tot en met 1974 en niet de keuze konden maken om terug te keren naar de Oude-diensteinderegeling (o-DER). Dit terwijl militairen van de KM die in de jaren 1975 en 1976 geboren waren die keuze wel hadden. Op ons verzoek is dit bij de behandeling van dit onderwerp gerepareerd en is nu in de regelgeving opgenomen (in twee artikelen) dat deze groep (mits in dienst op 1 januari 2017) kan kiezen om terug te keren naar de oude diensteinderegeling, met dien verstande dat terugkeren in dit geval (uiteraard) een UGM-leeftijd van 60 jaar impliceert. Om misverstanden te voorkomen: mensen die wel onder artikel 39a vallen en ervoor kiezen om terug te keren naar de o-DER houden (ook) de oude UGM-leeftijd, deze staat dan vermeld bij art 39a.

Deze mensen kunnen dan ook “gewoon” een rekest indienen om terug te keren naar o-DER en wij willen onze leden daar desgewenst uiteraard bij ondersteunen. Deze verzoeken hoeven echter niet te worden voorzien van een advies van de BCO, het betreft hier immers gewoon een recht om terug te keren naar de o-DER.

De commissie geeft alleen een zwaarwegend advies in het geval mensen van mening zijn dat zij door de gemaakte keuzes in het AV-akkoord 2017-2018 onevenredig benadeeld zijn. Indien u als lid hier nadere informatie over wenst of ondersteuning bij wilt kunt u contact opnemen met ons.

 

Brief ontvangen over rentevergoeding? Stuur hem ook even naar de ACOM…
Stand van zaken afhandeling AOW-gat compensatie

De afhandeling van de AOW-gat compensatie gaat inmiddels zijn laatste fase in. Dat geldt ook voor de uitbetaling van de ‘laatste 10 %’ van de flankerende schade waarvan dit voorjaar door de minister van Defensie werd aangegeven, dat zij bereid was ook deze laatste component te vergoeden. Naar verwachting gaat de desbetreffende nabetaling door het ABP in december 2018 (gefaseerd) van start.

Het kan zijn dat deze nabetaling bij sommige leden wat slecht uitkomt in verband met mogelijke overschrijding van inkomensdrempels waardoor aanspraken op bepaalde toelages in gevaar zouden kunnen komen. Neem in zo’n geval even contact met ons op. Mogelijk kan de betaling van de laatste tegemoetkoming door het ABP iets worden uitgesteld zodat een en ander ten laste komt van 2019 en niet van 2018.

Wettelijke rente

Een ander punt betreft de betaling van de wettelijke rente over diverse nabetalingen. Kennelijk is er inmiddels sprake van een brief van het ABP waarin wordt aangegeven, dat er met betrekking tot sommige nabetalingen aanspraak zou bestaan op vergoeding van de wettelijke rente. De ACOM heeft er momenteel geen volledig zicht op wie van de populatie belanghebbenden inmiddels een dergelijke brief van het ABP heeft ontvangen. Voorts verbazen wij ons over het feit dat er in die brief onderscheid wordt gemaakt tussen nabetalingen waarover wèl en nabetalingen waarover géén wettelijke rente zou worden uitgekeerd.

Indien u recentelijk derhalve een dergelijke brief van het ABP heeft ontvangen verzoeken wij een (gescand) afschrift daarvan te zenden aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. onder vermelding van uw persoonsgegevens, waaronder uiteraard ook uw registratienummer (= uw lidnummer) en uw telefoonnummer.

Heeft u geen e-mail? Zend dan een hardcopy van de ABP-brief aan: ACOM, Antwoordnummer 3160, 3800 XA Leusden onder vermelding van: ‘AOW-gat rente’

Dezerzijds zal dan worden bekeken of er aanleiding bestaat tegen deze brief bij het ABP een bezwaarschrift in te dienen. Mocht dat het geval zijn dan ontvangt u van ons de tekst van een (model)bezwaarschrift waarmee bezwaar kan worden ingediend.

 

 

 

Vandaag, 4 oktober 2018, was er een vergadering van het Sector Overleg Defensie waarin de vakbonden (via de centrales van overheidspersoneel) hebben aangegeven of er al dan niet kon worden ingestemd met het voorliggende onderhandelaarsresultaat Arbeidsvoorwaarden-onderhandelaarsresultaat. Laten we hiermee beginnen. Alle vier de centrales van overheidspersoneel waren unaniem tegen en er is dus GEEN arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie.


