Contact met uw bond
033-4962722


Eerste jaarrapportage Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid

“Het begin is er, maar het is nog te vroeg om tevreden te zijn over de veiligheid bij Defensie”. Aldus de conclusie van de Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid in haar eerste jaarrapport.

Websize Ministerie van DefensieHet rapport ‘Het begin is er’ werd vandaag (dinsdag 18 juni 2019) overhandigd aan de minister van Defensie door de commissievoorzitter oud-Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet.

Er is geen sprake van een cultuur van onveilig werken bij Defensie, constateert de Visitatiecommssie. Op de werkvloer proberen de collega’s zo veilig mogelijk te werken. Ze zijn zich bewust van de risico’s van het werk. Maar de jarenlange straffe bezuinigingen op Defensie hebben er stevig ingehakt.

Ravage door straffe bezuinigingen
Met name ook voor wat betreft de middelen die noodzakelijk zijn om veilig te kunnen en blijven werken. “Bezuinigingen hebben geleid tot het gebruik van verouderde apparatuur en uitrusting. En tot onvoldoende onderhoud van gebouwen en infrastructuur.”

“Ook heeft de Visitatiecommissie gezien dat de lange doorlooptijden voor de aanschaf van materieel, het aanname proces van personeel en het onderhoud aan gebouwen verlammend werken op de organisatie. Deze langdurige processen houden vooruitgang tegen.”

Zowel de politiek als de krijgsmacht stak de kop in het zand voor de ravage die de bezuinigingsdrift aanrichtte onder personeel en materieel. De ambitie om gereed te zijn voor “inzet in het hoogste geweldsspectrum en mee te doen met (-) missies” bleef onaangetast. Volgens de Visitatiecommissie hebben “deze twee factoren gevolgen gehad voor veilig werken bij Defensie. Gecombineerd met de basishouding van ‘Wij gaan door waar anderen stoppen’, leidt dat (-) tot een grotere kans op onveilige situaties”.

De commissie stelt verder vast dat de Defensieonderdelen niet optimaal zijn betrokken bij de totstandkoming van het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’. Websize Omslag rapport Het moet en kan veiligerMen herkent zich dan ook niet of weinig in het veiligheidsplan.

Onveiligheid door snelle functieroulatie
|Een wezenlijk probleem is volgens de commissie ook de “snelle functieroulatie” bij de militairen. Dit is niet bevorderlijk voor veilig werken. Er gaat als gevolg van dit “inefficiënte personeelssysteem” veel tijd en energie verloren door de inwerktijd in een nieuwe functie. “Door deze snelle doorlooptijd merken leidinggevenden ook de consequenties van hun besluiten niet.”

De Visitatiecommissie is ingesteld bij besluit van de minister van Defensie van 13 september 2018. Ze heeft tot taak “jaarlijks op onafhankelijke wijze de voortgang en de doelbereiking van het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’ voor de periode 2018–2020 te toetsen”.

De Visitatiecommissie is als volgt samengesteld:
* Gerdi A. Verbeet, voorzitter
* Patrick C. Cammaert, generaal-majoor der mariniers b.d., commissielid
* Ir. Josette van Doorn-Spronken, commissielid
* Prof. dr. Ira Helsloot, commissielid
* Drs. Michael Mekel, rapporteur
* Desi van de Laar, MA LLM, ambtelijk secretaris.

Op 16 april jl. vond de laatste geplande vergadering van de werkgroep Arbeidsvoorwaarden plaats en op 23 april jl. de vergadering van het Sector Overleg Defensie (SOD).

Zoals wij eerder hebben aangegeven was op die momenten onvoldoende beleidsmatige en financiële ruimte beschikbaar om tot een arbeidsvoorwaardenresultaat te komen wat tegemoet zou komen aan de wensen van het personeel van Defensie. Defensie zag dat op dat moment anders en was van mening dat die ruimte er wel was. Op 23 april hebben de gezamenlijke bonden in de sector Defensie dan ook aan de werkgever gevraagd de inzet van Defensie op dat moment bekend te maken aan het personeel, en ook hier werd geen gehoor aan gegeven. Op die wijze kon de achterban dan immers zelf beoordelen of dit verkeerd werd ingeschat door Defensie dan wel door ons. Defensie gaf op 23 april, tijdens voornoemde vergadering van het SOD, aan daar niet mee in te stemmen.

