Contact met uw bond
033-4962722


Vandaag hebben alle centrales van overheidspersoneel aan de Hoofddirecteur Personeel, Schout-bij-nacht Peter Reesink (door afwezigheid van de Staatssecretaris van Defensie zat hij het Sector Overleg Defensie voor), laten weten dat een (over)grote meerderheid van de leden van de aangesloten bonden achter het arbeidsvoorwaarden-onderhandelaarsresultaat staan. Daardoor is er nu, met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2018, een Arbeidsvoorwaardenakkoord voor al het Defensiepersoneel.

ACOM Groen licht

Een akkoord waardoor inkomens (zowel structureel, incidenteel als tijdelijk) verhoogd worden, voor het overgrote deel van de militairen de pensioenen verbeterd worden en er een compensatieregeling is voor mensen waar het pensioenperspectief toch minder voor is. Door het nieuwe pensioenstelsel wordt ook de werknemersbijdrage voor het grootste deel van de militairen lager, maar in ieder geval niet meer dan in 2018! Maar in dit akkoord zij, naast specifieke regelingen voor specifieke groepen personeel (waaronder burgermedewerkers en personeel geplaatst in het buitenland) ook hele belangrijke zaken geregeld zijn waar onze achterban echt op zat te wachten. Een verruiming van de vrije dagen bij inzet in het weekend en op feestdagen, waarbij men dan ook nog de keuzen heeft om deze op te nemen of tegen het reguliere uurloon uit te laten betalen. Dat doet echt iets met de balans tussen werk en privé. Ook de zekerheid van een vaste baan voor onderofficieren en officieren die binnen de looptijd van dit akkoord een FPS2 aanstelling hebben of krijgen is echt een groot gewin. Sociale en maatschappelijke zekerheid, daar gaat het toch vaak om in het leven, dus ook van de jonge militair! Als laatste noemen we hier dan ook nog maar de verhoging van enkele toelages en de afspraak dat er volgend jaar op 1 juli een nieuw loongebouw moet liggen.

Over al de elementen in het resultaat tezamen hebben de leden van de ACOM, maar ook de leden van de zusterbonden, een positief oordeel geveld. Maar er werd ook veel inhoudelijk gereageerd en er werden veel zaken meegegeven. Zaken die op korte termijn zouden moeten worden geregeld of meegenomen zouden moeten worden bij de onderhandelingen voor een volgend akkoord.

Jan Kropf heeft, als vertegenwoordiger van de CCOOP, dan ook aan de voorzitter van het SOD laten weten dat de leden hebben aangegeven dat “dit een goede stap in de goede richting is maar dat we er nog lang niet zijn”.

Er liggen nog een aantal grote dossiers die opgepakt moeten worden en daarvoor is relatief weinig tijd, zeker gezien de complexiteit van deze dossiers. Daarom hebben wij de werkgever Defensie, maar ook de zusterorganisaties opgeroepen om met een hoge prioriteit de volgende dossiers op te pakken:

  • Het doen van een aanbeveling voor het levensfasebewust personeelsbeleid;
  • Het tot stand brengen van een nieuw loongebouw voor militairen voor 1 juli 2020;
  • Het vervangen van het Flexibel personeelsbeleid militairen voor 1 oktober 2020.

Wij willen ook graag op een dusdanig moment met de onderhandelingen voor nieuwe arbeidsvoorwaarden beginnen dat er een nieuw akkoord (dus inclusief achterbanraadpleging) kan liggen vóór de looptijd van dit akkoord is verstreken.

Daarnaast hebben wij aangegeven dat er in de door Defensie uitgegeven AV-krant in een interview met de Directeur werkgeverzaken is aangegeven dat In het onderhandelaarsresultaat is afgesproken dat op 1 juli 2020 de eerste stap moet zijn gezet van stapsge­wijze aanpassing van het loongebouw.”. Hoewel dit aardig overeenkomt met onze uitgangspunten voorafgaand aan de uiteindelijke onderhandelingen is dat écht niet wat er in het onderhandelaarsresultaat staat. En dit is voor ons in ieder geval geen typefout, maar lijkt ons toch echt een bewuste keuze. Als wij als sociale partners de komende tijd weer samen aan tafel moeten om de huidige afspraken uit te werken en de andere grote dossiers af te ronden is vertrouwen van groot belang. En dat vertrouwen was al broos en wordt er zo niet groter op. Waar dat ons de komende tijd zal brengen zal de tijd dan ook moeten leren.

In zijn reactie gaf de HDP aan dat hij uiteraard verheugd is dat er eindelijk een arbeidsvoorwaardenakkoord ligt voor het Defensiepersoneel maar dat ook hij vindt dat we er zeker nog niet zijn en dat we als sociale partners moeten doorpakken. Dat geldt dan uiteraard voor de eerder genoemde dossiers, maar ook voor een vervolg. Dat vinden wij een goed zaak, als dit een eerste stap is moeten er immers meer stappen volgen.