Namens de Centrale waar wij bij aangesloten zijn, de CCOOP, is daar door de onderhandelaar van de ACOM aangegeven waar de “nee” van de CCOOP op gebaseerd was. Deze volledige tekst kunt u hier lezen.

Van de leden van de ACOM bleek na de ledenraadpleging uiteindelijk 74% van de uitgebrachte stemmen een tegen-stem te zijn. (Van de CNV-Publieke zaak bleek 66% van de stemmers voor te zijn. De uitkomst van die totale stemming resulteerde in een tegen-stem namens de CCOOP. Ook de zusterorganisaties stemden tegen. Het arbeidsvoorwaarden-onderhandelaarsresultaat is dan ook, zoals al eerder geduid, unaniem afgewezen. Dat is een belangrijk signaal voor de sociale partners, zowel de werkgever als voor de Centrales van Overheidspersoneel in de sector Defensie. Daar kan geen misverstand over bestaan.
Wat echter nog belangrijker is ook te bezien hoe dat komt en wat er gedaan kan of moet worden om met een ander resultaat te komen waar wel een meerderheid mee zou kunnen instemmen.
Veel van de stemmers, maar ook mensen die wij hebben gesproken bij de diverse voorlichtingen en ledenraadplegingen hebben uiteenlopende reacties gegeven en aangegeven wat voor hen belangrijke punten waren om tot hun uiteindelijke stem te komen.
Die reacties en duidingen zijn zeer uiteenlopend en wat wij veelvuldig geconstateerd hebben is dat mensen die voor het bereikte resultaat zijn over het algemeen van mening zijn dat er blijkbaar niet meer inzit en het dan in ieder geval iets is. Mensen die tegen zijn hebben daarvoor veelal uiteenlopende meningen maar toch zit daar wel een rode draad in. Vele mensen vinden de loonontwikkeling onvoldoende, hadden van de verhoging van de toelages veel meer verwacht en vinden de afspraken rondom het aanpassen van het loongebouw en de verzachtende maatregelen veel te vaag. Dat staat dan uiteraard nog los van het gegeven dat er altijd sprake is van een aantal plussen en minnen in elk resultaat en dat mensen of groepen die bepaalde minnen, waaronder bijvoorbeeld het verslechterde pensioenperspectief, kunnen gaan ervaren dat doorgaans zwaar laten wegen in het uiteindelijke oordeel. Het wordt dan ook geen sinecure om uiteindelijk met een nieuw onderhandelaarsresultaat terug te komen waar mensen wel tevreden over zullen zijn.
Dat helpt nooit in een negatieve sfeer waar toch nog steeds een gebrek is aan vertrouwen. Niet alleen een vertrouwen in de top van Defensie maar vooral het gebrek aan het vertrouwen in de toekomst. Men ziet zeker niet gebeuren dat het op korte termijn allemaal beter gaat worden. En dat brengt ons misschien wel bij het toverwoord in de huidige situatie. Perspectief. Wij zullen samen moeten zorgen voor een beter perspectief voor Defensie in het algemeen en het personeel van Defensie in het bijzonder. Er zullen immers concrete stappen gezet moeten worden om het personeel een verbeterd perspectief te bieden, om de negatieve tendens om te buigen en het vertrouwen te herstellen. Het personeel verdient immers respect en waardering! Als dat niet gebeurt ziet het er voor Defensie, gezien de negatieve teneur en de extreem grote ongeplande uitstroom van personeel, niet best uit.
Uiteindelijk hebben wij de voorzitter opgeroepen om ons opnieuw uit te nodig om te gaan onderhandelen over een nieuw arbeidsvoorwaardenpakket. Daar heeft de voorzitter uiteraard tijd voor nodig. Daar hebben we aan de ene kant begrip voor, maar dat zal ook relatief kort moeten zijn omdat de negatieve spiraal doorzet, de leegloop voortzet en dat Defensie niet helpt.
Wel hebben we de voorzitter verzocht om een aantal stappen te zetten die een aantal enorme dissatisfiers kunnen wegnemen bij het personeel of kan bijdragen aan het herstellen van vertrouwen, het tonen van respect en waardering of het bieden van perspectief. Het ging dan om de volgende stappen:
• Het verlengen van het huidige SBK om te voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen;
• Het verlengen van de periode waarin mensen kunnen kiezen om terug te keren naar de Oude Diensteinderegeling. De datum 1 januari 2019 was immers gekozen om zeker te stellen dat mensen de resultaten van het nieuwe akkoord mee zouden kunnen wegen. Aangezien het nu niet tot een akkoord komt is het evident dat het op zijn minst vreemd is om deze mensen te dwingen tot een keuze;
• Het alsnog toekennen van de eenmalige uitkering van € 600 bruto aan het personeel. Dit is immers incidenteel geld en het betreffende budget is dit jaar beschikbaar. Aangezien we telkenmale moeten constateren dat Defensie grote moeite heeft om het geld uit te geven hebben wij de Staatssecretaris met klem verzocht om dit geld (als blijk van waardering) alsnog in oktober van dit jaar uit te betalen.
De reactie van de voorzitter van het SOD was helder en begrijpelijk. Zij neemt onze voorstellen mee terug en komt daar dan ook op een later moment op terug. Er is immers unaniem ”tegen” gestemd waardoor het gehele onderhandelaarsresultaat is afgewezen. Het zou dan, in de ogen van de voorzitter, niet opportuun zijn om bepaalde elementen wel door te voeren. In principe natuurlijk een terecht standpunt, hoewel wij van mening waren dat bepaalde elementen altijd kunnen worden gewijzigd of ingevoerd als sociale partners het daar overeen zijn.
Dat brengt ons wel bij het volgende. Er is op dit moment geen geldig SBK terwijl de belangrijke elementen daaruit nog niet zijn opgenomen in vigerende regelgeving. Daar zullen mensen nog niet een, twee drie de dupe van zijn, maar het is niet uit te sluiten.
Aangaande het keuzemoment Oude-diensteinderegeling kunnen wij u (wederom) slechts adviseren om te wachten met het maken van uw keuze. Op dit moment heeft u het recht om te kiezen tot en met 31 december 2018. Wij zullen ons blijven inzetten om dat uit te stellen.
Voor een uitgebreidere duiding en een mogelijkheid om input te leveren voor het vervolgtraject verwijzen wij u graag naar het volgende nummer van het ACOM Journaal of toekomstige nieuwsbrieven.