In het SOD werd dan ook door alle bonden gezamenlijk het vertrouwen in de werkgever opgezegd en werd het overleg opgeschort (m.u.v. de io REO’s).

Voor ons waren er op dat moment drie zaken van belang:

  • Er diende meer beleidsmatige en financiële ruimte te komen om tot een goed arbeidsvoorwaarden-onderhandelaarsresultaat te komen;
  • Er diende transparantie te komen van de zijde van de werkgever aangaande het “bod van Defensie”;
  • Er diende een stap gezet te worden om het vertrouwen te herstellen.

Omdat het niet zo kan zijn dat de bonden van de werkgever transparantie vragen zonder zelf transparant te zijn hebben wij op 2 mei onze inzet openbaar gemaakt.

De druk op Defensie heeft klaarblijkelijk gewerkt en op 14 mei geresulteerd in een inzetbrief van Defensie. Uit deze brief bleek overduidelijk dat er al aan twee van de drie voorwaarden werd voldaan, er was meer beleidsmatige en financiële ruimte gerealiseerd en Defensie betrachtte transparant te zijn. Dat heeft ook al een bepaalde uitstraling inzake het vertrouwen. Het belang van een goed resultaat wordt daarmee ook door Defensie onderkend.

Voor de ACOM (CCOOP) zijn deze stappen voldoende om de onderhandelingen aangaande Arbeidsvoorwaarden voor de sector Defensie te hervatten, en dat hebben wij Defensie inmiddels ook via een brief laten weten. Want laten we helder zijn, als wij de inzet van Defensie en die van ons naast elkaar leggen zitten daar echt nog verschillen tussen, maar alleen via onderhandelingen kan worden bezien of we elkaar voldoende kunnen naderen om tot een arbeidsvoorwaardenresultaat te komen.

En dan is het laatste woord aan u, als de achterbannen van alle aangesloten bonden het in voldoende mate “goed genoeg” vinden wordt het pas een arbeidsvoorwaardenakkoord.

Klik hier voor het (concept-)verslag van het SOD van 23 april jl.

Klik hier voor de inzet van de ACOM

Klik hier voor de inzetbrief van DefensieKlik hier voor de inzetbrief van Defensie

Klik hier voor de reactie van de CCOOP op de inzetbrief van Defensie

uitspraak

Het gerechtshof in Den Haag heeft zich maandag 13 mei gebogen over het hoger beroep dat door de defensiebonden tegen de staat is aangespannen over de eindloonregeling.

Dit hoger beroep is een vervolg op de uitspraak die de rechter in kort geding eerder heeft gedaan over de vraag of in 2019 nog een eindloonregeling geldt voor militairen of niet.

Het hof heeft daarbij kenbaar gemaakt dat het de bedoeling is om 9 juli uitspraak te doen.

De aanwezigen troffen drie goed ingelezen rechters aan die als eerste de pleidooien van de advocaten van de defensiebonden en de landsadvocaat aanhoorden.

Na een schorsing werden er door de rechters de nodige kritische vragen gesteld aan zowel onze advocaten als de landsadvocaat. De landsadvocaat probeerde opnieuw stelselmatig terug te keren naar het pensioenreglement. Volgens de vrije uitleg van dit reglement door de landsadvocaat staat daarin dat er vanaf januari 2019 sprake is van een middelloonregeling voor militairen. Een opmerkelijke pleidooi gezien de recente publiekelijke bevestiging door de staatssecretaris dat militairen eigenlijk nog steeds een eindloonregeling hebben. Die uitspraak werd door haar gedaan tijdens de uitzending van WNL op zondag 10 maart jl.,  maar werd door de landsadvocaat tijdens de zitting afgedaan als niet meer dan een verspreking.