Ook gaf de HDP onomwonden aan dat er aangaande het loongebouw duidelijk in het arbeidsvoorwaardenakkoord beschreven staat wat de afspraak is: op 1 juli 2020 is er een nieuw loongebouw. En zo hoort het, afspraak is afspraak en als er een akkoord ligt staan alle betrokken partijen achter het totale akkoord. Dat is immers na veel onderhandelen tot stand gekomen en bij onderha

Veel van onze leden, maar ook vele niet leden die ons benaderen, vragen om openheid van onze zijde. Op zich een begrijpelijke vraag. Ook de ACOM heeft immers

 Defensie opgeroepen om transparant te zijn en op tafel te leggen wat ze te bieden heeft. Eerder hebben wij de uitganspunten voor de onderhandelingen voor een nieuw arbeidsvoorwaardenresultaat gedeeld, maar dat vonden velen nog niet concreet genoeg. Het is dan niet zo vreemd om zelf ook transparant te maken wat onze inzet is.

Let wel, het gaat hier om een inzet. Uiteraard valt er over elk punt van een inzet te praten en kunnen en moeten er keuzes gemaakt worden. Het is dan ook van het grootste belang dat er zo snel als redelijkerwijs mogelijk is een onderhandelingsresultaat komt, waar een overgrote meerderheid van de leden van de centrales (die participeren in het overleg) zich achter kan scharen, want alleen dan kan het tot een akkoord komen en zullen de afspraken worden ingevoerd en doorgevoerd.

Ook benadrukken wij nog maar eens dat het vertrouwen in de minister van Defensie (in de rol als werkgever) is opgezegd en dat er, naast voldoende beleidsmatige en financiële ruimte, ook snel iets zal moeten gebeuren om dit vertrouwen te herstellen. Zonder wederzijds respect en vertrouwen kan er van daadwerkelijke onderhandelingen niet veel terecht komen.

De inzet van de ACOM gaat, voor een nieuw onderhandelaarsresultaat Arbeidsvoorwaarden, uit van de volgende punten:

Looptijd en inkomenseffecten

Het personeel van Defensie heeft een belangrijke taak en de salarissen zijn daarmee niet in overeenstemming. De uitstroom is enorm waardoor er een structurele, en steeds groter wordende, ondervulling van de organisatie bestaat. Het personeel van Defensie heeft recht op een salaris waar respect en waardering uit blijkt en daar hoort een salarisverhoging bij die daadwerkelijk zorgt voor een verbetering van de koopkracht. Ook dient er, na wederom een periode zonder daadwerkelijk arbeidsvoorwaardenakkoord, rust te komen op dit vlak.

De ACOM zet dan ook in op een looptijd van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2021.

Binnen deze looptijd is de inzet van de ACOM:

  • Per 1 oktober 2018 een salarisverhoging van 2%;
  • Per 1 januari 2019 een salarisverhoging van 3.25%;
  • Per 1 januari 2020 een salarisverhoging van 3.25%;
  • Per 1 januari 2021 een salarisverhoging van 3.25%;

Daarnaast dient in november 2019, november 2020 en november 2021 de eindejaarsuitkering aangevuld te worden tot een volledig maandsalaris.

Deze salarisverhogingen dienen uiteraard door te werken in de wachtgeld-, UKW- en FLO-uitkeringen van het gewezen defensiepersoneel.

Het (flexibel) personeelssysteem

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 hebben de sociale partners al afspraken gemaakt over het vormgeven aan een volledig nieuw personeelssysteem. We hadden immers gezamenlijk vastgesteld dat het huidige FPS niet meer kon zorgen voor enerzijds een evenwichtige personeelsopbouw en anderzijds een kwaliteitsinvestering in het personeel. Sociale partners kwamen overeen dat deze structurele en grote wijziging binnen uiterlijk drie jaar gerealiseerd zou zijn. Deze termijn loopt af binnen de door ons voorgestelde looptijd en dientengevolge is de ACOM van mening dat er nu al een serieuze verandering dient plaats te vinden.

Onze inzet is dan ook:

  • Om alle onderofficieren en officieren die thans een FPS1 of FPS 2 aanstelling hebben per direct een vaste aanstelling te geven;
  • Om alle toekomstige aspirant onderofficieren en officieren die tijdens de looptijd van dit resultaat in dienst treden een vaste aanstelling te geven;
  • Soldaten en korporaals[1] maximaal de mogelijkheid te bieden om zich te kwalificeren voor onderofficiers- en officiersopleidingen.

Dit zou dan een eerste concrete stap moeten zijn in de omvorming naar een nieuw personeelssysteem waarbij ruimte is voor allerlei uiteenlopende contractvormen voor zowel burger- als militair personeel.

Pensioenstelsel specifiek voor militairen

De ACOM is bereid mee te gaan in de pensioenparagraaf zoals die stond verwoord in het laatste, afgewezen, onderhandelaarsresultaat. Maar zal zich wel in blijven zetten voor de volgende aanpassingen:

  • Voor 2019 blijft de pensioenregeling een regeling met een eindloonkarakter. De nieuwe regeling gaat derhalve pas in per 2 januari 2020;
  • Er dient een sociaal en maatschappelijk aanvaardbare verzachtende dan wel compenserende maatregel te komen voor mensen die in het huidig dan wel toekomstig inkomen worden benadeeld door deze regeling.

Verzachtende en compenserende maatregelen

De ACOM is en blijft van mening dat deze pensioenregeling specifiek voor militairen uitlegbaar is en op meerdere punten een verbetering is t.o.v. de huidige pensioenregeling waar deze voor in de plaats komt.