Abonneer u nu op de ACOM Nieuwsbrieven. Klik hieronder:

 

Websize Ministerie van DefensieHet zijn weer mooie woorden, met name over het personeel, die Defensie ons voorschotelt in de Beleidsagenda “En nu de uitvoering”, bij de Defensiebegroting 2019. Mooie woorden die geplukt lijken uit de Defensienota “Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid” die in maart jl. werd gepubliceerd.

Veelzeggender is wellicht het staatje dat de minister ons voorzet als het gaat om de daadwerkelijke defensie-inspanning – een en ander afgezet tegen de al jaren geldende NAVO-eis dat 2% van het BBP aan defensie-uitgaven besteed dienen te worden. In weerwil van alle mooie woorden vertoont de ontwikkeling van die uitgaven de komende vijf jaren een neergaande curve, die de 1,34 % nooit te boven komt en uiteindelijk op 1,23% eindigt. Aldus blijft de financiële inspanning ten behoeve van onze krijgsmacht nog steeds mijlen ver verwijderd van de internationale standaard waarmee ook Nederland destijds akkoord is gegaan.

Defensie, lezen we nu, wil “een betrouwbare en betrokken werkgever” zijn. “Een organisatie met een veilige werkomgeving die het vertrouwen heeft van haar mensen, hen weet te behouden en voldoende nieuwe mensen werft.” Inderdaad: En nu de uitvoering! Nu nog de daad voegen bij al die mooie woorden en fraaie volzinnen.
In die zin wijkt ook deze begroting niet overdreven veel af van de luchtfietserij van de afgelopen jaren waarin, wel met de mond maar niet met de daad, lippendienst werd bewezen aan iets dat er zou moeten zijn maar er bij nadere beschouwing niet was: die robuuste en wendbare organisatie waarvan de beleidsmakers voortdurend de mond vol hadden en ook thans nog hebben.