Wij blijven vooral vasthouden aan de pensioenafspraken die we in 2017 met de werkgever hebben gemaakt. Daarbij is namens ons in de richting van de rechters betoogd dat zolang er niet definitief een nieuwe, uitgewerkte en door de leden geaccepteerde pensioenregeling is overeengekomen, de eindloonregeling voor militairen in stand blijft.

2019 05 15 ACOM MG

U werkt bij Defensie en u wilt onder meer:

  • nadere uitleg over de stand van zaken aangaande de onderhandelingen voor het huidige akkoord arbeidsvoorwaarden (avw),
  • nadere uitleg over de inzetnota van de ACOM aangaande arbeidsvoorwaarden,
  • meer weten over rechtspositionele zaken,
  • het naadje van de kous weten waarom de onderhandelingen voor de nieuwe arbeidsvoorwaarden maar niet van de grond komen,
  • en noem verder maar op. 

Nou dat treft! De voorzitter en secretaris-onderhandelaar van de ACOM, Jan Kropf en Stefan Hop, komen naar u toe op Willemsoord! 

Ze staan voor u klaar, geheel tot uw beschikking op:

 

Woensdag 15 mei 2019 om 10:00 uur!

Zij treffen u dan graag in De Witte Raaf, Marinekazerne Willemsoord, Den Helder

Iedereen maar dan ook iedereen is van harte welkom!

Na de lunch vangt om 13:00 uur de ledenraadvergadering van de regio west van de ACOM aan op dezelfde locatie. ACOM leden zijn daarbij ook meer dan welkom!

aanmeldenacties

 Met jullie bijdragen worden de komende acties van de bonden een (nog groter) succes.

Wil je de toekomstige acties van de gezamenlijke bonden in de sector Defensie voor een betere CAO ondersteunen door daarbij aanwezig te zijn?

Geef je dan op via de actiesite. We hebben dan alvast je gegevens en kunnen je snel contacten op het moment dat er een nieuwe actie wordt voorbereid.

Als er een actie komt ben je één van de eersten die daarvan op de hoogte wordt gebracht en kun je aangeven of en hoe je wilt deelnemen.

Uiteraard gaan we zorgvuldig met je gegevens om en zullen we deze alleen gebruiken om je op de hoogte te brengen van onze activiteiten. Uiteraard bepaal je zelf of je ergens wel of niet aan wilt deelnemen. Op het moment dat er een arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie komt zullen we de gegevens vernietigen.

Klik hier om je aan te melden via onze actiesite Actiebijdefensie.nl

 

 

 

 

Wij betogen dat het pensioenstelsel niet “onhoudbaar” is, al zijn er redenen om te investeren in een verbetering en versterking van het huidige stelsel.

De laatste officiële meting plaatst Nederland opnieuw op nummer 1. En in Nederland is ABP de meest robuuste en houdbaarste van allemaal.

Dat blijkt uit de volgende feiten:

  • Eind 2018 had ABP bezittingen van ruim 442 miljard euro.
  • Dat was in 2007 voor de financiële crisis 219 miljard, een verdubbeling van het belegd vermogen.
  • De uitkeringen stegen in dezelfde periode van 6,5 naar 11,4 miljard en ontvangen premies van 6,7 naar 10,9 miljard.
  • Het ABP-vermogen steeg harder dan de uitkeringen of de premies. Het resultaat van goed en gedegen beleggen waarbij over een reeks van jaren verwachtingen worden verslagen.

Dus : Onhoudbaar? Geen sprake van!

De bezittingen van 442 miljard euro zijn ruim voldoende om aan alle verplichtingen te voldoen.

De kasstroom (wat gaat er in en uit) inclusief rendement is ruimschoots voldoende om alle toegezegde pensioenen te betalen en verantwoord te indexeren. Dit toont aan dat (zonder toevoeging van nieuwe verplichtingen en zonder ingelegde premies) bij 5,8% rendement (het behaalde rendement de laatste 10 jaar gemiddeld) het vermogen zal exploderen.

 

HET GELD KLOTST TEGEN DE PLINTEN!