Dat neemt echter niet weg dat er ook (ex-)militairen zullen zijn die een nadelig effect kunnen ervaren doordat zij meer premie (in Euro’s) moeten gaan betalen in de nieuwe regeling dan in de oude regeling het geval zou zijn geweest. Als dat voorkomt is het voor de ACOM een harde eis dat dit extra premiebeslag (gebaseerd op dezelfde inkomenselementen) volledig voor rekening komt van de werkgever.

Ook kan het voorkomen dat militairen, met name bij een toekomstige individuele salarisverhoging, in de nieuwe pensioenregeling minder pensioen op gaan bouwen dan binnen de oude pensioenregeling het geval zou zijn geweest.

Het spreekt voor zich dat de ACOM voor deze situatie maatregelen wil afspreken.

Voor deze maatregelen zet de ACOM in op:

  • Voor militairen die na de invoering van het nieuwe pensioenstelsel daadwerkelijk achteruitgaan in pensioen(perspectief) zal een acceptabele verzachtende maatregel worden gerealiseerd;
  • Voor militairen die in de (nabije) toekomst een individuele promotie (salarisstap of bevordering) maken wordt bezien of er in de oude pensioenregeling meer pensioenopbouw zou zijn geweest. Indien dit het geval is dient deze achteruitgang te worden verzacht. Het heeft de voorkeur om deze verzachting in het pensioen te laten landen maar als dat niet haalbaar is zal het gedurende een bepaalde periode in het huidige loon moeten worden uitbetaald;
  • Voornoemde situaties dienen duidelijk en concreet beschreven te worden. Vage beschrijvingen of open eindjes zijn geen optie.

Loongebouw voor militairen

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 is expliciet gekozen voor een directe koppeling tussen het aanpassen van de pensioenregeling specifiek voor militairen en het loongebouw voor militairen. Het huidige loongebouw is niet meer van deze tijd. Het verloop van de salarissen van militairen past niet bij het beoogde middelloonstelsel, er zitten grote verschillen tussen rangen die behoren bij een gelijke somscore en het systeem is niet aangepast bij de laatste ophogingen van de UGM/FLO-leeftijd.

De ACOM houdt dan ook vast aan het aanpassen van het loongebouw voor militairen op hetzelfde moment als het aanpassen van de pensioenregeling specifiek voor militairen.

Het volledig aanpassen van het loongebouw voor militairen lijkt te optimistisch, maar de eerste stappen dienen duidelijk en herkenbaar te zijn. De ACOM is van mening dat de volgende elementen bij deze eerste (significante) aanpassing meegenomen dienen te worden:

  • Bij het aanpassen van het loongebouw mag niemand benadeeld worden;
  • Er dient één loongebouw te komen voor alle militairen, dus geen onderscheid meer tussen salaristabellen voor specifieke OPCO’s;
  • Er moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de UGM/FLO-leeftijd voor eenieder in de n-DER gelijk is. Hier komen immers geen OPCO-specifieke verschillen meer voor;
  • Elke militair dient minimaal het wettelijk vastgestelde minimumloon te ontvangen;
  • Het huidige systeem van stappen die gemaakt kunnen worden in het loongebouw zal

worden aangepast;

  • Er zal rekening worden gehouden met het vroegtijdig verlaten van de organisatie;
  • Er zal rekening worden gehouden met het langer doorwerken.

Toelages

In het vorige, afgewezen, arbeidsvoorwaardenakkoord was er aangaande toelages een aantal eerste stappen voorgesteld. Op alle vlakken werd dit door het overgrote deel van onze achterban als ruimschoots onvoldoende beoordeeld. Daarnaast was er uitsluitend oog voor een, zij het zeer beperkte, stijging van de vergoeding in algemene zin. Onze achterban heeft met name aangegeven dat, naast de veel te geringe stijging in financiële zin, er meer balans dient te komen tussen werk en privé en dat er meer aandacht dient te komen voor de zeer schamele vergoeding voor de inzet/werkzaamheden buiten normale werkdagen en uren. Dit geldt dan voor elke vorm van inzet en werkzaamheden. Dus zowel tijdens onregelmatige diensten als tijdens vormen van extra inzet.

De ACOM zet in die zin dan ook in op het volgende:

  • Voeg per 1 januari 2019 alle vormen van meerdaagse activiteiten en oefenen samen (dus inclusief varen) en breng deze op het niveau van de huidige toelage meerdaagse activiteiten en oefenen en verhoog deze per 1 januari 2019, 1 januari 2020 en per 1 januari 2021 telkens met 10%;
  • Verhoog de ZZF-vergoeding van 4 uren naar 8 uren per ZZF-dag en verhoog de vergoeding bij eventuele uitbetaling van deze uren naar het reguliere uurloon van betrokkenen;
  • Aanpassen van de doelgroep in artikel 9 lid 4 van de regeling VROB met de rangen tot en met Luitenant-Kolonel[2];
  • Het vervangen van de vergoeding in geld voor het verrichten van diensten en werkzaamheden op ZZF-dagen (artikel 9 lid 4 en 5 van de regeling VROB) door de eerdergenoemde 8 uren die in voorkomend geval uitbetaald dienen te worden tegen het reguliere uurloon van betrokkenen;
  • Verhoog de Toelage Onregelmatige Dienst voor militairen per 1 januari 2019, 1 januari 2020 én 1 januari 2021 met 50% (t.o.v. de hoogte van de toelage van 2018) en verricht als sociale partners een onderzoek naar een meer bij de tijd passende TOD die uiterlijk op 1 januari 2022 geïmplementeerd dient te zijn.

