Contact met uw bond
033-4962722


Websize Ministerie van DefensieDe Commissie Sociaal Veilige Werkomgeving Defensie opende op 15 december jl. een meldpunt. Zowel voormalig als huidig Defensiepersoneel kan daar terecht met klachten/meldingen over (ervaren c.q. geconstateerd) ongewenst gedrag.

Meldingen kunnen telefonisch (070-3245069), via de website, per e-mail of brief worden gemaakt. Een nadere toelichting hierop is te vinden op de website www.meldpuntsociaalveiligdefensie.nl .

Het meldpunt is tot 1 juli 2018 geopend. De commissie beoordeelt de meldingen inhoudelijk en bepaalt eventueel naar welke instantie de melding, na overleg met de melder, kan worden doorverwezen.

Aanleiding
Naar aanleiding van incidenten waarover recent werd bericht in de media stelde staatssecretaris Barbara Visser een externe en onafhankelijke commissie in die de sociale werkomgeving bij Defensie onder de loep gaat nemen.
Het onderzoek van de commissie betreft met name de meldingsbereidheid, het meldingssysteem en de nazorg aan melders.
De commissie is extra alert op signalen die kunnen wijzen op een angstcultuur. Daarnaast onderzoekt de commissie hoe met de melding en de melders van een misbruikzaak in Schaarsbergen is omgegaan.

Verder beoordeelt de commissie op basis van een steekproef de kwaliteit van de interne onderzoeken die Defensie deed naar ongewenst gedrag. Uiterlijk 15 maart 2018 komt de commissie naar buiten met een tussentijdse rapportage van haar bevindingen. Uiterlijk 15 juli 2018 moet er een eindrapport liggen.

Bestaande meldmogelijkheden
De reeds aanwezige mogelijkheden voor het Defensiepersoneel om ontoelaatbaar gedrag te melden blijven bestaan. Zo kan men met klachten terecht bij het meldpunt van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie of bij de eigen commandant. Van strafbare feiten kan ook altijd aangifte worden gedaan bij de Koninklijke Marechaussee.

Commissieleden
De voorzitter van de commissie is prof. dr. Ellen Giebels (Universiteit Twente). Overige leden zijn prof. dr. Kees van den Bos (Universiteit Utrecht) en Frans van Oostrum van het ministerie van Financiën.