Bij het “prudente” rendement van 2,8% netto dat gebruikt wordt voor het berekenen van het rendement van de premie kunnen we de pensioenen 60 jaar lang zonder problemen jaarlijks met 2% verhogen en de indexatie achterstand inhalen. 

De dekkingsgraad

De dekkingsgraad daalde in het afgelopen jaar van 139% naar 98%. De oorzaak hiervan is gelegen in de strikte regelgeving van de DNB waarbij voorbij wordt gegaan aan het werkelijk gerealiseerde rendement maar de marktrente als verplicht rendement wordt opgelegd.

Nog even terug in de tijd

Tot heden heeft de bemoeienis van de, bij ambtenaren aan elkaar gekoppelde, werkgever en wetgever combinatie een negatieve uitwerking op het wel en wee van het fonds. Het begon in de jaren 80 en 90 vorige eeuw met de uitnamen uit het fonds van 38,6 miljard gulden om ontslagen en loonkortingen te kunnen voorkomen. Desondanks had ABP bij de privatisering een ruime dekkingsgraad.

Vervolgens is sinds 2009, dus na het begin van de crises, ruim 35 miljard euro te weinig premie betaald vanuit de verwachting dat het rendement hoger zou zijn dan de risicovrije rente. Inclusief gemist rendement werd ruim 42 miljard te weinig betaald.

Toch haalt het ABP nog altijd bijna 100% dekkingsgraad, ondanks een minder beleggingsjaar. De uitnamen zijn immers gecompenseerd met beleggingsresultaten!

Door de DNB opgelegde rente lijkt het alsof er te weinig geld in kas is, maar niets is minder waar. De jaarrekeningen laten zien dat het ABP als fonds robuust en houdbaar is. Toch moet er wat veranderen. Het opgelegde juk moet minder gaan knellen.

ONS VOORSTEL

  • Beëindig de afwijking tussen werkelijk rendement en de rente voor het disconteren van verplichtingen, hanteer eenzelfde discontovoet voor de berekening van premie en verplichtingen. Betaal als werkgever (Rijk) de ‘dekkende’ premie.
  • Respecteer dat pensioenfondsen geen beleggingsinstellingen zijn maar uitvoerders die deelnemers zekerheid moeten bieden. Hoge ambities in combinatie met lage premies dwingen ABP tot risicovol beleggen. Conservatief beleggen wordt afgestraft. Stop daarmee. Zorg dat de risicohouding gebaseerd wordt op de feitelijke samenstelling van het fonds.
  • Stop met de verheerlijking van ‘individuele pensioenpotjes’. Er bestaat geen individuele administratie van ingelegde premies en behaalde rendementen. Onze ABP “persoonlijke pensioenpotten” is een poging om deelnemers inzicht te geven in de opbouw van hun voorwaardelijke aanspraken. Afgeleid van de aanspraken maar zonder individuele rechten. De politieke droom van individuele potjes is een garantie voor administratieve chaos en teleurgestelde deelnemers. Het opbreken van de solidariteit kost iedere deelnemer geld, door de hogere kosten en het lagere rendement.
  • Geef het ABP de ruimte om samen met het Rijk als werkgever pensioen na 45 jaar mogelijk te maken.
  • Trek de discontovoet voor ABP gelijk aan de discontovoet die werkgever Rijk hanteert bij het berekenen van de premie: 2,8% reëel of 4,8% nominaal. Als tegenprestatie een conservatievere risicohouding. Maak zo van de pensioenfondsen weer publieke dienstverleners.

DE OPLOSSING VOOR ZELFSTANDIGEN EN FLEXWERKERS

Het is niet van deze tijd om het groeiende aantal flexwerkers en zelfstandigen buiten beschouwing te laten. Los het pragmatisch op en neem flexwerkers en zelfstandigen in het bestaande stelsel op. Laat iedereen die in een sector werkt deelnemen met dezelfde premie zoals die ook geldt voor vaste krachten in die sector.