Sociaal Beleidskader

Op dit moment is het Sociaal Beleidskader verlengd tot een eventueel nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord. Het is uiteraard altijd de intentie van sociale partners geweest om belangrijke elementen uit het Sociaal beleidskader over te hevelen naar vaste regelgeving. Dat is tot op heden niet gelukt en vergt ook nog veel overleg en tijd. Los daarvan is het evident dat in het huidige tijdsgewricht, met een enorme ondervulling enerzijds en een groeiende organisatie anderzijds hoogstwaarschijnlijk nagenoeg geen sprake zal zijn van gedwongen ontslagen. Dat doet echter niets af aan het feit dat het wegnemen van een sociaal vangnet voor die enkeling die hier wel mee geconfronteerd gaat worden onacceptabel is. De ACOM stelt dan ook wederom voor om het huidige Sociaal Beleidskader te verlengen voor de looptijd van het voorliggende onderhandelingsresultaat.

Keuzemoment o-DER/n-DER

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2017-2018 zijn wij als sociale partners een nieuwe UGM/FLO-leeftijd overeengekomen. Tot op heden is het definitieve moment waarop men een keuze moet maken om terug te keren naar de oude diensteinderegeling niet vastgesteld. Bij een eventueel volgend akkoord zullen wij daar als sociale partners een afspraak over moeten maken.

Een veelgehoord punt van ongenoegen is dat mensen nu al de keuze moeten maken terwijl het moment waarop men daadwerkelijk met UGM/FLO gaat, zelfs indien men kiest voor o-DER, nog vele jaren duurt.

De ACOM zet dan ook in op het uitstellen van het keuzemoment, voor zover dat nog mogelijk is op basis van de leeftijd van betrokkenen, totdat men 3 jaar voor de o-DER UGM/FLO-leeftijd zit. Dat ligt op een dusdanig moment dat betrokkene beter kan inschatten of men al dan niet langer wil blijven werken dan de laatste functie terwijl men ook beter kan beoordelen wat er tot stand is gekomen aangaande het levensfasebewust personeelsbeleid. Daarnaast biedt dit de organisatie voldoende tijd om rekening te houden met het aankomende vertrek van de betrokken militair. Er is op dat moment immers duidelijk of betrokkene na de functie die op dat moment bekleed wordt nog een vervolgfunctie ambieert of dat men met UGM/FLO gaat.

De ACOM is er echt van overtuigd dat dit zorgt voor meer rust en arbeidssatisfactie onder het personeel maar ook dat hierdoor meer mensen zullen kiezen voor de nieuwe diensteinderegeling. Dat is goed voor het personeel én de organisatie.

Cafetariamodel

Het kan geen verrassing zijn dat de ACOM van mening is dat het cafetariamodel enorm

moet worden uitgebreid en dat er, in de nabije toekomst, ook mogelijkheden zouden moeten worden gerealiseerd voor het uitruilen van tijd en geld en vice versa. Dat vergt echter een brede discussie en afweging, en die discussie zal ook zeker op korte termijn gevoerd moeten worden. Er is op dit moment echter geen tijd om daarover verder te praten. Er dient immers zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is een breed arbeidsvoorwaarden-onderhandelaarsresultaat te liggen waar de achterban met grote meerderheid mee kan instemmen. Dat betekent echter zeker niet dat er geen stappen gezet kunnen worden om het cafetariamodel uit te breiden. Dat past bij een moderne werkgever en geeft het personeel (steeds) meer mogelijkheden om zelf keuzes te maken.

De ACOM wil derhalve de volgende drie stappen zetten:

  • De bron "maximaal 10% van het jaarsalaris" per 1 januari 2019 te verruimen tot

"maximaal 15% van het jaarsalaris";

  • De vakbondscontributie per 1 januari 2019 toe te voegen als doel. Uiteraard biedt dit voordelen voor de werknemers van Defensie die lid zijn van een vakbond die is aangesloten bij één van de vier centrales die deelnemen aan het formele overleg in de sector Defensie;
  • Per 1 januari 2020 de doelen die maandelijks terugkeren (reiskosten en

vakbondscontributie) ook maandelijks te verrekenen met het maandinkomen. Dit uiteraard tot de eerder genoemd maximaal 15%, het meerdere kan eventueel verrekend worden met andere bronnen. Dit gaat ervoor zorgen dat de kosten direct "verzacht worden" als deze betaald (moeten) worden en anderzijds geeft de datum van 1 januari 2020 Defensie de ruimte om e.e.a. in te regelen.

Extra onderwerpen

De ACOM heeft nog een aantal onderwerpen en elementen voor specifieke vergelijkbare groepen die wij graag, indien het tot daadwerkelijke onderhandelingen aangaande arbeidsvoorwaarden gaat komen, nader zullen onderbouwen en duiden.

Het gaat hier dan onder andere om aanvullende en specifieke afspraken voor:

  • Burgerpersoneel;
  • Reservisten;
  • Mensen in een bepaalde levensfase;
  • Mensen geplaatst in het buitenland.