De facto was en is onze krijgsmacht helaas nog steeds in hoge mate een houtje-touwtje organisatie waarin op de werkvloer het ene gat met het ander moet worden gevuld. In die zin is de financiële injectie die thans wordt gegeven er een die het predicaat ‘te weinig en te laat’ nog steeds niet kan afschudden.

Hoe dat ook zij, volgens Defensie is men intussen voortvarend aan de slag gegaan met de uitvoering van de plannen. Een en ander onderverdeeld in vier meerjarige programma’s.
Frappant is wel dat nu niet meer gerept wordt over “versterken van het vertrouwen” bij het personeel in de organisatie, waar in de Defensienota nog sprake van was. Zou het vertrouwen van het personeel in de organisatie in die luttele maanden dan alweer volledig hersteld zijn? Of is de praktijk toch een flink stuk weerbarstiger dan werd gedacht?

In het licht van ons continue contact met onze achterban moeten wij helaas vaststellen, dat op de werkvloer het vertrouwen in een goede afloop al lang verdwenen is en dat er méér nodig zal zijn – niet alleen in financieel opzicht maar ook in daadwerkelijke betrokkenheid en geen loze woorden – om dat vertrouwen te herwinnen. In die zin laat een bijna 25 jaar durende kaalslag zich niet in een paar jaar tijd grotendeels wegmasseren.

Er is meer ‘achterstallig onderhoud’ nodig dan alleen wat betreft de gestegen risico’s in relatie tot molestclausules bij levensverzekeringen en de financiële voorziening die daar door Defensie tegenover gezet is. Het feit dat men toegeeft dat de verhoogde risico’s op overlijden bij missies eerder verdisconteerd hadden moeten worden is overigens symptomatisch voor de wijze hoe het kabinet wat betreft de krijgsmacht voortdurend achter de feiten aanloopt.

In het oktobernummer van ACOM Journaal gaan wij uitvoeriger in op de Beleidsagenda en de Defensiebegroting 2019.

Deze week hebben actieve deelnemers aan de eindloonregeling op het huisadres een nieuwsflits van het ABP ontvangen (of gaan deze nog ontvangen). Daarin wordt door het ABP op een geheel eigen wijze een uitleg gegeven over het onderhandelingsresultaat arbeidsvoorwaarden Defensie.

In deze nieuwsflits wordt door het ABP, naar onze mening, gesuggereerd dat de wijzigingen in het pensioenstelsel per 1 januari 2019 een gegeven zijn. Wel wordt er in de nieuwsflits het volgende geduid “ De afspraken worden nu door de vakbonden voorgelegd aan de achterban.”

Allereerst willen wij benadrukken dat wij niet betrokken zijn bij deze nieuwflits en dat het ABP deze zonder onze betrokkenheid heeft verstuurd.
Daarnaast nemen wij afstand van de suggestieve tekst en de elementen “afspraken” en “worden voorgelegd aan de achterban”.

Aangaande de afspraken benadrukken wij nogmaals dat het hier gaat om een onderhandelaarsresultaat arbeidsvoorwaarden voor de sector Defensie. Er is pas sprake van afspraken als het daadwerkelijk een akkoord wordt. En dat brengt ons meteen bij “het voorleggen aan de achterban”. Wij raadplegen de leden en vragen derhalve om een stem. Als op 27 september de ledenraadplegingen afgerond zijn weten we de mening van onze achterban. Daarna zullen we samen met onze zusterorganisatie, de CNV-overheid, het standpunt van onze centrale bepalen.

Dit wordt uiteindelijk onze stem (dus namens de CCOOP, onze centrale) in de vergadering van het SOD. Aldaar worden de stemmen van alle centrales gewogen en wordt bepaald of het al dan niet een akkoord wordt. Pas dan weten we dus ook of er veranderingen komen in het pensioenstelsel voor militairen.

In die zin is de nieuwsflits van het ABP dus niet alleen prematuur maar ook zeer suggestief, en daar nemen wij dan ook met klem afstand van. Wij zijn, en blijven, van mening dat het ABP de pensioenregeling moeten uitvoeren zoals sociale partners dat overeenkomen. Dat is immers de rol en taak van een uitvoerder!

Mochten zij in de toekomst stappen nemen om dat anders te willen gaan doen dan zullen wij juridische stappen zetten. Daar kan geen misverstand over bestaan.