Als het kabinet niet terugkeert op haar schreden zal ABP mogelijk al eind 2019 preventief moeten ingrijpen om pensioenkortingen in 2020 te voorkomen. De veroorzaker van het tekort is de premieachterstand. We lossen het probleem op door de werkgever, het kabinet, de rekening te sturen voor de gemiste premie en het gemiste rendement: ruim 50 miljard. Dat mag in 10 jaar betaald worden. Wij activeren de vordering en halen daarmee per direct een dekkingsgraad van ruim 110%.

 

De auteurs, allen lid van het verantwoordingsorgaan ABP schreven deze opinie op persoonlijke titel.

Ben Groen, Kolonel b.d. Kmar, lid CCOOP.
Rik Hindriks, econoom/ondernemer, lid FNV Zelfstandigen
Hans Leijh, luitenant-generaal b.d., lid CMHF
Bernard van Praag, emeritus hoogleraar economie en econometrie, lid NBP

hoger beroep

Het Gerechtshof Den Haag heeft de defensiebonden via hun advocaat laten weten dat er op 13 mei aanstaande het hoger beroep in de pensioenzaak tegen Defensie zal worden behandeld. Belangstellende defensiemedewerkers, inclusief ex-militairen met UGM, die de zitting willen bijwonen zijn na aanmelding uiteraard van harte welkom. De zitting zal om 9.30 uur plaatsvinden in het Paleis van Justitie in Den Haag.

 

Hoe zat het ook alweer?

Defensie en de defensiebonden verschillen van mening over de afspraken die eind 2017 zijn gemaakt over het karakter van de pensioenregeling voor militairen. Defensie stelt zich op het standpunt dat voor 2019 (e.v.) is afgesproken dat er een pensioenregeling met een middelloonkarakter geldt. De bonden daarentegen zijn van mening dat nog steeds een eindloonregeling geldt.

Op 21 december 2018 heeft de rechter in kort geding in Den Haag uitspraak gedaan. Een voor de bonden teleurstellende uitspraak. Niet alleen omdat de bonden in het ongelijk zijn gesteld, maar ook omdat de onderbouwing rammelt.

Wat vindt de rechter?

De rechter stelt in de onderbouwing dat er arbeidsvoorwaardelijk een afspraak is gemaakt.

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 staat namelijk: "Deze nieuwe pensioenregeling die per 1 januari 2019 zal gaan gelden, zal nog worden uitgewerkt, waarbij het vertrekpunt van denken een middelloonregeling is". De rechter is van oordeel dat als de middelloonregeling het vertrekpunt van denken is er dan niet meer wordt gesproken over een eindloonregeling vanaf 2019. Maar alleen nog over een nadere invulling van die middelloonregeling. De rechter vindt de uitleg van bonden dat er tussen partijen wel degelijk nog steeds een eindloonregeling geldt daarom niet logisch. De verschillende stukken die na het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 gemaakt zijn, veranderen daar volgens de rechter niets aan. Dat geldt ook voor het ontbreken van overeenstemming over de inhoud van die nieuwe regeling.

Wat vinden wij?

De bonden zijn van mening dat intenties in een arbeidsvoorwaardenresultaat inhoudelijk niet hard zijn. Met andere woorden dat de uiteindelijke uitkomst van bespreking nog steeds een andere kan zijn dan uitgesproken in de intentie. Bovendien gaat de rechter in de uitspraak volledig voorbij aan de wel duidelijke en harde afspraken die op het zelfde moment wel zijn gemaakt en ook verwoord in een brief aan het ABP.

Wat gebeurt er de 13e?

Overtuigd van onze argumenten hebben we hoger beroep ingesteld. Op 13 mei aanstaande zullen de advocaten van Defensie en de bonden voor de drie rechters van het Gerechtshof hun standpunt bepleiten. Belangstellenden zijn welkom om de mondelingen behandeling van de zaak bij te wonen. Het aantal beschikbare stoelen is echter beperkt. Daarom vragen wij eenieder die aanwezig wil zijn dat vooraf kenbaar te maken via deze link.

Velen zullen de zaak met veel interesse volgen. Voor de aanwezigheid geldt echter: toegang na aanmelding en degene die het eerst komt het eerst maalt.

Wij zullen u in de week na de zitting nader informeren over hoe de zitting verlopen is.