Leden van de ACOM kunnen hun inbreng uiteraard nog steeds mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 


[1] En vergelijkbare rangen

[2] En vergelijkbare rangen

afbeelding

De Staatssecretaris van Defensie heeft tijdens de vergadering van het Sectoroverleg Defensie van 23 april jongstleden geweigerd om de bonden antwoord te geven op twee heel belangrijke vragen, namelijk:

 

1)   Maak duidelijk welke (eerste) inzet Defensie op 16 april 2019 gedaan heeft om op die dag tot een arbeidsvoorwaardenresultaat te komen;

2)   Maak concreet wat de door Defensie herhaaldelijk gedane toezegging inhoudt dat er daarbovenop extra ruimte is.

 

Wij zijn van mening dat Defensie ons als vertegenwoordigers van het Defensiepersoneel daar gewoon antwoord op had moeten geven.

De afgelopen tijd is er veel te doen geweest over de openheid van het proces. Wij wilden en willen daaraan tegemoet komen, maar Defensie blokkeert dat door ons te houden aan de afspraak dat wij alleen naar buiten kunnen treden als alle partijen het daarmee eens zijn. Wij staan voor gemaakte afspraken. Ook al kost dat, zoals nu, veel moeite. 

De opstelling van Defensie is veelzeggend over zowel het initiële bod, de zogenaamde extra ruimte en de door haar met de mond beleden openheid. 

De overtreffende trap is echter dat defensie weigert om haar medewerkers desgevraagd duidelijkheid te geven op de vraag wat zij voor hen over heeft. Hoe de leus “Defensiepersoneel op 1” tot uitdrukking komt in de arbeidsvoorwaardeninzet van Defensie. Defensie heeft met haar medewerkers geen afspraak en wij hebben geen bezwaar tegen openheid.

Wij roepen dan ook iedereen op om via Twitter, Facebook, aanvraag- of verzoekenformulier, etc. Defensie te vragen om duidelijkheid te geven en de reactie of het ontbreken daarvan te communiceren.

Defensie kiest blijkbaar voor: doen alsof het allemaal goedkomt. Laat op een nette manier merken dat u niets heeft gezien of gehoord dat u het gevoel geeft, dat dit ook kunt geloven. Het is echter nog niet te laat.

U kunt hier een conceptverzoek/rekest downloaden.

connect-20333_640.jpg

De CCOOP, waar de ACOM in het sector-overleg Defensie deel van uitmaakt, heeft op 25 maart jl. bekend gemaakt dat zij vooralsnog niet meer fysiek deel zouden nemen aan de vergaderingen van de werkgroep arbeidsvoorwaarden.

Wat de redenen waren om dit besluit op dat moment te nemen heeft u inmiddels elders kunnen lezen op de website of in de eerder verschenen nieuwsbrief. Dat deden wij met een dubbel gevoel. Dat dubbele gevoel werd veroorzaakt doordat wij uiteraard het liefst fysiek aan de onderhandelingstafel willen zitten om te werken aan een goed onderhandelaars-resultaat arbeidsvoorwaarden voor het Defensiepersoneel. En dat uiteraard op korte termijn, want het personeel van Defensie heeft recht op een arbeidsvoorwaardenpakket waar respect en waardering uit blijkt. Maar daarnaast ook een voldoende personele vulling, kwalitatief en kwantitatief voldoende materieel en materiaal en voldoende oefendagen om waar dan ook ter wereld de opdracht uit te kunnen voeren die de politiek aan Defensie geeft.

Wij benadrukken nog maar eens dat elke dag zonder arbeidsvoorwaardenakkoord er een teveel is. Wij willen zo snel als mogelijk tot een sterk verbeterd onderhandelaarsresultaat komen. Maar snelheid mag nooit ten koste gaan van kwaliteit.

Het moge duidelijk zijn dat het nooit in het belang is van het Defensiepersoneel in het algemeen en onze leden in het bijzonder als wij niet fysiek deelnemen aan de onderhandelingen. Maar het is ook niet goed als er niet voldoende vertrouwen is om dat wél te doen.

Want het is natuurlijk wel zo dat afspraken moeten worden nagekomen en naar onze mening gebeurde dat (wederom) niet. Op dat vlak diende dan ook eerst het een en ander te moeten worden opgelost voordat wij weer fysiek deel zouden gaan nemen aan de vergaderingen van de werkgroep arbeidsvoorwaarden.

In een goed gesprek tussen vertegenwoordigers van de CCOOP en Defensie zijn de afspraken aangaande communicatie tijdens een arbeidsvoorwaarden-onderhandelingstraject uitgebreid besproken. Vast staat dat beide partijen nog steeds achter de gemaakte afspraken staan doch dat deze afspraken op een aantal punten anders werden geïnterpreteerd. Beide partijen hebben afgesproken elkaar in de toekomst niet (meer) te verrassen met communicatie-uitingen.

Maar hiermee zijn we er uiteraard nog niet, maar dit gaf ons wel voldoende comfort om weer fysiek deel te (laten) nemen aan het overleg van de werkgroep arbeidsvoorwaarden.

Want voor ons blijft het uitgangspunt simpel, het arbeidsvoorwaardenoverleg heeft op dit moment prioriteit 1, 2 en 3. Als er dan voldoende comfort komt om weer fysiek deel te nemen is de te maken keuze helder. In het laatste Sector Overleg Defensie hebben wij de Minister en de zusterorganisaties ook al opgeroepen om zo snel als mogelijk tot een sterk verbeterd onderhandelaarsresultaat te komen.

Lees hier het concept-verslag van de laatste vergadering van het SOD.

Lees hier onze SOD gestuurde brief met uitganspunten arbeidsvoorwaarden.

questions-4304981_640.jpgZoals inmiddels bekend is heeft de CCOOP er op 25 maart jl. voor gekozen om vooralsnog niet meer fysiek deel te nemen aan de vergaderingen van de werkgroep arbeidsvoorwaarden. Wij zullen de standpunten van de CCOOP desnoods schriftelijk aanbieden zodat deze standpunten deel uitmaken van het dossier. Fysiek niet meer deelnemen impliceert dat we niet in persoon aanwezig zullen zijn en vooralsnog betekent dat, dat we dat op elk moment alsnog zouden kunnen doen. De redenen daarvoor hebben wij eerder aangegeven en zullen wij hier niet herhalen. Wel krijgen wij veel vragen aangaande de veel genoemde blog van de directeur werkgeverzaken, en daar gaan wij hier nader op in.

Laten we allereerst nogmaals benadrukken dat de inhoud van de blog, hoe vreemd, suggestief en onjuist dan ook niet de voornaamste reden is. De voornaamste reden is dat er veelvuldig is afgesproken om tijdens het proces van Arbeidsvoorwaardenoverleg niet te communiceren over proces en inhoud. Dit kan en mag alleen als er overeenstemming is over de inhoud van deze communicatie en alle betrokken partijen daarmee hebben ingestemd. Wij werden verrast door deze blog en er was, over zowel moment als inhoud, geen enkele afspraak gemaakt. Omdat wij de vertrouwelijkheid en gemaakte afspraken niet willen schenden kunnen we niet alles uitleggen, maar enkele punten proberen we te verduidelijken.

De volgende cursieve zinnen komen uit de blog, onze uitleg staat erachter. Als er delen niet beschreven zijn betekent dat overigens niet dat wij het daarmee eens zijn.

“Een van de vragen die ik kreeg, is waarom we niet geld dat van de begroting over is, kunnen uitgeven aan arbeidsvoorwaarden. Helaas mogen wij als Defensie niet zelf bepalen hoeveel geld we uittrekken voor arbeidsvoorwaarden. Het kabinet doet dit voor alle overheidswerkgevers (zoals de politie en de zorg) en die ruimte is voor iedereen gelijk.”

Twijfelachtig: deze ruimte is naar onze mening niet altijd voor iedereen gelijk. Er zijn genoeg voorbeelden waarbij extra geld naar bepaalde ministeries gaat die anderen niet krijgen (zoals politie en zorg, maar ook extra geld naar lerarensalarissen).

“Hiervoor hanteert het kabinet rekenmodellen gebaseerd op bijvoorbeeld hoe het in andere sectoren werkt, zoals het bedrijfsleven. Als daar de lonen stijgen met 2,5%, dan mag Defensie die 2,5% investeren in arbeidsvoorwaarden. Dit wordt het referentiemodel genoemd. Zoals gezegd krijgen alle overheidswerkgevers, van politie tot zorg en onderwijs, hetzelfde budget voor arbeidsvoorwaarden.”

Onjuist: hiermee wordt gesuggereerd dat overheidssectoren, dus ook Defensie, een loonruimte krijgen die exact gelijk is aan het gemiddelde van loonstijgingen in andere sectoren. Als dat zo was hadden we geen jarenlange nullijn gehad. In de Defensienota (en daarna veelvuldig elders) aangeven dat het Defensiepersoneel op één staat suggereert immers nogal wat.

“We mogen als Defensie vragen meer geld uit te trekken voor arbeidsvoorwaarden, maar dat moet dan uit onze eigen begroting komen. Dat betekent dat we andere dingen, zoals investeren in materieel, niet of minder kunnen doen. Die keuzes zijn niet altijd even gemakkelijk om te maken.”

Reactie: dat is een keuze, maar staat ook wel haaks op de vorige alinea. Of die keuze bij de bewindsvrouwen ligt of bij het Kabinet is voor het personeel niet zo relevant. Wij overleggen met de werkgever van het Defensiepersoneel. Dit Defensiepersoneel zou op één staan. Nu gaat er heel veel geld naar materiaal en materieel en loopt het vullingspercentage binnen de Krijgsmacht hard terug. Daarnaast verlaten dagelijks ervaren militairen de organisatie waardoor de “gemiddelde ervaring” terugloopt. Als men de keuze blijft maken om te investeren in materiaal en materieel zonder meer te investeren in personeel hebben we in de toekomst state of the art materiaal en materieel maar niemand om ermee te werken,

“Geld uit onze eigen begroting mogen we trouwens ook niet zomaar gebruiken, ook hiervoor moet het kabinet toestemming geven. Extra geld voor arbeidsvoorwaarden betekent namelijk dat Defensie meer krijgt ten opzichte van andere sectoren.”

Reactie: Naar onze mening zou het volledig terecht zijn als Defensie meer geld krijgt dan andere sectoren. Defensie is een unieke sector met unieke omstandigheden. Defensie in het algemeen en de Krijgsmacht in het bijzonder dienen (mede) de veiligheid van Nederland te waarborgen. Defensie gaat door waar anderen stoppen, dat vergt bepaalde capaciteiten en heeft bepaalde effecten die arbeidsvoorwaardelijk gewaardeerd moeten worden.

“Als bekend is hoeveel budget er is voor arbeidsvoorwaarden, gaan we met de vakbonden om tafel. Samen bepalen we waar we het budget aan willen uitgeven.”

Reactie: hier herkennen wij ons in algemene zin niet in. De suggestie wordt gewekt dat Defensie altijd aan het begin van de onderhandelingen bekend maakt hoeveel ruimte er is en dat er vervolgens onderhandeld wordt over de verdeling van die ruimte. Wij kunnen daar echter niet dieper op ingaan omdat ook wij dan zouden schrijven over proces en inhoud van de lopende onderhandelingen. Maar (en nogmaals, dat is in algemene zin) wij laten ons doorgaans niet vooraf vastleggen op een eventueel beschikbaar budget.

“Het overleg over de arbeidsvoorwaarden vindt plaats in het Sector Overleg Defensie, door insiders afgekort als het SOD. Hierin zitten de voorzitters van de vakcentrales, de onderhandelaars namens de vakbonden en vertegenwoordigers van de werkgever Defensie.”

Onjuist: Het Besluit Georganiseerd Overleg Defensie (BGOD) is daarover duidelijk. Elke vakcentrale die deelneemt aan het overleg in de sector Defensie mag twee leden en twee plaatsvervangende leden aanwijzen. In theorie zou dat een voorzitter van een vakcentrale zijn, maar die zit daar dan wel met een “andere pet” op. Ook aangaande onderhandelaars geldt dat men (plaatsvervangende) leden kan aanwijzen die onderhandelaar zijn, die zijn dan echter wel onderhandelaar namens een centrale in deze rol. Feitelijk kan een centrale vertegenwoordigd in de sector Defensie dus benoemen wie zij zelf willen.

De voorzitter van dit overleg is de Hoofddirecteur Personeel van Defensie.”

Onjuist: Ook daar is het BGOD duidelijk over. Het SOD wordt voorgezeten door de Minister van Defensie, (gezien de portefeuilleverdeling door de Staatssecretaris) en alleen indien de te behandelen onderwerpen dat toelaten mag de Minister het voorzitterschap van deze vergadering overdragen aan de Hoofddirecteur Personeel.

“In het SOD vindt de definitieve besluitvorming plaats over een onderhandelingsresultaat. Voordat er aan de SOD-tafel over een onderhandelingsresultaat arbeidsvoorwaarden wordt gesproken, hebben de onderhandelaars namens Defensie en de vakbonden al vaak met elkaar om tafel gezeten. Dat doen ze in de werkgroep arbeidsvoorwaarden. Deze gesprekken kunnen soms lang duren, omdat er over veel verschillende onderwerpen overeenstemming moet worden bereikt. Die gesprekken zijn nu ook bezig.”

Reactie: Dit gaat voor een groot deel over proces en inhoud, daar zullen wij dus niet nader op ingaan. Wel is evident dat in het (eerder genoemde) BGOD is aangegeven dat indien het gewenst is om voorbereidende gesprekken te voeren voorafgaande aan het SOD die voorbereidingen (of uitwerkingen) gedaan worden in werkgroepen. Dat is dus vaak gebruikelijk maar zeker geen eis. De daadwerkelijke besluitvorming vindt plaats in het SOD.

“En er is geen deadline, maar alle partijen zien de noodzaak om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen waarbij zorgvuldigheid boven snelheid gaat.”

Reactie: Wij bepalen onze eigen deadline en het is zeker niet aan een ander om aan te geven of er al dan niet een deadline is. Als daar al over gesproken is kan het zeker niet openbaar gemaakt worden zonder dat daar overeenstemming over is. En wij hebben zeker niet ingestemd met deze communicatie.

“ Zodra er een onderhandelingsresultaat is, gaan zowel de vakbonden als Defensie het land in om dit toe te lichten.”

Reactie: Centrales/vakbonden bepalen zelf of en hoe zij de leden gaan raadplegen. Dat is niet aan de werkgever. Zo is het ook niet aan vakbonden/centrales of Defensie al dan niet het land ingaan.

 

“We doen daarbij ons best om uit te leggen hoe de arbeidsvoorwaarden tot stand zijn gekomen, welke keuzes zijn gemaakt en wat dit voor u betekent.”

Reactie: doorgaans worden keuzes niet uitgelegd maar wordt het totale resultaat uitgelegd. Deze tekst suggereert dat verslag wordt gedaan over alle gemaakt keuzes. Ook die zaken die besproken zijn maar uiteindelijk niet in het resultaat zijn gekomen. Dit bevordert de uitleg niet en kan voor verwarring zorgen. Soms worden onderwerpen ook ‘geparkeerd’ tot een volgende onderhandelingsfase.

“Deze periode heet ook wel de periode van achterbanraadpleging. U krijgt dan de kans te zeggen wat u vindt van het resultaat dat er ligt. En dat resultaat is pas definitief als de meerderheid van de achterban van de vakbonden er mee heeft ingestemd.”

Onjuist: Ook hierover is het BGOD helder. Elke centrale die deelneemt in het sectoroverleg Defensie heeft één gelijkwaardige stem. Bij elke centrale zijn meerdere vakbonden aangesloten. Als drie of vier centrales instemmen wordt het resultaat een akkoord, als twee centrales voor- en twee centrales tegenstemmen beslist de Staatssecretaris. Het kan dus zo zijn dat de meerderheid van de leden van alle bonden tezamen voor het resultaat is terwijl het toch wordt afgewezen of omgekeerd.

“Als werkgever willen we ook graag uw mening over het resultaat weten. We zijn nu manieren aan het bedenken op welke wijze we dit kunnen organiseren. Ik hoor ook graag uw ideeën hierover. Iedereen moet immers de kans krijgen om zijn stem te laten horen.”

Reactie: dit suggereert dat ook de werkgever een soort stemming wil gaan houden. Er staat immers dat men uw “stem” wil horen. Als de werkgever wil weten hoe u erover denkt is dat uiteraard prima. Maar dat kan ook op andere manieren. Gezien de eerdere discussies over het “Jumbo-model” een vreemde woordkeuze. Toeval?

U mag hier zelf een mening over vormen, dat spreekt voor zich.

 

Op 25 maart jl. heeft de CCOOP (waar de ACOM deel van uitmaakt) besloten om aan de voorzitter van het Sector Overleg Defensie een brief te sturen waarin werd aangegeven dat zij vooralsnog niet meer fysiek deel zou gaan nemen aan de vergaderingen van de Werkgroep Arbeidsvoorwaarden.

Dit had twee belangrijke oorzaken. Zo was er wederom een blog uitgekomen van de directeur Werkgeverzaken van Defensie waarin enerzijds vele onjuistheden en onwaarheden stonden maar waardoor ook afspraken werden geschonden. Een blog met veel onwaarheden en onduidelijkheden maar waarin ook zeker zaken stonden die gingen over de inhoud van de onderhandelingen. Eerder is namelijk veelvuldig afgesproken dat er alleen over het proces en de inhoud van het Arbeidsvoorwaardenoverleg wordt gesproken als alle partijen daarmee instemmen. Daar was (ook) in dit geval geen sprake van en daardoor bleek dat er een principieel verschil van mening bestond over de interpretatie van deze afspraak, maar vooral ook over het nakomen van afspraken. Een onderwerp dat al meerdere malen aan de orde is geweest, zo heeft de Staatssecretaris persoonlijk in het SOD toegezegd dat afspraken zullen worden nagekomen.

Overigens betekent dit wat de CCOOP betreft zeker niet dat zij geen rol meer spelen in de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen. In de brief is aangegeven dat wij eventuele punten schriftelijk zullen inbrengen, en dat is inmiddels ook al gebeurd. Daarnaast heeft de CCOOP altijd de mogelijkheid om weer fysiek aan de onderhandelingen deel te gaan nemen. We hebben aangegeven vooralsnog niet fysiek deel te nemen, en dat kan dus per vergadering worden heroverwogen.

writing-1209121_640.jpgOok hebben wij duidelijk aangegeven dat een werkgroepvergadering, waaronder dus ook de WG AV, slechts ter voorbereiding is op een formele vergadering van het SOD. Het spreekt dus voor zich dat wij bij een eventuele behandeling van een onderhandelingsresultaat nog steeds onze standpunten zullen inbrengen en nader zullen onderbouwen. Indien een eventueel resultaat bekrachtigd wordt in het SOD, al dan niet unaniem, zullen wij zoals het hoort aan de leden uitleggen waarom wij ons wel of niet achter dat resultaat scharen. Daarna zal het resultaat aan u worden voorgelegd met een positief, negatief of neutraal advies. Het oordeel is immers altijd aan de leden.

Daarnaast hebben wij moeten constateren dat de andere vakbonden (centrales) gemeend hebben ons te moeten verrassen met communicatie over dit onderwerp. Zoals u uit deze tekst kunt opmaken herkennen wij ons niet in de standpunten en uitgangspunten in de communicatie. De opmerking “wij betreuren het daarom dat de CCOOP deze stap genomen heeft” is dan voor ons ook onbegrijpelijk.

De CCOOP was graag aan de onderhandelingstafel blijven zitten als de garanties hadden dat:

  • Afspraken worden nagekomen door alle partijen;
  • Er regelmatig gecommuniceerd wordt met de achterban, maar wel op momenten en met een inhoud waar alle betrokken partijen mee hebben ingestemd;
  • Er een reële kans bestaat om op redelijk korte termijn met een resultaat te komen waar de leden in overgrote meerderheid “ja” tegen zou zeggen.

Want laten we helder zijn, het personeel van Defensie heeft recht op een goed arbeidsvoorwaardenakkoord en wel op korte termijn. In het laatste SOD, op 12 maart jl. hebben wij Defensie, maar ook de zusterbonden opgeroepen om zo snel als mogelijk tot een sterk verbeterd onderhandelaarsresultaat te komen.

Als bovengenoemde punten zeker gesteld zijn zullen wij graag weer aan de onderhandelingstafel aanschuiven en zodra dat zo is zullen wij u daarover informeren.

Voor het conceptverslag van het laatste SOD klik hier.

Voor onze brief aan het SOD klik hier.